Fragment kadastrale kaart (1989), geprojecteerd op Google MapsAaltensche Courant, 8 juli 1927De Graafschapper, 21 augustus 1934Graafschapbode, 4 mei 1936
’t Olde Moorveld, geschilderd door Paul Hagemann’t Olde Moorveld, getekend door Paul HagemannFragment kadastrale kaart (1989), geprojecteerd op Google MapsBron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort / Documentnummer BT-036967Tekening van de rechter zijgevelTekening van de sluitsteen boven de enddeure, met de initialen van Jan Willem te Hennepe en zijn zoon Gerrit Jan.De Graafschapbode, 19 januari 1884Aaltensche Courant, 3 mei 1913
968 m² huis, schuur, tuin & erf 3.230 m² huis, schuur & erf
1948
I-7293
Christiaan Wijnveen, kunstdraaijer en landbouwer
10.070 m² dubbel huis, erf, bouw-, weiland
1952
I-7681 I-7682
Bernard Vaags, landbouwer
335 m² huis, tuin 10.313 m² huis, wld., bld., weg ged.
Bewoners
Eerst bekende bewoners:
Hendrick Boskes / te Boske (Lintelo / Lintelo 1677-1681) Cunne
Volgende bewoners, weduwnaar en 2e echtgenote:
Hendrick Boskes / te Boske (Lintelo / Lintelo 1677-1681), trouwt op 06-07-1677 in Aalten met Hendersken Scheenck ofte Suren (Lintelo)
Volgende bewoners, dochter uit 1e huwelijk en echtgenoot:
Reijner Clumps alias te Boske (Barlo – < 1709), trouwt op 29-07-1677 in Aalten met Hendersken Boskes / te Boske (Lintelo)
Volgende bewoners, dochter en echtgenoot:
Barent Kressers alias te Boske (Miste – < 1765), trouwt op 26-05-1709 in Aalten met Berentjen te Boske (Aalten, 01-01-1682 – Lintelo, 18-10-1768)
Volgende bewoners, zoon en echtgenote:
Reijnder te Boske (Aalten, 20-10-1720 – Lintelo, 09-11-1791), trouwt op 14-04-1753 in Aalten met Geertjen Oolthuijs (Aalten, 21-04-1731 – Lintelo, 12-05-1798)
Volgende bewoners, zoons en echtgenotes (dubbele bewoning):
Hierna worden beide bewonersreeksen naast elkaar weergegeven.
Anthoni te Boske (Aalten, 22-12-1754 – Aalten, 04-03-1837), trouwt (1) op 17-05-1789 in Aalten met Janna Geertruid Jentink (Aalten, 25-11-1759 – Lintelo, 19-10-1814) (2) op 26-05-1815 in Aalten met Christina Scholten (Aalten, 29-05-1757 – Aalten, 31-03-1835)
Garrit Jan te Boske (Aalten, 25-12-1766 – Lintelo, 22-08-1842), trouwt op 09-02-1816 in Aalten met Driesken de Mooij (Rheden, 10-08-1755 – Lintelo, 04-02-1841)
Dit pand werd afgebroken om plaats te maken voor het parkeerterrein van AZSV. Tot circa 1950 was hier de busonderneming van Veldhuis gevestigd. In 1950 werd de nieuwe vestiging aan de Nassaustraat 4 in gebruik genomen.
Fragment kadastrale kaart, 1895 (perceel I-2144)Fragment kadastrale kaart, 1956 (perceel I-2144). De contouren van het oude huis én de huidige dubbele woning zijn zichtbaar.
Het voormalige complex van een spekslagerij met rokerij, café en woonhuis op de hoek van de Prinsenstraat en de Landstraat is een rijksmonument van uitzonderlijk historisch belang. Het object dankt zijn historische waarde vooral aan het uiterst zeldzame winkelinterieur uit 1927, uitgevoerd in een rijke art-decostijl.
Het pand werd tussen 1880 en 1890 in opdracht van slager Eggink herbouwd in een sobere, neoclassicistische stijl. In 1901 kwam het gebouw in handen van slager J.H. Prinsen, die rond 1912 een winkelpui met art-nouveau-invloeden liet aanbrengen. De slagerij speelde een voorhoederol in de sociaal-economische en technische ontwikkeling van de vroege twintigste eeuw; na de aansluiting op het elektriciteitsnet was het een van de eerste bedrijven in de levensmiddelenbranche die een moderne elektrische koelinstallatie installeerde.
