Roberth Fuldauer werd op 2 augustus 1883 in Doetinchem geboren als zoon van Meijer Fuldauer (1844-1923) en Edel Fuldauer-Poel (1846-1908). Hij had één zus en vier broers, onder wie Sally, die evenals Robert naar Aalten verhuisde.
Roberth trouwde op 23 juli 1926 met Rozetta van Gelder (Borne, 3 februari 1892), dochter van David Salomon van Gelder (1839-1915) en Sara van Gelder-van Wije (1848-1919). Roberth en Rozetta kregen drie kinderen, Lina Sara (Lien), Sara en Meijer David.
De Fuldauers behoorden tot de armste families onder de Aaltense Joden. Roberth handelde in alles wat te verhandelen viel om de kost te verdienen voor zijn vrouw en drie kinderen. Dat zij iemand in huis namen zal niet geweest zijn om die in hun overvloed te laten delen. Van 1934 tot 1938 zorgden zij voor Salomon Denneboom, het pasgeboren kind van een ongehuwde moeder, en later ontfermden zij zich over Cato Konijn.
Van Cato is weinig bekend. Ze werd op 11 april 1894 geboren in Haarlem als dochter van Aron Konijn en Elisabeth Eva du Mosch. Het vermoeden bestaat, dat Cato zwakbegaafd was en niet voor zichzelf kon zorgen. Dat zou de reden kunnen zijn waarom zij bij het gezin van Robert en Rozetta Fuldauer inwoonde.
Waar Cato gebleven is toen in oktober 1942 het hele gezin Fuldauer gedeporteerd werd en een maand later het huis gevorderd werd, is niet te achterhalen. Waarschijnlijk heeft ze bij een van de andere Joodse families onderdak gekregen. In elk geval is zij met de laatste Joden die gesommeerd werden om Aalten te verlaten op 10 april 1943 naar Kamp Vught gegaan en vandaar via Westerbork op transport gesteld naar Sobibor, waar ze meteen na aankomst op 16 april 1943 is vermoord. Cato Konijn is 49 jaar geworden.
In 1941 werd Roberth Fuldauer te werk gesteld in een van de Joodse werkkampen. Toen die in het najaar van 1942 leeggehaald werden, moesten niet alleen de geïnterneerde mannen, maar ook hun gezinnen naar Westerbork vertrekken. Zo werd ook Rozetta met haar drie kinderen gedwongen het huis aan de Eerste Broekdijk te verlaten. Vrijwel meteen na aankomst in Westerbork is het hele gezin naar Auschwitz gedeporteerd. Allen zijn daar op 12 oktober 1942 vermoord.
Een maand later vroeg burgemeester Monnik aan Einsatzstab Rosenberg toestemming om het huis aan de Eerste Broekdijk te mogen gebruiken om er een dakloze familie in te huisvesten. De toestemming werd prompt gegeven, maar Rosenberg wilde wel weten waar de inventaris dan heen ging. Daar had de burgemeester een mooie oplossing voor. In het huis van de ondergedoken Izak David van Gelder aan de Lichtenvoordsestraatweg 8 woonde nu een politieagent. Daar was nog ruimte om de spullen op te slaan en tevens was dan “die Überwachung des Inventars genügend gesichert…”
Ter nagedachtenis aan de vermoorde bewoners zijn er zes Stolpersteine gelegd in de bestrating voor dit adres.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
m²
Bewoners
Bevolkingsregister 1930-1940
Roberth Fuldauer (Doetinchem, 02-08-1883) Rozetta van Gelder (Borne, 03-02-1892)
Sally Fuldauer, veehandelaar, wonende aan de Grevinkweg 5 in Aalten, was geboren in Doetinchem op 5 mei 1881 als zoon van Meijer Fuldauer en Edel Pohl. Zijn broer Roberth woonde ook in Aalten aan de Derde Broekdijk. Sally trouwde met Regina de Jong, die op 12 mei 1883 geboren was in Leeuwarden; haar ouders waren Salomon Mozes de Jong en Leentje Leijdendorff. Het echtpaar had voor zover bekend geen kinderen.
