In de negentiende eeuw was onderwijs nauw verbonden met kerkelijke verhoudingen. Ook in Aalten wilden verschillende protestantse groepen christelijk onderwijs voor hun kinderen, maar zij verschilden van mening over de vraag wie daarover zeggenschap moest hebben. In de jaren rond 1880 leidde dat tot een plaatselijke schoolstrijd.
Een christelijke school
Ds. Derk Breukelaar stelde al in 1853 voor om in Aalten een christelijke school te stichten. Het duurde nog jaren voordat dat plan werkelijkheid werd. In 1868 werd een schoolvereniging opgericht en op 1 december 1869 opende aan de Bredevoortsestraat de School met den Bijbel.
De school kwam voort uit de kring van de Afgescheidenen, maar het bestuur werd bewust niet als kerkelijk bestuur ingericht. Daardoor konden ook kinderen uit hervormde gezinnen de school bezoeken. Dat gebeurde op grote schaal. Voor gezinnen die het schoolgeld niet konden betalen, bestond een suppletiefonds dat onder meer met kerkelijke collecten werd gevuld.
Gangel en de hervormde ouders
Toen ds. J.H.F. Gangel in 1879 als rechtzinnig hervormd predikant naar Aalten kwam, zette ook hij zich sterk in voor christelijk onderwijs. Hij wilde dat de Hervormde Gemeente financieel bijdroeg aan het schoolgeld van hervormde kinderen, maar verlangde daar tegenover ook hervormde vertegenwoordiging in het schoolbestuur.
Het bestaande bestuur wilde die invloed niet toestaan. Men vreesde dat daarmee het eigen karakter van de school zou veranderen. Ook bij bestuursverkiezingen kregen hervormde betrokkenen geen stem. Het meningsverschil groeide uit tot een conflict tussen Gangel en onder anderen Breukelaar, die voorzitter van het schoolbestuur was.
Gangel legde de kwestie uiteindelijk voor aan de kantonrechter, maar kreeg daar geen gelijk. Vervolgens werd vanuit hervormde kring een eigen christelijke lagere school aan de Hogestraat opgericht. Schoolhoofd Siebel verliet de bestaande School met den Bijbel en ging naar de nieuwe hervormde school.
School en Evangelie
Ook een lezing over christelijk onderwijs leidde tot onenigheid binnen de Hervormde Gemeente. Gangel wilde een vertegenwoordiger van de Unie School en Evangelie in de Oude Helenakerk laten spreken. De kerkvoogden weigerden toestemming. Meer dan zestig gemeenteleden, onder wie Gangels vrijzinnige collega ds. C.F.S. Pape, steunden dat besluit. De Christelijke Gereformeerde Gemeente stelde haar eigen kerkgebouw vervolgens wel voor de lezing beschikbaar.
Meer dan een schoolkwestie
De schoolstrijd ging dus niet over de vraag óf er christelijk onderwijs moest zijn. Zowel de Afgescheidenen als de orthodox-hervormden vonden dat belangrijk. Het conflict draaide vooral om bestuur, invloed en de kerkelijke richting van de school.
Daarmee liet de schoolkwestie zien hoe sterk de kerkelijke verhoudingen in Aalten in de jaren 1880 onder spanning stonden. Enkele jaren later, in 1887, ging een deel van de Hervormde Gemeente onder leiding van Gangel mee met de Doleantie. Die bredere ontwikkeling wordt beschreven in Afscheiding en Doleantie in Aalten.
