Borgmannen en het ontstaan van Bredevoort

Op 14 november 1388 wordt Bredevoort in een Gelderse oorkonde voor het eerst expliciet als stad aangeduid. Een afzonderlijke algemene stadsrechtverlening is niet overgeleverd.

De ontwikkeling van Bredevoort is nauw verbonden met de middeleeuwse burcht. Vanaf de late middeleeuwen zijn in de bronnen borgmannen aantoonbaar: mannen die de heer bij de verdediging van kasteel en stad moesten bijstaan en daarvoor rechten en goederen genoten. Zij helpen verklaren hoe Bredevoort zich als borgmannenstad ontwikkelde, al is niet ieder stadium van die stedelijke groei precies te dateren.

Een nederzetting bij de burcht

De geschiedenis van Bredevoort is nauw verbonden met het kasteel van Bredevoort. De burcht wordt in 1188 voor het eerst betrouwbaar in de schriftelijke bronnen genoemd. Rond zo’n versterkte plaats waren mensen nodig die de heer konden bijstaan, het kasteel bewaakten en in tijden van gevaar meevochten.

Uit de bronnen blijkt dat borgmannen aan Bredevoort verbonden waren. Het waren doorgaans mannen uit adellijke of riddermatige families. Hun band met Bredevoort was niet alleen militair: zij kregen goederen en rechten waarmee zij hun positie konden onderhouden. Waar hun vroegste woningen precies lagen en hoe de nederzetting zich stap voor stap rond de burcht ontwikkelde, is minder goed te reconstrueren.

Wat was een borgman?

Een borgman was letterlijk iemand die aan een burcht was verbonden. In ruil voor rechten, inkomsten of goederen moest hij zijn heer bijstaan bij de verdediging. Dat betekende dat hij in of dicht bij Bredevoort beschikbaar moest zijn wanneer kasteel en nederzetting gevaar liepen.

De goederen die bij zo’n functie hoorden, worden borglenen genoemd. Ze hoefden niet direct naast het kasteel te liggen. De inkomsten uit zulke goederen hielpen de borgman zijn militaire en bestuurlijke verplichtingen te dragen.

Van kasteelplaats naar stad

Wanneer Bredevoort precies als stad werd beschouwd, is niet met één bewaard gebleven stadsrecht vast te stellen. Wel is duidelijk dat de nederzetting in de veertiende eeuw al meer was dan alleen een kasteel met enkele woningen.

In de akte waarmee hertog Willem van Gulik Bredevoort op 14 november 1388 aan Hendrik III van Gemen verpandde, wordt gesproken over de “borch, huys ende stat tot Brederuoert”. Twee dagen later verschijnt opnieuw de formulering burcht, huis, stad en ambt. Bredevoort werd toen dus in officiële stukken als stad aangeduid.

Een afzonderlijke oorkonde waarin stadsrechten aan Bredevoort worden verleend, is niet bekend. Daarom is het beter niet één exact jaar als het moment van de ‘stadswording’ aan te wijzen. Bredevoort ontwikkelde zich geleidelijk van burchtnederzetting tot een kleine versterkte stad met eigen rechten en een bijzondere positie binnen de heerlijkheid.

Steeds meer borgmannen

Uit de bronnen is te volgen hoe de groep borgmannen groeide. In 1376 worden drie borgmannen genoemd. In 1402 en 1403 zijn het er zes. Aan het einde van de vijftiende eeuw waren er nog altijd meerdere borgmannen aan Bredevoort verbonden.

Dat zegt iets over de betekenis van Bredevoort. De burcht bewaakte een strategische positie in het grensgebied tussen Gelre en Münster. Een heer die Bredevoort beheerste, had er daarom belang bij voldoende betrouwbare mannen aan zich te binden die de plaats konden verdedigen.

Privilegies in 1503

Op 25 mei 1503 bevestigde pandheer Everwijn van Bentheim-Steinfurt de privileges van de Bredevoortse borgmannen. Zij kregen rechten die volgens de akte vergelijkbaar waren met rechten die burgers van Zutphen genoten. De bepalingen gingen onder meer over gebruik van weiden en brandhout, beperkte rechtspraak over eigen personeel en horigen, waterbeheer en tolrechten.

Deze akte wordt soms voorgesteld als het moment waarop Bredevoort stadsrechten kreeg. Dat gaat verder dan de bron toelaat. De akte bevestigt privileges van de borgmannen; zij is geen bewaard gebleven algemene stadsrechtverlening aan alle inwoners. Bredevoort werd bovendien al in 1388 als stad aangeduid.

Meer dan soldaten

De borgmannen waren niet uitsluitend militaire verdedigers. Naarmate Bredevoort zich ontwikkelde, raakten zij ook bij bestuur en lokale rechtspraak betrokken. Daarmee behoorden zij tot de kleine groep mensen die in de middeleeuwse en vroegmoderne stad een bestuurlijke positie innamen.

Hun positie moet echter niet worden verward met het latere bestuur door de drost, richter, landschrijver en andere ambtenaren. In de zestiende eeuw veranderde de militaire organisatie. De verdediging van Bredevoort kwam steeds meer in handen van een betaald garnizoen, waardoor de oorspronkelijke militaire functie van de borgmannen naar de achtergrond verdween.

De stad verandert

Ook ruimtelijk veranderde Bredevoort. De vroegere borgmanplaatsen werden in de loop van de tijd verder verkaveld en bebouwd. Waar aanvankelijk vooral mensen woonden die direct aan kasteel en verdediging waren verbonden, ontstond een stedelijke woonomgeving met ambtenaren, ambachtslieden, soldaten en andere inwoners.

De kaart van Jacob van Deventer uit de zestiende eeuw laat die ontwikkeling goed zien: kasteel en stad liggen naast elkaar en hebben ieder hun eigen verdedigingsstructuur. Bredevoort bleef daardoor een opvallende combinatie van kasteelplaats, vesting en bestuurscentrum.

Sporen van de borgmannen

Van de middeleeuwse borgmanplaatsen is bovengronds weinig met zekerheid aan te wijzen. De monumentenliteratuur noemt het diepe huis aan de Markt met een achtergevel uit 1613 als waarschijnlijk het enige bewaard gebleven voorbeeld van een borgmanshuis. Op Old Aalten wordt dit historische pand tegenwoordig behandeld bij Bakkerij Swijtink.

Ook hier is voorzichtigheid nodig. Een zeventiende-eeuws huis is geen ongewijzigde woning van een borgman uit de dertiende of veertiende eeuw. Het gebouw laat vooral zien dat de oudere structuur van borgmanplaatsen nog lang invloed kon hebben op de bebouwing van Bredevoort.

Een bijzondere oorsprong

De borgmannen helpen verklaren waarom Bredevoort anders groeide dan veel omliggende dorpen. De nederzetting ontwikkelde zich in de directe invloedssfeer van een burcht en haar heer. Verdediging, bestuur en bewoning waren vanaf het begin nauw met elkaar verbonden.

Daarmee vormen de borgmannen de schakel tussen twee fasen in de geschiedenis: het middeleeuwse kasteel van Bredevoort en de latere stad die het bestuurlijke centrum werd van een gebied waartoe ook Aalten, Dinxperlo en Winterswijk behoorden.

Bronnen