Op last van de bezetter werd hun huis aan de Grevinkweg op 8 september 1942 ontruimd. Kort tevoren, op 26 augustus, waren Sally en Regina al verhuisd naar de Hogestraat 94, het adres waar ook de familie Goedhart woonde. Ze hebben daar niet lang verbleven, want begin oktober werden zij uit de gemeentelijke administratie verwijderd, omdat zij naar Westerbork waren getransporteerd. Op 12 oktober 1942 zijn zij beiden in Auschwitz vermoord, respectievelijk 61 en 59 jaar oud.
Ter nagedachtenis aan Sally en Regina zijn er op 13 april 2016 twee Stolpersteine gelegd voor dit adres.
Van de vele Joodse inwoners van Aalten met de achternaam Van Gelder zijn er verschillende in Sobibor omgekomen. Zij waren allemaal nakomelingen van Aron Gompert en Sara Joseph, neef en nicht uit een oud geslacht van Aaltense Joden. Aron Gompert nam in 1813 de naam Van Gelder aan. Zijn kleindochter Scheune, geboren in 1831, kreeg op 22 september 1865 een buitenechtelijk kind, Philip, die in de volksmond Abraham van ’t Seurken werd genoemd. Philip werd koopman in manufacturen.
Nadat zijn eerste vrouw Esther Schenk, geboren 20 september 1860 in Schoonhoven, op 9 oktober 1906 was overleden, trouwde hij in 1907 met Elise Cohen, geboren op 4 april 1876 in Neustadtgödens. Zij was een zuster van Moritz Cohen, die na zijn vlucht uit nazi-Duitsland in 1933 korte tijd met zijn gezin bij haar in huis heeft gewoond, op het adres Lichtenvoordsestraatweg 17. Het huis waarin zij woonden bestaat niet meer; de plaats waar het stond werd later in gebruik genomen door tuincentrum Voskuil. Rechts van het verdwenen huis werd later een nieuw huis gebouwd dat huisnummer 17 kreeg.
Philip en Elise hadden geen kinderen; wel hadden zij een pleegzoon, Joseph Backs, geboren 27 januari 1919 in Utrecht. Elise was ernstig gehandicapt. Ze werd met haar echtgenoot op 10 april 1943 per taxi naar Westerbork vervoerd. Met dezelfde taxi reisde ook Karoline Japhet-Eppstein mee, de hoogbejaarde schoonmoeder van Elise’s broer Moritz Cohen. Kort daarna werden mevrouw Japhet en het echtpaar Van Gelder afgevoerd naar Sobibor, waar zij op 23 april 1943 om het leven werden gebracht.
Enkele dagen na hun vertrek werd het huis leeggeroofd. Op de inventarislijst stond ook de invalidewagen van de zwaar gehandicapte vrouw.
Jozef Backs werd geboren 27 januari 1919 in Utrecht. Zijn moeder was Anna Backs, de vader wordt niet vermeld. Hij was de pleegzoon van Philip van Gelder en Elise van Gelder-Cohen. Wanneer hij in hun gezin gekomen is, weten wij niet.
Jozef was verloofd met Esther Alter, geboren op 14 september 1923. In april 1942 woonde zij nog bij haar ouders in de Scheldestraat 40 in Den Haag. Op 24 juli 1942 vroeg Jozef voor zijn aanstaande vrouw een verhuisvergunning aan van ’s Gravenhage naar Aalten. De reden was dat zijn stiefmoeder een been was afgezet en dat zij daarom verzorging behoefde. Hoewel de chef veldwachter vond dat dit verzoek uit sociale overwegingen ingewilligd moest worden, is er nooit uitvoering aan gegeven.
Samen met haar ouders, Eliza Alter en Grietje Alter-Davidson, is Esther korte tijd later weggevoerd naar Westerbork. Toen Jozef dit hoorde is hij vrijwillig naar Westerbork gereisd om zich bij hen te voegen. Esther en haar moeder zijn beiden in Auschwitz omgebracht op 5 november 1942, haar vader Eliza op 7 februari 1945 in Midden Europa. Jozef zelf is omgebracht op 30 september 1942, eveneens in Auschwitz. Hij was 23 jaar oud en Esther 19 jaar.
Ter nagedachtenis aan Philip, Elise en Jozef zijn er op 13 februari 2015 drie Stolpersteine gelegd in de bestrating voor dit adres.
