Pijpenfabriek Peters & Gans, ca. 1910. Op de voorgrond: W.J. Peters.
In 1896 verliet Johannes Peters de hoornwerkplaats van zijn vader aan de Köstersbulte en sloot een vennootschap met Marcus Gans, een Joodse koopman. Gans financierde de firma genaamd PEGA (Peters & Gans). De pijpenfabriek stond aanvankelijk naast Peters’ woning aan de Gasthuisstraat (tegenwoordig Haartsestraat 3). Nadat de fabriek in 1917 totaal uitbrandde, vestigde Johannes Peters zijn pijpenfabriek aan de Admiraal de Ruyterstraat.
Tegenwoordig vinden we op deze locatie de achterzijde van de Primera.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1102
Jacobus Arnoldus Hendrik Prins, landbouwer
370 m² huis & erf
1878
I-3356
Hendrikus Johannes Prins, grondeigenaar
504 m² huis & erf
1879
I-3525 I-3526 I-3527 I-3528
Hendrikus Johannes Prins, grondeigenaar
44 m² huis & erf 34 m² huis & erf 44 m² huis & erf 165 m² huis & erf
Nutskleuterschool (in nieuw gebouw) officieel geopend
Toen enkele jaren geleden de nieuwe wet op het kleuteronderwijs werd afgekondigd sprak burgemeester E.S. van Veen van Aalten tijdens een raadsvergadering de verwachting uit dat van dat moment af de kleuterscholen wel als paddestoelen uit de grond zouden schieten. De heer Van Veen is in deze verwachting niet beschaamd want sedertdien is Aalten reeds een viertal nieuwe kleuterscholen rijker geworden. Nummer vier is de Nutskleuterschool (de voormalige Ten Hietbrinksschool), die in een hypermodern tweeklassig gebouw aan de Damstraat is ondergebracht en waarvan maandagmiddag de officiële opening plaats vond.
Mej. Manschot metselde gedenksteen
Al in de eerste fase van de openingsplechtigheid kwam duidelijk tot uiting de warme waardering van het stichtingsbestuur jegens mej. Ja. Ga. Manschot, de schenkster van de grond waarop de nieuwe school is verrezen. Het was dan ook deze hoogbejaarde dame die de eer te beurt viel om als eerste de school te betreden en vervolgens een ter gedachtenis aan haar ingemetselde gedenksteen te onthullen. Na dit plechtige ogenblik werden de talrijke aanwezigen, waaronder het college van b. en w. en vertegenwoordigsters van andere kleuterscholen, in de gelegenheid gesteld het gebouw te bezichtigen.
Opvallend was het hoe de bezoekers reeds bij het betreden van de zeer ruime hal werden geïmponeerd door de warme kleuren op muren en plafond, die door een goed aangebrachte indirecte verlichting de juiste sfeer geeft aan de onmiddellijke omgeving. Ook aan de twee lokalen is de uiterste zorg besteed; niets is nagelaten om het hier zowel de kleuters als de leidsters zo aangenaam mogelijk te maken. De ruime zandbak op de speelplaats zou bijna uniek genoemd kunnen worden door de vorm die hieraan is gegeven. Het normale vierkante model heeft hier nl. plaats moeten maken voor het klaverblad model.
Al met al een school die aan alle eisen voldoet en waarvoor de betrokkenen de nodige complimenten niet werden onthouden. Dit gebeurde, tijdens een bijeenkomst in café Schiller-Prins, waar de genodigden allereerst werden toegesproken door de presidente van het stichtingsbestuur, mevr. Hartman-Mulder. Zij schetste de spanning van twee jaar geleden toen het ging om een urgentieverklaring die of voor de r.k.- of voor de Nutskleuterschool zou zijn. Gelukkig kregen beiden deze zo fel begeerde verklaring zodat, zo dacht men althans, spoedig met de bouw zou kunnen worden begonnen.
