Pieter Hendrikus Boer werd op 2 september 1862 geboren in Hollandscheveld, gemeente Hoogeveen. Op 1 april 1899 treedt hij in het huwelijk met de 12 jaar jongere Margaretha Dorothea Harjes. Hij overleed op 22 januari 1927 en werd begraven op de Oude Begraafplaats aan de Varsseveldsestraatweg.
Hoewel zijn achternaam in de officiële archieven ‘Boer’ luidde, noemde hij zijn drukkerij in Aalten ‘De Boer’. Wellicht omdat deze naam veel gebruikelijker is en iedereen hem daarom toch al zo noemde?
In Memoriam
Reeds sedert eenigen tijd was het bekend, dat de heer P.H. de Boer ernstig ongesteld was, maar toch zal het voor velen nog onverwacht geweest zijn, toen Zaterdagavond bekend werd, dat de patiënt overleden was. De heer De Boer, „De Boer van de Krante”, was hier in onze plaats en in de naburige gemeenten, een zeer bekende persoonlijkheid.
In October 1894, begon hij met zijn broer in de Ormelstraat, op zeer bescheiden wijze de eerste Aaltensche drukkerij. Oorspronkelijk werd alleen een Predikbeurtenblaadje uitgegeven, maar in 1896 verscheen voor het eerst de „Aaltensche Courant”, die eenige jaren later ook onder de hoofden: Dinxperlosche-, Lichtenvoordsche- en Varsseveldsche Courant uitkwam.
Van de Ormelstraat werd de zaak verplaatst naar het huis, waarin nu de heer Wagterveld woont. Weer later naar de Kruisstraat, het tegenwoordige gebouw, waar ook de handkracht plaats moest maken voor motorische kracht. In 1902 werd een filiaal in Winterswijk gesticht en ook de Nieuwe Winterswijksche Courant verscheen. Inmiddels kwam ook de boekhandel meer en meer tot bloei, en werd het van een klein bedrijf een flinke zaak.
In zijn familieleven was de heer De Boer niet zoo gelukkig. Het overlijden van zijn echtgenoote en van zijn eenigste dochter, heeft hem zeer aangegrepen. Misschien door deze omstandigheden kreeg een buitenstaander den indruk van een stille, gesloten persoonlijkheid. Degenen echter, die den heer De Boer nader kenden, wisten, dat er achter dit alles een warm hart klopte voor zijn kinderen, voor zijn personeel en voor verschillende instellingen, waarvoor de nu overledene zich interesseerde. Met den heer De Boer is een goed burger van Aalten heengegaan.
Barend Johannis (Bernard) Manschot werd op 17 augustus 1850 geboren in de Prinsenstraat te Aalten, zoon van Gerrit Willem Manschot (grofsmid) en Johanna Geertruid Becking). Bernard trouwde op 18 juli 1878 in Utrecht met Maria Harting (Breda, 4 december 1848). Uit dit huwelijk werden een zoon en een dochter geboren.
In 1871 stichtten Bernard Manschot en zijn zwager Abraham (Bram) ten Dam een kammenfabriek aan de Damstraat in Aalten. Bernard en Bram woonden tegenover elkaar aan de Bredevoortsestraatweg, Bernard in de witte villa op nummer 51 en Bram er tegenover, in het huis waar nu Fysiotherapie van Panhuis is gevestigd.
Bernard Manschot overleed op 27 juni 1920, op 69-jarige leeftijd.
Bredevoortsestraatweg 51 in Aalten (foto: Funda, 2025)
Begrafenis
Woensdagmiddag werd het stoffelijk overschot van den heer B. J. Manschot grafwaarts gedragen. Toen de kist was neergelaten, sprak de heer Slicher van Bath een kort woord van afscheid en van dank. Gij geniet thans de rust – aldus spr. – die gij welverdiend hebt. Toch hadden we zoo gaarne u nog wat in ons midden gehouden, waar gij in al uw daden door zoo edele beginselen werd gedreven.
Veel hebben wij geleerd van uw wijsheid en genoten van de goedheid uws harten. Dit alles zullen wij nu moeten missen. Maar wij zullen u niet vergeten. Het geestelijke, dat gij gezaaid hebt, zal in ons innerlijk blijven en wij zullen u trachten na te volgen in alles wat gij aan edels en groots hebt gedaan.
Wij zijn hier niet gekomen om uw lof te verkondigen. Dien zoudt gij hier niet wenschen te aanvaarden. Daar waart gij te eenvoudig voor. Wij mogen echter niet vergeten u een woord van dank te brengen voor hetgeen gij gedaan hebt voor het Departement tot nut van ’t algemeen. Meer dan 30 jaren zijt gij daarvan secretaris geweest en hebt uw uiterste kracht en liefde aan dit instituut gegeven.
Meer dan 30 jaren had gij de leiding van de bewaarschool. Door uw toewijding is zij geworden wat zij thans is. Noode zuilen wij u ook daar missen. Wij willen evenwel niet versagen, doch in uw voetstappen blijven wandelen en hopen dat te doen met uw levensleus: Excelsior, excelsior!
Nogmaals onzen hartelijken dank namens het Departement, ook namens de kinderen der bewaarschool, die nu volwassen zijn geworden, en namens de ouders der kinderen voor alle door u betoonde vriendelijkheid. Het instituut, door u gesticht, willen wij niet meer missen. Slaap zacht!
De heer Ten Dam dankte hierop, mede namens zijn nicht, zichtbaar aangedaan, allen, ook de werklieden, die de laatste eer aan den onvergetelijken doode hadden bewezen.
