Algemeen Dagblad, 28 juli 1962
VAN VANDAAG AF TE KOOP
ROTTERDAM. — Hebt u er als huisvrouw zin in uw huisgenoten zondag eens iets totaal anders voor te schotelen? De kussa (spreek uit koessa) biedt uitkomst. De kussa is dé ontdekking in Nederland op het gebied van groente sinds de import van de tomaat.

Tussen de kussa’s en de tomaat waren er nog de rode spruitjes als nieuwe groente, maar die bleken een mislukking. Vandaag is de nieuwe groente voor het eerst in de meeste groentewinkels en supermarkten in het westen van het land verkrijgbaar. Gisteren was daarvoor in Rotterdam de eerste belangrijke veiling. Vanaf aanstaande maandag start in het gehele land een reeks veilingen, zodat de kussa’s spoedig haast overal verkrijgbaar zullen zijn.
Uit Indië
In Rotterdam werden gisteren 1350 kussa’s geveild, die per stuk 22 a 25 cent opbrachten. In de winkels zal die prijs ongeveer 35 a 40 cent worden. Zaadhandelaar Bulten uit Aalten in Gelderland is met de kweek van kussa’s begonnen. Hij importeerde het zaad uit Zuid-oost Azië. De kussa wordt veel in Indië en China gegeten en is familie van de komkommer. Na enkele proefnemingen bleek de plant het wonderwel in het Nederlandse klimaat te doen. Kassen bleken er niet voor nodig. De oogsttijd is omstreeks juli, augustus en september. Wat de boer niet kent dat lust hij niet, is een spreekwoord dat bij het kweken van kussa’s niet opging. In een jaar tijd begonnen 350 Nederlandse boeren en tuinders met de kweek van kussa’s. Zij hadden er vertrouwen in dat de nieuwe groente bij de huisvrouw zou inslaan. De meeste kwekerijen bevinden zich in Limburg, boven Venlo, verder in de provincie Utrecht en op de Zuidhollandse eilanden.
Ook rauw
De een vergelijkt de smaak van de kussa met die van radijsjes, de ander met die van rauwe bloemkool en een derde met de smaak van asperges. Voor de huisvrouw biedt de kussa voordelen die in alle opzichten „modern” genoemd kunnen worden. In de eerste plaats de prijs. Een kussa kost hoogstens vijftig cent en kan als groente dienen voor een gezin van vier personen. De groente is in een wip schoongerrtaakt (geschild), blijft drie dagen goed en is in tien minuten gekookt. De vrucht geeft heel weinig vocht af zodat het bereiden van slaatjes bijvoorbeeld heel lang van te voren kan geschieden, hetgeen bij komkommer niet het geval was. Behalve gekookt kan de kussa ook gesmoord en gebakken worden. Rauw in plakjes op het brood moet lekker en gezond zijn. Men is er trouwens druk mee bezig te onderzoeken welke vitaminen de vrucht naast de aanwezige mineralen bevat.
Wennen
Natuurlijk zal het eten van de kussa voor velen een kwestie van wennen zijn. Toch wordt er verwacht dat de weg van de kussa naar de maag van de Nederlanders niet zo lang en moeilijk zal zijn als de weg die de tomaat indertijd maakte.
Kussa, nieuwe vrucht met veel mogelijkheden
Nieuwe Eindhovense Krant, 1 augustus 1962
Zaadimporteur is al „los”

AALTEN, 1 aug. — Toen de Eerste Wereldoorlog nog verre toekomst was, maakte Nederland kennis met de tomaat. Het was een aarzelende kennismaking, want ofschoon lang niet elke Nederlander landbouwer is, geldt voor vrijwel elke bewoner van dit lage land dat, wat de boer niet kent, niet gegeten wordt. Misschien is het daardoor gekomen, dat na de tomaat eigenlijk niets nieuws in de Nederlandse tuinderijen verschenen is. Maar sedert enkele dagen prijkt eindelijk weer een nieuwe vrucht van Nederlandse bodem op de veilingen: De kussa, afkomstig uit Zuid-Azië, die zich wonderlijk goed thuisvoelt in de volle Nederlandse grond en onder de allesbehalve ideale klimatologische omstandigheden, waaronder wij veroordeeld zijn te leven.
Afgelopen vrijdag zijnde eerste grote hoeveelheden van de kussa in Rotterdam geveild en ook de Venlose veiling heeft al heel wat kistjes van het nieuwe goed gezien. Eigenlijk werd de kussa verleden jaar al hier en daar op bescheiden schaal aangevoerd, want toen waren de experimenten met het nieuwe goed al begonnen. Er stond o.a. in Lonneker een veldje bij de heer H.J. ter Bekke. Maar toen wist eigenlijk geen enkele veilingmeester, wat hij met de vreemde vrucht moest beginnen. Het is gebeurd, dat een veilingmeester, die het spul onder de naam „kussa” aangevoerd kreeg, op de documenten die naam doorstreepte en er op eigen houtje „Aubergines” van maakte. Voor de al te oppervlakkige kijker ziet de kussa er inderdaad als een soort aubergine uit, al lopen over de nieuwe vrucht enkele dikke ribben.