Nutsspaarbank hielp mee
Er zou echter nog geld moeten komen en dat was er nu juist niet bij de gemeente. Ook deze tegenvaller wist men uit de weg te ruimen doordat men de Nutsspaarbank te Winterswijk wist te bewegen om het „rijke oompje” te zijn. Moeilijkheden waren er voorts nog ten aanzien van de in de plannen opgenomen centrale verwarming, die echter voor een tweeklassige school niet is toegestaan. Hiervoor in de plaats zijn enkele vol-automatische oliestookkachels geplaatst. Een laatste handicap waren een tweetal grote bomen die de ingang der school versperden. Het college van b. en w. kon het n.l. niet zomaar over het hart verkrijgen om dit stukje dorps natuurschoon zonder meer te laten verdwijnen.
Uiteindelijk is het college toch bezweken want, zo erkende burgemeester E.S. van Veen in zijn toespraak „één vrouw is duizend mannen te erg”, waarmee hij alleen maar wilde zeggen dat hij door de presidente als het ware naar de school is gesleurd om er zich van te overtuigen dat de bomen moesten verdwijnen. Overigens zei de heer van Veen veel respect te hebben voor het doorzettingsvermogen van mevr. Hartman; ’t bestuur maakte hij het compliment dat het in alle opzichten heeft weten te slagen.
De inspectrice bij het kleuteronderwijs, mevr. Bloemink-Rehwinkel, zei zich gelukkig te prijzen dat met het tot stand komen van deze school de laatste slechte behuizing van kleuters uit Aalten tot het verleden behoort. Voorts zeide zij te hopen dat in dit prachtige gebouw de algehele vorming van het kind tot zijn recht zal komen.
Veel waardering
Veel waarderende woorden werden hierna nog tot het bestuur gericht, waarbij veelal extra lof werd toegezwaaid aan de presidente voor haar bezielende leiding. Zo voerden o.a. nog het woord de heren G. Hagedoorn en H.J. Siebrands, beiden bestuursleden van het Nutsdepartement Aalten; de heer L.J.M. ter Linde, Winterswijk, oud bestuurslid der school; mevrouw Klein Hesselink-Westendorp namens de oudercommissie; door mej. E. Vaags namens de Prot. Bond. Aalten, en tenslotte door de dames Kos en Braakhekke, respectievelijk hoofd en oud-hoofd der school.
Bij de cadeaus die werden aangeboden bevond zich een 8 mm projector met scherm van de oudercommissie. Vanmorgen (dinsdag) hebben de kleuters bezit genomen van de nieuwe school, echter niet alvorens afscheid te hebben benomen van het oude gebouw in de Prinsenstraat. Getooid met vlaggen gingen zij in optocht naar de nieuwe school waar zij in de morgenuren zijn getracteerd en waar enkele aardige filmpjes werden vertoond.
De Ringkampsbulten is een klein natuurgebied in de Aaltense buurtschap Haart, gelegen tussen de Kriegerdijk en de Huiskermatedijk. Het gebied bestaat uit een gemengd bos op een deels heuvelachtig terrein. De dekzandrug in het bos ligt 41 meter boven NAP en is daarmee het hoogste punt van de gemeente Aalten.
In 1932 werd gedacht dat het een grafheuvel was, maar uit een kleine testopgraving bleek het om een natuurlijke heuvel te gaan. Buiten de heuvel werd echter wel een urn uit de IJzertijd (tot Vroeg-Romeins) gevonden, waardoor de naamgeving niet geheel onterecht is.
De dekzandrug bestaat uit gemengd bos, met een hoog percentage naaldbomen. In het lagere, vochtige deel ten zuiden van de dekzandrug bevat vooral loofhoutbeplanting, waaronder veel elzen. Langs het wandelpad aan de zuidzijde staat laanbeplanting in de vorm van zomereiken.
De Ringkampsbulten maakt deel uit van het Gelders Natuurnetwerk van Gelderland. Het gebied is omringd door landbouwgrond, wat het een bijzondere oase maakt voor zowel flora als fauna. Er zijn maatregelen genomen om het bos te ontwikkelen tot een ‘natuurlijke stapsteen’, met als doel een hoge biodiversiteit te bevorderen. Dit houdt in dat er een gevarieerde bosopbouw wordt nagestreefd, met structuurrijke randen en open plekken. Soorten die profiteren van zo’n stapsteen zijn de kleine ijsvogelvlinder en de grote weerschijnvlinder.