Deze villa in de stijl van de negentiende eeuwse neo-renaissance werd in 2012 gerealiseerd. De architectuur is geïnspireerd door de historische Aaltense directeursvilla de Beukenhof. Als eerbetoon aan het ‘origineel’, prijkt boven de gevel van dit herenhuis de naam Lindenhof. Het huis werd gebouwd in opdracht van levende rocklegende Angus Young, gitarist van AC/DC, en zijn vrouw Ellen van Lochem, Aaltense van oorsprong.
Het enorme huis telt drie etages bovengronds en ondergronds een opnameruimte voor de muzikant. In de gevel zijn enkele architectonische grapjes verwerkt, als subtiele verwijzingen naar de heer des huizes. Zo bevindt zich bovenin de gevel, aan beide zijden van de huisnaam, een gebeeldhouwd hoofd met duivelshoorns. Menig fan denkt hierbij direct aan de cover van het album Highway To Hell uit 1979. In het glas-in-loodraam boven de voordeur is een bliksemschicht verwerkt, rechtstreeks afkomstig uit het logo van de band.
Publiciteit
Sinds de plannen voor de bouw bekend werden zijn er al vele artikelen over dit huis en haar opdrachtgevers gepubliceerd, online, in kranten en tijdschriften. In 2023 verscheen in de Nieuwe Revu een artikel waarbij nogmaals werd uitgelegd hoe Angus Young in Aalten terechtkwam (link).
Vroeger stond op dit perceel het zogenaamde Wijkgebouw.
Dubbel woonhuis uit 1920, uitgevoerd in zogenaamde overgangsarchitectuur. Hoewel de invullingen van de vensters zijn vernieuwd, de kap voorzien is van een aantal niet-oorspronkelijke dakkapellen en er tegen de achterzijde van het pand een jongere uitbouw staat, zijn de oorspronkelijke markante details in het metselwerk en rond de vensters bewaard gebleven.
De karakteristieke uitstraling van de dubbele woning wordt bovendien versterkt door de overige bebouwing in dit gedeelte van de Stationsstraat, waarmee het pand een aardig ensemble vormt.
Stolpersteine
Abraham van Gelder werd in Aalten geboren op 9 november 1878, als jongste zoon van veehandelaar Aron David van Gelder (1829-1913) en de uit Iserlohn afkomstige Julchen Lipper (1832-1907). Abraham werd slager; zijn winkel was in elk geval vanaf 1920 gevestigd in de Landstraat. Samen met zijn broer Levie, die een slagerij had aan de Dijkstraat, leverde hij het koosjere vlees voor de Joodse bevolking van Aalten.
Abraham trouwde met Reintjen de Jong, geboren op 22 oktober 1881 in Apeldoorn. Zij kregen vijf kinderen, van wie er twee (Simon en Maurits) emigreerden en twee (Eveline en Julchen) naar Arnhem verhuisden. De oudste zoon, Arnold Abraham, geboren op 20 juli 1908, opende in 1937 een winkel in de Bredevoortsestraat.
Toen tijdens de bezetting de Joodse winkels gesloten moesten worden verhuisden Abraham en Reintjen naar de Stationsstraat 24. Vandaar uit vertrokken zij naar een onderduikadres in de Oosterkerkstraat. Op 22 augustus 1944 werden zij door verraad gearresteerd en met de allerlaatste deportatietrein die Nederland heeft verlaten op 3 september 1944 naar Auschwitz gebracht, waar zij op 6 september 1944 zijn vermoord, respectievelijk 65 en 62 jaar oud.
Van Julchen weten wij dat zij werkzaam was in het Voormalig Rotterdams Kindertehuis aan de Amsterdamseweg 1 in Arnhem. Zij is op 16 juli 1943 in Sobibor vermoord, 29 jaar oud. De andere kinderen van Abraham en Reintjen hebben de oorlog overleefd.
Ter nagedachtenis aan Abraham en Reintjen zijn er in de bestrating voor het pand twee Stolpersteine gelegd.
Op 13 april 2016 werden twee Stolpersteine voor dit huis gelegd ter nagedachtenis aan het echtpaar Salomon Goedhart en zijn vrouw Philippina Lea Goedhart-Rosenburg, dat hier rond 1940 heeft gewoond.
De familie Goedhart behoorde tot de armste Joodse gezinnen in Aalten. Salomon Goedhart was op 8 oktober 1860 geboren in ‘de ‘s-Heerenberg. In 1877 vestigde hij zich, komend vanuit Enschede, in Aalten, waar hij handelde in groenten, fruit en vis. Hij trouwde met Philippina Lea Rosenburg, geboren op 27 april 1863 in Enschede. Ze kregen op 22 februari 1890 een zoon, Marcus, die op 30 december 1938 in Aalten overleed.
