Home » Personen » Bartholomeus Stephanus Westerbeek van Eerten
Persoon

Bartholomeus Stephanus Westerbeek van Eerten

Voornamen: Bartholomeus Stephanus
Achternaam: Westerbeek
Geboren: Wanneperveen, 24 december 1747
Gedoopt: 1 januari 1748
Overleden: Aalten, 4 januari 1816
Beroep / functie: Predikant

Predikant in Aalten tijdens de Bataafse en Franse tijd

Bartholomeus Stephanus Westerbeek van Eerten was bijna dertig jaar predikant in Aalten. Hij kwam in 1786 naar het dorp en bleef er tot zijn overlijden in 1816. Daarmee maakte hij als Aaltens predikant een bewogen periode mee: van de laatste jaren van de Republiek via de Bataafse en Franse tijd tot de omwenteling van 1813. Een overgeleverd verhaal uit de Franse tijd laat zien dat hij zich daarbij niet uitsluitend binnen de kerkmuren bewoog.

Geboren in een predikantsgezin

Westerbeek van Eerten werd geboren in Wanneperveen. Het Aaltense Register Civique vermeldt 24 december 1747, terwijl het doopregister van Wanneperveen zijn doop op 1 januari 1748 vermeldt. Die gegevens zijn goed met elkaar te verenigen: waarschijnlijk werd hij op 24 december geboren en acht dagen later gedoopt. In het doopregister staat zijn vader zelf als getuige vermeld.

Hij was een zoon van Willem Jan van Eerten, eveneens predikant, en Margaretha Wigbolda van Westerbeek. In historische bronnen komt zijn eigen naam in verschillende vormen voor, onder meer als Bartholdus Stephanus, Bartholomeeuws Stefanus en Bartholomeus Stephanus.

Predikant in Friesland

Zijn loopbaan als predikant begon in Friesland. De negentiende-eeuwse predikantenlijst van T.A. Romein vermeldt dat hij op 9 augustus 1772 als kandidaat werd bevestigd in de gecombineerde gemeente Augsbuurt of Lutjewoude en Kollumerzwaag. Hij was toen ongeveer 24 jaar oud. Romein noemt hem bovendien expliciet als geboren te Wanneperveen en als zoon van Willem Jan van Eerten.

Tijdens deze eerste standplaats trouwde hij. In het trouwboek van de Nederduits Gereformeerde gemeente van Ruurlo werd op 20 augustus 1773 ingeschreven:

Bartholomeeuws Stefanus Westerbeek van Eerten, predikant tot Luttekewolde en Collumerswaag

Zijn bruid was Antonia Johanna Aberson, dochter van Adam Aberson, ontvanger van de verponding in Ruurlo. Na drie zondagse afkondigingen trouwden zij op 9 september 1773 in Ruurlo.

Uit hun huwelijk zijn drie kinderen bekend: Willem Adam (1774–1813), Lodewijk Frederik (1776–1855) en Johanna Catharina (1780–1843). Lodewijk Frederik trad later in de voetsporen van zijn vader en werd eveneens predikant; uiteindelijk stond hij jarenlang in Varsseveld.

In 1775 werd Westerbeek van Eerten beroepen naar Burum en Munnekezijl. Op 9 juli nam hij afscheid van zijn eerste gemeente en op 23 juli 1775 deed hij zijn intrede in Burum. Daar bleef hij ruim tien jaar. Op 1 januari 1785 wijdde hij er de nieuwe kerk in.

Naar Aalten

In 1786 volgde een beroep naar Aalten. Westerbeek van Eerten nam op 30 april 1786 afscheid van Burum en deed volgens de Aaltense predikantenlijst op 14 mei 1786 zijn intrede in Aalten. Hij volgde Adrianus Rudolphus de Roy op, die in 1785 was overleden.

Daarmee begon een predikantschap dat bijna dertig jaar zou duren. In 1813 vinden we hem terug bij Aalten 35, de toenmalige hervormde pastorie. Op het perceel staat tegenwoordig de pastorie aan Wehmerstraat 2, maar het huidige gebouw dateert uit 1920 en is dus niet de woning waarin Westerbeek van Eerten heeft gewoond.

Op een boerenkar bij De Pol

Zijn lange Aaltense ambtsperiode viel samen met grote politieke veranderingen. Een bijzonder verhaal over Westerbeek van Eerten is bewaard gebleven in een artikel dat G.H. Rots in 1938 in de Aaltensche Courant publiceerde over de Franse tijd in Aalten.

Rots beschrijft hoe de situatie in 1799 gespannen werd nadat een poging om het Franse en Bataafse gezag in deze streek terug te dringen was mislukt. De predikanten hielden volgens hem in die periode godsdienstoefeningen in de open lucht. Over Westerbeek van Eerten schrijft hij dat de dominee op een boerenkar klom en zijn geloofsgenoten moed insprak, die zich bij De Pol hadden verzameld.

Het is een aantrekkelijk detail omdat het de predikant letterlijk buiten zijn kerkgebouw laat zien, te midden van zijn gemeente. Daarbij moet wel worden aangetekend dat Rots dit verhaal pas in 1938 opschreef. Het is dus geen ooggetuigenverslag uit 1799, maar een latere historische overlevering. De oorspronkelijke bron waarop Rots zich voor deze specifieke gebeurtenis baseerde, is vooralsnog niet gevonden.

Het vernieuwde kerkorgel

Van Westerbeek van Eerten is ook een veel directer spoor bewaard gebleven in de Aaltense kerkelijke administratie. In een transcriptie van de oude kerkenraadsnotulen staat onderaan een pagina uit het achttiende-eeuwse kerkenraadsboek een aantekening die hij in 1811 zelf maakte.

Op 16 juni 1811 werd het „merkelijk vernieuwde en seer verbeterde Aaltensche orgel” opnieuw in gebruik genomen. Westerbeek van Eerten hield daarbij een preek naar Psalm 150:2–5. De gemeente werd daarbij gewezen op het juiste gebruik van het orgel, zowel ter ondersteuning van de prediking als van de gemeentezang.

Gezin en laatste jaren

Zijn vrouw Antonia Johanna Aberson overleed op 22 januari 1812 in Aalten. Een jaar later, op 7 oktober 1813, overleed ook hun oudste zoon Willem Adam in Aalten. Hun zoon Lodewijk Frederik was inmiddels zelf predikant.

Westerbeek van Eerten hertrouwde op 22 september 1814 in Aalten met Johanna Gesina Prins. Zij overleefde hem. Dat zij inderdaad zijn weduwe was, blijkt ook uit een overlijdensadvertentie die na haar overlijden in 1823 in de Opregte Haarlemsche Courant verscheen. Daarin wordt zij aangeduid als de weduwe van „B.S. Westerbeek van Eerten, Predikant alhier”.

Bartholomeus Stephanus Westerbeek van Eerten overleed op 4 januari 1816 in Aalten. Zijn overlijdensdatum wordt zowel door de Friese predikantenlijst van Romein als door de Aaltense predikantenlijsten vermeld. Pas in 1817 kreeg Aalten met Tjeerd Radsma een opvolger.

Opregte Haarlemsche Courant, 15-02-1823
Opregte Haarlemsche Courant, 15-02-1823

Bronnen