Verwarring
De verwarring over het nieuwe produkt is nog niet helemaal uitgewoed. Zelfs sommige kwekers weten nog niet helemaal raad met de kussa, die, rijp en volwassen, een witte tot zachtgroene kleur heeft en een lengte moet hebben van 22 tot 25 centimeter. Er zijn in Rotterdam kleine krieltjes aangevoerd, die desondanks acht cent per stuk opbrachten. Voor de groten is daar verleden week vrijdag grif 38 cent betaald. „Een beste prijs”, zegt de heer A. Bulten uit Aalten, die verleden jaar het kussazaad op de Nederlandse markt heeft gebracht bij wijze van experiment en die op die ogenblik geen gram meer zou kunnen leveren, om de eenvoudige reden dat de kwekers hem iedere nieuwe voorraad onder de handen „wegstelen”. En het zaad moet worden geïmporteerd: pogingen, om in Nederland kussazaad te winnen, hebben nog geen bevredigend resultaat opgeleverd.
Er zit goud in
Een kussaveldje ziet er voor de oppervlakkige beschouwer uit als een rabarberveld: De kussastruikjes bereiken eenzelfde hoogte als vlot uitgegroeide rabarber en ze lijken ook van blad wel een beetje op dit produkt. Maar bij nadere beschouwing valt die overeenkomst weg. Verscholen onder de bladeren toont de kussastruik (een ver familielid van de komkommer, maar noem het alstublieft niet zo) zijn prachtige gele bloemen, waarvan de vijfpuntige kelk een doorsnee van vijftien centimeter heeft. En dan zijn daar natuurlijk de vruchten: tien tot twintig per plant. Daar zit voor de kwekers letterlijk goud in, want de kussa vertoont de eigenaardigheid meer vruchten te produceren, naarmate er meer geplukt worden. Bovendien zijn de planten bijzonder snel groot: Tussen zaaien en oogsten verlopen amper 65 dagen. Als de vrucht eenmaal haar „groei” te pakken heeft, komt er dagelijks 1,5 centimeter bij. De heer Bulten in Aalten snapt het succes van de nieuwe vrucht eigenlijk nog niet. Na zijn eerste zaadleveringen had hij uitgerekend, dat er dit jaar zo ongeveer vijf miljoen kussavruchten aan de markt zouden komen en hij had slapeloze nachten bij de gedachte, dat er nooit genoeg Nederlanders gevonden zouden kunnen worden om die voorraad op te eten. Hij kan er gerust op zijn. Zelfs al zouden de Nederlanders niet gevonden worden, dan zijn er nog altijd de Belgen, die er al een oogje aan gewaagd hebben en op de Venlose veiling zitten Duitse kopers genoeg, om het Roergebied en het Rijnland ermee te overstromen.
In de etalage
Hier en daar in Nederland lokt de kussa, netjes in kistjes verpakt, al in de etalage van de groentehandelaar, die net als de kweker blij is met het nieuwe produkt. Want de kussa is weinig kwetsbaar. Er kan eens met een kistje gegooid worden, zonder dat er stukken komen en bovendien houdt de geplukte kussa zich bijzonder lang goed. Zij kan gemakkelijk twee weken in de kelder liggen zonder iets aan kwaliteit of smaak in te boeten. Ja, die smaak. Die zweemt een beetje naar asperges, maar is het toch niet helemaal. Er zijn al mensen geweest, die gezegd hebben, dat de kussa naar niets smaakt, maar zwartkijkers zullen er altijd blijven. Voor de huisvrouw biedt de nieuwe vrucht in ieder geval mogelijkheden tot variëteit te over. De kussa kan als moes bereid worden, als salade, men kan er pasteitjes van maken, men kan haar stoven en bakken. Nederlandse keukenprinsessen maken er zich nu meester van, om er nieuwe recepten mee te bedenken.
Zaadje uit „een ver land”
Algemeen Handelsblad, 3 augustus 1962
Een nieuwe groente is de op de Nederlandse markt geïntroduceerd: kussa. Het is een komkommerachtige vrucht, wit van kleur met nogal stevig vruchtvlees. De talloze verwerkingsmogelijkheden en de houdbaarheid maken kussa tot een buitengewoon aantrekkelijke groente. Maar helemaal nieuw is het bepaald niet. Het is een mergkalebas, dat wil zeggen één van de vele variëteiten, die als eetbare kalebas over de wereld bekend zijn. Bij velen zal kussa terecht herinneringen hebben opgeroepen aan Italiaanse marktjes, aan zucchetti.
Voor de aardigheid hebben we nog een aantal buitenlandse benamingen opgezocht. Het zijn fantasierijke namen: Abobora (Portugal), Calabaza (Spanje), Courge à la Moelle (Frankrijk), Squash (Amerika), Tok (Hongarije), Tikwa (Rusland), Graskar (Denemarken), Gourd (Engeland).