Abraham (Bram) ten Dam werd geboren op 14 juli 1834 in de Kerkstraat te Aalten, als zoon van zilversmid Harmen Jan ten Dam en Petronella Johanna Gerber. Op 6 juni 1861 trouwde hij met Elisabeth Manschot.
In 1871 stichtten Abraham en zijn zwager Bernard Manschot een kammenfabriek aan de Damstraat in Aalten: Ten Dam & Manschot. Zij woonden tegenover elkaar aan de Bredevoortsestraatweg, Bram in het huis waar nu Fysiotherapie van Panhuis is gevestigd en Bernard in de witte villa er tegenover. De zoon (en opvolger) van Bram, Herman, heeft de woning aan de Bredevoortsestraatweg 52 laten bouwen.
Ten Dam is tevens raadslid en wethouder geweest in de gemeente Aalten.
Abraham ten Dam overleed op 1 februari 1915, 80 jaar oud, en werd begraven op de Oude Begraafplaats in Aalten.
Willem te Gussinklo sr. (1852-1920) was één van de hoofdrolspelers in de geschiedenis van de hoornindustrie in Aalten. Hij maakte aanvankelijk Duitse pijpen en handvatten voor wandelstokken en paraplu’s. Later legde hij zich toe op de productie van knopen.
Willem te Gussinklo werd geboren op 13 november 1852 op huisnummer 284 (Markt 3) in Aalten, zoon van winkelier Willem te Gussinklo en Josina Aleida Mierdink. Op 26 mei 1887 trouwde hij met Maria Jacoba Gangel (een zuster van dominee Gangel). Rond 1890 betrokken zij een statige villa aan de Willemstraat.
Willem leerde het vak van hoorn bewerken van zijn zwager Gerrit Peters. Samen met Wessel Becking begon hij een pijpenfabriek. Echter, in 1884 scheidden hun wegen en gingen zij apart verder. Na de mislukte samenwerking met Becking maakte Willem te Gussinklo Duitse pijpen en handvatten voor wandelstokken en paraplu’s.
Knopen
In Duitsland en Engeland waren rond 1900 bedrijven ontstaan die uit hoorn knopen produceerden. Met dat voorbeeld voor ogen begon Willem in het jaar 1905 met het maken van hoornen knopen, een primeur voor Nederland. Al snel kwam zoon Willem te Gussinklo jr. (Piepkes Willem) in de firma, die zich ontwikkelde als innovatief ondernemer.
De eerste fabriek van Te Gussinklo stond aan ‘t Dal in Aalten, de tegenwoordige Willemstraat.
Willem te Gussinklo sr. overleed op 21 juni 1920 en ligt begraven op de Oude Begraafplaats aan de Varsseveldsestraatweg te Aalten.
Willem te Gussinklo jr. (1888-1969), bijnaam ‘Piepkes Willem’, was één van de hoofdrolspelers in de geschiedenis van de hoornindustrie in Aalten. Hij was directeur van Dutch Button Works in Bredevoort.
Willem te Gussinklo jr. werd geboren op 18 mei 1888 op huisnummer 239a in Aalten, dat is ongeveer waar tegenwoordig vakgarage JAWI zit. Hij was een zoon van pijpenfabrikant Willem te Gussinklo (sr.) en Maria Jacoba Gangel (een zuster van dominee Gangel). Op 7 juli 1914 trouwde Willem jr. in Zwolle (O) met Engelina Arriana van Houte.
Johan Bernard Anton (roepnaam: Anton) Driessen (Bocholt, 05-12-1797 – Aalten, 07-03-1879) was een belangrijke textielfabrikant in Aalten. Anton stamde uit een Bocholts textielgeslacht. Vader Herman (1765–1817) was eveneens textielfabrikant, net als diens broer Peter Driessen (1756–1843), die tevens schepen en tweede burgemeester van Bocholt was.
Na de dood van hun vader stichtten Anton en zijn jongere broer Joseph het textielbedrijf ‘Gebrüder Driessen‘. In 1826 richtten Anton en Joseph Driessen een verzoek aan koning Willem I om in Aalten een textielfabriek te vestigen. De motieven voor het verzoek van de gebroeders Driessen waren de verhoogde invoerrechten in Nederland. Zij hadden Aalten uitgekozen ‘als zijnde deze plaats hiertoe het best geschikt‘.
Zij vroegen vergunning tot oprichting van een bombazijnweverij en -blekerij, alsmede van een katoenspinnerij en ververij. De gebroeders Driessen kregen toestemming voor de vestiging onder de voorwaarde dat deze binnen de kom van Aalten zou worden gevestigd.
Niet veel later vroeg ook hun neef Heinrich Driessen toestemming aan de koning, dat eveneens werd gehonoreerd.
In Aalten
Anton verhuisde in 1826 naar Aalten. Hij woonde aanvankelijk bij Meijerink in de Kerkstraat. Zijn broer Joseph bleef in Bocholt waar ze een filiaal hielden.
Het bedrijf startte “in de Schuur en Tuinkamer van den heer Bonninghoff”. Hoogstwaarschijnlijk bedoelde men daarmee het huis Markt 18 van de vrederechter G.J. te Gussinklo, die in 1804 de boerderij Borninkhof had gekocht. Men noemde de bezitter vaak naar zijn boerderij.
