Van Heerlijkheid naar Ambt Bredevoort (1795–1811)

Tussen 1795 en 1811 verdween de oude Heerlijkheid Bredevoort stap voor stap. Over municipaliteiten, het Ambt Bredevoort en de overgang naar de Franse mairieën.

In 1795 verdween het oude Oranjegezag over de Heerlijkheid Bredevoort. Daarmee was niet meteen ook ieder oud bestuursverband verdwenen. In de jaren daarna werd verschillende keren gezocht naar een nieuwe bestuurlijke indeling voor Aalten, Bredevoort, Dinxperlo en Winterswijk. Pas onder het Franse bestuur maakte het Ambt Bredevoort plaats voor afzonderlijke gemeenten.

1795: het oude gezag valt weg

De Bataafse Omwenteling van 1795 maakte een einde aan de oude politieke positie van stadhouder Willem V. De bezittingen van het Huis Oranje-Nassau werden verbeurd verklaard en ook Bredevoort kwam onder burgerlijk bestuur. Daarmee verloor de prins zijn positie als heer van Bredevoort.

Voor de inwoners betekende dat niet dat het hele bestuur van de ene dag op de andere opnieuw werd opgebouwd. Veel bestaande ambten, archieven en praktische bestuursvormen bleven voorlopig nodig. Wel veranderde de grondslag waarop het gezag werd uitgeoefend.

Vier municipaliteiten

In 1795 werden voor Aalten, Bredevoort, Dinxperlo en Winterswijk afzonderlijke municipaliteiten ingesteld. Daarmee kregen de vier plaatsen tijdelijk een eigen burgerlijk bestuur. Het oude verband van de heerlijkheid werd dus eerst juist losser.

1798: de heerlijkheid wordt formeel verleden tijd

De Staatsregeling van 1798 schafte de oude heerlijke bestuursrechten af. Dat jaar werden de municipaliteiten van Aalten, Bredevoort, Dinxperlo en Winterswijk weer samengebracht in het Ambt Bredevoort. De naam Bredevoort bleef dus als bestuurlijke aanduiding bestaan, maar het ging niet meer om de oude heerlijkheid van een heer of pandheer.

Ook Lichtenvoorde werd in 1798 bij het Ambt Bredevoort gevoegd. Die combinatie duurde slechts enkele jaren: in 1802 werd Lichtenvoorde weer afgescheiden. Het laat zien hoe sterk de bestuurlijke inrichting in deze periode in beweging was.

Wat gebeurde er met de oude administratie?

De bestuurlijke omwenteling had ook gevolgen voor de archieven. Het archief van het oude Ambt en de heerlijkheid was in het Ambthuis in Bredevoort bewaard. In 1795 werd het op last van het Provisioneel Bewind in beslag genomen en geïnventariseerd. Daarna kwam een deel van de administratie onder beheer van de secretaris van de Municipaliteit van Aalten.

In de jaren daarna raakten stukken over verschillende plaatsen verspreid. Dat helpt verklaren waarom documenten over het vroegere Ambt Bredevoort tegenwoordig niet in één enkel archiefbestand terug te vinden zijn.

Van ambt naar mairie

Onder het Franse bestuur volgde opnieuw een reorganisatie. Vanaf 1811 werd het Ambt Bredevoort verdeeld in afzonderlijke mairieën voor Aalten, Bredevoort, Dinxperlo en Winterswijk. De afwikkeling liep door in 1812. Een mairie was de Franse bestuursvorm waaruit na het einde van de Franse tijd de Nederlandse gemeenten voortkwamen.

Daarmee eindigde het gezamenlijke bestuur van het gebied dat eeuwenlang rond Bredevoort was georganiseerd. De historische banden verdwenen natuurlijk niet. Rechtspraak, boerderijen, familieverbanden, kerkelijke bezittingen en oude administraties bleven de plaatsen nog lang met elkaar verbinden.

Geen breuk op één dag

Het einde van de Heerlijkheid Bredevoort kan daarom niet met één enkel jaartal volledig worden beschreven. 1795 betekende het einde van het Oranjegezag, 1798 de formele afschaffing van de oude heerlijke bestuursrechten en vanaf 1811 verdween ook het Ambt als gezamenlijke bestuurlijke eenheid.

Juist die tussenperiode maakt zichtbaar hoe een eeuwenoud bestuursstelsel plaatsmaakte voor een nieuwe overheid. De namen van functies en instellingen veranderden, maar voor de inwoners bleef de praktische vraag dezelfde: wie bestuurde de plaats, waar moest men terecht voor officiële zaken en welke overheid bepaalde de regels?

Bronnen