Het monumentale hoekpand telt twee bouwlagen, een kelder en een zolderverdieping onder een plat dak met omlopende dakschilden. De bakstenen gevels worden gekenmerkt door gepleisterde hoekpilasters, een gekornist fries en een kroonlijst. Het cafégedeelte bevindt zich op de hoek van de straten, terwijl het woonhuis aan de Landstraat is gesitueerd. Aan de binnenzijde heeft het pand zijn oorspronkelijke indeling behouden, inclusief functionele historische elementen zoals spekkuipen in de kelder, een rookoven op de binnenplaats en vleeshaken in de voormalige slachterij.
De voornaamste reden voor de zeldzaamheidswaarde van het object is het interieur en de inventaris van de winkel, die sinds het staken van de bedrijfsactiviteiten in 1976 volledig bewaard zijn gebleven. In 1927 liet Prinsen een compleet winkelinterieur vervaardigen door de Duitse firma Bröcker uit Elberfeld. Dit interieur is uitgevoerd in een rijke art-decostijl en reflecteert de toenmalige trend om hygiëne en moderniteit uit te stralen door het gebruik van ‘koele’ materialen. Opvallende elementen zijn onder meer de gedetailleerde vloer- en wandbetegeling met figuratieve tableaus van vee, een met porselein beklede spiegel en een toonbank van marmer en porselein met een opschrift over de elektrische koeling. Het plafond is opgebouwd uit deels beschilderde vierkante glasplaten, bijeengehouden door een ijzeren raster met porseleinen rozetten.
De panden Dijkstraat 18, 20 en 22 zijn omstreeks 1979 afgebroken om plaats te maken voor de doorbraak van de Admiraal de Ruyterstraat tussen Dijkstraat en Stationsstraat.
Hiermee verdween ook het ‘gängeske‘, het pad tussen smederij Heijnen (Dijkstraat 20), en het woonhuis van de buren (nummer 22). Dit pad was eigendom van de familie Heijnen, maar werd dankbaar door de Aaltense bevolking gebruikt als verbindingspad. De pastoor kwam ieder jaar met een schaaltje perzikken naar de smederij als dank, want ook kerkgangers gebruikten het paadje op zondag.
De familie Heijnen liet het graag toe. Men had tenslotte een onderneming en voor de klandizie en de goede naam had men dat er wel voor over. Eens in de dertig jaar ging het pad echter dicht, een gebeurtenis die zelfs notarieel werd vastgelegd. Dat was bedoeld om te voorkomen dat het eigendomsrecht van het pad door publiekelijk gebruik zou verjaren.
Bernard Heijnen
Bernard Heijnen kwam op éénjarige leeftijd in het smederijpand te wonen. Tot kort voor de sloop oefende hij er het oude ambacht uit, dat hij van zijn vader leerde. Het was zwaar werk, maar Bernard vond het fijn. Zijn vader zei altijd tegen hem: “Eerst zorgen dat er wat op de boterham komt, dan pas naar de meisjes kijken”.
In 1938 kreeg Bernard zelf het beheer over de zaak. De werkzaamheden liepen in die tijd uiteen van schoppen uitslaan en hoefijzers maken tot de fabricage van hoepels en bijlen. De klantenkring van Heijnen bestond voornamelijk uit boeren van de Heurne en de Haart. Niet altijd de makkelijkste klanten, want het kwam wel eens voor, dat Heijnen in de stromende regen moest doorwerken aan een boerenwagen, die per se klaar moest. Nat en bezweet in de kille buitenlucht.
De inventaris van de smederij is behouden gebleven en overgebracht naar museum ’t Frerikshuus aan de Markt: het smidsvuur met kap, een hoepelwals, slijpstenen, een oude werkbank en verschillende soorten gereedschap. Met de sloop van deze smederij was wederom een karakteristiek stukje Aalten verleden tijd.