Voor het verwerken van het garen was Anton Driessen aangewezen op de vele thuiswerkers die hier woonden. Overigens vermeldt het gemeenteverslag over 1826 onder meer: “Eenige huisgezinnen hebben zich hier met der woon nedergezet, voornamelijk van Boekholt“. Het verslag over 1827 meldt voor het eerst dat, naast de landbouw als voornaamste bron van bestaan, men veel bombazijn weefde voor de fabrikanten afkomstig uit Bocholt. Er zijn dan ongeveer 218 bombazijnwevers, “het werk in hunne huizen verrigtende”.
Op 22 november 1827 trouwde Anton Driessen in Bocholt met Isabella Dees.
In datzelfde jaar verplaatste men de katoenspinnerij vanuit de schuur en tuinkamer van Bonninghoff naar een beter ingericht pand in het centrum van het dorp. Driessen had daar een huis van Manus Scholten gekocht dat stond op de plaats van het tegenwoordige adres Landstraat 25.
Opregte Haarlemsche Courant, 29 november 1827Markt 18, AaltenLandstraat 25, Aalten
Maar de verplaatsing ging niet geruisloos. Twee buren, de schoolmeester H. Schotman en de landbouwer W. Obrink, dienden bij het gemeentebestuur een bezwaarschrift omdat zij vreesden voor geluidsoverlast en brandgevaar. De gemeente wees hun bezwaren echter af. De beide buren lieten het daar niet bij zitten en richtten hun bezwaren vervolgens tot de gouverneur van de provincie Gelderland. Echter, ook de gouverneur zag geen aanleiding om aan hun bezwaren “eenig gevolg” te geven.
Eind 1827 kon Anton Driessen beginnen met de verbouw van het huis tot spinnerij. Het nieuwe onderkomen had een verdieping, die met het benedengedeelte tot bedrijfsruimte werd bestemd. Zowel beneden als boven werden machines geplaatst.
Beekhuize
Villa ‘Beekhuize’, Dijkstraat 14, Aalten
In 1833 wilde Anton een nieuw woonhuis bouwen. Hij had daartoe aan het einde van de Landstraat – tegenwoordig heet het hier Dijkstraat – van de erven Degenaar een huis gekocht. Hij wilde dat huis afbreken en op die plaats een nieuw modern huis bouwen met pakhuis, schuur en stalling. Daarvoor had hij echter meer ruimte nodig dan de bestaande huisplaats. Anton Driessen diende een plan in bij het gemeentebestuur met het verzoek, “daar de verfraijing van een Dorp altijd een der aangenaamste verrichtingen van een Plaatselijk bestuur is het zelve goed gunstig te willen accordeeren, en dien ten gevolge de ondergetekende in Zijn voorneemen zoo veel mogelijk te ondersteunen”.
Om de plannen van Anton te kunnen realiseren, moest zowel de beek als de straat worden verlegd. Bovendien moest er een nieuwe brug komen. Omdat de palen van de oude brug bijna waren vergaan, was de bouw van de nieuwe brug niet alleen hoogstnoodzakelijk, maar de verplaatsing volgens Driessen ook minder kostbaar. Naast de verlegging van de beek en de bouw van een nieuwe brug had Driessen voor zijn plannen ook grond nodig. Hij ruilde daartoe een stuk grond met de gemeente. De onderhandelingen over deze zaken duurden enige jaren.
In maart 1835 kon Driessen met de bouw beginnen. Hij had voor de productie van de benodigde stenen inmiddels toestemming gevraagd voor het oprichten van een steenbakkerij op de Schaarsheide en het aftichelen van een terrein van drie hectare. Door de slechte staat van de wegen in Oost-Gelderland was het in die tijd handiger en voordeliger om in de buurt van de bouwplaats een veldoven op te richten dan de stenen elders te kopen.
De statige villa die Anton Driessen aan de huidige Dijkstraat liet bouwen kent iedere Aaltenaar als Beekhuize.
Graf
Anton Driessen is begraven op de oude R.K. begraafplaats aan de Piet Heinstraat in Aalten.
Johann Heinrich Joseph (roepnaam: Heinrich) Driessen (Bocholt, 10-07-1794 – Aalten, 04-07-1879) was een belangrijke textielfabrikant in Aalten. Heinrich stamde uit een Bocholts textielgeslacht. Hij was de enige zoon van Peter Driessen en Maria Hölscher. Zijn vader nam in het Pruisische stadje, net over de grens bij Aalten, een vooraanstaande positie in. Naast textielfabrikant was hij er schepen en van 1797 tot 1811 tweede burgemeester.
Heinrich genoot een gedegen opleiding aan het Jezuïetencollege in Amsterdam en sprak uitstekend Frans, zodat hij in 1812, toen de troepen van Napoleon door Bocholt trokken, de enige was, die als tolk kon fungeren tussen de stedelijke overheid en de Franse generaals.
Peter Driessen & Sohn
In 1810 kwam Heinrich in het bedrijf van zijn vader. Op 2 december 1820 trouwde hij in Rheine (D) met Lisette Sträter, telg uit een andere vooraanstaande textielfamilie. Zij kregen negen zonen en twee dochters. In 1826 werd hem de leiding van de firma Peter Driessen & Sohn toevertrouwd.
In datzelfde jaar richtten zijn neven Anton en Joseph Driessen een verzoek aan koning Willem I om in Aalten een textielfabriek te vestigen, dat door Willem I werd ingewilligd. Niet veel later vroeg ook Heinrich Driessen toestemming aan de koning om zich in Aalten te mogen vestigen. Ook de firma Peter Driessen & Sohn kreeg de gevraagde vestigingsvergunning.
