Johannes Hendrik Frederik Gangel was van 1879 tot 1895 predikant in Aalten. Hij kwam er als hervormd predikant, maar koos in 1887 tijdens de Doleantie voor de groep die zich van de Nederlandse Hervormde Kerk losmaakte. Daarmee speelde hij een belangrijke rol in een periode waarin de kerkelijke verhoudingen in Aalten sterk veranderden.
Gangel werd op 7 december 1839 in Appeltern geboren als zoon van Bernardus Gangel en Christina Leemhorst. In 1871 werd hij kandidaat voor het predikantschap. Zijn eerste gemeente was Hoenderloo; in 1875 vertrok hij naar Lemmer.
Op 6 augustus 1874 trouwde hij in Doesburg met Alida Johanna Hillegonda Buchler, geboren in Doesburg in 1836. In de huwelijksakte staat Gangel vermeld als predikant.
Naar Aalten
In 1879 werd Gangel beroepen naar de Hervormde Gemeente van Aalten. Hij volgde er de vrijzinnige predikant C.A. Klinkenberg op. De nieuwe predikant behoorde zelf tot de rechtzinnige, orthodoxe richting binnen de Hervormde Kerk. Daarmee kwam hij terecht in een gemeente waarin verschillende kerkelijke richtingen naast elkaar bestonden.
Dat leidde al vroeg tot spanningen. Zijn oudere collega Carel Frans Sebald Pape was vrijzinnig. Toen Pape wegens ziekte iemand aanwees om zijn catechisaties waar te nemen, ontstond verschil van mening over wie daartoe bevoegd was. Ook rond het christelijk onderwijs ontstonden conflicten tussen Gangel, de kerkvoogden en andere kerkelijke groeperingen in Aalten.
Na het vertrek van Pape kreeg Gangel vanaf 1882 Henri Albertus van Oostrom Soede als collega. Ook tussen deze beide predikanten waren de kerkelijke verschillen groot. Binnen de Hervormde Gemeente ontstonden gaandeweg twee duidelijk van elkaar onderscheiden groepen.
De Doleantie
De tegenstellingen bereikten in 1887 een hoogtepunt. Op 15 februari 1887 besloot een meerderheid van de Aaltense kerkenraad zich los te maken van de hervormde kerkelijke besturen. Gangel ging met deze Doleantie mee; Van Oostrom Soede bleef binnen de Nederlandse Hervormde Kerk.
Daarop ontstond ook een conflict over het gebruik van de hervormde kerk. In maart 1887 liepen de spanningen zo hoog op dat de overheid militairen naar Aalten stuurde om de orde te bewaren. De Dolerenden bouwden vervolgens een houten noodkerk aan de Varsseveldsestraatweg, de later zo genoemde Plankenkerk, die op 1 mei 1887 in gebruik werd genomen.
Gangel werd daarmee predikant van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende) te Aalten. Nadat de oude hervormde pastorie moest worden teruggegeven, kreeg de nieuwe gemeente in 1888 een eigen pastorie aan de Hogestraat. Enkele jaren later kwam daarnaast een stenen kerkgebouw tot stand, de latere Westerkerk. Gangel was een sterk voorstander van de bouw van die kerk.
Ook binnen de nieuwe gemeente verliep niet alles zonder verschil van mening. Er waren discussies over de kerkbouw, de financiering ervan en de verdeling van het pastorale werk. In 1888 overwoog Gangel Aalten zelfs te verlaten, maar op aandringen van gemeenteleden bleef hij.

Vertrek uit Aalten
In 1895 kwam na ongeveer zestien jaar een einde aan Gangels verblijf in Aalten. Op 28 april 1895 nam hij afscheid en vertrok naar de Gereformeerde Kerk van Rijswijk. Een jaar later werd hij predikant in Voorst. In 1900 verliet hij de Gereformeerde Kerken en keerde hij terug naar de Nederlandse Hervormde Kerk. Vanaf 1903 was hij hervormd predikant in Werkhoven.
Gangel overleed op 27 juli 1908 in Arnhem, 68 jaar oud.