Het terrein heeft zich ontwikkeld tot een waardevol stukje natuur waar zeldzame planten en dieren kunnen floreren. Voor wandelaars en natuurliefhebbers biedt De Ringkampsbulten een rustige plek om te genieten van het landschap, met mooie uitzichten en gevarieerde begroeiing. Het is een minder bekend maar geliefd stukje natuur onder lokale bewoners, mede vanwege de rust en kleinschaligheid.
Klompenfabriek Pothof was in de jaren 1930–1940 actief aan de Polstraat (toenmalig nr. 64). In advertenties en berichtgeving wordt de fabriek herhaaldelijk genoemd.
In 1931 vinden we een vermelding van de Firma Pothof en Co., machinale klompenmakerij, aan de Stationsstraat 96a te Aalten. In 1934 werd dit adres omgenummerd en werd het Stationsstraat 32a. Als vennoten werden genoemd Christoffel Pothof (Meppel, 07-06-1896) en Jan Dost (Onstwedde, 09-12-1901).
Een jaar later meldt De Graafschapbode dat de heer Elsinghorst, fabrikant van fornuizen te Bocholt, de voormalige koek- en beschuitfabriek der firma Wijers heeft gehuurd, “met het doel ook in Aalten de fabricage van fornuizen ter hand te nemen. Een klein gedeelte dezer gebouwen, waarin een klompenfabriek is gevestigd, blijft als zoodanig bestaan”.
In 1948 lezen we in De Graafschapper over de klompenfabriek van Pothof: “Vroeger heeft de heer Leezer hier zijn slachthuis gevestigd gehad, waarna het verkocht werd aan de firma Gebr. Wijers, die het verbouwde en er een beschuitfabriek van maakte. Nog later ging het over naar de firma Pothof, die het tot klompenfabriek promoveerde. In de oorlogsjaren werd het in beslaggenomen door de Duitser Treppmann en thans draaien er weer de machines van de firma Pothof.”
In 1951 begon H. Martin, mededirecteur van de Tricot in Winterswijk, hier een breierij van babygoed.
Locatiegeschiedenis
Deze locatie — met de voormalige adressen Polstraat 62 en Polstraat 64 (later Koopmanstraat 77) — is tegenwoordig bebouwd met woningen: op het terrein is de Brederostraat aangelegd en aan de Koopmanstraat zijn eveneens woningen verrezen.
In de 20e eeuw waren hier meerdere bedrijven gevestigd, waaronder:
De Veewaag aan de Stationsstraat in Aalten (1974?)
Naast het treinstation van Aalten, schuin tegenover Hotel De Besker, stond tot halverwege de jaren ’60 of zelfs ’70 (?) een veewaag. De veewaag was een onderdeel van de Coöp. Landbouwvereniging en diende voor de keuring en het wegen van vee dat bestemd was voor de slacht.
Na de keuring werd het vee over de weg of per spoor naar de eindbestemming vervoerd. Die bestemming kon overigens zeer dichtbij zijn, namelijk het gemeentelijk slachthuis (later KSA) aan de overkant van de spoorlijn.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1910
I-4956
Geldersch Overijsselsche Locaal Spoorwegmij.
4.765 m² veewaag en spoorweg
1911
I-5420
Geldersch Overijsselsche Locaal Spoorwegmij.
48 m² veewaag
1921
I-5420
Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij
48 m² veewaag
1938
I-5420
N.V. Nederlandse Spoorwegen
48 m² veewaag
1957
I-8103
N.V. Nederlandse Spoorwegen
5.033 m² spoorlijn, loodsen, veewaag
1963
I-8954
N.V. Nederlandse Spoorwegen
24.340 m² station, pakhuis, loodsen, veewaag, spoorweg
Krantenberichten
Aaltensche Courant, 27 juni 1908Aaltensche Courant, 18 september 1917Zutphensche Courant, 4 december 1923
De Graafschapbode, 30 oktober 1925Aaltensche Courant, 19 november 1937Aaltensche Courant, 14 februari 1947Dagblad Tubantia, 23 juni 1950
Stationsomgeving Aalten, met de Veewaag nog net zichtbaar, rechts van het midden, achter de bomenFragment kadastrale kaart, 1911 (perceel I-5420)Fragment kadastrale kaart, 1957 (perceel I-5420)
Albert Heijn is al decennialang een vertrouwde naam in Aalten, maar de supermarkt kende door de jaren heen meerdere locaties. De eerste vestiging van Albert Heijn in Aalten bevond zich aan de Bodendijk. Later verhuisde de ‘Appie’ naar het Lage Blik. In het pand aan de Bodendijk vestigde zich vervolgens schoenen- en sportkledingzaak Scapino.
