Aalten aan het spoor

Op 15 juli 1885 kreeg Aalten zijn spoorverbinding. De nieuwe lijn veranderde de bereikbaarheid van dorp en buurtschappen ingrijpend.

Tekening GOLSM station Aalten, 1884
Tekening GOLSM station Aalten, 1884

Op 15 juli 1885 kreeg Aalten zijn spoorverbinding. Met de opening van de lokaalspoorlijn Winterswijk–Zevenaar werden het dorp en de omliggende buurtschappen aangesloten op een veel groter vervoersnet. Reizigers konden sneller verder de Achterhoek en het land in, terwijl ook het vervoer van goederen nieuwe mogelijkheden kreeg.

Plannen genoeg

De komst van het spoor was geen plotseling idee. Al in 1865 werd gesproken over een spoorlijn van Zutphen via onder meer Aalten naar de Pruisische grens. In 1872 dook opnieuw een plan op, ditmaal voor een verbinding van Gelsenkirchen via Bocholt en Aalten naar Zutphen.

Geen van beide plannen werd uitgevoerd. Meer over deze eerdere projecten staat in Noord-Zuidlijn.

De GOLS

Op 18 juni 1881 werd de Geldersch-Overijsselsche Lokaalspoorweg-Maatschappij opgericht, meestal kortweg GOLS genoemd. De maatschappij wilde met lokaalspoorwegen verschillende plaatsen in de Achterhoek en Twente met elkaar verbinden.

Voor de lijn Winterswijk–Zevenaar was aanvankelijk een tracé ten noorden van Aalten voorzien. Door het terrein bij Bredevoort en Aalten werd de route gewijzigd en kwam de spoorlijn aan de zuidzijde van Aalten te liggen.

In 1884 begon de bouw van het Aaltense stationsgebouw. Het werd een station van het type GOLS groot, met onder meer een plaatskaartenbureau, wachtkamer, goederenbergplaats en een woning voor de stationschef.

15 juli 1885

Op 15 juli 1885 werd de spoorlijn Winterswijk–Zevenaar geopend. Vanaf dat moment stopten er treinen in Aalten.

In oostelijke richting liep de lijn naar Winterswijk; westwaarts ging het via onder meer Varsseveld, Terborg, Doetinchem, Wehl en Didam naar Zevenaar. Daar sloot de lokaalspoorlijn aan op het bestaande spoorwegnet.

Ook Lintelo kreeg diezelfde dag een halte. Bredevoort moest langer wachten. Het station Bredevoort, feitelijk gelegen in de Haart, opende pas op 1 mei 1899.

Reizigers en goederen

De spoorverbinding was niet alleen van belang voor reizigers. Station Aalten was ook ingericht voor goederenvervoer. Daarmee kreeg de plaats een directe verbinding voor de aan- en afvoer van goederen over het spoor.

Voor Aalten kwam die aansluiting in een periode waarin de textiel- en hoornindustrie al tientallen jaren in ontwikkeling waren. Het spoor bracht die bedrijven dus niet tot stand, maar verbeterde wel de verbindingen waar ondernemers, handelaren en andere reizigers gebruik van konden maken.

Ook in het straatbeeld werd de spoorweg zichtbaar. De Stationsstraat vormde de verbinding tussen het oude dorp en het nieuwe station. Rond het spoor kwamen spoorbeambten en spoorwegarbeiders te wonen en werken.

Een blijvende verbinding

Het station veranderde in de loop van de tijd. In 1919 werd het gebouw uitgebreid: de linkervleugel werd verdubbeld, aan de rechterzijde kwam een lage vleugel en het middendeel kreeg een extra verdieping.

De spoorlijn uit 1885 is nog altijd in gebruik voor reizigersverkeer. Daarmee is de verbinding die aan het einde van de 19e eeuw aan de rand van Aalten werd aangelegd nog steeds onderdeel van het dagelijkse verkeer tussen Aalten, Winterswijk, Doetinchem, Arnhem en verder.

Bronnen