Uit kadastrale gegevens blijkt dat dit boerderijtje omstreeks 1933 is gebouwd. Omstreeks 1974 is de boerderij alweer afgebroken, rond de tijd dat de Keizersbeek werd verlegd. Daarna werden hier de eerste woningen van de Smitskamp gebouwd. Een boom die destijds bij de boerderij stond is behouden gebleven en staat anno 2025 nog steeds in een plantsoentje.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1928
I-2194
Wessel Johannes Becking, fabriekant of kunstdraaijer
Hendrik Jan Visscher (Wierden, 11-01-1852), onderwijzer (hij wordt in 1889 uitgeschreven, er staat bij ‘krankzinnig’ en nog iets. Hij overlijdt in 1928 in Warnsveld) Hermina Hendrika Johanna Mierdink (Aalten, 05-08-1841), zij vertrekt in 1887 naar Brummen, maar overlijdt een jaar later in Aalten (nr. 370)
Bovenstaande tekening is gemaakt door de in 2018 overleden Aaltense tekenaar Willy Walvoort. Hij schreef erbij: “De dorpsschool in 1824. Boven: de ingang was op de kerkheuvel. Onder: aan de Landstraat de nachtwacht, gevangenis en brandweer.”
In 1937 beschreef G.H. Rots in een serie artikelen hoe het er in vroeger tijden in Aalten aan toeging. Zo schreef hij over de school:
“In het dorp Aalten gingen de kinderen allen naar één school. Splitsing kende men niet. De kinderen van alle godsdienstige richtingen zaten naast elkaar op de schoolbanken. De school was gevestigd in een gebouw aan de Landstraat naast de Herv. Kerk. Beneden was de wacht en op de verdieping was de school. Meester Stegeman zwaaide er den scepter. Met nog 2 hulponderwijzers werd aan de Aaltensche jeugd onderwijs gegeven. Met zes kinderen in een bank, had men ’s winters zoo’n 60 à 70 leerlingen per onderwijzer. Elken morgen werden de lokaaldeuren opengezet, en deed het hoofd der school een gebed.
De orde in de klas werd gehouden met de roede, want wie niet wilde luisteren, werd met een eindje hout bewerkt. En meester Stegeman had de schrik er in. Maar hij was een werkzaam man en spaarde zich geen moeite om het onderwijs zoo goed mogelijk te doen zijn. De avondschool was nog een goede gelegenheid om kinderen, die al vroegtijdig van school moesten, nog een beetje kennis bij te brengen. Dan had meester een kleinere klas en was het onderwijs geven gemoedelijker.”
Het benedendeel van het gebouw lag op het niveau van de Landstraat en was grotendeels ingegraven in de kerkheuvel. Hierin waren het wachtlokaal van de nachtwacht, het lokaal voor de brandspuiten, een kelder en de prison (het arrestantenlokaal) gevestigd. Boven was het schoollokaal van ca. 9×15 meter, met acht grote ramen, waarvan er vier konden worden opengeschoven voor de ventilatie. De ingang bevond zich in de oostgevel, aan de kant waar nu het gebouw Elim staat en was bereikbaar over een pad direct langs het kerkhof. De twee toiletten waren ook buiten tegen de oostgevel aangebracht.
Het pand kwam in 1886 te koop, vermoedelijk vanwege de ingebruikname van de nieuwe Openbare Lagere School aan de Herenstraat.
Tegenwoordig heeft de voormalige school een woonbestemming en vinden we op de benedenverdieping van dit pand Kapsalon Ter Maat.
De Freriksschure is een oude Saksische dorpsboerderij, gelegen achter het pand Markt 14 in Aalten. Het pand dankt zijn naam aan ‘heel- en vroedmeester’ Harmen Jan Freriks, die jarenlang in het herenhuis Markt 14 woonde en de schuur als koetshuis gebruikte.
In 1985 werd de ruimte ingericht als agrarisch museum en tegenwoordig is het onderdeel van het Nationaal Onderduikmuseum.
In de schuur is gereedschap te zien dat rond 1900 door boeren werd gebruikt. De collectie omvat gereedschap voor diverse agrarische ambachten, zoals melkverwerking, huisslacht, grondbewerking en de oogst. Daarnaast is er gereedschap tentoongesteld dat een beeld geeft van de ambachten die nauw verbonden waren met het boerenbedrijf, zoals een zadelmakerij, radmakerij en klompenmakerij.
Verder zijn er karren en rijtuigen te zien. Er wordt ook getoond welke werkzaamheden er in de huisnijverheid werden uitgevoerd, zoals het verwerken van vlas tot linnen en de ‘wasstraat’ (het wassen van textiel). Tot slot zijn er een huiskamer en een ‘rommelzolder’ ingericht. Het topstuk is de radmakerij, die in zijn volledigheid zeer zeldzaam is.
In 1959 brandde dit boerderijtje op de hoek van de Polstraat en de Bonifaciusstraat nagenoeg geheel af. In 1963 kocht de gemeente Aalten het van de weduwe Scholten, waarschijnlijk al met de bedoeling om het te slopen en op het terrein een nieuw politiebureau en woningen te realiseren.