In Aalten
Vader Peter bleef in Bocholt wonen terwijl zoon Heinrich zich in Aalten vestigde. Hij woonde aanvankelijk bij de familie Meijerink aan de Kerkstraat, een van de weinig overgebleven katholieke gezinnen in Aalten, in hetzelfde pand als zijn neef Anton Driessen.
In Aalten zette Heinrich een filiaal op van de bombazijnhandel en handspinnerij van zijn vader Peter Driessen. Zij bezaten al de nodige grond in Aalten en Varsseveld en in 1826 breidde hij zijn activiteiten uit naar Groenlo. Daar had Heinrich een huis gekocht van De Heyder. Dat huis werd als spinnerij ingericht. Het daar gesponnen garen stelde hij ter beschikking aan thuiswevers die het tot doek verwerkten.
Opregte Haarlemsche Courant, 7 december 1820Nederlandsche Staatscourant, 30 augustus 1851
Heinrich was een ondernemend man. In 1832 had hij zo’n 500 linnenwevers in Aalten en omgeving voor hem werken en drie jaar later behoorde hij samen met Blijdenstein in Enschede tot de grootste bombazijnfabrikanten van Oost-Nederland. Als een van de eersten in Nederland maakte hij gebruik van stoom in zijn blekerij.
‘Den veursten Dreessen’
In 1837 liet hij aan het begin van de Dijkstraat een royaal woonhuis bouwen. Daarom werd hij in den volksmond ‘den veursten Dreessen’ genoemd, terwijl zijn neef Anton, die iets verderop Beekhuize bouwde ‘den achtersten Dreessen’ werd genoemd. Heinrich’s oudste zoon Theodoor legde op 29 juni 1837 de eerste steen. Bij de woning waren ook bedrijfsruimten gevestigd, die voornamelijk dienden als opslagplaats van garens en geweven stoffen. Deze stoffen werden met een wagen, veelal getrokken door een os, naar de blekerij in Dale vervoerd. De voerman droeg de toepasselijke bijnaam Ossen Willem. Na Heinrich’s dood werd het huis herbestemd tot klooster.
Heinrich’s huis aan de Dijkstraat, later St. Elisabethklooster
Na het overlijden van zijn vader in 1843 werd Heinrich alleen-eigenaar van Peter Driessen & Sohn. Zijn oudste zoon Theodor (1821-1878) werd nu met de leiding in Bocholt belast. In 1851 verleende koning Willem III aan Heinrich de Nederlandse nationaliteit.
In 1849 richtte Heinrich in Aalten aan de Hogestraat, als eerste in de Achterhoek, een stoomspinnerij op. Deze werd al spoedig uitgebreid met enkele ‘powerlooms’ (door stoom aangedreven weefgetouwen). Nadat deze fabriek in de nacht van 19 op 20 augustus 1859 afbrandde, bouwde hij het bedrijf niet opnieuw op.
Algemeen Handelsblad, 22 augustus 1859
Naar Leiden
Heinrich verlegde zijn aandacht naar Leiden. Daar had hij in 1846, samen met zijn neef (zoon van zijn zus), de zeepzieder Ignatz van Wensen, de verlopen textieldrukkerij en -ververij De Heyder & Co. gekocht, later bekend als de Leidsche Katoenmaatschappij. Zijn tweede zoon Louis (1823-1904) liet hij uit Engeland overkomen om in Leiden de leiding op zich te nemen. Louis wist met de kennis die hij in Manchester had opgedaan, het bedrijf spoedig renderend te maken.
Heinrich’s zoon Eduard (1824-1895) bleef de belangen van het bedrijf in Aalten behartigen. Aanvankelijk bleef de blekerij daar nog in functie, maar op den duur hield Eduard zich hoofdzakelijk bezig met de handel in katoen en garens. Het filiaal in Bocholt, waarover Theodor de leiding had, was opgeheven, nadat deze daar samen met zijn broer Peter (1832-1895) in 1854 een blauwververij en drukkerij, genaamd de firma Theodor en Peter Driessen, was begonnen.
Katholiek
Oude RK kerk aan de Dijkstraat, in 1893 afgebrand
De familie Driessen was ook van grote betekenis voor de Aaltense katholieke gemeenschap, die sinds de Reformatie van 1596 een minderheid vormde in het hervormde dorp. Niet alleen door hun aanzien en invloed, maar ook door allerlei schenkingen van de Driessens kon de katholieke kerk in Aalten uitgroeien tot een volwaardige kerkgemeenschap. Zowel Heinrich als zijn neef Anton speelde een belangrijke rol als kerkmeester en armenmeester, een rol die door hun nazaten werd voortgezet.
Heinrich Driessen was zeer eigenzinnig in zijn optreden en trok ook in kerkelijke aangelegenheden vaak zijn eigen plan. Bijvoorbeeld ten tijde van de problemen tussen de katholieken en de hervormden in 1842 over het luiden van de klokken. Pastoor G.H.J. Wansing van Aalten schreef hierover een brief aan de aartspriester van Gelderland M. Terwindt, die mede was ondertekend door de kerkmeesters Th.W. Meijerink, H. Vulting en A. Driessen. Heinrich Driessen, hoewel lid van het kerkbestuur, had deze brief niet ondertekend en richtte zelf twee persoonlijke brieven aan Terwindt.
