Wie door de oude dorpskern van Aalten loopt, merkt het meteen: het dorp is voor Nederlandse begrippen opvallend heuvelachtig. Er wordt wel eens gezegd dat Aalten, net als Rome, op zeven heuvelen is gebouwd. Maar waar liggen die zeven heuvels dan?
Wie vanaf de lage delen van het dorp naar boven kijkt, kan zich bij die vergelijking best iets voorstellen. Straten lopen soms verrassend steil omhoog of omlaag en namen als Kattenberg, Köstersbulte, Hoge Blik, Lage Blik, Meiberg, Hoge Veld, Lage Veld, Dalweg en Steile Dalweg lijken het verhaal bijna vanzelf te bevestigen.
Wie vervolgens probeert die zeven heuvels precies aan te wijzen, loopt al snel vast. Want welke zijn het?
Net als Rome?
Bij Rome is de vergelijking duidelijk. De Italiaanse hoofdstad is van oudsher verbonden met zeven heuvels. De uitdrukking dat Rome op zeven heuvels is gebouwd, kent dan ook een eeuwenoude traditie.
Voor Aalten ligt dat anders. Er zijn genoeg bulten, hellingen en hoogteverschillen te vinden, maar waarom het er precies zeven zouden zijn, is niet duidelijk.
Misschien moeten we die zeven daarom ook niet al te letterlijk nemen.

Van de Slingebeek naar de watertoren
Op de hoogtekaart van het Actueel Hoogtebestand Nederland is goed te zien wat er werkelijk aan de hand is. De oude dorpskern ligt tegen een flinke glooiing.
Bij de Slingebeek, ter hoogte van de Dijkstraat, ligt het maaiveld op ongeveer 24,5 meter boven NAP. Bij de watertoren, ongeveer 850 meter verderop, is dat circa 36,5 meter. Over die betrekkelijk korte afstand klimt het terrein dus ongeveer twaalf meter.
Plaatselijk gaat het aanzienlijk sneller omhoog. Het steile gedeelte van de Beeklaan, tussen de Hogestraat en de Varsseveldsestraatweg, overbrugt over een afstand van ongeveer tweehonderd meter zo’n tien meter hoogteverschil. Dat komt neer op een gemiddeld stijgingspercentage van ongeveer 5 procent.
Dat reliëf heeft niet alleen het huidige straatbeeld mede bepaald. Het kan ook een rol hebben gespeeld bij de vroegste bewoning van Aalten. Op De Hoven zijn resten van hutkommen en andere bewoningssporen uit de 8e en 9e eeuw gevonden. De plek was daarvoor gunstig: hoog en droog, terwijl er met de Slingebeek water vlakbij was. De vondsten wijzen erop dat De Hoven tot de vroegst bewoonde delen van Aalten behoorde.
Ook in de huidige bebouwing is het hoogteverschil soms letterlijk terug te zien. Bij De Hoven konden zowel de voormalige bibliotheek aan de Hogestraat als de daarboven gelegen supermarkt een ingang op straatniveau krijgen. Iets vergelijkbaars is te zien bij de voormalige Rabobank, tegenwoordig gemeentekantoor. Het gebouw sluit aan de Hofstraat en aan het lager gelegen Lage Blik op verschillende verdiepingen aan op straatniveau.