Het politiebureau kwam begin jaren 1970 gereed en bleef hier gevestigd tot 2018. Tegenwoordig zit er in het voormalige politiebureau een tandartsenpraktijk.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-225
Roelof Arendsen, assessor
1.130 m² huis, schuur & erf
1852
I-225
Roelof Arentsen, molenaar & grondeigenaar
1.130 m² huis & erf
1892
I-4497
Gerhard Heinrich Lohaus e.c., koopman
1.380 m² huis & erf
1908
I-4497
Hendrik Scholten, timmerman
1.380 m² huis & erf
1957
I-4497
Hendrika Willemina Krieger, landbouwster Gesina Johanna Scholten, landbouwster Jan Elferink, landbouwer
In het voorjaar van 1968, kort voor de sloop van de Hoop was vrijwel alle hout op het terrein rond de molen al verdwenen. (Foto Staring Instituut)
Meer dan honderd jaar domineerde molen De Hoop het beeld van de Molenstraat in Aalten. In het voorjaar van 1968 was het echter definitief gebeurd.
De wieken waren al lang verdwenen, de bovenste twee meter van de romp waren geofferd voor het bouwen van een woning en toen er in de loop van de jaren zestig ook geen markt meer was voor de laatst overgebleven functie, het zagen van boerengeriefhout, gingen de molen met bijgebouwen tegen de grond. Vier nieuwbouwwoningen kwamen ervoor in de plaats.
Oprichting
Op 2 november 1852 besprak de Aaltense gemeenteraad een bouwaanvraag van de heren Freriks en Buenk voor een “steen-, wind-, koren-, mout- en schorsmolen”. Dit laatste duidt op het malen van eikenschors, bestemd voor de leerlooiers. Er waren geen bezwaren en de vergunning werd verleend. De bouw van de molen vond plaats op een stuk grond, noordwestelijk van Aalten.
Nog tijdens de bouw dienden genoemde heren een verzoek in om de molen “ook te mogen inrichten tot het schellen van garst en giers en het slaan van olie”. Ook dit werd toegestaan. De molen kreeg de naam ‘De Hoop’. Zes jaar later verkocht Derk Jan Buenk zijn onverdeelde helft van de molen “annex getimmert, erf en verder toe en aanbehooren” voor ƒ 2500 aan zijn compagnon Johannes Theodorus Freriks.
De molen werd aanvankelijk gebruikt voor het malen van graan en het persen van olie uit rapen. Later kwam de houtzagerij er bij. Berend Willem Klomps nam de molen in 1923 over van Lammers. Hij bleef tot eind jaren vijftig molenaar. In de laatste jaren voor de sloop was het gebouw eigendom van de Coop. Landbouwvereniging.
In de loop der jaren werden nog diverse andere energiebronnen ingezet om de machines in beweging te krijgen. Een tijdlang heeft het bedrijf gedraaid op een gasmotor, die werkte op stadsgas. Later was er een dieselmotor voor het zware werk. De laatste jaren gebeurde alles elektrisch.
Sloop
In de Graafschapbode van mei 1968, aan de vooravond van de sloop, wordt de historie van de molen beeldend beschreven.
„Eerst ruisten zijn ranke wieken door de lucht, voortgedreven door de wind om met hun kracht de oude houten tandwielen in beweging te brengen, die op hun beurt zorgden voor de voortbeweging van de werkmechanismen. Maar toen de tijd haastig werd en men niet langer afhankelijk kon zijn van de grillen van het weer, besloot de toenmalige molenaar, de heer Lammers, dat de wieken eraf gehaald zouden worden. Van toen af werd het bedrijf beheerst door het dreunen van de locomobiel, een verplaatsbare stoommachine.”
Vóór 1930 werd de molen al gemechaniseerd. De overgebleven romp werd in 1968 gesloopt.
In 1969 werd er op het terrein van de voormalige molen een diepe waterput gevonden.
Hoewel de molen zelf al vele decennia uit het straatbeeld is verdwenen, leefde de naam nog lange tijd voort. De bijnaam van de familie Lammers aan de Varsseveldsestraatweg luidde vele jaren later nog steeds ‘Lammers van de Hoopmölder’.
Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring en analyse van bezoekgegevens. Ga je hiermee akkoord? Zonder toestemming werken sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.