De Van Heemskerckstraat in Aalten is vernoemd naar Jacob van Heemskerck (1567–1607), een Nederlands zeevaarder en viceadmiraal bij de Admiraliteit van Amsterdam.
Archieven: Plaatsen
-

Bredevoortsestraatweg 117
Overzicht
“Het huis op de foto was van Rots zij woonden aan de rechterkant en aan de linkerkant woonden Driena en Teun (Leerink?). Leentje Fiering was een van de laatsten die in dit huis woonde” (bron: Nellie Prinsen, Canada).
Bewoners
Bevolkingsregister 1910-1920
Hendrik Jan ter Horst (Dale, 08-07-1864), fabr.arb.
Maria Johanna Albers (Aalten, 18-03-1867)Volgende bewoners:
Bevolkingsregister 1920-1930
Gerhardus Frederikus Leerink (Varsseveld, 28-12-1863)
Adresboek 1934
Dale 153b > Bredevoortschestraat 117
Adresboek 1967
Adres wordt niet (meer) vermeld.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar Perceel Eigenaar Omschrijving 1901 C-3069 Gerrit Jan Heijink, timmerman 540 huis, schuur & erf 1908 C-4118 Afbeeldingen

Fragment kadastrale kaart, 1908 (perceel C-4118) -

Heijinks Huuske
Overzicht
“Gary, Evert, Dien en Jenny Prinsen zijn in dit huis geboren. Later zijn zij verhuisd omdat dit huis te klein was.” (bron: Nellie Prinsen, Canada).
Bewoners
Bevolkingsregister 1900-1910
Gerrit Jan Heijink (Dale, 07-10-1834), landbouwer
Volgende bewoners:
Harmina Hendrika te Paske (Haart, 19-05-1851)
Volgende bewoners:
Bevolkingsregister 1910-1920
Derk Jan Elferink (Barlo, 10-08-1884), opperman
Willemina Jansen (Lintelo, 31-08-1886)Zij vertrekken begin 1922 naar Lichtenvoorde.
Adresboek 1934
Dale 154 > Bredevoortschestraat 115
H.J. ter Horst
Volgende bewoners (1935/1936–Herfst 1946?):
Bernard Willem Prinsen (Barlo, 23-06-1905), metselaar
Stevelina Fles (Aalten, 23-08-1912)Volgende bewoners (1944 tot 1949):
Alof Jan Wentink (Dale, 28-03-1918)
Jansje Fles (Aalten, 08-03-1921)Adresboek 1967
Bredevoortsestraatweg 115
Mevr. G.A. Tolkamp-Eenink
Bredevoortsestraatweg 115/1
B.J. Tolkamp
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar Perceel Eigenaar Omschrijving 1901 C-3069 Gerrit Jan Heijink, timmerman 540 huis, schuur & erf 1908 C-4119 1912 C-4276 m² 1959 C-5114
C-5115m² 1980 C-5640
C-5643m² Afbeeldingen

