door Charles Sanders
De gezichten van de pomphouders in Aalten, twaalf kilometer van de Duitse grens, worden er niet vrolijker op. Nu rijden zelfs de surveillancewagens van de rijkspolitie hun tankstations voorbij om bij de oosterburen benzine in te slaan. En voorbeeld doet volgen, want verscheidene groepscommandanten van de rijkspolitie hebben al bij de collega’s in Aalten geïnformeerd hoeveel besparing dat tanken in den vreemde oplevert.
Benzine is in Duitsland tot vijftig cent per liter goedkoper, het ritje naar het oosten is de moeite meer dan waard. Particulieren in de grensstreek tanken sinds november 1986, toen bij ons de accijnsverhoging van 11 cent werd ingevoerd, bijna zonder uitzondering in Duitsland. Maar dat de politie de gewone burger hierin volgt, daar hebben de pomphouders het moeilijk mee.

De heer H.J. Kobus bijvoorbeeld. Zijn tankstation aan de Bocholtsestraatweg verkoopt nauwelijks nog benzine. „De gewone man kan ik geen ongelijk geven, de prijzen verschillen zoveel. Maar dat de politie naar Duitsland gaat, dat kan toch eigenlijk niet. Die bestaan nota bene van gemeenschapsgeld. Nu komen mijn belastingcenten ten goede aan Duitse pomphouders. Als dat niet krom is…” Adjudant Boesaard van de rijkspolitie groep Aalten denkt daar heel anders over. Voor hem geldt: besparen waar mogelijk en vooral geen dief van de eigen portemonnee zijn.
De adjudant: „Het idee ontstond spontaan toen wij ons wagenpark vernieuwden. Voorheen reden onze auto’s op lpg en dat is in Nederland voordeliger dan over de grens. Wij moeten onze winkel met beperkte middelen runnen, waarom zouden we vijftig cent per liter meer betalen dan nodig? Die pomphouders moeten niet overdrijven, omgekeerd komen veel Duitsers naar Aalten om lpg, diesel en sigaretten te kopen. Het is geen eenrichtingsverkeer.”
De vrouw achter de pomp van tankstation Hameland in Aalten bevestigt dat laatste. Er kómen Duitsers bij haar voor diesel en sigaretten. Maar ook zij heeft er geen vrede mee dat juist de Nederlandse politie klant is bij de Duitse concurrent. „Een particulier, okee. Maar een overheidsinstantie, schande.”
Dat laatste woord zal de komende maanden door menig pomphouder in Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Brabant en Limburg worden uitgeroepen. Want veel groepen van de rijkspolitie die langs de grens zijn gedetacheerd, overwegen te tanken in Duitsland. Groepscommandant Dix van de rijkspolitie in Losser zegt bijvoorbeeld: „Op dit moment rijden wij nog met diesel-auto’s, maar als we die vervangen door benzinevoertuigen, dan gaan ook wij in Duitsland tanken. Alleen de kosten tellen en iedere meevaller is meegenomen.”
De Algemene Inspectie van de Rijkspolitie in Voorburg juicht het bezuinigen op benzinekosten toe. Dat daarbij Nederlandse pomphouders worden gepasseerd is niet de schuld van de politie, zegt woordvoerder A. Folgerts. „Wij roepen dat probleem niet op, dat doet de overheid,” meent hij. „De overheid heeft de benzine duurder gemaakt en als onze RP-groepen aan de grens zo creatief zijn om in het buitenland te tanken, dan zeggen wij: dóen! De 400 RP-groepen mogen sinds kort hun eigen begroting opstellen. Natuurlijk kan een adjudant geen taarten kopen van geld dat voor brandstof bestemd is, maar er is wel veel vrijheid. Met het geld dat zo bespaard wordt, kunnen mooie dingen worden gedaan. Vaker surveilleren of bureaus automatiseren, het is maar welke prioriteit de groepscommandant stelt.”