Op woensdag 2 juli 2008 opende Albert Heijn een nieuwe vestiging aan De Hoven, op de plek waar eerder de Edah (vanaf 1993) en later de Golff (2007–2008) waren gevestigd. Het pand aan het Lage Blik werd later in gebruik genomen door winkelketen Action.
De Albert Heijn op De Hoven was gevestigd boven de bibliotheek. Door de hoogteverschillen in het Aaltense centrum konden zowel de supermarkt als de bibliotheek hun ingang op straatniveau hebben, de laatste aan de lager gelegen Hogestraat.
In 2023 onderging de Albert Heijn op De Hoven een ingrijpende uitbreiding en metamorfose. De winkelvloer groeide van 1.300 naar 2.800 vierkante meter. De ondergelegen bibliotheek verhuisde naar het Lage Blik, waarna de vrijgekomen ruimte werd omgebouwd tot parkeergarage. Boven de supermarkt werden drie appartementen gerealiseerd.
In het nieuwe pand zijn tevens een slijterij van Gall & Gall en patisserie met koffiecorner van Kasper Paul gevestigd.
Het ‘pleintje’ achter het gemeentehuis van Aalten in 1972. Naar verluid was hier vroeger de Botermarkt.
Aalten kende ooit een botermarkt. Deze bevond zich achter het gemeentehuis.
In 1937 beschreef G.H. Rots in een serie artikelen hoe het er in vroeger tijden in Aalten aan toeging. Hij schreef het volgende over de botermarkt in Aalten:
De voormalige Botermarkt werd later een parkeerplaats voor auto’s
“Het geheele landbouwersbedrijf was natuurlijk primitief … Boterfabrieken waren er niet, de melk werd in roompotten gezuurd en zelf gekarnd. Op sommige boerderijen liet men dat karwei door een hond doen. De karnhond moest in een groot rad loopen, waardoor dit in beweging werd gebracht, hetwelk met een asverbinding de karninrichting in beweging bracht. De gekneede boter werd aan ‘welters’ gemaakt, en dan ging de huisvrouw er mee naar de markt. In Aalten was de botermarkt achter ’t Gemeentehuis.
Deze heeft echter geen bloeiende periode gehad, want de winkelier was ook een willig kooper. Met een gesloten beurs kon men dan kruidenierswaren koopen, en groote leveranciers kregen er contanten bij. Ook de eieren brachten wat geld op, maar zooals gezegd, de productie was niet zoo groot.”
Krantenberichten
Graafschapbode, 3 november 1883
Botermarkt Aalten – De Graafschapbode, 21 juli 1888
Botermarkt Aalten, elken maandag (1890)
Bronnen
‘Uit Aalten’s verleden’, door G.H. Rots, Aaltensche Courant, 12 & 19 november 1937, deel III (Delpher)
“De Kapelle” was een café, wegrestaurant en snelbuffet aan de grensovergang Heurne-Hemden.
Dagblad Tubantia schreef op 3 september 1971:
Aan grens in Heurne dreigt sluiting chauffeurscafé
AALTEN — Het uitladen van een verwarmingsinstallatie en het vertrek van de exploitant van een wegrestaurant heeft aan de grens in Heurne een lawine van geruchten doen ontstaan, waarvan er in elk geval één juist is, namelijk dat het restaurant De Kapelle spoedig niet meer in huidige vorm zal worden geëxploiteerd. Meneer Jean-Pierre, zoals de exploitant aan de grens wordt genoemd, gaat naar het buitenland, naar Italië of naar Frankrijk, de verdere toekomst van het restaurant is naar zijn zeggen duister.