Salomon en zijn vrouw gaven op hun hoge leeftijd gehoor aan de oproep van het Duitse gezag om zich te melden in kamp Vught. Dat gebeurde op 10 april 1943, de dag dat de laatste nog overgebleven (en niet ondergedoken) Joodse inwoners van Aalten moesten vertrekken in het kader van de actie om de hele Achterhoek Judenrein te maken. Nog dezelfde dag werd de inboedel van hun huis overgebracht naar een schuur aan de Hogestraat.
Alles was al geconfisqueerd, toen zij op 14 mei 1943 in Sobibor werden vermoord. Salomon werd 82 en Philippina 80 jaar oud.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
m²
Bewoners
Bevolkingsregister 1920-1930
Aalten B203/1
Bernardus Johannes Stevens (Bocholt, 02-03-1903) Grada Willemina Bosmann (Steenderen, 20-09-1901)
Volgende bewoners:
Jan Willem Huinink (Aalten, 22-10-1905) Johanna Hendrika Lievers (Aalten, 24-04-1908)
Adresboek 1934
Aalten B203/1 > Hoogestraat 94
J.W. Huinink
Volgende bewoners (na 1934):
Bevolkingsregister 1930-1940
Aalten B203/1
Salomon Goedhart (‘s-Heerenberg, 08-10-1860), koopman in fruit Philippina Lea Rosenburg (Enschede, 27-04-1863)
Op 13 februari 2015 werden drie Stolpersteine voor dit huis gelegd ter nagedachtenis aan het gezin Lewy, dat hier rond 1940 heeft gewoond.
Albert en Friederike Lewy en hun dochter Berta Mathilde kwamen officieel op 30 december 1938 vanuit Dortmund naar Aalten, maar het gezin stond al vanaf 18 februari 1938 in het Verblijfregister van de gemeente Aalten ingeschreven. Zij behoorden tot de Joodse families die in de jaren dertig vanuit Duitsland naar Nederland vluchtten. Albert was manufacturier en woonde met zijn gezin aan de Hogestraat 55/1.
Bij Duitse verordening verloren zij op 25 november 1941 hun nationaliteit en werden staatloze inwoners. Korte tijd later werd de vader van het gezin gedwongen in een Joods kamp te gaan werken. Dat werd op 4 oktober 1942 leeggehaald. Via Westerbork werd Albert Lewy naar Auschwitz gedeporteerd, waar hij op 28 februari 1943 werd vermoord.
Moeder en dochter waren in Aalten blijven wonen. Zij maakten deel uit van de groep van 10 personen die op 10 april 1943, na een oproep in het kader van de actie om de Achterhoek Judenrein te maken, naar Vught vertrokken. Samen zijn ze daarna via Westerbork naar Sobibor overgebracht, waar ze op dezelfde dag, 11 juni 1943, om het leven zijn gebracht.
Op 13 april 2016 werden vijf Stolpersteine voor dit huis gelegd ter nagedachtenis aan twee families die hier begin jaren 40 van de vorige eeuw woonden. Drie stenen voor Levi Salomon Schaap, zijn vrouw Ella Schaap-Philips en hun zoon Eliazar Hars Schaap en twee stenen voor Frits Landau en Amalia Landau-Lorch.
Het laatstgenoemde echtpaar is in de Tweede Wereldoorlog door het verzet geliquideerd. Hun stoffelijke resten zijn tot op heden niet gevonden.
Meer informatie: synagoge-aalten.nl. Hier staat tevens vermeld dat ’t Dal 1 voorheen (= voor 1955) het adres ’t Dal 8 had.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1333
E. van Eerden, timmerman
154 m² huis & erf
Bewoners
1813
Aalten 95
Hendrika Hesselink (Aalten, 06-02-1752) Jan Berent van Eerden (Winterswijk, 20-07-1732), oud man
Aaltensche Courant, 30 september 1899Aaltensche Courant, 21 oktober 1899Nieuwe Winterswijksche Courant, 28 oktober 1932Aaltensche Courant, 16 augustus 1940Het Joodsche Weekblad, 5 juni 1942Aaltensche Courant, 2 november 1945
Op 13 april 2016 werd een Stolperstein voor dit huis gelegd ter nagedachtenis aan Wijnand Andriesse, die hier begin jaren 40 van de vorige eeuw heeft gewoond.
