Aalten tijdens de Eerste Wereldoorlog

Op 31 juli 1914 werden in Aalten de kerkklokken geluid voor de mobilisatie. De Eerste Wereldoorlog maakte de grens met Duitsland plotseling tot een militaire grens.

Toen in de zomer van 1914 in Europa oorlog uitbrak, bleef Nederland neutraal. Voor Aalten betekende dat niet dat de oorlog ver weg bleef. De gemeente lag direct aan de Duitse grens en was economisch en sociaal sterk met Bocholt verbonden. Op 31 juli 1914 werden in Aalten de kerkklokken geluid als oproep voor de mobilisatie. Vanaf dat moment werd de grens, die voor veel inwoners tot het dagelijks leven behoorde, ineens een militaire grens.

31 juli 1914: mobilisatie

De Nederlandse regering mobiliseerde het leger om de neutraliteit van het land te bewaken. Ook in en rond Aalten werden militairen gelegerd. Voor inwoners was de oproep onmiddellijk merkbaar: mannen moesten zich melden en bij de grens verscheen militaire bewaking. In de Oosterkerk werden tijdens de oorlog bidstonden gehouden ‘voor de nood der tijden’.

Voor de historische tijdlijn van Old Aalten vormt 31 juli 1914 daarom het lokale ankerpunt van de Eerste Wereldoorlog. Het is niet de datum waarop de oorlog als internationaal conflict begon, maar wel het moment waarop de crisis in Aalten rechtstreeks in het dagelijks leven ingreep.

Een harde grens met Bocholt

Voor 1914 was de grens met Duitsland voor veel Aaltenaren een dagelijkse route. Honderden arbeiders uit Aalten en omgeving werkten in Bocholt. Ook de in 1910 geopende tramlijn Aalten–Bocholt was juist voor dit grensverkeer belangrijk. Na het uitbreken van de oorlog werd de grensovergang gesloten en viel het grensoverschrijdende tramverkeer aanvankelijk stil. In 1915 werd het nog hervat, maar het aantal reizigers bleef sterk achter en in 1916 werd het traject opnieuw stopgezet.

De oorlog betekende daarmee een scherpe breuk in een patroon dat in de voorafgaande decennia steeds sterker was geworden. Ook het Duitse geld dat in Aalten lange tijd als alledaags betaalmiddel circuleerde, verloor in deze periode zijn vanzelfsprekende plaats. Volgens de latere terugblik van G.H. Rots werd de afschaffing ervan in juli 1914 doorgevoerd.

Gevolgen voor bedrijven en dagelijks leven

De mobilisatie en de blokkade van internationale handelsstromen raakten ook de Aaltense bedrijven. Bij de hoornindustrie viel de aanvoer van buitenlandse buffelhoorn vrijwel stil, terwijl ervaren arbeiders voor militaire dienst konden worden opgeroepen. Bedrijven moesten op zoek naar vervangende grondstoffen en andere manieren om de productie voort te zetten.

Naarmate de oorlog langer duurde, werden goederen schaarser en nam de overheidsbemoeienis met handel en distributie toe. Voor een grensgemeente als Aalten golden bovendien beperkingen op het vervoer van goederen naar het grensgebied. De oorlog werd daardoor ook voelbaar in winkels, bedrijven en huishoudens.

Vluchtelingen, deserteurs en krijgsgevangenen

De ligging aan de Duitse grens maakte Aalten tijdens de oorlog tot een doorgangsplaats voor mensen die Duitsland probeerden te verlaten. In 1915 werden onder meer Italiaanse gezinnen opgevangen die uit Duitsland waren gevlucht. In de jaren daarna kwamen geregeld ontsnapte Franse, Russische en Belgische krijgsgevangenen en Duitse of Oostenrijkse deserteurs bij Aalten over de grens.

De grootste zichtbare vluchtelingenstroom kwam in het najaar van 1918. Toen het Duitse front in België en Noord-Frankrijk terugweek, werden grote groepen burgers geëvacueerd. Op 27 oktober 1918 arriveerde een omvangrijke groep Franse vluchtelingen per trein in Aalten. Mannen werden ondergebracht in gebouw Elim; vrouwen en kinderen in het Feestgebouw aan de Polstraat. Het Feestgebouw kreeg tijdelijk de naam Salle Maréchal Foch.

November 1918

Na de wapenstilstand van 11 november 1918 kwam opnieuw een grote stroom mensen op gang. Vrijgelaten krijgsgevangenen en vluchtelingen wilden zo snel mogelijk naar huis. Aalten werd vanwege zijn spoorverbinding en ligging bij de grens onderdeel van die doorgangsroute. Scholen en andere gebouwen werden gereedgemaakt om honderden mensen tijdelijk te kunnen opvangen.

De oorlog eindigde voor Nederland zonder bezetting of gevechten op eigen grondgebied, maar voor Aalten had hij vier jaar lang het karakter van de grens ingrijpend veranderd. Grensarbeid, handel en verkeer met Bocholt werden ontregeld; militairen bewaakten de grens; vluchtelingen en krijgsgevangenen trokken door het dorp en schaarste beïnvloedde het dagelijks leven. De oude grensverbindingen herstelden zich daarna geleidelijk. In 1922 organiseerden Aaltenaren zelfs voedselhulp voor de zwaar getroffen bevolking van Bocholt.

Bronnen