Aalten en Bocholt: leven aan de grens

De grens met Bocholt was eeuwenlang tegelijk scheiding en verbinding. Over grensstenen, geloof, textiel, grensarbeid, Duits geld, smokkel en het verdwijnen van de grenscontroles.

Aalten en Bocholt liggen aan weerszijden van een landsgrens, maar in het dagelijks leven was die grens zelden alleen een scheiding. Mensen werkten over de grens, trouwden er, handelden er, gingen er naar de kerk, brachten geld mee naar huis en hielpen elkaar in tijden van nood. Tegelijk waren er douaniers, grensstenen, smokkel, paspoorten en periodes waarin de grens juist hard werd afgesloten. De geschiedenis van Aalten is daarom niet goed te begrijpen zonder ook naar Bocholt en het Münsterland te kijken.

Een oude grens, maar niet altijd een nationale grens

De huidige Nederlands-Duitse grens bestond eeuwenlang niet in haar moderne vorm. Aan de ene kant lag Gelders gebied, aan de andere kant het prinsbisdom Münster. Voor inwoners van Aalten, Dinxperlo en Winterswijk was dat wel degelijk een bestuurlijke grens, maar tegelijk liep het gewone verkeer er voortdurend overheen. Wegen, markten, familiebanden en kerkelijke contacten hielden zich niet netjes aan politieke lijnen.

Juist omdat de precieze grens niet overal even duidelijk was, ontstonden geregeld geschillen over heide, weidegrond, turf, wegen en het recht om vee te laten grazen. In de achttiende eeuw besloten Gelre en Münster daarom de grens systematisch vast te leggen.

1765: het Convent van Burlo

Op 19 oktober 1765 werd in het klooster Groot Burlo een overeenkomst gesloten tussen vertegenwoordigers van Gelre en Münster. In deze zogenoemde Conventie van Burlo werd het verloop van de grens in detail geregeld. Landmeters van beide kanten brachten de lijn in kaart. In 1766 werd de afgesproken grens in het landschap gemarkeerd met stenen.

Een deel van die grensstenen staat er nog altijd. Ze dragen aan de ene zijde verwijzingen naar Gelre en aan de andere zijde naar Münster. Ook bij Aalten zijn zulke stenen bewaard gebleven, waaronder grenssteen 171 bij de Kesenbult. De lijn die in 1765 en 1766 werd vastgelegd vormt voor een groot deel nog steeds de huidige grens.

Dat betekent niet dat vanaf dat moment twee moderne nationale werelden tegenover elkaar stonden. De politieke kaart veranderde daarna nog ingrijpend. De oude territoria verdwenen in de Franse tijd en na 1815 kwam aan de overzijde Pruisen te liggen. Maar de grenslijn zelf bleef opmerkelijk stabiel.

Geloof aan de andere kant

De grens had ook een godsdienstige betekenis. Na de Reformatie werd het Gelderse gebied overwegend protestants bestuurd, terwijl Münster katholiek bleef. Voor katholieken uit de grensstreek kon de andere kant daardoor juist een uitwijkplaats zijn. Kerkbezoek en religieuze contacten hielden de verbinding met het Münsterland levend, ook wanneer de politieke grens scherper werd bewaakt.

Een tastbare herinnering aan die situatie is de Kruiskapel bij Hemden, net over de grens. Zulke plekken laten zien dat de grens niet alleen bepaalde waar een overheid ophield, maar ook waar mensen naar alternatieven zochten wanneer iets aan hun eigen kant niet mogelijk was.

Bocholt wordt economisch steeds belangrijker

In de negentiende eeuw kreeg Bocholt een steeds grotere economische aantrekkingskracht. De stad groeide uit tot een belangrijk centrum van de textielindustrie. De invloed werkte beide kanten op. Vanuit Bocholt kwamen ondernemers en vakkennis naar Aalten; omgekeerd vonden veel Aaltenaren werk in Duitse fabrieken.

In 1826 vestigde de eerste Driessen uit Bocholt zich in Aalten. Dat jaar geldt lokaal als het beginpunt van de industriële ontwikkeling van de Aaltense textielnijverheid. De geschiedenis van de Aaltense textielindustrie is daarmee vanaf het begin nauw met Bocholt verbonden. Meer hierover staat bij De textielfamilie Driessen.

Dagelijks naar het werk in Bocholt

Aan het einde van de negentiende eeuw nam de grensarbeid sterk toe. Rond 1900 werkten honderden inwoners van Aalten, Bredevoort en de omliggende buurtschappen in Bocholt, vooral in textielfabrieken en in de bouw. De geograaf H. Blink schreef in 1904 dat dagelijks ongeveer 150 arbeiders uit Aalten naar Bocholt gingen. Grote door paarden getrokken wagens brachten hen ’s morgens naar Duitsland en ’s avonds terug.

