Aaltens Belang werd op 14 december 1898 opgericht als plaatselijke belangenvereniging. Een groep Aaltense inwoners wilde zich gezamenlijk inzetten voor de ontwikkeling en verbetering van het dorp. Een betere verbinding met het Duitse Bocholt was een belangrijke aanleiding, maar de doelstellingen werden vanaf het begin veel breder opgevat.
Het aantal bestuursleden was dertien, omdat de gemeenteraad van Aalten toen ook dertien leden had. “Waarom zou Aaltens Belang het dan met minder moeten doen?”
De vereniging hield zich onder meer bezig met openbaar vervoer, het postwezen, woningverbetering en voorzieningen in het dorp. Zelfs praktische zaken als openbare urinoirs op de Markt en aan de randen van Aalten kwamen aan de orde.
Een van de drijvende krachten was fabrikant Joseph Driessen. Hij was vanaf de oprichting bestuurslid en werd al spoedig voorzitter. Bij zijn overlijden in 1938 werd geschreven dat een groot deel van wat Aaltens Belang in de eerste veertig jaar tot stand had gebracht aan zijn initiatieven te danken was.

Een breed werkterrein
Aaltens Belang hield zich met veel meer bezig dan belangenbehartiging alleen. De vereniging zette zich onder andere in voor een handelsavondschool, de eerste vuilnisophaaldienst, toerisme en recreatie, tentoonstellingen en bedrijvenbeurzen. Ook het jaarlijkse uitstapje voor ouderen behoorde tot de activiteiten.
Daarnaast speelde de vereniging een rol bij de ontwikkeling van de Aaltense Oudheidkamer, waaruit later Museum Frerikshuus voortkwam.
Het brede karakter van Aaltens Belang blijkt ook uit de bewaard gebleven krantenknipsels in de collectie van J.G. ter Horst bij het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers. Daarin komt de vereniging terug in verband met uiteenlopende onderwerpen uit het maatschappelijke leven van Aalten.
Bank en Loohuisbos
Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan liet Aaltens Belang in 1923 een stenen bank bouwen aan de Slingebeek bij de Polstraat. De bank werd ontworpen door architect J.J. Post en aan de Aaltense gemeenschap aangeboden. Het bouwwerk staat er nog altijd en heeft tegenwoordig de status van gemeentelijk monument.

Een ander belangrijk initiatief was het behoud van het Loohuisbos. Toen dit gebied aan het einde van de jaren twintig dreigde te worden ontgonnen, zette Aaltens Belang zich ervoor in het als natuurgebied te bewaren. De vereniging kocht het terrein en werkte vervolgens samen met Natuurmonumenten om het blijvend veilig te stellen.
Ook elders kwam Aaltens Belang op voor het landschap rond Aalten. Toen in 1934 bij de verkoop van Het Smees het geliefde Nannielaantje dreigde te verdwijnen, zocht de vereniging contact met de nieuwe eigenaar om het laantje te behouden.
Toerisme en VVV
Toerisme en recreatie kregen in de loop van de twintigste eeuw een steeds belangrijkere plaats binnen de activiteiten van Aaltens Belang. Deze werkzaamheden raakten nauw verweven met de plaatselijke VVV. Een eerste initiatief voor een Aaltense VVV is overigens al uit 1892 bekend, dus de VVV kan niet zonder meer als een rechtstreeks uit Aaltens Belang voortgekomen organisatie worden beschouwd.
De twee namen bleven lange tijd naast elkaar bestaan. In de jaren zestig presenteerde de organisatie zich bijvoorbeeld als V.V.V. „Aaltens Belang”. Een wandelkaart uit 1964 en het adresboek van 1967 dragen beide deze naam. Het VVV-secretariaat bevond zich toen aan Markt 11.
In de jaren tachtig werd het toeristische werk verder geprofessionaliseerd. Volgens latere beschrijvingen ging Aaltens Belang halverwege dat decennium op in de VVV-organisatie. Daarmee kwam na bijna negentig jaar een einde aan Aaltens Belang als zelfstandige vereniging, terwijl een belangrijk deel van haar werkzaamheden binnen VVV Aalten werd voortgezet.
Bronnen
- ECAL — Collectie J.G. ter Horst, toegang 0091, inv.nr. 14 „Aaltens Belang”
- Aaltensche Courant — diverse berichten over Aaltens Belang
- Adresboek gemeente Aalten 1967
- EHDC — Wandelkaart V.V.V. „Aaltens Belang”
- De Gelderlander — „Eerherstel voor geweigerd bankje”
- Wikipedia — Aaltens Belang
- Adresboek der Gemeente Aalten, 1950