Wijnand Andriesse was een zoon van Jacques Andriesse en Femia Elzas en een broer van André Andriesse, die in Aalten chazzan was van 1936 tot 1938. Hun vader overleed al toen Wijnand vijf jaar oud was, in 1922, en omdat zijn moeder niet voor de kinderen kon zorgen vertrok Wijnand op 13 februari 1923 naar een pleeggezin in Utrecht. Hij kwam uiteindelijk terecht bij zijn broer André, aan de Haartsestraat 64 in Aalten.
Wijnand is bij het leeghalen van de joodse werkkampen via Westerbork op transport gesteld naar Auschwitz en is daar vermoord.
De R.K. Modevakschool, later ook aangeduid als Mater Amabilisschool, stond aan de Dijkstraat 8 in Aalten, naast het Sint-Elisabethklooster. De katholieke school was bedoeld voor meisjes en bood een praktische opleiding in naald- en huishoudvakken. Het gebouw kende in de loop van de twintigste eeuw diverse functies, maar is inmiddels verdwenen.
De school werd in 1928 gebouwd naar ontwerp van architect J.J. Post uit Winterswijk en stond in nauwe verbinding met het klooster van de zusters.
Mater Amabilisschool
Het onderwijs sloot aan bij de landelijke ontwikkeling van de Mater Amabilisscholen, katholieke vormingsscholen die na de Tweede Wereldoorlog werden opgericht om meisjes uit de arbeidersklasse voor te bereiden op hun toekomstige taken als echtgenote, moeder of kloosterzuster. De naam “Mater Amabilis” is afgeleid van het Latijn en betekent “Moeder der Barmhartigheid”, een benaming voor de Maagd Maria.
De opleiding duurde meestal twee jaar en omvatte praktische vakken als naaien, breien, kleding maken, koken, hygiëne, kinderzorg en huishoudelijke vaardigheden. Daarnaast kregen de leerlingen godsdienstonderwijs en namen zij deel aan gebeden en andere kerkelijke activiteiten.
De lessen werden verzorgd door religieuze zusters, onder wie zuster Ignatia, die coupeuselessen gaf. Leerlingen kwamen niet alleen uit Aalten, maar ook uit omliggende plaatsen zoals Lichtenvoorde.
Nieuwe bestemmingen en sloop
Na het verdwijnen van de modevakschool in 1960 kreeg het pand andere bestemmingen. Het bood eerst ruimte aan twee klassen van de naastgelegen Sint-Jozefschool, na 1970 werd het gebruikt als parochiecentrum en vervolgens als jongerencentrum Fam Che.
Het gebouw is uiteindelijk afgebroken. Op de plek van de voormalige school en het kloostercomplex staan tegenwoordig appartementen.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1904
I-5103
De Roomsch Catholijke Kerk van de Heilige Helena te Aalten
3.245 m² huis, school, schuur, erf, speelplaats
1946
I-5103
De Roomsch Katholieke Kerk van de Heilige Helena te Aalten
3.245 m² huis, school, schuur, erf, speelplaats
1956
I-8033
De Roomsch Katholieke Kerk van de Heilige Helena te Aalten
3.412 m² huis, school, schuur, erf, speelplaats
1957
I-8110
De Roomsch Katholieke Kerk van de Heilige Helena te Aalten
5.075 m² voormalig klooster, scholen, tuin, speelplaats
1970
I-9826
De Roomsch Katholieke Kerk van de Heilige Helena te Aalten
3.680 m² oud klooster, ged. school, tuin, parochiecentrum
1978
I-10622
De Roomsch Katholieke Kerk van de Heilige Helena te Aalten
930 m² kleuterschool, erf, parochiecentrum
1982
I-11030
De Roomsch Katholieke Kerk van de Heilige Helena te Aalten
Aaltensche Courant, 10 februari 1928Nieuwe Winterswijksche Courant, 11 september 1928De Graafschapbode, 30 mei 1932Dagblad Tubantia, 30 januari 1961Dagblad Tubantia, 13 februari 1961
Voordat de Beeklaan werd aangelegd was het adres Willemstraat 1.