Wat daarin opvalt is dat hij onder meer stelde dat de pastoor a priori tegen Aalten scheen te zijn ingenomen en de hoop uitsprak dat de Aaltense parochie een nieuwe herder zou krijgen die bij iedereen in de smaak zou vallen. Hij verzocht Terwindt bij zijn keuze zijn ontboezemingen in overweging te willen nemen en verzekerde hem dat hij het liefst alles aanwendde wat tot eer van hun heilige godsdienst bevorderlijk was. Maar tevens schreef Driessen dat hij – omwille van het feit dat de oude pastoor hem de meeste hoogachting bewees en ook omdat hijzelf de pastoor hoogachtte als een man die om zijn moreel gedrag een hele provincie tot voorbeeld kon strekken – erop vertrouwde dat het ook de aartspriester zou behagen dat de inhoud van de brieven nooit aan anderen bekend werd.
Nieuwe kerk
Een volgend probleem ontstond toen omstreeks 1853 werd besloten tot de bouw van een nieuwe kerk. Dit leidde tot ernstige meningsverschillen binnen het kerkbestuur. Zo vond kerkmeester Heinrich Driessen het wederom nodig eigenmachtig te werk te gaan door achter de rug van de andere kerkbestuurders om contact met de aartsbisschop te zoeken. Hij refereerde in een schrijven aan de aartsbisschop aan de goedkeuring die deze had gegeven aan de plannen voor de bouw van de kerk, onder voorwaarde dat de biechtstoel of biechtstoelen in de kerk werden geplaatst en niet in de sacristie of in aparte uitbouwen aan de zijmuren. Uitgaande van die voorwaarde was er een plan ter goedkeuring naar de Koning gestuurd.
Nu had tijdens Driessens afwezigheid de aanbesteding van de kerk plaatsgehad, waarbij toch een uitbouw was gepland, in strijd met de aartsbisschoppelijke goedkeuring. Een uitbouw aan de kerk ten behoeve van de biechtstoel zou, aldus Heinrich, een kerk alleen maar ontsieren. Hij had geprobeerd de pastoor daarvan te overtuigen, wat hem echter niet was gelukt. Driessen zag de biechtstoel liever, net als in het Münsterland, in de kerk dan in een uitbouw. De fout kon volgens hem, hoewel het metselen aan die zijde al in volle gang was, nog worden hersteld. Hij verzocht in zijn brief aan de aartsbisschop dan ook om zo spoedig mogelijk daartoe aanwijzingen aan het kerkbestuur te willen geven. De afloop van de kwestie is niet bekend. Deze actie is echter kenmerkend voor Heinrich Driessen, die blijkbaar gewend was zijn zin te krijgen en daarvoor ook op eigen initiatief de nodige stappen ondernam.
Vermogend
Heinrich was op het eind van zijn leven een vermogend man. Hij had aandelen in spinnerijen in Enschede, Gronau en Rheine. Rheine was de geboorteplaats van zijn vrouw, en haar familieleden beheerden daar textielondernemingen. Verder had hij veel landerijen en boerderijen in de omgeving van Aalten, Varsseveld en Bocholt.
Heinrich bereikte de hoge leeftijd van bijna 85 jaar. Verschillende van zijn kinderen en kleinkinderen kwamen in de textielbranche terecht.
Josephus Walter Julius Driessen (Aalten, 07-01-1870 – Aalten, 12-12-1938) was een textielfabrikant die veel heeft betekend voor de Aaltense gemeenschap.
Jos. Driessen is begraven op de oude R.K. begraafplaats aan de Piet Heinstraat in Aalten.
Zijn betekenis voor Aalten bleek uit het bericht dat De Graafschapbode naar aanleiding van zijn overlijden plaatste:
Hoe is het met mijnheer Driessen? Deze vraag werd de laatste paar weken van dag tot dag gesteld en nu eens kon het antwoord zijn: „Vandaag is de toestand iets gunstiger”, dan echter weer: „’t ls op ’t Blik niet zoo goed!” Steeds echter volgde, wie ook de vraag stelde: „’t ls te hopen, dat hij weer opknapt en nog een paar jaar voor zijn gezin, zijn fabriek en voor onze gemeente gespaard mag blijven!” Helaas, het heeft niet zoo mogen zijn! De laatste dagen werd de toestand steeds ernstiger en Maandagavond bereikte ons het bericht, dat de heer Jos. Driessen voor altijd van ons was heengegaan.
Het bericht van het overlijden van den heer Driessen zal in breeden kring met groote droefheid vernomen worden. Vanzelfsprekend is het in de eerste plaats een groote slag voor zijn gezin en voor zijn kinderen en kleinkinderen, voor wie de overledene het middelpunt was, de groote magneet in den familie kring, die allen tot zich trok en die zoo gaarne de heele familie om zich heen verzamelde. Met welke een interesse en warmte leefde hij mee met de gezinnen van zijn getrouwde kinderen. Hoe dol waren alle kleinkinderen op hun Opa!
De weverij, die op 1 April 1894 werd opgericht, werd door zijn energie in den loop der jaren tot grooten bloei gebracht. Van een „klein wèverieken”, zooals de heer Driessen het zelf noemde, nam de fabriek onder zijn leiding steeds in omvang toe en ontwikkelde zich, de laatste jaren met medewerking van zijn zoons, tot de bloeiende N.V. Herman Driessen & Zn., die naast haar weverij thans ook haar afdeelingen lingerie, confectie en tricotage heeft gekregen. Tot voor korten tijd was het de bijna 69- jarige directeur, die ’s morgens steeds het eerst op het kantoor was. Zelf steeds stipt en altijd werkende, verlangde hij terecht ook van het personeel het zelfde. Daarnaast interesseerde de heer Driessen Sr. zich steeds voor de belangen van allen die in de zaak werkten en niet alleen voor de belangen der werknemers zelf, maar ook voor die hunner gezinnen, die hij allemaal precies kende. Een bewijs hiervan is zeker de geneeskundige verzorging van personeel en gezinsleden, zooals die bij H. Driessen & Zn. is verzorgd. Het geheele personeel van hoog tot laag, zal het heengaan van hun oudsten leider met groot leedwezen vernemen en stellig zal de oudste directeur in de fabriek lederen dag zeer gemist worden.