Fragment kadastrale kaart, 1908 (perceel C-4119) -

De Halve Maone
De Halve Maone (Halve Maan) is een voormalig ravelijn en historisch vestingwerk in het Gelderse vestingstadje Bredevoort. Het versterkte, vijfhoekige eiland lag aan de westzijde van de stad in de vestinggracht, direct voor de Aalterpoort. Samen met het omliggende schootsveld ‘de Koppele’ vormt het complex een belangrijk cultuurhistorisch element, dat herinnert aan de strategische betekenis van Bredevoort tijdens de Tachtigjarige Oorlog en de eeuwen daarna.
Een ravelijn is een buitenwerk van een vesting dat primair diende om de kwetsbare stadspoorten en de achterliggende gordijnmuur te beschermen tegen vijandelijk vuur en bestormingen. De Halve Maone was als een vijfhoekig eiland opgebouwd en lag tussen de bastions Ossenkop en Vreesniet. Het eiland werd omgeven door een extra vestinggracht (de ravelijnsgracht).
De toegang tot de stad via de westzijde was destijds opgedeeld: reizigers vanaf de oude weg naar Aalten staken via een eerste brug de buitenste gracht over naar het ravelijn. Vanaf het ravelijn leidde een tweede brug, uitgevoerd als ophaalbrug, over de stadsgracht naar de Aalterpoort. Aan de oostzijde van Bredevoort, voor de Misterpoort, bevond zich destijds een soortgelijk verdedigingswerk.
Geschiedenis en ontwikkeling
Middeleeuwen en de vroege ‘halve maan’ (tot 1606)
Hoewel het niet bekend is wanneer de eerste Aalterpoort werd gebouwd, tonen rekeningen uit het jaar 1500 aan dat er rond die tijd reeds onderhoudswerkzaamheden aan de stadspoorten werden verricht. De basis voor het latere ravelijn werd vermoedelijk gelegd tussen 1545 en 1555, toen de Gelderse krijgsheer Maarten van Rossum werd aangesteld als drost van Bredevoort. Van Rossum liet de middeleeuwse vesting ingrijpend moderniseren om deze bestand te maken tegen de opkomst van het kanonvuur; hij verbreedde de grachten, wierp aarden wallen op en plaatste een vroege ‘halve maan’ voor de Aalterpoort.
Een kaart van de cartograaf Jacob van Deventer uit circa 1560 toont de Aalterpoort nog als een zware toren met een voorliggend rondeel of barbacane. Op latere belegeringskaarten vanaf 1597, het jaar waarin Maurits van Oranje de stad na een heftig beleg innam, staat de poort afgebeeld met een ophaalbrug en de karakteristieke halvemaanvormige voorversterking.
Modernisering naar Oud-Nederlands vestingstelsel
Nadat de staatsen de stad in handen kregen en Frederik Hendrik van Oranje de vesting in 1606 succesvol ontzette, werd besloten de middeleeuwse fortificaties grondig te vernieuwen. De oude middeleeuwse Aalterpoort werd in 1606 gesloopt. In plaats daarvan verrees een nieuwe, gemetselde poort die verzonken lag in de hoofdwal. De relatief eenvoudige ‘halve maan’ van Van Rossum maakte hierbij plaats voor een groter, vijfhoekig ravelijn.

Illustratie door Jan de Beijer uit 1743, met op de voorgrond bastion Ossenkop en links daarvan de Aalterpoort Verval en de Vestingwet (19e eeuw)
Met de introductie van de Vestingwet in 1874 verloor Bredevoort officieel zijn militaire status. Om te besparen op de hoge onderhoudskosten, besloten de inwoners van de stad de Aalterpoort af te breken. De houten bruggen over de grachten werden vervangen door een vaste, aarden dijk.
Kadasterkaarten uit 1828 laten zien dat de vestingwerken destijds al in verval verkeerden, maar de contouren van de Halve Maone en de Aalterpoort waren nog prominent herkenbaar. De kaarten tonen tevens de historische waterhuishouding: de Slingebeek stroomde indertijd nog aan de oostzijde van de stad om het oostelijke ravelijn heen. Ten noorden en noordoosten van het stadje werd de gracht rondom de Halve Maone gevoed door de Schaersbeek, die overging in de laaggelegen gronden en doorstroomde richting een stuw nabij het voormalige fort Oranje. Na de ontmanteling werden de gedempte grachten en de geslechte wallen aan de noordzijde grotendeels in gebruik genomen als volkstuintjes.
Landschappelijke context: Schootsveld ‘de Koppele’
Direct aansluitend op de Halve Maone ligt de Koppele (historisch op kaarten ook wel aangeduid als het Kleine Broek). Dit karakteristieke laagveengebied strekt zich uit tussen de historische stadskern en de huidige Bolwerkweg en Tolhuisweg, waarover vroeger de oude verbindingsweg naar Aalten liep.
In militaire termen fungeerde dit open, moerassige gebied als het schootsveld. Het bood de verdedigers op de wallen een vrij en onbelemmerd zicht op naderende vijanden. De kunstenaar Jan de Beijer legde dit open landschap in 1743 vast in een bekende tekening vanaf de Tolhuisweg. Op de voorgrond van zijn werk is een deel van de ‘voorde’ (een doorwaadbare plaats) zichtbaar, het landschapselement waaraan Bredevoort zijn naam (‘brede voorde’) dankt. Tegenwoordig is de Koppele het enige overgebleven gebied rondom Bredevoort dat herinnert aan deze oorspronkelijke, strategische ligging.