In de oorlogsjaren hebben volkstuinders met matig succes de kalebasjes gekweekt om toch enige groente te kunnen oogsten. Bekend zijn hier wel de gele reuze pompoenen, die tuinders op composthopen kweken en waarvan de opbrengst 1 / 2 tot 7 gulden per stuk kan zijn. Scheepskoks gebruiken van tijd tot tijd schijfjes uit deze omvangrijke vrucht voor soep en dergelijke en zij kunnen daar maanden mee door gaan want de pompoen is houdbaar. Over de herkomst van kussa doet de jonge leider van het selectiebedrijf Bulten Zaden te Aalten buitengewoon vaag. „Uit een ver land” zegt hij romantisch.
Onze groenteboer meende met grote stelligheid, dat kussa uit Rusland is geïmporteerd. Wij veronderstellen echter dat het een ander (noordelijk) land is, waarschijnlijk Amerika. Want een van de goede eigenschappen van dit „nieuwe” kalebasje is het bestand zijn tegen koude en vochtigheid.
Het valt niet mee op tuinbouwgebied iets nieuws te vinden. De rode spruitjes zijn vele jaren geleden als laatste sensatie In de handel gebracht. Kussa-zaad is In 1961 door de Aaltense firma aan een beperkte kring tuinders aangeboden. De resultaten waren echter zo goed, dat in allerijl grotere hoeveelheden zaad in „het verre land” zijn besteld. Men verwacht, dat dit jaar de totale aanvoer van kussa twee tot drie miljoen vruchten zal bedragen. In het nuchtere veilinggebouw van Rotterdam-Zuid is een week geleden de eerste grote partij kussa van de koude grond aangevoerd.
Er zijn reeds 300 telers in den lande, die aangelokt door de voordelig schijnende verbouw (kussa is minder gevoelig dan de augurk) en de hogere opbrengst zijn omgeschakeld naar kussa. Als die opbrengst u interesseert: per roe (van 16 m²) 16 planten, elk twintig vruchten, geschatte opbrengst 10 cent, dat Is dertig gulden. En dat is 22 gulden meer per roe dan andijvie, die bewerkelijker is. Voor de amateur-tuinder, die wat groenten betreft eerder culinair dan commercieel denkt, nog een paar teeltgegevens: Men zaait april-mei in de volle grond, of in maart onder glas. De oogsttijd is ongeveer zestig dagen later, in juli en augustus. Kussa is vruchtdragend tot de inval van de eerste vorst. Men plukt de vruchten als zij 15 tot 25 cm lang zijn; zij kunnen enige weken worden bewaard, zonder dat de kwaliteit achteruit gaat. Nieuw of niet nieuw, kussa is het proberen waard.
Kussa: nieuwe zomergroente
Trouw, 4 augustus 1962
Er te een nieuwe zomergroente ontdekt, KUSSA genaamd. In de loop van deze week worden op verscheidene groenteveilingen in ons land hiervan voor het eerst belangrijke hoeveelheden geveild. Kussa is een komkommerachtige vrucht, waarvan de smaak ligt tussen die van bloemkool en asperges, en die van een komkommer aanzienlijk verschilt. Kussa-zaad wordt door ’t selectiebedrijf „Bulten Zaden” te Aalten geïntroduceerd.
De teelt van de groente is eenvoudig, de oogst overvloedig. De grootste oogst valt in juli en augustus. Kussa is van oorsprong een gewas uit de tropen en subtropen. De groente is gemakkelijk schoon te maken en kan ook rauw worden genuttigd. Voor degeen die kussa willen proberen een paar recepten.
Gekookte kussa
Wie van zeer zachte groente houdt, kookt de geschilde en in blokjes gesneden kussa met een weinig water in 5 minuten gaar. Laat de blokjes niet tot moes koken. De groente daarna met bloemkoolsaus overgieten en peper, zout en nootmuskaat toevoegen.
Gebakken kussa
1 dunne kussa, 60 a 60 gr. boter, een lepel zout met peper en nootmuskaat gemengd of een lepel selderijzout, eventueel wat tomatenpuree of tomatensap en fijn geknipte peterselie. Was de kussa, schil ze niet, maar snijd ze aan plakken van een halve cm of iets dikker. Bestrooi elke plak met wat zout met peper en nootmuskaat of selderijzout. Laat ze daarmee even staan. Er loopt dan wat sap uit, dat eventueel kan worden opgevangen en later op de gebakken plakken kan worden gedaan. Maak in een grote koekepan een deel van de boter warm en leg daarin zoveel plakken als er plaats kunnen hebben op de bodem. Draal ze tijdens het bakken herhaaldelijk om en leg de plakken die zacht zijn in een stoofschotel. Bak zo alle plakken en vul onderwijl zo nodig de boter aan. Giet over de kussa in de stoofschaal wat aangelengde tomatenpuree of wat tomatensap en strooi er wat peterselie over. Warm de plakken in dit geurige nat. Maak hiervan een maaltijd, door met de kussa wat soepballetjes gaar te maken en geef er droge rijst bij.
