Woonzorgcentrum ’t Hoge Veld in Aalten werd in 1970 geopend als opvolger van Rusthuis Avondvrede aan de Hogestraat. Het gebouw bood onderdak aan tientallen ouderen en was decennialang een herkenbaar verzorgingshuis in Aalten. In 2018 werd het complex gesloopt en vervangen door nieuwe bebouwing.
In 1967 richtten de hervormde gemeenten van Aalten, Bredevoort en Lichtenvoorde gezamenlijk de Hervormde Stichting Bejaardencentrum Aalten op. Deze stichting werd later omgedoopt tot Stichting Bejaardencentrum ’t Hoge Veld. In 1970 verhuisden de bewoners van Rusthuis Avondvrede aan de Hogestraat naar het nieuw gebouwde bejaardencentrum ’t Hoge Veld te Aalten.
Hoogbouw
De nieuwbouw was een zes verdiepingen tellend bouwwerk. Dat vond men in Aalten destijds vrij spectaculair, want er was nauwelijks hoogbouw in het dorp. De enige hoge gebouwen waren de silo van de Landbouw en de watertoren. Vanaf de bovenverdieping van ’t Hoge Veld had men een mooi uitzicht over Aalten en omgeving.
Bij de bouw zeiden sommige ouderen: “wanneer ze er een glijbaan bijbouwen, kunnen we na onze dood rechtstreeks naar het tegenover gelegen kerkhof”. Later dachten de ouderen er heel positief over. Men genoot van het uitzicht en de prima verzorging in dit verzorgingshuis.
Het hoofdgebouw telde 78 éénpersoonskamers en 11 tweepersoonskamers. Daarnaast waren er nog 12 aanleunwoningen.
Sloop en nieuwbouw
In 2018 werden de flat en de aanleunwoningen gesloopt, om plaats te maken voor (lagere) nieuwbouw van het woonzorgcentrum en luxe woningen, in een parkachtige omgeving.
Afbeeldingen
Nieuwbouw Woonzorgcentrum ’t Hoge VeldHet nieuwe en oude Hoge Veld, naast elkaarNieuwbouw ’t Hoge Veld
Woonzorgcentrum Beth San aan de Ludgerstraat in Aalten werd in 1960 geopend als ‘Gereformeerd tehuis voor bejaarden’. Na vijftig jaar voldeed het complex niet meer aan de toen geldende eisen en werd het woonzorgcentrum, samen met de bijbehorende aanleunwoningen, vervangen door nieuwbouw. De opening van het nieuwe Beth San vond plaats in 2013.
Het initiatief voor Beth San kwam van de diaconie van de gereformeerde kerk in Aalten. De naam betekent ‘Huis van Rust’. In 1957 werd ruim 12.000 m² grond aangekocht tussen de Ludgerstraat en het nog aan te leggen gedeelte van de Eligiusstraat. De gebouwen werden ontworpen door de architecten Gjalt van der Zee (1901-1994) en ir. Cornelis Veerling (1912-1997) uit Bolsward.
Het hoofdgebouw bestond uit 63 eenpersoonskamers, 4 tweepersoonskamers en 8 kamers voor inwonend personeel. Daarnaast werden 12 aanleunwoningen gebouwd. De totale investering bedroeg ruim 1 miljoen gulden.
Bij de opening in 1960 bood Beth San onderdak aan meer dan zeventig bewoners. Het tehuis gold als een moderne voorziening voor die tijd, met onder andere centrale verwarming en voorzieningen voor zelfstandig wonende ouderen in de aanleunwoningen.
Vernieuwing en nieuwbouw
Vijf decennia na de opening voldeed het complex niet meer aan de geldende eisen. Het complex werd gesloopt en vervangen door een nieuw woonzorgcentrum, dat in 2013 werd geopend.
Het nieuwe Beth San bestaat uit twee gebouwen met dertig appartementen en vijf groepswoningen voor mensen met dementie. De groepswoningen zijn kleinschalig van opzet en bieden 24-uurs zorg en ondersteuning. Daarnaast beschikt het centrum over een restaurant, een bewegingstuin en ruimtes voor activiteiten en ontmoeting, zoals meer bewegen voor ouderen (MBVO) en een internetcafé.
