In 2026 is het precies zeven eeuwen geleden dat de politieke landkaart van de oostelijke Achterhoek werd getekend. Op 28 juni 1326 maakten het Verdrag van Wesel en een onbetaalbare pandsom een einde aan de ‘Bredevoorter Fehde’ (de Strijd om Bredevoort). De Heerlijkheid Bredevoort – inclusief de gerichten van Aalten, Winterswijk en Dinxperlo – kwam hiermee in Gelderse handen. Een reconstructie van een bittere, vier jaar durende uitputtingsoorlog die de regio voorgoed zou veranderen.
Wie vandaag de dag de landgrenzen rondom Aalten bekijkt, ziet een historisch relict dat rechtstreeks terugvoert naar de middeleeuwen. Dat deze regio Gelders is, en niet Duits, danken we aan de geopolitieke verwikkelingen in de vroege veertiende eeuw. Tot 1316 werd het grensgebied bestuurd door de graven van Lohn. Toen graaf Herman II van Lohn in dat jaar kinderloos stierf, verdween het graafschap en ontstond er een machtsvacuüm rondom de strategische burcht van Bredevoort.

Het vacuüm na Lohn
De burcht van Bredevoort was destijds al een brandhaard. De helft ervan was sinds 1284 in handen van het bisdom Münster; de andere helft werd in 1316 geërfd door Otto van Ahaus. Troepen van de bisschop van Münster, Lodewijk II, bezetten direct het gehele kasteel. Hoewel de Gelderse graaf Reinoud I ook aanspraak maakte op het gebied, greep hij niet meteen militair in. Hij sloot een driejarige wapenstilstand. Pas onder zijn opvolger, Reinald II, escaleerde het conflict tot een ware statusoorlog, waarbij Gelre actieve steun kreeg van graaf Willem III van Holland.
In de zomer van 1322 wist Reinald II via een verrassingsaanval kasteel Bredevoort in te nemen. Om de gemaakte kosten te compenseren, trok hij met 700 ridders en infanterie plunderend door het Münsterse land. Dit luidde een vier jaar durende, meedogenloze guerrillaoorlog in.
Slapende ridders en een gevangen bisschop
De strijd kenmerkte zich door flitsende overvallen en zware verliezen. Een van de meest opmerkelijke confrontaties vond plaats in maart 1323 bij de stad Dülmen. Een legereenheid uit Borken, die de bisschop van Münster steunde, verraste het Gelderse leger terwijl de ridders sliepen. De Borkenaren doodden doelbewust de paarden van de ridders. Gehuld in hun loodzware harnassen waren de Gelderse strijders zonder rijdier nagenoeg weerloos; 86 ridders en schildknapen sneuvelden, en honderd ridders werden gevangengenomen voor losgeld.
De rollen draaiden echter snel om. In mei 1323 werd bisschop Lodewijk II van Münster zelf gevangengenomen door Engelbert II van der Mark, een bondgenoot van Gelre. Pas in november van dat jaar kwam de bisschop vrij, na betaling van een astronomische losprijs van 5000 zilveren marken.

De vrede die daarop volgde was kortstondig. Zodra de bisschop vrij was, heroverde hij Bredevoort. In 1324 stonden de legers opnieuw tegenover elkaar bij Coesfeld. Het was een rasecht Europees conflict geworden: Reinald II had een leger van 7000 ruiters verzameld, gesteund door de koning van Bohemen, de graven van Vlaanderen, Holland, Artois, Van der Mark, Gulik, Van den Bergh en de bisschoppen van Luik en Utrecht. Münster werd bijgestaan door troepen uit Osnabrück, de heren van Lippe, de graven van Waldeck en Sayn, een schare Friezen, Hessen, Thüringers en Franken.
Toen de legers bij Coesfeld oog in oog stonden, dreigde een gigantische veldslag. Koning Jan van Bohemen en graaf Willem III van Holland wisten de kemphanen echter tot een compromis te bewegen, waarna op 1 september 1324 een verdrag werd getekend. De bisschop van Utrecht deed vervolgens in Deventer een bindende, maar gedifferentieerde uitspraak over de claims. Münster eiste dat Gelre zijn rechten op Bredevoort, het gericht Honborn en het hof Reken zou opgeven. De Utrechtse bisschop oordeelde dat beide partijen zich wat betreft Bredevoort moesten schikken naar de leenheer. Over de overige gebieden kon hij door oude vetes geen uitspraak doen, al kreeg Münster wel 500 mark schadevergoeding toegewezen.
