De Aalterpoort was één van de twee stadspoorten van Bredevoort en maakte deel uit van de vestingwerken van Bredevoort. De poort lag aan de westzijde van het vestingstadje en markeert het begin van de Landstraat.
Het is niet bekend wanneer hier de eerste poort werd gebouwd. Op rekeningen uit het jaar 1500 blijkt dat er dat jaar onderhoudswerkzaamheden aan de poorten werden uitgevoerd. Een kaart van Jacob van Deventer uit 1560 toont een zware toren met een rondeel of barbacane daarvoor. Op belegeringkaarten (vanaf 1597) staat de stadspoort afgebeeld met ophaalbrug. De poort is geflankeerd door twee torens voorzien van torenspitsen. Voor deze poort ligt een halve maan.
Verbeteringen ca. 1550
Het is bekend dat Maarten van Rossum tussen 1545 en 1555 verbeteringen liet uitvoeren. Mogelijk is toen ook het poortgebouw verbouwd. Deze middeleeuwse poort werd in 1606 gesloopt, kort na het ontzet door Frederik Hendrik. Vanaf die tijd kreeg Bredevoort vestingwerken volgens de nieuwste inzichten van die tijd en daarmee een nieuwe poort. Het was een gemetselde poort gelegen in de stadswal. De halve maan werd vervangen door een groter ravelijn.
Sloop
De precieze sloopdatum van de Aalterpoort is nog niet vastgesteld. Oudere beschrijvingen plaatsen de afbraak na de Vestingwet van 1874, maar dat strookt niet met het onderzoeksrapport Visie op de vesting Brede-Voorde (2025). Volgens dat rapport waren bij de vestinginspectie van 1784 de stadspoorten al verdwenen en waren de bruggen vervangen door dammen. Het rapport baseert zich op het vestingplan en de memorie van J.G. Stahlschmidt uit 1784 (Nationaal Archief, 4.OPV, B284.2–B284.3). De oorspronkelijke memorie moet nog worden gecontroleerd om de sloopdatum nauwkeuriger vast te stellen.
Tegenwoordig staan er op deze locatie twee woongebouwen, in 1998 gerealiseerd op de locatie van de voormalige stadspoort, waarbij een restant van de oude stadspoort in het plan is verwerkt.