De vestingwerken rondom Bredevoort in 1784, met linksonder het ravelijn ‘De Halve Maone'(K) 
Luchtfoto van Bredevoort met linksonder de Halve Maone – Foto: Technische Dienst, Luchtvaartafdeeling 1930-1940 Recente situatie en archeologie
Demping in de 20e eeuw
In de loop van de 20e eeuw raakte de historische structuur grotendeels gecamoufleerd. In 1972 werd de ravelijnsgracht — die de loop van de Schaersbeek vormde vlak langs de Tramstraat — gedempt. De beek werd verderop in het gebied de Koppele rechtgetrokken richting de stuw. Het eiland van het voormalige ravelijn zelf werd getransformeerd tot een volkstuintjescomplex met 40 percelen, waardoor de historische gelaagdheid voor het oog verdween.
Archeologische ontdekkingen
In 2022 vond er, op aandringen van de vereniging Bredevoorts Belang, archeologisch onderzoek plaats tijdens graafwerkzaamheden van netbeheerder Liander nabij de entree van Bredevoort aan de Landstraat. Hierbij werden diverse monumentale resten in de bodem aangetroffen, waaronder een stuk muurwerk dat constructief toebehoorde aan het ravelijn De Halve Maone.
Toekomstplannen en herinrichting
Omdat de historische vestingstructuur in de huidige situatie voor bezoekers en bewoners nauwelijks nog herkenbaar is, heeft de Vereniging Bredevoorts Belang in 2025 voorstellen gepresenteerd om het ‘versluierde erfgoed’ beter zichtbaar en toegankelijk te maken.
Een van de voorstellen is het verwijderen van de huidige dam en de duiker die de zogeheten Kleine en Grote Gracht van elkaar scheiden. Door deze barrière te vervangen door een nieuwe brug in de Landstraat, worden de grachten weer open met elkaar in verbinding gebracht.
Over de status en voortgang van deze plannen is ons momenteel (juni 2026) niets bekend.
-

Ballastput
Overzicht
Deze verdwenen boerderij lag ten noordoosten van Stapelkamp, ongeveer waar nu de Kiefteweg loopt.
Bewoners
Eerst bekende bewoners:
Bevolkingsregister 1880-1890
Antonius Martinus Firing (Aalten, 01-07-1845), timmerman
Johanna Maria Boekhorst (Ulft, 23-09-1848)Bevolkingsregister 1890-1900
Antonius Martinus Firing (Aalten, 01-07-1845), arbeider
Johanna Maria Boekhorst (Ulft, 23-09-1848)Volgende (hoofd)bewoner:
Anna Egberts (Neuenhaus/D, 23-04-1833)
Volgende bewoners:
Jan Langenbarg (Ruurlo, 29-10-1844), arbeider bij Muller
Berendina Bulsink (Westendorp, 15-09-1865)Bevolkingsregister 1900-1910
Bevolkingsregister 1910-1920
Jan Langenbarg (Ruurlo, 29-10-1844), landbouwer (bij derden)
Berendina Bulsink (Westendorp, 15-09-1865)Jan Langenbarg (Ruurlo, 29-10-1844), landbouwer
Berendina Bulsink (Westendorp, 15-09-1865)Bevolkingsregister 1920-1930
Jan Langenbarg (Ruurlo, 29-10-1844)
Berendina Bulsink (Westendorp, 15-09-1865)Volgende bewoners:
Jan Hendrik Wesselink (Haart, 31-01-1894)
Johanna Bussink (Lintelo, 22-04-1897)Adresboek 1934
Heurne 30 > 70
Adresboek 1967
Adres wordt niet (meer) vermeld.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar Perceel Eigenaar Omschrijving 1873 E-1438 A. van Eerden, logementhouder 72 m² huis & erf 1905 E-1438 E. van Eerden e.c. 72 m² huis & erf 1916 E-1438 F.H. van Eerden e.c. 72 m² huis & erf 1936 E-1438 H.W. Klein Poelhuis, landbouwer 72 m² huis & erf 1971 E-1438 H.W. Klein Poelhuis, landbouwer 72 m² huis & erf, weiland1985 R-125 G.W. van Eerden, landbouwer
(Bodendijk 80)52.740 m² huis,
bijgebouwen, cultuurgrondAfbeeldingen

Wandelkaart Aalten, 1947 
Fragment kadastrale kaart, 1972 (perceel E-1438) 
Aaltensche Courant, 2 september 1927 
Aaltensche Courant, 8 november 1935 
Aaltensche Courant, 31 december 1937 -