Naast de zakelijke beslommeringen, die vooral in de na-oorlogsjaren hoe langer hoe grooter en moeilijker werden en steeds meer van hem eischten, toonde de heer Driessen groote belangstelling voor alles wat zijn woonplaats betrof. Sedert de oprichting op 14 December 1898 was hij bestuurslid en al zeer spoedig voorzitter van de vereeniging „Aaltens Belang“. De vereeniging, die speciaal zijn groote liefde had en waarvoor hij ontzaglijk veel werk verrichtte. Steeds kwam de voorzitter met nieuwe voorstellen, met nieuwe ideeën in het belang of ter verfraaiing van onze woonplaats en van den Achterhoek in het algemeen.
Wat in de 40 jaar van het bestaan dezer vereeniging tot stand is gekomen, is voor een groot deel aan zijn initiatief te danken. Hoe verheugde de heer Driessen zich al jaren op het 40-jarig jubileum van A. B. op 14 December van dit jaar!
Helaas!, in plaats van een feestelijke herdenking wordt de vereen, in diepen rouw gedompeld. Het bestuur van „Aaltens Belang” zal zijnen energieken voorzitter ontzettend missen. Naast deze vereeniging bekleedde de heer Dr. het voorzitterschap van de „Oudheidkamer Aalten” en van de vereeniging voor ziekenhuisverpleging „Steunt Elkander”, die ook beide zijn warme belangstelling hadden. Verder was de heer Driessen commissaris van de Geld. Westf. Stoomtram Mij. en onder-voorzitter van den Raad van Toezicht van de Coöp. Middenstandsbank Aalten, bestuurslid van de Prov. Geldersche V.V.V., vice-voorzitter. van de B.V.L. en nog lid of bestuurslid van tal van andere vereenigingen. Ook was de heer Driessen korten tijd lid van de Prov. Staten van Gelderland. Niet gemakkelijk zou de heer Driessen op een vergadering van een dezer vereenigingen enz. ontbreken en teekenend voor hem is wat één zijner, kinderen van hem beweerde: „Pa is niet gelukkig, wanneer hij niet minstens 3 vergaderingen per week heeft!” Bij tal van officieele feesten en gebeurtenissen had de heer Driessen de leiding. Zijn medeleden dezer diverse comité’s weten hoe alle programmapunten van minuut tot minuut werden voorbereid, maar ook hoe dan ten slotte het programma precies kon afgewerkt worden en het feest slaagde.
Den 30en Augustus 1930 deelde de burgemeester den heer Driessen mee, dat H. M. de Koningin hem tot ridder in de orde van Oranje Nassau benoemd had. Een erkenning voor de groote verdiensten van den heer Driessen, waarover zich met hem en zijn familie, tallooze ingezetenen verheugden. In September 1937 werd met grooten luister het 40-jarig bestaan der N.V. H. Driessen & Zn. en tevens het 40-jarig huwelijksfeest van den heer en Mevr. Driessen—Beckmann herdacht. Op spontane en hartelijke wijze bleek bij deze gelegenheid weer, hoe autoriteiten, burgerij, personeel en zakenrelaties met dit jubileum meeleefden. Dit zijn voor den heer Driessen onvergetelijke dagen geweest, die hij gelukkig nog in goede gezondheid mocht beleven.
Het laatste jaar, maar vooral de laatste maanden, wou het niet meer. Hoe moeilijk het ook voor den zoo werkzamen heer Driessen was, al meer en meer moest hij zich uit zijn werk terugtrekken en rust nemen. Nog gauwer dan men aanvankelijk verwachtte, nam zijn kwaal in hevigheid toe en kwam het einde.
Met den heer Jos. Driessen is een ingezetene heengegaan, die zeer veel van zijn woonplaats gehouden heeft en waaraan Aalten zeer veel te danken heeft. Zijn naam zal zeker bij velen nog lang in dankbare herinnering blijven. De plechtige Uitvaart zal Vrijdagmorgen a.s. plaats hebben.
Bernardus Gerhardus Vaags werd geboren op 19 juni 1855 aan de Dijkstraat 9 in Aalten, als zoon van Gerrit Willem Vaags en Willemina Geertruid Becking. Hij was mede-oprichter van de pijpenfabriek Becking & Vaags en bekleedde daarnaast diverse maatschappelijke functies. Hij overleed op 5 mei 1936.
Op 20 augustus 1891 trouwde hij in Aalten met Hermanna Johanna Petronella ten Dam. Het echtpaar vestigde zich aan de Landstraat 12. Uit het huwelijk werden drie kinderen geboren: Gerrit Willem (1893), Elisabeth (1896) en Abraham (1902).
Vaags was mede-oprichter van de pijpenfabriek Becking & Vaags in Aalten, die zich ontwikkelde tot een bloeiende onderneming binnen de – voor Nederland unieke – hoornindustrie. Toen de exportmogelijkheden van het bedrijf na de Eerste Wereldoorlog afnamen, werd de onderneming geliquideerd.
