De drost vertegenwoordigde in de Heerlijkheid Bredevoort de landsheer of pandheer en had bestuurlijke, rechterlijke en vaak ook militaire verantwoordelijkheden. Het ambt veranderde in de loop van de eeuwen en werd geregeld door een plaatsvervanger waargenomen. Daarom kunnen ambtsperioden elkaar in de bronnen overlappen.
Hieronder staan de drosten en verwalter-drosten van de Heerlijkheid Bredevoort. De lijst is gebaseerd op archiefstukken, het hofboek, het Nassause ambtboek en de voorlopige inventarisatie van E.M. Smilda. Waar contemporaine stukken slechts een deel van een ambtsperiode bewijzen, wordt dat hieronder zo voorzichtig mogelijk weergegeven.
Bronnoot: functies liepen soms in elkaar over. Zo wordt Evert van Lintelo in het hofboek meestal richter genoemd en in 1520 expliciet drost én richter. Johan van Isendoorn verschijnt eerder als hofschulte/stadhouder en hofrichter; in stukken van 1557 noemt het hofboek hem rechtstreeks “Droste” en “Amptman und Droste”. Voor Hendrik van Isendoorn is de precieze afbakening met Johan nog niet even rechtstreeks uit deze primaire stukken vastgesteld. Een jaartal in de tabel betekent daarom niet automatisch dat iemand gedurende elk tussenliggend jaar onder precies dezelfde titel functioneerde.
Drosten
Na het einde van de heerlijkheid
Na 1795 veranderde het bestuurlijke stelsel ingrijpend. De oude heerlijke positie van de drost verdween en in 1798 werden de heerlijke bestuursrechten formeel afgeschaft. Willem Passchen, die in bronnen uit de Bataafs-Franse overgangstijd als drost van Bredevoort wordt aangeduid, hoort daarom niet meer in dezelfde reeks als de drosten van de oude Heerlijkheid. Zijn functie wordt behandeld bij de overgang van Heerlijkheid naar Ambt Bredevoort.
Verwalter-drosten
| Periode | Naam |
|---|---|
| 1692-1696 | Rutger Keijser |
| 1703-1712 | Diederik Volmer |
| 1715-1726 | Reijnier Jurrien van Coeverden |
| 1728-1735 | Theodor de Lalane du Thay |
| 1736-1746 | Derk Hoppenbrouwer |
| 1746-1751 | Willem Sigismund Hecking |
| 1751-1759 | Benjamin Satink |
| 1759-1768 | Hendrik Arnold Bom |
| 1768-? | Herman Willem Aberson |
