Aalten in de wederopbouw

Na de bevrijding begon een jarenlange periode van woningbouw, nieuwe voorzieningen en economische vernieuwing.

Spinkatstraat, Aalten (1956)
Aan de Spinkatstraat naderen de nieuwe huizen hun voltooiing.

Na de bevrijding op 30 maart 1945 begon voor Aalten een nieuwe fase. De wederopbouw draaide hier niet alleen om het herstellen van oorlogsschade. Minstens zo belangrijk waren de woningnood, achterstallige voorzieningen, werkgelegenheid en de vraag hoe een groeiende gemeente zich verder moest ontwikkelen.

Dat gebeurde niet in één groot plan. In de jaren na de oorlog ontstond stap voor stap een ander Aalten: er kwamen woningen en nieuwe straten, het gemeentebestuur probeerde meer en gevarieerder werk aan te trekken en er werd geïnvesteerd in onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur.

Van bevrijding naar herstel

De laatste oorlogsmaanden hadden ook in Aalten slachtoffers en schade veroorzaakt. Na de bevrijding moesten het gewone bestuur en het dagelijkse leven weer op gang komen. Tegelijk waren problemen die tijdens de oorlog waren blijven liggen nog lang niet opgelost.

Een jaaroverzicht van de gemeente over 1947 laat goed zien hoe breed het herstel inmiddels was. In de gemeenteraad kwam de woningbouw herhaaldelijk aan de orde, verschillende wegen werden verbeterd en de straatverlichting werd aangepakt. Ook het openbaar vervoer kreeg betere verbindingen. Bij de volkstelling van 31 mei 1947 telde de gemeente 13.585 inwoners.

Woningen voor een groeiende bevolking

De woningnood bleef een van de belangrijkste naoorlogse problemen. Nieuwe huizen verschenen aanvankelijk niet in één grote nieuwbouwwijk, maar verspreid over Aalten. Bestaande straten werden aangevuld en open plekken in de bebouwing werden volgebouwd.

Halverwege de jaren vijftig waren op die manier al honderden woningen na de bevrijding verrezen. Maar de mogelijkheden binnen de bestaande bebouwing raakten op. Het gemeentebestuur begon daarom grotere uitbreidingen voor te bereiden.

In 1955 werden plannen gemaakt voor ongeveer honderd woningen op en rond de Meiberg. Ook in Aalten-Zuid en in ’t Dal kwamen nieuwe straten en bouwterreinen in beeld. De nieuwe wijken kregen niet alleen huizen: in de plannen was ook ruimte voor groen, speelterreinen, scholen en woningen voor ouderen.

Werk en nieuwe industrie

Wederopbouw betekende ook werkgelegenheid. De traditionele Aaltense textiel- en hoornindustrie bestond al lang vóór de oorlog, maar het gemeentebestuur wilde de plaats economisch minder afhankelijk maken van enkele bedrijfstakken.

In 1947 kwamen er nieuwe bedrijfsactiviteiten bij, waaronder Van Katwijk’s papier- en cartonverwerkende industrie. Een jaar later werd in de voormalige bedrijfsgebouwen aan de Polstraat gewerkt aan de vestiging van een fabriek voor machine- en apparatenbouw. Burgemeester E.S. van Veen legde daarbij uit dat het gemeentebestuur bewust naar verschillende soorten industrie zocht, zodat werkgelegenheid minder eenzijdig zou worden.

Die economische ontwikkeling was ook nodig omdat de bevolking groeide. Niet iedereen vond in Aalten werk; in de eerste naoorlogse jaren vertrokken bovendien opnieuw gezinnen naar onder meer Canada.

Scholen en gezondheidszorg

In de jaren vijftig werd de vernieuwing steeds zichtbaarder in nieuwe voorzieningen. In 1951 lagen plannen klaar voor drie grote bouwprojecten: een christelijke technische school, een gezondheidscentrum en een nieuwe landbouwhuishoudschool.

Het gezondheidscentrum moest verschillende vormen van medische zorg bijeenbrengen, met onder meer ruimte voor artsen, wijkverpleging en kraamzorg. De technische school moest jongeren opleiden voor ambacht en industrie. De landbouwhuishoudschool groeide uit tot een regionale onderwijsvoorziening.

Ook elders werd gebouwd en uitgebreid. In 1956 werd teruggekeken op nieuwe kleuterscholen, de ontwikkeling van de HBS en verdere plannen voor lagere scholen en landbouwonderwijs. De wederopbouw ging daarmee steeds meer over de inrichting van een moderne gemeente.

Van wederopbouw naar uitbreiding

Rond het midden van de jaren vijftig veranderde het karakter van de ontwikkeling. De eerste naoorlogse woningbouw had vooral bestaande gaten in het dorp opgevuld. Daarna kwamen echte uitbreidingswijken in beeld.

De Meiberg, Aalten-Zuid en ’t Dal waren daarvan vroege voorbeelden. In de jaren zestig volgden grotere plannen, waaronder Kemena. Woningbouw, scholen, groen en ruimte voor bedrijven werden daarin steeds meer in samenhang ontworpen.

De wederopbouw van Aalten was daarom geen gebeurtenis met één einddatum. Het was een ontwikkeling die direct na de bevrijding begon en in de jaren vijftig overging in een bredere periode van groei en modernisering. Veel straten, woonbuurten en voorzieningen die toen ontstonden, bepalen nog altijd het beeld van Aalten.

Bronnen