Naast zijn zakelijke activiteiten was Vaags maatschappelijk zeer actief: hij was bestuurslid van het Departement Aalten van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen en jarenlang penningmeester en vertegenwoordiger bij de algemene vergaderingen. Hij vervulde eveneens de functies van voorzitter en secretaris van de plaatselijke Leesvereniging en droeg de Volksbibliotheek een warm hart toe.
Eveneens zette hij zich in voor de Ten Hietbrink’s Bewaarschool, en was hij agent voor de Nederlandse Maatschappij voor Brandverzekering te Tiel, een functie die hij meer dan 45 jaar vervulde.
Bernardus Gerhardus Vaags overleed in Aalten op 5 mei 1936 op 80-jarige leeftijd. Zijn begrafenis vond plaats op de Oude Begraafplaats aan de Varsseveldsestraatweg.
Bernardus Gerhardus Vaags (1855-1936)Aaltensche Courant, 2 april 1926
Al meer dan een eeuw maken leden van de familie Monasso terrazzovloeren in de Achterhoek. De familie kwam in 1915 in Aalten terecht, na een vlucht uit het Duitse Bocholt tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hun oorsprong ligt in de Noord-Italiaanse regio Friuli.
De familie is afkomstig uit het bergdorp Travesio, in de regio Friuli. Het was een arme streek met een slechte bodem, aardbevingen, overstromingen en hoge belastingen. Veel inwoners trokken weg om elders werk te vinden. Friulanen stonden bekend als bekwame handwerkslieden – bosbouwers, timmerlieden, steenhouwers en terrazzowerkers.
De eerste generatie
In 1868 trouwde Pietro Monasso in Travesio met Maria Bortolucci. Ze kregen drie zonen en vier dochters. De zonen leerden alle drie het terrazzoambacht in de Italiaanse steden. Een van hen, Felice Monasso, was als jongen eens bezig trappen te repareren aan de San Marco in Venetië. Hij kreeg van de juist arriverende paus Leo XIII een bankbiljet ter waarde van ongeveer twintig gulden, voor toen een geweldig bedrag. Hij gaf het niet uit, maar bewaarde het als een relikwie.
De drie broers waren Giovanni (1869–1939), Felice (1871–1962) en Antonio (1876–1967). Zij verlieten Friuli op jonge leeftijd: Giovanni en Antonio op elfjarige leeftijd, Felice op zijn veertiende.
Het dorp Travesio in Friuli, Noord-Italië, ca. 1900
Werk in Duitsland
Giovanni trok met dorpsgenoten mee naar de Balkan om het timmermansvak te leren. Felice werkte eerst in Frankfurt, onder andere bij het grote bedrijf terrazzobedrijf Odorico, dat honderden Friulaanse arbeiders in dienst had. Giovanni en Antonio voegden zich later bij hem in Duitsland.
Vanuit Frankfurt gingen de broers naar Münster, waar hun neef Bortolucci een terrazzobedrijf had. Ze werkten daar als meesterknecht en er was veel werk in Westfalen en Nederland. Op aanraden van hun baas vestigden ze zich in 1896 in Bocholt, net over de grens bij Aalten. Daar begonnen zij samen een terrazzofirma.
De onderneming floreerde. Het was de tijd dat rijke textielbaronnen in Bocholt grote huizen lieten bouwen. Met hun terrazzowerk verfraaiden de Monasso’s menige villa aan de voorname Bahnhofstraße. De drie gezinnen woonden samen met hun personeel in een groot pand aan de Münsterstraße in Bocholt.
Leden van de drie gezinnen Monasso, de huisbaas en knechten voor en in hun woning aan de Münsterstraße in Bocholt
De firma ‘Gebrüder Monasso’ had volop werk, ook in de Achterhoek. Zo legden zij al in 1897 een terrazzovloer in de katholieke Sint Georgiuskerk in Bredevoort.
Aaltensche Courant, 29 oktober 1898
Giovanni Monasso trouwde op 22 november 1899 in Italië met Angela Chivilò (1879–1951). Samen kregen zij vier zonen en twee dochters.
Vlucht naar Aalten (1915)
Op 28 juli 1914 begon de Eerste Wereldoorlog. Italië koos de kant van de geallieerden en de Duitsers zagen dit als verraad. In Duitsland ontstond een anti‑Italiaanse sfeer. Italiaanse arbeiders werden uitgescholden en soms zelfs mishandeld op de bouwplaats. De drie families Monasso besloten te vluchten naar Aalten, net over de grens in het neutrale Nederland. In feite waren ze dus asielzoekers.
Nieuwe Winterswijksche Courant, 22 mei 1915
Het was een trieste stoet die op 19 mei 1915 voor dag en dauw uit Bocholt vertrok naar Aalten. Met paard en wagen vol huisraad, met daarachter twintig Italianen. Drie kinderen bleven in Bocholt achter, twee omdat ze te ziek waren om te reizen en één omdat hij zijn jaar op het gymnasium wilde afmaken.
In Aalten brachten zij de eerste nacht door in het logement van Vultink aan de Dijkstraat. De volgende dag betrokken Giovanni en Antonio een woning aan de Landstraat en Felice aan de Bredevoortsestraatweg. Antonio en zijn vrouw vonden kort daarna een woning aan de Haartsestraat. De toenmalige burgemeester Monnik regelde een vestigingsvergunning. De achtergebleven kinderen voegden zich later bij hun familie.