Brandspuithuisje
Overzicht
In 1832 was er al bebouwing op deze plek. Tot 1873 maakte het deel uit van een groter perceel, behorende bij het huidige adres Markt 9, waar tegenwoordig de meest recente aanbouw van het gemeentehuis staat. Toen werd dat perceel gesplitst en ontstonden deze twee kleine percelen, die beide in het kadaster werden omschreven als ‘huis en erf’.
In 1934 werd een gebouwtje in het gemeentelijk adresboek, tussen de nummers 24 en 26 vermeld als ‘Brandspuithuisje’. Mogelijk gaat het om dit pand, wat best aannemelijk is omdat het tegen het pand Markt 9 (in 1934 omschreven als ‘Brandspuithuis’) aangebouwd was.
Op een kadastrale kaart uit 1937 zien we dat een deel van de bebouwing is verdwenen en de ‘voorgevel’ ten opzichte van het belendende café De Landman enkele meters is teruggeschoven.
Onderstaande krantenberichten hebben betrekking op de bouw van een brandspuithuisje in Aalten. Onzeker is waar dit huisje heeft gestaan.

Graafschapbode, 3 april 1886 
Graafschapbode, 21 april 1886 Bewoners
Bevolkingsregister 1870-1880
Jan Willem Oberink (Aalten, 11-05-1844), timmerman
Willemina Kolwagen (Aalten, 09-11-1835)Bevolkingsregister 1880-1890
Jan Willem Oberink (Aalten, 11-05-1844), timmerman
Willemina Kolwagen (Aalten, 09-11-1835)Bevolkingsregister 1890-1900
Jan Willem Oberink (Aalten, 11-05-1844), timmerman
Willemina Kolwagen (Aalten, 09-11-1835)Hendrik Jan Ansink (Aalten, 11-12-1863), schoenmaker
Geesje van Aggelen (Zwolle, 19-07-1869)Volgende bewoners:
Johan Bloemendal (Diepenheim, 01-02-1868), bakker
Berendina Heijerman (Aalten, 27-06-1872)Bevolkingsregister 1900-1910
Willemina Kolwagen (Aalten, 09-11-1835)
Lourens Prins (Aalten, 23-04-1824)
Bevolkingsregister 1910-1900
Willemina Kolwagen (Aalten, 09-11-1835)
Volgende bewoners:
Johannes Hendrikus Buitink (Lichtenvoorde, 13-01-1886), fabr.arb.
Everdina Willemina Kwerreveld (Doetinchem, 17-09-1892)Adresboek 1934
Aalten D578a > —
Brandspuithuisje
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar Perceel Eigenaar Omschrijving 1832 I-1163 Johannes Peters 390 m² huis & erf 1849 I-1163 Lodewijk Vaags, bakker 390 m² huis & erf 1854 I-1163 Lourens Prins, bakker 390 m² huis & erf 1873 I-3110
I-3111Lourens Prins, bakker 25 m² huis & erf
24 m² huis & erf1904 I-3110
I-3111Wilhelmina Johanna Prins 25 m² huis & erf
24 m² huis & erf1917 I-3110
I-3111Gemeente Aalten 25 m² huis & erf
24 m² huis & erf1943 I-3110
I-3111Gemeente Aalten straat Afbeeldingen




Fragment kadastrale kaart, 1873 (percelen I-3110 & 3111) 
Fragment kadastrale kaart, 1937 (percelen I-3110 & 3111) -

