Opheffing Rijksbelastingkantoor Aalten – Graafschapbode, 21 december 1934

Opheffing Rijksbelastingkantoor Aalten

Ondanks lokale protesten kon sluiting niet worden voorkomen (1934)

🕐

1–2 minuten

Het voorgenomen besluit van de rijksoverheid om het belastingkantoor in Aalten op te heffen, leidde eind 1934 tot flinke onrust in de lokale politiek en het bedrijfsleven. Het voornemen maakte deel uit van een landelijk bezuinigingsplan van de regering, waarbij ook de kantoren in Dinxperlo en Terborg op de nominatie stonden om te verdwijnen.

Nadat medio december 1934 de eerste berichten over de opheffing van het Ontvangerskantoor der Directe Belastingen naar buiten kwamen, ondernamen de Aaltense raadsleden G.H. Rots en B. Jansen direct actie. Zij dienden een motie in waarin zij het college van Burgemeester en Wethouders verzochten om bij de minister van Financiën aan te dringen op het behoud van het kantoor. Volgens Rots betekende het verdwijnen van de instantie een groot ongerief voor de burgers. Daarnaast vreesde men het vertrek van een aantal goedbetaalde rijksambtenaren uit de gemeente. Wethouder Somsen steunde het initiatief en waarschuwde dat Aalten moest waken om “geen aanhangwagen van Winterswijk” te worden.

De burgemeester, die als voorzitter van de raad optrad, toonde zich weliswaar solidair met de bezwaren, maar achtte de reorganisatie onafwendbaar vanwege de noodzakelijke rijksbezuinigingen. Wel pleitte hij ervoor om bij het ministerie te hameren op flankerende maatregelen voor het lokale postkantoor, waar de belastingtaken naartoe overgedragen zouden worden. Hierbij stonden een vlotte afhandeling en het waarborgen van de geheimhouding centraal. De gemeenteraad besloot de motie, voorzien van een nadere schriftelijke argumentatie, naar Den Haag te sturen.

In januari 1935 sloot ook de Kamer van Koophandel te Arnhem zich aan bij het protest. Hoewel de Kamer begrip toonde voor de landelijke bezuinigingsdrift, zette zij specifiek bij de situatie in Aalten grote vraagtekens. In een schrijven aan de Commissaris der Koningin vroeg de Kamer zich openlijk af of de financiële opbrengst van de sluiting wel opwoog tegen de nadelen en de hinder die de lokale handel en het bedrijfsleven ervan zouden ondervinden.

Ondanks het breed gedragen verzet vanuit de Aaltense politiek en de Arnhemse Kamer van Koophandel bleken de bezuinigingsplannen vanuit Den Haag niet meer te keren; het belastingkantoor werd uiteindelijk definitief gesloten.

Bronnen


  • De Graafschapbode, 14 december 1934 (Delpher)
  • De Graafschapbode, 21 december 1934 (Delpher)
  • De Graafschapper, 21 december 1934 (Delpher)
  • De Graafschapper, 25 januari 1935 (Delpher)

Fouten voorbehouden. Heb je aanvullingen of correcties? Reageer dan hieronder, bij voorkeur met bronvermelding.