De exploitatiemaatschappij, die het bedrijf beheert, heeft het contract met de eigenaar van de zaak, de heer D. Fries, sigarenhandelaar in Aalten, niet verlengd, zegt men in De Kapelle. De heer Fries is daarover nogal verbaasd. „Ik weet officieel van niets, ik weet zelfs niet dat er een ander op zou komen. Van het niet verlengen van een contract is mij niets bekend”, zegt hij. De Maatschappij tot exploitatie van hotels, café’s en restaurants, te bereiken bij een brouwerij in Rotterdam, houdt de boot af als er om inlichtingen wordt gevraagd. De man, van wie de heer Fries veronderstelt dat hij volkomen op de hoogte is, zegt van niets te weten, een ander die het wel zou weten is de eerstvolgende weken nog met vakantie.
Koper
In de Kapelle weet men zeker, dat de brouwerij de overeenkomst met de eigenaar niet wil verlengen. Verondersteld wordt dat er dan niet anders zal opzitten dan dit chauffeurscafé en wegrestaurant maar te sluiten. „Er is veertien dagen geleden een koper op de geruchten afgekomen, maar ik heb geen zaken met hem gedaan, ik weet niet van veranderingen”, zegt de heer Fries. Rond De Kapelle verluidt: Een brouwerij heeft er belangstelling voor, er komt een grote verbouwing, het zal een bedrijf met twee vleugels worden, één voor chauffeurs en één voor het geven van uitgebreide maaltijden en partijen.
De directeur van de brouwerij, die belangstelling zou hebben, de heer F. Groen in Groenlo zegt: „Van verbouwen is geen sprake. Ze hebben mij aan de grens dat verhaal ook verteld toen ik met vakantie ging. Ik heb wel een aantekening op mijn bureau liggen en ik trek er wel achteraan, maar ik weet op dit moment nog nergens van”. De heer Groen acht het heel waarschijnlijk dat een andere brouwerij geen belangstelling meer heeft. „De ervaringen daar zijn niet zo bijster lollig geweest”, meent hij.
Alles tegen elkaar afwegend bij wat wel en niet gezegd wil worden in deze zaak kan op het ogenblik veilig worden aangenomen dat met ingang van het nieuwe jaar er geen pleisterplaats meer zal zijn in Heurne, wat heel wat chauffeurs van lange routes zeer zullen betreuren.
Aan de grens in Heurne wordt het steeds drukker, maar een nieuw gebouw voor de douane, zoals was beloofd, zit er de eerste jaren niet in.
Of er een inklaringsbureau in De Kapelle zal komen is een vraag, waarop het antwoord ook al in de lucht blijft hangen. Een dergelijk bureau staat wel aan de andere kant van de weg en omdat bij het douanekantoor een verwarmingsinstallatie is afgeleverd zijn de veronderstellingen over wijzigingen hier al eveneens druk in omloop.
Plannen voor een nieuw grenskantoor zijn er al lang. Het zou in de afgelopen maand al klaar geweest moeten zijn, maar er is zelfs nog niet aan begonnen. Het zal er voorlopig ook niet van komen. Op het douanekantoor in Winterswijk is men van mening, dat nu het besluit is gevallen in het bestaande kantoor voor duizenden guldens te gaan vertimmeren en een gasverwarmingsinstallatie te bouwen, het wel zeker is, dat er van het realiseren van een nieuw douanekantoor voorlopig niet zal komen.
De chauffeurs op de internationale lijnen vinden het overigens veel belangrijker of hun pleisterplaats gaat sluiten. Ze gingen zich er steeds meer thuisvoelen de laatste tijd. „Vroeger hebben ze het hier verkeerd aangepakt”, weet een van hen. „Ze wilden er een restaurant van maken met mooie kleedjes op tafel en nogal hoge prijzen. Een zaak langs de weg moet goedkoop zijn, het is voor een chauffeur belangrijk of hij één dan wel twee kopjes koffie voor zijn gulden kan krijgen.”
„Het is moeilijk met die gedachte op de achtergrond nog een zaak te drijven” menen restaurantdeskundigen. „Maar zulke zaken moeten er desondanks bij de grens zijn”, vindt de douane.
Momenteel voeren we groot onderhoud uit om de website te verbeteren. Daardoor kunnen er tijdelijk foutmeldingen optreden (zoals “Pagina niet gevonden”).