Naast Beth San verrees een woongebouw voor zelfstandig wonende senioren, met dertien appartementen en een parkeergarage in de kelder. Dit complex verving de aanleunwoningen die er voorheen stonden.
Het oorspronkelijke Ambthuis dateerde blijkens muurankers uit 1699. Het was vervolgens een eeuw lang het machtscentrum van de Heerlijkheid Bredevoort. Het Ambthuis werd ook wel Mauritshuis genoemd. Blijkbaar had Prins Maurits onder de inwoners een onvergetelijke indruk achtergelaten.
Hoofdgerecht
Na de kruittorenramp van 1646 was stad en heerlijkheid Bredevoort zonder ambtshuis (combinatie van een rechtbank en stadhuis) geraakt. Het zou toch nog ruim vijftig jaar duren voordat er weer een nieuw ambthuis werd gebouwd. Waarschijnlijk was het gebouw verbonden met de Misterpoort, de stadspoort tegenover het huis. Het gebouw was tevens het hoofdgerecht van de heerlijkheid. In Aalten en Winterswijk waren ook rechtbanken, maar de zware vergrijpen werden altijd in Bredevoort behandeld. De drost fungeerde als rechter.
In de kelders bevonden zich een aantal cachots, cellen, en een gruwelkamer met de nodige werktuigen. De terdoodveroordeelden hadden een cel zonder daglicht en frisse lucht. Wilde je niet bekennen, dan was dreigen met de martelkamer vaak voldoende om schuld te bekennen. Het vonnis werd traditioneel uitgesproken op ’t Zand. Bij een doodstraf werd de veroordeelde meteen naar de Galgenbulte op de Hollenberg gebracht voor uitvoering van het vonnis. Meestal betekende dit ophanging aan de galg die daar al eeuwenlang op slachtoffers stond te wachten. Het schijnt dat je de galg vanaf de Aalterpoort kon zien staan. Voor de plaatselijke bevolking was zo’n executie sensationeel. Heel Bredevoort en Aalten liep dan ook uit om dit mee te maken.
Andere functies
Na de Franse tijd verloor het gebouw haar functie en was het onder andere in gebruik als winkelpand van de katholieke coöperatie. In 1920 werd deze opgericht door de arbeidersvereniging. Vroeger gingen de katholieken naar deze winkel en wie een andere geloofsovertuiging had, ging naar de andere coöperatie iets verderop in de Landstraat.
Het Ambthuis werd omstreeks 1963 gesloopt. De kelders van het Ambthuis bevonden zich nog onder de winkel, met daarin twee gevangeniscellen. In 1964 werd de eerste steen gelegd voor de bouw van meubelzaak Betting op deze locatie. In 2009 werd dit pand weer gesloopt, na de verhuizing van Betting naar een nieuw winkelpand aan de Prins Mauritsstraat.
Nieuwbouw
Nu staat er op de plek van het oude Ambthuis een zorgappartementencomplex met twintig appartementen en een restaurant. De nieuwbouw kreeg wederom de naam ‘Ambthuis’. Uiterlijk vertoont het nieuwe pand veel overeenkomsten met zijn illustere voorganger. Aan het gebouw werd een replica van de historische zonnewijzer bevestigd en voor het gebouw een replica van de muziekkoepel. In de voorgevel werd een originele gevelsteen van het oude Ambtshuis ingemetseld met daarop de tekst “Die kan lide haet en nijt, die overwint in korten tijd.”
