Category: Education

  • Evert Maarten Smilda

    Historicus, docent en veteraan

    Evert Maarten Smilda werd op 10 juni 1928 geboren in Utrecht. Hij is op 11 november 2020 overleden. Smilda heeft in Aalten een grote rol van maatschappelijke betekenis gespeeld. Zo leverde hij onder andere een belangrijke bijdrage aan het op de kaart zetten van de Aaltense geschiedenis.

    Nederlands Indië

    Hij werkte in een laboratorium als instrumentmaker toen hij als militair werd uitgezonden naar Nederlands Indië, het tegenwoordige Indonesië. In Arnhem volgde hij zijn militaire opleiding en in Zaandam leerde hij voor ‘geweermaker’. Dat was zijn functie in Indonesië. Evert was net twintig toen hij naar het oosten vertrok. De bootreis duurde een maand.

    Smilda diende twee jaar in Indonesië. De taak van de Nederlandse militairen was om een poging te doen om de rust te laten terugkeren na het vertrek van de Japanners. Ze trokken van dorp naar dorp. Als het ‘gewone’ leven weer werd opgepakt gingen de jongens verder.

    Bij terugkeer in Nederland was er voor de oud-Indiëgangers veel niet goed geregeld. Evert was zijn baan kwijt. Hij pakte echter de draad op en volgde een opleiding voor amanuensis. Later haalde hij een graad in de wiskunde, natuurkunde en scheikunde en gaf jarenlang les op de LTS in Aalten.

    Kort nadat Evert uit dienst trad leerde hij zijn toekomstige vrouw Itte kennen. In 1959 kwam hij met zijn vrouw naar Aalten om te gaan werken als amanuensis aan de Christelijke Scholengemeenschap. Door avondstudie werkte hij zich op tot leraar aan de avondmavo en de LTS.

    Plaatselijke geschiedenis

    Smilda had een grote belangstelling voor geschiedenis. Al vroeg in de jaren zestig zag Smilda het belang van het mooie Aaltense dorpsgezicht in. Hij heeft bij de provincie Gelderland gelobbyd om verschillende karakteristieke panden op de monumentenlijst te krijgen die anders afgebroken zouden worden. Mede daardoor werd het centrum van Aalten het eerste Beschermde Dorpsgezicht van Gelderland.

    In 1962 was hij betrokken bij de oprichting van de oudheidkundige werkgemeenschap ADW. In dezelfde tijd kwam hij in het bestuur van de Aaltense Oudheidkamer. Veertig jaar zat hij in het bestuur, waarvan negentien jaar als voorzitter. Samen met anderen heeft hij de basis gelegd van wat nu het Nationaal Onderduikmuseum is.

    In 1964 schreef hij ‘Twee eeuwen tussen Es en Slinge‘, over de koperslagers in de Peperstraat. Later verzorgde hij de uitgifte van ‘Aalten in oude ansichten‘ en twee delen ‘Aalten, zoals het was zoals het is‘ in samenwerking met G.J. Timmer.

    Toen de plaatselijke Joodse gemeenschap het onderhoud van de Aaltense synagoge niet meer kon betalen nam Evert, op dat moment voorzitter van de Vereniging Oudheidkamer Aalten, het initiatief om de synagoge tot Gemeentelijk Monument te laten verklaren en richtte hij in 1983 samen met anderen de stichting ‘Vrienden van de Aaltense synagoge‘ op.

    Op het toenmalige asielzoekerscentrum Groot Deunk in Barlo verzorgde Smilda lessen Nederlands. Ook was hij 22 jaar lid van de Gemeentelijke Monumentencommissie in Aalten. Samen met met Duitse historici werkte hij aan de uitgifte van tweetalige geschiedwerken.

    In 2005 werd Smilda lid van het Aaltens Evergreenkoor. Op zijn 92e verjaardag werd Evert door het koor verrast met een aubade bij de Zuiderkerk. Dat was tevens bedoeld als afscheidscadeau voor Smilda, die eerder dat jaar had aangegeven te willen stoppen als koorlid. In een open Landauer getrokken door twee prachtige paarden, maakte Evert met zijn vrouw een rit door het dorp. De aanwezigheid van zijn familie maakte de verrassing compleet.

    Smildapad

    Op het terrein van de voormalige Technische School worden 56 woningen gebouwd. Tussen het zuidelijk en het noordelijk deel van het bouwplan aan de Ludgerstraat zal een straat worden aangelegd. Oudheidkundige kringen en sympathisanten van de synagoge hebben verzocht om deze te vernoemen naar Evert Smilda, als erkenning voor al zijn maatschappelijke verdiensten. De gemeente heeft in oktober 2022 positief gereageerd en besloten dat de straat de naam Smildapad zal dragen.