Het bevolkingsregister van Aalten maakt die grensarbeid heel concreet. Bij veel inwoners werd de werkgever genoteerd. Daardoor zijn inmiddels tientallen Aaltense arbeiders aan specifieke Bocholter bedrijven te koppelen, zoals Gebr. Driessen, Ludwig Schwartz, Gebr. Braunschweig, Von Velsen en Franz Beckmann. Het overzicht staat in Grensarbeiders Aalten-Bocholt rond 1900.

Duits geld in Aalten

De grensarbeid had zelfs invloed op het dagelijks betalingsverkeer. Arbeiders kregen hun loon in Duitse Marken en brachten dat geld mee naar huis. Winkeliers in Aalten accepteerden het, waardoor Duits geld rond 1900 in de plaatselijke economie heel gewoon werd. Dat zegt misschien nog meer over de verwevenheid van Aalten en Bocholt dan officiële verdragen doen: voor veel gezinnen kwam het huishoudgeld letterlijk van de andere kant van de grens.

In 1914 veranderde die situatie. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd het gebruik van Duits geld als dagelijks betaalmiddel problematisch en werd het officieel tegengegaan. Zie ook Duits geld als dagelijks betaalmiddel.

De tram naar Bocholt

De economische verbinding kreeg in 1910 ook letterlijk rails. De tramlijn Lichtenvoorde–Aalten–Bocholt maakte vervoer van mensen en goederen gemakkelijker. Voor grensarbeiders betekende dat een alternatief voor lopen, fietsen of de arbeiderswagens.

De lijn benadrukte hoe vanzelfsprekend Bocholt voor Aalten als regionale stad functioneerde. De dichtstbijzijnde grote stedelijke en industriële voorzieningen lagen niet alleen westwaarts in Nederland, maar ook zuidwaarts over de grens.

Oorlog maakt de grens harder

In vredestijd kon de grens betrekkelijk soepel worden gepasseerd, maar internationale spanningen maakten haar onmiddellijk voelbaar. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef Nederland neutraal terwijl Duitsland oorlog voerde. Controle op personen en goederen werd daardoor veel strenger. Oude familie- en handelsroutes kregen opeens te maken met militaire en douaneregels.

Ook later bleef de grens afhankelijk van de politieke situatie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verdwenen de normale verhoudingen opnieuw. Na 1945 keerden douane en grenscontrole terug als onderdeel van het gewone grensverkeer.

Buren in moeilijke tijden

De grens betekende niet alleen concurrentie of controle. In tijden van nood kon juist de nabijheid van Bocholt tot hulp leiden. In 1922, toen in Duitsland grote economische problemen heersten, organiseerden inwoners van Aalten voedselhulp voor Bocholt. Het verhaal is bewaard gebleven in Voedselhulp aan Bocholt.

Ook overheden werkten praktisch samen. In 1926 berichtten kranten over de goede samenwerking tussen de politie van Aalten en Bocholt bij grensoverschrijdende criminaliteit. Het bestaan van de grens maakte samenwerking soms juist noodzakelijk.

Smokkel en grensincidenten

Zolang prijzen, belastingen en regels aan weerszijden verschilden, bood de grens ook mogelijkheden voor smokkel. Sommige verhalen zijn bijna komisch; andere eindigden tragisch. In 1932 werd Wilhelm Buss bij de grens doodgeschoten omdat hij voor smokkelaar werd gehouden. Later bleek dat beeld niet te kloppen. Het verhaal staat beschreven in Doodgeschoten ‘smokkelaar’ blijkt onschuldig.

Juist zulke incidenten maken zichtbaar dat de grens twee gezichten had. Voor de ene inwoner was zij een dagelijkse route naar werk of familie; voor de andere een streng bewaakte lijn waar douane, politie of marechaussee konden ingrijpen.

Van Hamelandroute naar open grens

Na de Tweede Wereldoorlog groeide de grensoverschrijdende samenwerking opnieuw. Wegen werden verbeterd en in 1966 werd de Hamelandroute geopend. Daarmee kreeg de verbinding richting Bocholt en het Duitse achterland een modernere vorm.

De grootste verandering kwam uiteindelijk niet door een nieuwe weg, maar doordat de grenscontrole zelf steeds minder belangrijk werd. Op 26 maart 1995 trad de Schengenregeling voor Nederland en Duitsland volledig in werking. De gewone personencontroles aan de binnengrens verdwenen. Grensstenen bleven staan, maar voor dagelijks verkeer werd de lijn veel minder voelbaar.

Een grens die verbindt

De geschiedenis van Aalten en Bocholt laat zien dat een grens niet alleen een scheiding is. Juist verschillen tussen twee landen konden verkeer veroorzaken: mensen gingen naar de andere kant voor werk, loon, winkels, kerken of goedkopere goederen. Tegelijk dwongen oorlog, smokkel en wetgeving overheden steeds opnieuw om de grens te bewaken.

De stenen van 1766 markeren nog altijd dezelfde lijn in het landschap. Maar wie naar de mensen kijkt, ziet vooral beweging eroverheen. Dat maakt de grens met Bocholt tot een van de meest blijvende thema’s in de geschiedenis van Aalten.

Bronnen