Carl Rotthoff (Castrop/D, 24-12-1872), ingenieur Antonia Johanna Josepha Maria Sevink (Bredevoort, 05-07-1879)
Adresboek 1934
Bredevoort 225 > Landstraat 17
Coöp. Winkel “Eigen Hulp”
Adresboek 1967
Landstraat 17
W.H. Betting Mej. J.W. Betting
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
B-104
Jan Barend Top, bleeker
390 m² huis & erf
Afbeeldingen
Ambthuis Bredevoort, geschilderd door Willy WalvoortLandstraatzijde van het oude Ambthuis in Bredevoort, ‘Anno 1699’.Kelder Ambthuis, tekening door Piet te LintumHet nieuwe ‘Ambthuis’ in Bredevoort
Rusthuis Avondvrede aan de Hogestraat werd in 1885 geopend als ‘Oude Mannen- en Vrouwenhuis’ van de hervormde gemeente in Aalten. Het gebouw kende in de loop der tijd verschillende functies: bejaardentehuis, tijdelijk ziekenhuis en later gezinsvervangend tehuis. Tegenwoordig is het pand in gebruik als woonlocatie van zorgaanbieder Estinea.
Het tehuis werd in oktober 1885 geopend en was deels ingericht als boerderij. Bewoners die daartoe in staat waren, werkten op de bijbehorende landerijen om in hun onderhoud te voorzien. Tot 1904 beheerde de hervormde gemeente ook een Gasthuis / Armenhuis aan de toenmalige Gasthuisstraat (nu Haartsestraat). De bewoners daarvan verhuisden in dat jaar naar het rusthuis aan de Hogestraat.
Ziekenhuis
In 1904 werd de Nederlands Hervormde Vereniging voor Ziekenverpleging opgericht. Deze vereniging nam enkele jaren later het initiatief om een ziekenhuis onder te brengen in het rusthuis. Het ziekenhuis werd in de loop van 1909 geopend. Het was bestemd voor patiënten met niet-besmettelijke ziekten, met name acute aandoeningen. De verplegingskosten varieerden van f 0,80 tot f 1,50 per dag.
In het eerste jaar werden er twaalf patiënten opgenomen, waarvan er vier overleden, samen 166 verpleegdagen. In 1910 waren er acht patiënten met 222 verpleegdagen, in 1911 zeven patiënten met 343 verpleegdagen. Het aantal patiënten nam in de volgende jaren af en het aantal verpleegdagen werd aanzienlijk minder. In 1912 slechts 59 verpleegdagen. Het jaar 1915 telde nog 134 verpleegdagen en 1916 slechts 35 met twee patiënten. Van de tijd daarna ontbreken de gegevens.
Begin jaren dertig werden opnieuw plannen gemaakt om een ziekenhuis in het rusthuis onder te brengen, maar de crisisjaren maakten verdere uitvoering moeilijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog fungeerde het gebouw een periode als noodziekenhuis.
Van Avondvrede naar ’t Hoge Veld
In 1935 werd het gebouw verbouwd en gemoderniseerd en kreeg het de naam ‘Avondvrede’. In 1967 richtten de hervormde gemeenten van Aalten, Bredevoort en Lichtenvoorde gezamenlijk de Hervormde Stichting Bejaardencentrum Aalten op, later omgedoopt tot Stichting Bejaardencentrum ’t Hoge Veld. De laatste bewoners van Avondvrede verhuisden in 1970 naar het nieuwgebouwde bejaardencentrum ’t Hoge Veld in Aalten.
Cederhof
Na het vertrek van de oudjes kreeg het pand een nieuwe bestemming. Op 2 november 1970 werd het officieel geopend als gezinsvervangend tehuis onder de naam Cederhof, de eerste woonvoorziening in Aalten voor mensen met een verstandelijke beperking. Het gebouw wordt tegenwoordig gebruikt als woonlocatie van zorgaanbieder Estinea.
Advertentie voor ‘Huize Avondvrede’, door Piet te LintumAaltensche Courant, 11 juli 1916De Graafschapper, 8 december 1937Bewoners Huize Avondvrede, 1967
Huize Sint Bernardus is een karakteristiek pand aan ’t Zand, het centrale plein van Bredevoort. Het gebouw kent een rijke geschiedenis, waarin het dienstdeed als woonhuis, sanatorium en rusthuis. Het pand is een gemeentelijk monument.
Het pand werd oorspronkelijk gebouwd in opdracht van Jan Satink, luitenant-kolonel in het Staatse leger, Regiment Nationalen. Het verrees op de plek waar ooit de voorburcht van het kasteel Bredevoort heeft gestaan. In 1800 kwam het huis door vererving in bezit van de familie Roelvink. Arnoldus Florentinus Roelvink, telg uit deze familie, was vanaf 1813 burgemeester van Bredevoort.