  • The Latin School in Bredevoort

    The Latin School in Bredevoort

    Het steedje Breedevoort, 1743

    Bredevoort in 1743 by Jan de Beijer, for illustration purposes

    In the eighteenth century, the fortified town of Bredevoort was home to a Latin School — an educational institution where boys were prepared for a university or ecclesiastical career.1 Although no physical remains exist, several archival records offer a glimpse into the existence of this school.

    A teacher from Molsberg

    The first indication comes from the Oprechte Haerlemsche Courant of 1 November 1763, in which Lotharius Frederik Wurm advertises that he has been working as a praeceptor (teacher) in Bredevoort for two years. His appointment therefore dates from approximately 1761. He announces his intention to start a boarding school and offers lessons in Latin, High German, French, history, rhetoric, poetry, and psalm singing.2

    Less than a month later, on 26 November 1763, an almost identical advertisement appears in the Amsterdamsche Courant.3 A year after that, on 13 September 1764, another similar advertisement follows in the Oprechte Haerlemsche Courant.4 This shows that Wurm actively and repeatedly presented himself to recruit pupils.

    On 29 October 1765, he appears in the newspaper again, this time as rector of the Latin School in Bredevoort, appointed by “His Serene Highness the Hereditary Stadtholder.” In this capacity, he offered tuition in Latin, Greek, history, rhetoric, and poetry, alongside private lessons in French and High German.5

    Wurm originated from Molsberg, in the Electorate of Trier (now Germany). He married Elisabet Eliveret in Bredevoort on 9 August 1764.6 He passed away before September 1774, as Elisabet remarried at that time as the “widow of the late Lotharius Fredericus Wurm.” 7

    A schoolmaster with ecclesiastical duties

    On 26 March 1773, it is noted in the Marriage Register of the Dutch Reformed Congregation of Bredevoort that Alette Diemont, widow of schoolmaster Jan Hendrik Prevenier, is handing over the marriage register. The entry reads:

    “Anno 26 March 1773, received this booklet from Juffr. Alette Diemont, widow of the Schoolmaster of this city, Jan Hendrik Prevenier.”
    — signed: H. Conradi, senior sijn
    8

    This note confirms that Prevenier was a schoolmaster. The fact that he was in charge of the marriage register indicates that he was also responsible for maintaining church records — a task often performed in small towns by the schoolmaster or precentor.9

    Additionally, Prevenier is mentioned in other sources as the city steward (stadsrentmeester), responsible for the financial administration of Bredevoort.10 This makes it clear that he fulfilled a central role not only in education and the church, but also in the municipal administration. It is plausible that he was associated with the Latin School, as in small towns the roles of schoolmaster and teacher at the Latin School were often combined.11 While this is not explicitly recorded for Bredevoort, given the context, a combination of functions is highly likely.

    Location unknown

    The exact location of the Latin School in Bredevoort is unknown. It may have been no more than a room in or near the church, or the teacher’s residence — as was common elsewhere in small towns in Gelderland.12 The presence of such a facility in a small town like Bredevoort nonetheless indicates a relatively high level of education and culture in the 18th century.13

    Sources


    1. Latijnse School (Wikipedia) ↩︎
    2. Oprechte Haerlemsche Courant, 1 November 1763 (Delpher) ↩︎
    3. Amsterdamsche Courant, 26 November 1763 (Delpher) ↩︎
    4. Oprechte Haerlemsche Courant, 13 September 1764 (Delpher) ↩︎
    5. Oprechte Haerlemsche Courant, 29 October 1765 (Delpher) ↩︎
    6. Aalten, trouwboek, 9 August 1764 (Genealogiedomein) ↩︎
    7. Aalten, trouwboek, september 1774 (Genealogiedomein) ↩︎
    8. Bredevoort, trouwboek 1639-1981 (Genealogiedomein) ↩︎
    9. A.Th. van Deursen, Bavianen en Slijkgeuzen (1974) ↩︎
    10. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Doetinchem. Toegang 0098 Drost en Geërfden van Bredevoort, 1608-1794 (Rekeningen van stadsrentmeester Jan Hendrik Prevenier; afgehoord 1773) ↩︎
    11. W. Frijhoff & M. Spies, 1650: Bevochten eendracht (1999) ↩︎
    12. A.J. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden (1839–1851) ↩︎
    13. J.L. van Zanden e.a., Nederland 1780–1914 (2000) ↩︎