De Aaltense Es
De verklaring voor al dat klimmen en dalen is waarschijnlijk eenvoudiger dan zeven afzonderlijke heuvels. Aalten ligt op de zuidwestrand van het Oost-Nederlands Plateau, tussen de hogere Aaltense of Aalter Es en het lager gelegen gebied van de Boven Slinge.
De oude dorpskern ligt grotendeels op en tegen de helling van die es. De verschillende bulten en glooiingen in en rond het centrum kunnen daarom beter worden gezien als onderdelen van één samenhangend reliëf dan als afzonderlijke heuvels.
Wie vanaf de Slingebeek via de Landstraat naar de watertoren loopt, klimt van een van de laagste naar een van de hoogste delen van de Aaltense Es.
Daar lag eeuwen geleden ook de Calvarieberg. In een document uit 1580-1581 wordt op de Aaltense Es een perceel genoemd dat lag bij “den Berch van Calvarien”. Aangenomen wordt dat deze hoogte zich bevond in de omgeving van de huidige begraafplaats Berkenhove en de watertoren.
Dat deze hoge plek al eeuwen een bijzondere, mogelijk symbolische betekenis had, zou ook kunnen blijken uit de Aaltense Lindeboom, die hier van oudsher staat. In ieder geval in de achttiende eeuw stond op deze plaats al een linde; ook op oude kaarten is de boom aangegeven. De linde werd later hét symbool van Aalten en kwam in het gemeentewapen terecht.

Het landschap gaf de straten hun namen
Dat hoogte en laagte voor Aaltenaren altijd heel tastbare begrippen zijn geweest, is nog altijd terug te zien in de plaatselijke naamgeving.
Er is een Hoge Blik en een Lage Blik, een Hoge Veld en een Lage Veld. We kennen de Hogestraat, maar ook ’t Dal, de Dalweg en zelfs de Steile Dalweg. Elders in het dorp vinden we namen als Kattenberg, Köstersbulte en Meiberg.
Gezamenlijk vertellen deze namen veel over het landschap waarin het dorp zich ontwikkelde.
De Kattenberg was van oudsher het noordelijkste en hoogst gelegen deel van het dorp. De Köstersbulte loopt vanaf de Markt langs de Oude Helenakerk af richting de Landstraat. Wanneer er sneeuw lag, werd er gesleed, zoals op meer hellingen in het dorp.
Hoog en laag zijn in Aalten dus niet alleen begrippen op een topografische kaart. Ze zijn in de straatnamen en in de geschiedenis van het dorp terechtgekomen.

Een heel oud reliëf
Voor het ontstaan van die hoogteverschillen moeten we veel verder terug in de tijd.
Aalten ligt aan de rand van een oud Rijnterras dat zich tussen Aalten en Eibergen uitstrekt. Honderdduizenden jaren geleden stroomde de Rijn door dit deel van de Achterhoek en liet hier dikke lagen zand en grind achter. Later werd het landschap tijdens de ijstijden verder gevormd door landijs, smeltwater, erosie en wind.
Tijdens de voorlaatste ijstijd bereikte het Scandinavische landijs deze streek. In de laatste ijstijd kwam het ijs zelf niet meer tot Aalten, maar zorgden kou, smeltwater en wind opnieuw voor veranderingen in het landschap.
Het resultaat is het reliëf dat rond Aalten nog altijd opvallend goed zichtbaar is. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed noemt het hooggelegen rivierterras Aalten-Eibergen zelfs een zeldzaam aardkundig verschijnsel ten noorden van de grote rivieren.
Maar waar zijn die zeven heuvels?
Daarmee zijn we terug bij de vraag waarmee we begonnen. Zeven afzonderlijke heuvels hoeven we in Aalten niet te zoeken. De vergelijking met Rome is vooral een knipoog naar het opvallend heuvelachtige karakter van het dorp — en zo is ze ook het aardigst.
Niet eens het hoogste punt
En dan is er nog een kleine relativering. Wie na de klim naar de watertoren denkt ongeveer het dak van de gemeente Aalten te hebben bereikt, heeft het mis.
Dat ligt buiten het dorp, op de Haart. In het natuurgebied Ringkampsbulten bereikt een dekzandrug ongeveer 41 meter boven NAP. Dat is het hoogste punt van de gemeente Aalten.
Het dorp zelf moet het met iets minder doen. Maar voor een land dat bekendstaat om zijn vlakheid, heeft Aalten nog altijd behoorlijk wat hoogteverschil in huis.

