Meester-timmerman en architect te Zutphen
Derk Lijsen werd op 20 december 1767 in Aalten gedoopt als zoon van Jan Lijsen (1736–1800) en Elisabeth Buunk (1739–1772). In 1797 trouwde hij met de eveneens uit Aalten afkomstige Janna Geziena Degenaar, waarna het echtpaar zich in Zutphen vestigde. Na de geboorte van hun tweede kind kwam Janna te overlijden. Derk hertrouwde in 1804 met Sara Stakebrand, met wie hij nog vier kinderen kreeg. Hij overleed op 26 oktober 1838 in zijn woonplaats Zutphen.
Lijsen bouwde in Zutphen een sterke reputatie op als meester-timmerman en architect, mede door zijn netwerk binnen de Hervormde Kerk. Zijn vakmanschap bleef niet onopgemerkt; hij werkte in opdracht van de hoogste kringen. Zo voerde hij voor koning Lodewijk Napoleon (1778–1846) een kleine verbouwing uit op Paleis Het Loo – hij moest de schilderingen van Daniël Marot (ca. 1661–1752) overpleisteren (!). In 1813 maakte hij bovendien een (niet uitgevoerd) ontwerp voor de keizerlijke stoeterij van Napoleon Bonaparte (1769–1821) in Borculo.
‘De Wildeman’ en publieke werken
In 1804/1805 was Lijsen verantwoordelijk voor een ingrijpende verbouwing van het voorhuis van het voorname huis ‘De Wildeman’ aan de Zaadmarkt in Zutphen, waarbij het exterieur en het interieur tot een visuele eenheid werden gesmeed. Hoewel dit waarschijnlijk niet zijn eerste opdracht was, geldt het wel als zijn eerst bekende werk.
In de jaren daarna volgden diverse publieke opdrachten. Lijsen ontwierp in 1818 het eerste gemeentehuis van Winterswijk en was verantwoordelijk voor de bouw en aanpassing van schoollokalen in Warnsveld en de provincie Overijssel. Ook ontwierp hij een villa in Dieren voor een broer van de bekende staatsman Johan Rudolph Thorbecke, een project dat in 1840 werd voltooid.

Kerkelijke architectuur

Lijsen was bijzonder actief in de kerkbouw. Hij leidde verbouwingen aan de Hervormde Kerk in Vorden (1825 en 1836), de Broederenkerk (1826) en de Evangelisch-Lutherse kerk (1832) in Zutphen, evenals de schuurkerk in Baak (1836). Ook de Hervormde Kerk van Dedemsvaart (1834) is door hem ontworpen. De kerken van Warnsveld en Dedemsvaart voorzag hij van een radiaal bankenplan, waarbij de banken in een cirkelvorm rondom de preekstoel werden geplaatst.
Zijn laatste grote opdracht betrof de Jacobskerk in Winterswijk in 1838. Hij stelde het bouwbestek op voor een grootschalige renovatie, inclusief metsel- en timmerwerk, een nieuwe preekstoel en een schilderbeurt. Tot de uitvoering kwam hij echter niet meer; hij overleed kort na het voltooien van de plannen.
Stijl en monumentale status
Lijsen werkte geheel volgens de mode van zijn tijd in de neoclassicistische stijl. Zijn ontwerpen waren sober en symmetrisch, vrijwel zonder uitzondering in baksteen opgetrokken. Een zeldzame afwijking van deze strakke stijl is te vinden in de spitsboogvensters die hij toepaste bij de verbouwing van enkele kerken. De kwaliteit van zijn werk blijkt uit het feit dat alle nog bestaande panden waaraan Lijsen aantoonbaar heeft gewerkt, tegenwoordig zijn beschermd als rijks- of gemeentelijk monument.
Een familie van bouwmeesters
Derk Lijsen was niet de enige getalenteerde bouwkundige in zijn familie. Zijn broer Hendrik Jan Lijsen (1765–1838) bracht het tot opziener van Paleis Het Loo. Naast diverse bouwwerkzaamheden rond het paleis, waaronder het ontwerp van ‘Het Kleine Loo’ (1830), was Hendrik Jan verantwoordelijk voor de aanleg van het Griftkanaal tussen Apeldoorn en Hattem (1829).
De traditie zette zich voort in de volgende generaties. Aan Derks zoon Jan Lijsen (1805–1883) worden vier werken toegeschreven, al zijn deze inmiddels verdwenen. De meest bekende architect in de familie werd echter Derks gelijknamige kleinzoon, Derk Lijsen (1835–1922). Hij drukte tussen 1865 en 1908 een stempel op het aanzien van Zutphen en omgeving met markante gebouwen zoals de synagoge (1879), de arbeiderswoningen voor de David Evekink’s Stichting (1880-1896), de Buitensociëteit (1891) en het krankzinnigeninstituut Groot Graffel (1900–1908).