Omdat deze uitspraak de dieperliggende spanningen niet wegnam, laaide de oorlog begin 1325 onverminderd weer op. Dit leidde op 3 januari 1325 tot de brute verwoesting van het Münsterse deel van de stad Vreden door Gelderse troepen.
Het Verdrag van Wesel (1326)
In 1326 waren beide partijen financieel en militair volledig uitgeput. Onder bemiddeling van graaf Diederik van Kleef en zijn broer Johan kwamen de partijen tot een definitief akkoord in de hanzestad Wesel.
De vredesvoorwaarden stelden dat het kasteel Bredevoort definitief aan Reinald II van Gelre werd toegekend. Daarnaast moest de Gelderse graaf de bezette heerlijkheid Bermentfelde (het huidige Barnsfeld bij Südlohn) teruggeven aan Münster, in ruil voor een schadevergoeding van 3500 mark.
Hier trad de beslissende financiële constructie in werking: het bisdom Münster, dat door de eerdere losprijzen en oorlogsjaren bankroet was, kon deze 3500 mark niet betalen. Als onderpand (pandschap) voor dit bedrag verpandde de bisschop de gerichten van Winterswijk, Aalten en Dinxperlo, evenals het bijbehorende vrijgraafschap, aan Gelre. Op 28 juni 1326 werd dit officiële vredesverdrag ondertekend, mede bezegeld door de Gelderse steden Zutphen, Groenlo, Arnhem en Emmerich.
De erfenis van een openstaande schuld
In het verdrag was vastgelegd dat Münster het pand — en dus het beheer over de drie kerspels — op elk gewenst moment mocht terugkopen door de pandsom af te lossen bij de schepenen van Wesel. Münster slaagde er in de eeuwen daarna echter nooit in om het geld bijeen te krijgen.
Wat begon als een tijdelijke hypotheek, werd zo een permanente situatie. De Heerlijkheid Bredevoort bleef definitief Gelders grondgebied en vormde later het Ambt Bredevoort. De grenzen van de middeleeuwse gerichten zijn vandaag de dag nog altijd zichtbaar in de gemeentegrenzen van de oostelijke Achterhoek. Een onafgeloste schuld uit 1326 bepaalde zo dat de bewoners van Aalten, Winterswijk en Dinxperlo vandaag de dag Gelderlanders zijn, en geen Westfalen.
Bronnen
Archiefbronnen
- Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (ECAL) – Archief Ambt Bredevoort
- Landesarchiv NRW Abteilung Westfalen
Digitale bronnen
- [Compas, T. / Mijn Gelderland] De geschiedenis van de Heerlijkheid Bredevoort. Beschikbaar via: mijngelderland.nl
- [Genealogy.net] GenWiki: Amt Ahaus. Beschikbaar via: genealogy.net
Gedrukte bronnen en literatuur
- Arend, J.P. & Van Rees, O. (1840-1871). Algemeene geschiedenis des vaderlands, van de vroegste tijden tot op heden. Amsterdam: J.F. Schleijer.
- Nijhoff, I.A. (1830-1875). Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland. Arnhem: Is. An. Nijhoff.
- Rabich, A. (2010). Die Regionalgeschichte von Dülmen und Umgebung. Dülmen: Laumann-Verlag.
- Schmidt, F. (1903). Die Bredevorter Fehde zwischen Geldern und Münster (1319-1326). Münster: Wulf.
- Scholz, K. (1995). Das Stift Alter Dom St. Pauli in Münster. Berlijn/New York: Walter de Gruyter.
- Spaen la Lecq, W.A. van (1801-1805). Oordeelkundige inleiding tot de historie van Gelderland (4 delen). Utrecht: Wild en Altheer.
- Wisplinghoff, E. (1992). Germania Sacra: Historisch-statistische Beschreibung der Kirche des alten Reichs. Berlijn/New York: Walter de Gruyter.