Begin deze eeuw stond dit oude woonhuis leeg en raakte steeds verder in verval. Uiteindelijk is het gesloopt en vervangen door een moderne woning, waarvan het ontwerp echter duidelijk verwijst naar het oude huis dat er eerst stond. De voorgevel van het nieuwe huis staat iets verder terug ten opzichte van de oorspronkelijke voorgevel. Een klein deel van de oude gevel is als herinnering bewaard gebleven.
Generaties lang werd het oude huis bewoond door de familie Lurvink van de borstelfabriek, op bovenstaande foto deels zichtbaar, linksachter het huis.
Woonhuis gebouwd in 1912 voor P.J. Helders ter vervanging van zijn oude woning op dit perceel, naar een ontwerp van Jan Brill. Het pand is gesitueerd aan de noordelijke zijde van de Hogestraat, direct ten oosten van de Westerkerk.
Hoewel de invulling van de vensters in de loop der tijd op punten is vernieuwd en er in het linker dakvlak twee dakramen zijn aangebracht, is het oorspronkelijke karakter van het pand met de opvallende ingangspartij en uitgemetselde hoekpilasters niet verloren gegaan. De statige uitstraling van de woning wordt versterkt door de verhoogde ligging ten opzicht van de straat. Hierdoor vormt het pand een beeldbepalend element binnen dit gedeelte van de Hogestraat.
Het kadaster vermeldt als bouwjaar 1920. Uit kadastergegevens blijkt dat er daarvoor ook al een pastorie stond op het perceel, halverwege de 19e eeuw al “De Oude Pastorij” genoemd.
Er is een sage verbonden aan de oude pastorie over een hellehond. Volgens de overlevering verscheen er ’s nachts om twaalf uur een grote zwarte hond bij de oude pastorie. Het dier liep daar rond, rammelend met een ketting, sprong vervolgens in de beek en verdween. Oude mensen verzekerden dat het ging om de geest van de pastoor, die tijdens de Reformatie protestant was geworden.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-240
de oude Hervormde Pastorie Aalten
370 m² huis & erf
Bewoners
1813
Aalten 35
Domini van Eerten (Friesland, 24-12-1747), predikant Bartholomeus Stephanus Westerbeek
Cornelis Barneveld (Amsterdam, 02-10-1861), predikant Catharina Vodegel (Amsterdam, 21-10-1860), op 13-04-1896 vertrekt zij naar een “krankzinnigengesticht” in Deventer
Fragment kadastrale kaart, 1866Fragment kadastraal leggerartikel, perceel I-2720De Standaard, 13 november 1873Zutphensche Courant, 9 maart 1882Het Vaderland, 26 mei 1894Nieuwe Veendammer Courant, 14 januari 1913
De Kikvorsch is een verdwenen boerderij in Aalten, ongeveer op de tegenwoordige hoek Plein Zuid / Parallelweg. Plein Zuid heette in 1934 nog Dijkstraat, en in 1850 werd het nog Landstraat genoemd.
Tegenwoordig buigt de Slingebeek voorbij Beekhuize in zijn geheel af naar het westen. Vroeger stroomde veel water echter door een sloot rechtdoor richting Aalten-Zuid. Daar was het land laag, er waren veel poelen en sloten. Een van de poelen heette “Het kikvorschengat” en een boerderij daar dichtbij, waar nu ongeveer de fietsenzaak van Wisselink, Plein Zuid 1 staat, heette “De Kikvorsch“. Een deel van het water van de Slinge stroomde daarlangs om zo, via de “Aa-beken” zoals ze wel werden genoemd, te worden afgevoerd in de richting van Breedenbroek en Gendringen.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-249
Willem Neerhof
490 m² bouwland
1845
I-1715
Willem Neerhof, landbouwer
490 m² huis & erf
1885
I-3948
Hendrika Neerhof, vrouw van Hendrik te Slaa, timmerman
670 m² huis, schuur als werkplaats & erf
1886
I-4015 I-4016
Hendrika Neerhof, vrouw van Hendrik te Slaa, timmerman
115 m² huis & erf 625 m² huis, schuur & erf
1893
I-4015 I-4016
Evert en Jan te Slaa, (beiden) timmerman en landbouwer
Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring en analyse van bezoekgegevens. Ga je hiermee akkoord? Zonder toestemming werken sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.