Kruiskapel (Kreuzkapelle)
Overzicht
De Kruiskapel (Kreuzkapelle) in Hemden was een vluchtkapel voor de katholieken van Aalten en Bredevoort. Tijdens de hoogtijdagen van het calvinisme (1675-1821) mochten zij hun geloof niet meer uitoefenen. De kapel stond in het Duitse Hemden, tweehonderd meter voorbij de huidige groene grens bij de Kesenbult, aan het einde van de Kiefteweg.
Missiepost
Van 1672 tot 1674 voerde Christoph Bernhard von Galen, de prins-bisschop van Münster (1650-1678) oorlog tegen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, gesteund door de Franse koning Lodewijk XIV. Von Galen, bijgenaamd ‘Bommen Berend’, was gedwongen zich na het Vredesbesluit van Keulen in april 1674 terug te trekken uit de Nederlandse gebieden. De daar aanwezige katholieken mochten echter geen eigen kerken hebben en geen kerkdiensten houden. Om de katholieken in Aalten en Bredevoort toch de mogelijkheid te geven hun geloof te praktiseren, liet Von Galen langs de grens negen missieposten bouwen, waaronder de Kruiskapel in Hemden.
Bouw van de Kruiskapel
Aanvankelijk hield men in Hemden katholieke kerkdiensten in een boerenschuur op het landgoed Leicking, die was ingericht als bedehuis. In 1675 werd in opdracht van Von Galen op het goed Reyerding de Kruiskapel gebouwd. De kapel, gewijd aan het Heilige Kruis, werd gebouwd onder leiding van Jezuïetenpater Ernst Ignatius Busch, die van 1672 tot 1674 pastoor was van de kerkgenootschappen Aalten en Bredevoort.
De kapel was een achthoekig, grotendeels houten gebouw en werd het religieuze middelpunt voor de verbannen katholieken uit Aalten en Bredevoort. In de periode 1710-1714 werd de kapel gerestaureerd en in rechthoekige vorm vergroot.
De Kruisberg
In de buurt van de kapel ontstond rond dezelfde tijd de Kruisberg, een kleine heuvel waarop een kruis werd geplaatst. Dit kruis was gericht naar de kapel en had een voetstuk met de inscriptie:
Wat gij hier Siet is Christi beldenis en Selver niet
darom anbitt noch hout noch steen
maar op Christi lieden richt het hert alleenDeze inscriptie was bedoeld om het protestantse verwijt uit de reformatietijd te ontkrachten dat de katholieken, met de figuurlijke representaties van Christus en zijn heiligen, afgodsbeelden aanbaden.
Kerkelijk leven
In 1751 telde de parochie van de Kruiskapel ongeveer 27 Duitse en 451 Nederlandse katholieken. Iedere zondag, op katholieke feestdagen en bij familiegebeurtenissen zoals dopen en huwelijken, maakten de katholieken uit Aalten en Bredevoort de tocht naar de kapel, vaak via de huidige Bodendijk en Veenhuisweg. Volgens overlevering gingen de gelovigen in werkkleding en met hun werktuigen naar de kapel, zodat ze niet zouden opvallen als kerkgangers.
Op de website Genealogiedomein zijn transcripties van de doopboeken en trouwboeken van de Kruiskapel beschikbaar, waardevolle bronnen voor genealogisch onderzoek.
Herstel van het Katholicisme in Nederland
Vanaf 1798 kregen de Bredevoorters en vanaf 1799 de Aaltenaren weer het recht om in eigen land het katholieke geloof in vrijheid te praktiseren. Zij richtten weer eigen kerken op in Bredevoort en Aalten. Hierdoor daalde het aantal Nederlandse bezoekers van de Kruiskapel. Rond 1800 waren er nog maar enkele Duitse gelovigen die de kapel bezochten, voornamelijk op zon- en feestdagen.
In 1821 besloot paus Pius VII dat de parochies Aalten, Bredevoort, en andere omliggende plaatsen zouden worden toegekend aan de “Hollandse Missie”. Hierdoor bleven er nog maar vijf Duitse families over die behoorden van de parochie in Hemden. De Kruiskapel had daarmee haar oorspronkelijke doel verloren.
Het einde van de Kruiskapel
Op 16 juli 1821 riep paus Pius VII formeel de scheiding van de Nederlandse katholieken uit. Twee jaar later, in 1823, werd de Kruiskapel afgebroken. De parochie werd ontbonden en verplaatst naar de nabijgelegen Bocholtse buurtschap Barlo, enkele kilometers ten zuidoosten van Hemden. Als herinnering aan de kapel rest alleen nog de Kruisberg, met het barokke kruis en een stenen gedenktafel.
In totaal hebben zeven pastoors gediend in de Kruiskapel. Hoewel de kapel zelf verdwenen is, blijft de Kruisberg met het kruis een herinnering aan het religieuze leven van de katholieken uit Aalten en Bredevoort tijdens een tijd van onderdrukking en vervolging.
Afbeeldingen

Locatie en bouwfasen Kruiskapel Hemden, informatiebord 
(Klik om te vergroten) -

Slicher van Bathstraat 7-9
Bewoners
Adresboek 1967
Slicher van Bathstraat 7
Mevr. A. Knuivers-Oosterbeek
A. Zijlstra
E. MorsinkSlicher van Bathstraat 9