Een nieuw bestaan in Aalten
Giovanni toonde zijn ondernemersgeest door zich binnen enkele dagen in te schrijven bij sociëteit Schiller, waar lokale zakenlui elkaar ontmoetten. Zijn broers volgen een week later. De Monasso’s hadden binnen korte tijd weer werk. Ze legden vloeren in woningen, winkels, scholen en kerken in Aalten en omgeving en haalden vakbekwame terrazzowerkers uit Italië als personeel.
Giovanni Monasso (1869–1939) en zijn gezin
Machines en elektrisch gereedschap gebruikten ze nog niet; alles werd met de hand gemaakt. Terrazzovloeren werden ter plaatse gelegd en dat was zwaar werk. Trappen, aanrechten en andere onderdelen werden in de werkplaats met behulp van mallen gemaakt en werden dan naderhand in keuken of hal aangebracht.
Rond 1920 vestigde Giovanni zich met zijn bedrijf aan de Parallelweg in Aalten. Midden jaren 1950 verhuisden ze naar de aangrenzende Staringstraat, waar in 1969 een nieuwe toonzaal werd geopend.
Felice vestigde zich in 1922 met een terrazzobedrijf in Winterswijk; Antonio volgde in 1932 met een vestiging in Doetinchem.
Aalten, 1924 – Leden van de familie Monasso met een wagen waarmee ze meeliepen in een optocht waarin vaklieden zichzelf presenteerden
Latere generaties
Ook de tweede en derde generatie bleef actief in het ambacht. In de decennia na de Tweede Wereldoorlog namen zonen en kleinzonen het werk over. Alle vier zonen van Giovanni werden terrazzowerker en trouwden met Nederlandse vrouwen.
Tientallen jaren gingen de zaken voor de wind. In de jaren 1960 en 1970 nam de vraag af door de opkomst van kunststofvloeren en stalen aanrechten. Toch bleef het familiebedrijf bestaan. De Monasso’s combineerden traditionele technieken met moderne middelen en specialiseerden zich behalve in vloeren ook in werkbladen, dorpels, vensterbanken en restauraties.
Huidig bedrijf in Aalten
In 1982 nam Richard Monasso, kleinzoon van Giovanni, het bedrijf in Aalten over. Het bedrijf verhuisde naar de Industriestraat. In de 21e eeuw werd terrazzo opnieuw populair. Richard Monasso werkt inmiddels aan exclusieve projecten in binnen- en buitenland; zijn werk is onder andere te vinden in een warenhuis in Londen, een restaurant in Parijs en een villa in Griekenland.
Willem Monasso
In 1996 vertelde Willem Monasso, zoon van Giovanni Monasso en Angela Chivilò, over zijn jeugd:
Wilhelm Franz Joseph (Willem) Monasso (1916–2001) werd geboren in Aalten, maar ging als kind met zijn moeder terug naar Italië. Ze woonden bij een oom die druivenplantages had. Hij bezocht daar hij de lagere school. Daar leerde hij geen Italiaans, maar het zogenaamde Furlan, een streektaal die daarvan evenveel verschilt als Fries van Nederlands.
Op tienjarige leeftijd keerden ze terug naar Nederland. Terug in Aalten moest Willem weer in de eerste klas beginnen. Na de vierde klas ging hij van school, het terrazzovak in.
Aan moeders kant had de familie Monasso een wijnbottelarij en een zijdeplantage. Ze lieten regelmatig vaten met witte wijn uit hun streek van herkomst in Italië overkomen. Het eerste vat ging altijd naar de Aaltense pastoor.
In de Tweede Wereldoorlog was Willem de enige Aaltenaar die een radio mocht hebben, omdat hij de Italiaanse nationaliteit had. Natuurlijk mocht hij er van de bezetter niet mee naar de Engelse Oranjezender luisteren, maar dat deed hij in het geniep toch, samen met de halve buurt.
Over zijn vroegere werk kon Willem Monasso boeiend vertellen in perfect Aaltens dialect. Aanvankelijk werden aanrechtbladen ter plekke gemaakt in een bekisting, die een timmerman maakte. Later gebeurde het in de werkplaats en werden ze met een vrachtwagentje naar de plaats van bestemming gebracht. De terrazzotechniek vergt groot vakmanschap en is ontzettend arbeidsintensief. In de omgeving liggen in kerken, ziekenhuizen, kloosters, scholen en scholtenboerderijen nog heel wat prachtige vloeren van Monasso.
Herman Anton Frans Carl Maria Driessen (Aalten, 22-09-1831 – Aalten, 20-05-1911) was een textielfabrikant met een grote betekenis voor de Aaltense textielgeschiedenis. Hij was een zoon van textielfabrikant Anton Driessen en Isabella Dees. In 1862 trouwde hij in Neuenkirchen bij Rheine (D) met koopmansdochter Anna Maria Theodora Mühren.
Rond 1863 betrokken hij en zijn vrouw een nieuw gebouwd huis op de hoek van de Landstraat en de Hoekstraat, op de plek waar zijn vader van 1827 tot 1862 een katoenspinnerij had.
In 1893 trok Herman Driessen zich terug uit de directie van de Gebroeders Driessen. Hij stichtte met zijn zoon Joseph op ‘het Blik’ aan de Hofstraat een moderne stoomweverij met 34 weefgetouwen: de NV Stoomweverij Herman Driessen & Zoon, vaak afgekort als HDZ. Naast de fabriek verrees tevens Herman’s nieuwe huis: de statige villa Beukenhof.
Herman Driessen is begraven op de oude R.K. begraafplaats aan de Piet Heinstraat in Aalten.
Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring en analyse van bezoekgegevens. Ga je hiermee akkoord? Zonder toestemming werken sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.