Overzicht
Toni Stapelkamp was een boerenzoon uit de Aaltense Heurne. Hij diende in de Nationale Militie en werd onderscheiden voor zijn deelname aan de Tiendaagse Veldtocht en de verdediging van de Citadel van Antwerpen.
Toni (ook wel geschreven als Tonij en Antonij) Stapelkamp, werd geboren op 30 juli 1807, in de Franse Tijd. Hij was de derde zoon van Hendrik Willem Stapelkamp en Johanna Elisabeth Slotboom en de betovergrootvader van onze huidige burgemeester, Anton Stapelkamp. Toni was de laatste Stapelkamp die werd geboren op de gelijknamige boerderij in de Aaltense Heurne.

In 1814, toen Toni pas zeven jaar oud was, overleed zijn vader. Dit zal de financiële omstandigheden van het gezin aanzienlijk verslechterd hebben, vooral in een tijd waarin men al zuchtte onder de negatieve gevolgen van de Franse overheersing. Stadhouder Willem V, de Heer van Bredevoort, was zijn rechten kwijtgeraakt en daardoor ook de Drossaard Van Palland zijn positie. Boerderij Stapelkamp werd dan ook verkocht in deze periode.
Profession
As the youngest son, Toni had to find employment elsewhere at a very early age. Without the breadwinner, the small-scale Stapelkamp farm could not have fed so many mouths.
Volgens het bevolkingsregister van 1809-1823 woonde en werkte hij destijds als knecht bij Derk Jan Haartman op boerderij Haartman op de Haart. Hij was toen hoogstens vijftien jaar oud en was mogelijk al op zijn twaalfde of dertiende het huis uit gegaan. Zijn oudere zus Engelina woonde en werkte er ook, als meid.
It is notable that this Haartman sold his farm to the Te Roele family and emigrated with his family to the US in 1846 on the SS Hector. The Te Roele family still lives on the farm in 2022.
In het bevolkingsregister van 1823-1838 staat Toni ingeschreven, nog steeds als knecht, bij Jan Hendrik Drenthel op boerderij Drenthel, ook op de Haart, maar nu zonder zijn zus Engelina. In de bevolkingsregisters van 1838-1861 staat Toni eerst als arbeider vermeld en later als landbouwer (1860-1890).
Military Service and Awards
According to the Decree of 15 February 1827 published in the Provinciaal Blad van Gelderland, Toni was summoned to appear as a reservist of the National Militia at the ‘Government Building’ in Arnhem on 27 February at 08:00. Together with 223 other men—including five other men from Aalten—he had to serve in the 7th Infantry Division.
He had to report to his corps on 1 March. Municipal authorities were required to ensure that they were provided with leave passes. In addition to this 7th Infantry Division, 373 other men from Gelderland were called up for a 13th Infantry Division, also including five men from Aalten, a 4th Artillery Battalion with 59 men, and a 1st Field Artillery Battalion with 28 men.
Toni received decorations for his service during the Belgian Revolt: specifically, his participation in the Ten Days’ Campaign in 1830 (the Bronze Cross) and the defence of the Citadel of Antwerp against French troops in 1832 (the Citadel Medal and the Medal of the Commission of Merit).

Marriage and Family Life
Na zijn militaire loopbaan vestigde Toni zich op boerderij Lichterink in Barlo, waar hij als knecht werkte. In 1839 vertrok hij naar boerderij Wissink in Miste, ook als knecht. Hij trouwde op 7 mei 1842, op bijna 35-jarige leeftijd, met de bijna 33-jarige Janna Geertruid Westerveld (1809-1887) uit Dinxperlo. Zij was weduwe van Derk Lammers.
De huwelijksakte, opgesteld door burgemeester Roelvink, vermeldt dat Toni en Janna landbouwers waren. De akte vermeldt ook dat Toni, Janna en drie van de vier getuigen – waaronder zijn broer en Garrit Hendrik – niet kon lezen en schrijven “als hebbende zulks niet geleerd”, zoals zo velen in die tijd.
Toni trok in 1842 bij haar in, in de woning aan de Hogestraat (tegenwoordig nummer 26). Naast Toni en Janna stonden op dit adres ook twee dochters en een zoon uit Janna’s eerste huwelijk ingeschreven: Aleida, Rebekka Berendina en Evert Hendrik Lammers. Verder werden als inwonende personen nog vermeld: Janna’s voormalige schoonmoeder Elisabeth Loos en Aleida Klompenhouwer, naaister.

Toni and Janna had three children: Dora Willemina (1843–1924), Gerrit Jan (1846–1848), and Gerrit Jan (1849–1935), the great-grandfather of our mayor. In 1855, a stillborn child was born. From 1875, his daughter-in-law Hendrika te Sligte lived with them, as did the first three children.
In 1853, Janna had a will drawn up. A private deed shows that in 1862, Toni purchased “a small house with grounds, standing and situated on the Hoogestraat within the village of Aalten and known there cadastrally in Section I number 1372, one rod and thirty ells in size” for 150 guilders. One of the sellers was Jan Hendrik Schepers, who was imprisoned in Leeuwarden at the time. The mentioned plot concerns Hogestraat 26.
Later Life and Death
In a report dated 30 November 1882, Toni was mentioned as one of the last two surviving defenders of the Antwerp citadel. It is noted that both were living in “needy circumstances.” This is remarkable, given that his thirty-three-year-old son, Gerrit Jan, was living with him with his wife, and he surely must have had an income.

Toni overleefde al zijn broers en overleed op 8 december 1889, op 82-jarige leeftijd. De aangifte van overlijden werd gedaan door zijn naobers Derk Jan Heusinkveld (Hogestraat 28) en Berend te Slaa (Hogestraat 24). Zijn vrouw Janna was in 1887 al gestorven, 78 jaar oud. Ondanks hun late huwelijk vierden ze nog hun gouden huwelijksjubileum. Dat zal niet velen gegeven zijn in die negentiende eeuw op het verarmde Achterhoekse platteland.
Toni must have heard about the ecclesiastical developments surrounding the Secession and the first seceded congregation in 1843. In the 1838–1851 population register, he was listed as Reformed, but in all subsequent records until his death, as Dutch Reformed. Around 1850, several Stapelkamp family members left with other seceded Achterhoekers for Iowa, Wisconsin, and Michigan in the United States.