In 1897 werd het pand gekocht door pastoor Bernardus Mulders. De pastoor was een bemiddeld man en verwierf het voormalige rentmeestershuis uit eigen middelen. Zijn doel was, zo schreef hij: “zijn arme kinderen” katholiek onderwijs aanbieden. Omdat katholieke scholen in die tijd geld kostten, bedacht hij een slimme oplossing: hij haalde nonnen naar Bredevoort die in het rentmeestershuis een klooster en een sanatorium vestigden. Zusters waren goedkoop, want zij ontvingen geen loon; zij hadden immers hun leven aan God gewijd.
Onder beheer van de Zusters Franciscanessen van Thuine werd het ‘R.K. Sanatorium St. Bernardus Gesticht’ opgericht. Het klooster-sanatorium noemde hij naar zijn eigen patroonsheilige, Sint Bernardus van Clairvaux. Met de winst van het sanatorium begon de pastoor een lagere school: de Sint Joannesschool.
Het sanatorium was bedoeld voor welgestelde patiënten want de verpleegkosten waren hoog: variërend van f 1,50 tot f 2,20 per dag. Voor medische kosten en apotheek werd 10 gulden per maand in rekening gebracht. Patiënten uit de zogenoemde tweede klasse betaalden f 7,50.
Vanaf 1907 kwamen mensen uit het hele land naar Bredevoort om in het sanatorium te herstellen. Zij verbleven er vaak maandenlang. Overdag lagen zij in bed in een lighal, ook in de winter; helemaal ingepakt. In de tuin van Sint Bernardus, nu het Vestingpark, stonden minstens tien van deze lighallen met hun open zijde naar de zon gericht. Twee daarvan zijn bewaard gebleven en hebben de status van rijksmonument.
Het sanatorium bleef in gebruik tot 1933. Daarna werd het pand herbestemd tot bejaardentehuis. In 1938 werden de zusters van Thuine opgevolgd door de zusters van St. Jozef uit Amersfoort. De laatste zusters vertrokken in 1985 uit Bredevoort.
In 1988 volgde een grootschalige renovatie en uitbreiding van het gebouw door Stichting Verzorgingstehuis St. Bernardus. Het bejaardentehuis verhuisde uiteindelijk in 2008 naar het nieuwgebouwde Ambthuis.
Hermann Schepers (Weseke/D, 17-08-1828), schoenmaker Elisabeth Dieckmann (Alpen/D, 24-12-1840)
Adresboek 1934
Bredevoort 60 > ’t Zand 15
St. Bernardus gesticht
Adresboek 1967
’t Zand 23
St. Bernardus Gesticht
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
B-209 B-208
Arnoldus Florentinus Roelvink, burgemeester van Aalten en Bredevoort te Bredevoort
550 m² huis & erf 220 m² huis & erf
1877
B-397 B-380
Bernard Andries Roelvink, griffier bij het kantongerigt
235 m² huis & erf 552 m² huis & erf
1887
B-588 B-589
Leonard Roelvink, burgemeester
240 m² huis & erf 280 m² koetshuis, keuken, stalling & erf
1898
B-588 B-589
Hermann Schepers, schoenmaker
240 m² huis & erf 280 m² koetshuis, keuken, stalling & erf
1901
B-734
R.C. kerk van Bredevoort
21.023 m² huis, schuren, erf & tuin
1909
B-792
R.C. kerk van Bredevoort
13.373 m² huis, ziekenhuis, schuur & tuin
1952
B-979
R.C. kerk van Bredevoort
13.538 m² huis, stal, ziekenhuis & tuin
1988
B-1265
St. Verzorgingshuis Sint Bernardus
2.760 m² “BWT”
Afbeeldingen
Fragment kadastrale kaart, 1884
⚠️ Website onderhoud
Momenteel voeren we groot onderhoud uit om de website te verbeteren. Daardoor kunnen er tijdelijk foutmeldingen optreden (zoals “Pagina niet gevonden”).