Archieven: Plaatsen

  • Darbistenkerkje

    Darbistenkerkje

    Overzicht

    De Vergadering van Gelovigen, ook wel bekend als de Darbisten, hield in 1882 voor het eerst bijeenkomsten in Aalten. In de beginjaren kwamen de gelovigen samen in een woonhuis aan de Bodenvoor.

    In 1902 werd een eenvoudig vergaderlokaal gebouwd aan een verbindingspad tussen de Oosterkerkstraat en de Meiberg. Het gebouwtje deed decennialang dienst als samenkomstplaats voor de gemeente.

    Verhuizing en afbraak

    In 1968, kort voor de sloop, werd het oude kerkje nog op foto vastgelegd. Enkele jaren later, in 1974, kreeg de gemeente een nieuw gebouw, eveneens gelegen aan de Meiberg.

    Het oude vergaderlokaal werd na de verkoop eigendom van Spinkat en uiteindelijk afgebroken. Daarmee verdween een stuk vroeg-20e-eeuwse kerkgeschiedenis uit het straatbeeld van Aalten.

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1904I-5059Bernadus Hermanus Brethouwer
    e.c., winkelier en landbouwer
    185 m² vergaderingslocaal & erf
    1958I-8442Stichting “Ons Vergaderlokaal”,
    Aalten
    840 m² huis, vergaderingslokaal,
    tuin
    1974I-8442N.V. “van Katwijk’s Industrieën”,
    Aalten
    840 m² huis, vergaderingslokaal,
    tuin, schuren erf

    Afbeeldingen

  • Klooster Schaer

    Klooster Schaer

    Overzicht

    Het klooster Schaer was een klooster nabij Bredevoort, gesticht in 1429 en behorend tot de orde van de Moderne Devotie. Het lag in de buurtschap ’t Klooster, ongeveer twee kilometer ten noorden van Bredevoort, aan de linkeroever van de Schaarsbeek.

    De vrome edelman Derck van Lintelo en Conraedt Slindewater, schrijver van de drost te Zutphen en afkomstig uit een voornaam patriciërsgeslacht uit de Hanzestad, schonken in 1429 grond en boerderijen aan verdreven kloosterlingen uit Windesheim bij Zwolle.

    De Windesheimers behoorden tot de laatmiddeleeuwse beweging van de Moderne Devotie, die was ontstaan onder leiding van Geert Grote (1340–1384) in Deventer. Vanuit de IJsselsteden verspreidde deze hervormingsbeweging zich over West-Europa en leidde tot de stichting van ruim honderd kloosters. De Moderne Devotie streefde naar vernieuwing van kerk en maatschappij en vormde daarmee een overgang tussen de middeleeuwen en de nieuwe tijd.

    Stichting

    De Windesheimers vestigden zich bij voorkeur op afgelegen plaatsen. De schenking van de grond bij de Schaersvoorde — in de huidige buurtschap ’t Klooster — in 1429 sloot daar goed bij aan. Het betrof een hooggelegen gebied aan de rand van de uitgestrekte Schaersheide, grenzend aan het laaggelegen en drassige Bredevoortse Broek. Met de klei die vlak onder het oppervlak aanwezig was, bakten de kloosterlingen hun eigen kloostermoppen.

    Het klooster Domus Beatae Mariae in Nazareth (Huis van de Gelukkige Maria in Nazareth) verrees kort daarna. In de volksmond stond het bekend als klooster Schaer, naar de heide waarop het lag. Al spoedig hielden de bewoners zich actief bezig met de zorg voor studerende jongeren en de verbetering van de leefomstandigheden van de bevolking.

    Bidden en werken bepaalden ook bij de Windesheimers het dagelijks leven. Door noeste arbeid wisten de monniken de directe omgeving van het klooster te ontginnen. Rond 1500 was er sprake van een vruchtbare, ei-vormige oase in de eenzaamheid, met Nazareth als middelpunt, omgeven door een buitengracht.

    In 1522 bracht men nog diverse verbeteringen aan. Het uurwerk en de klepklok van het klooster werden in 1596 overgebracht naar de Sint-Joriskerk in Bredevoort — waar de klepklok nog altijd hangt.

    Legende en goudschat

    In 1597, toen het leger van prins Maurits op weg was naar Bredevoort, sloeg de laatste prior van klooster Schaer op de vlucht. Ook de overige kloosterlingen vonden het veiliger hun toevlucht elders te zoeken. Kort daarna werd het verlaten klooster door rondtrekkende soldaten verwoest.

    Sindsdien doet het verhaal de ronde dat de vluchtende monniken een schat hebben verborgen in de grond — onder de derde hulststruik achter de schaapskooi. Niemand weet echter meer waar die schaapskooi precies heeft gestaan. Volgens de legende zal de schat ooit weer gevonden kunnen worden, aangewezen door ‘hemelse tekenen’: er zal een vreemd licht aan de hemel verschijnen, tot een zwarte haan kraait.

    In de nacht van 13 op 14 september 1943 werd er inderdaad een ongewoon licht waargenomen: een nachtregenboog. Er waren die nacht veel bommenwerpers in de lucht, waardoor nog velen wakker waren die dit zeldzame verschijnsel hebben gezien. Of er toen ook een zwarte haan kraaide, is niet bekend.

    Omvang

    Uit veld- en archiefonderzoek blijkt dat het klooster Schaer van bescheiden omvang was. De omtrek van het kloostergebied is goed te traceren: veldnamen zijn nog herkenbaar en op een boerenerf zijn nog restanten te vinden. Begin twintigste eeuw vond men bij graafwerkzaamheden een kruisbeeld en een schedel. Op het terrein bevindt zich bovendien nog de zogenoemde Kloosterschans. In 1978 werden de laatste bovengrondse muurresten gesloopt, maar onder de boerderij ter plaatse bevindt zich nog een kloosterkelder met tongewelf.

    Het ovale kloostergebied — ook wel corpus genoemd — besloeg circa 118 hectare en vertoonde van west naar oost een hoogteverschil van ruim tien meter. De monniken maakten optimaal gebruik van het reliëf, het water en de bodemgesteldheid. Kwel- en regenwater, maar ook het water dat vanaf de hoge Schaerheide toestroomde, bewoog zich vlak onder de oppervlakte over ondoordringbare kleilagen richting het Bredevoortse Broek. Dwars door het gebied wierpen de kloosterlingen een dijk op om het water te stuwen en te benutten voor de aandrijving van een koren- en oliemolen.

    Met een stelsel van waterlopen en vijvers, onderling verbonden, hielden de kloosterlingen de voeten droog en voorkwamen zij dat het water ongebruikt naar de lage broekgronden wegstroomde. Aan de oostzijde van het kloostercomplex creëerde men een opmerkelijk aardwerk: de Eremus in Aquis — letterlijk ‘de wildernis in de wateren’ — een kluizenaarsplaats tegen de rand van het drassige Bredevoortse Broek. De grachten rond deze hermitage diende als waterberging.

    Restanten

    Na de verwoesting van het klooster in 1597 raakten de landerijen overwoekerd door heide en hakhout. De kloostermoppen van het complex werden deels hergebruikt voor het herstel van fortificaties en woningen in Bredevoort. De bezittingen van het klooster werden geconfisqueerd door het hertogdom Gelre. De Eremus in Aquis werd in latere jaren mogelijk gebruikt als schans tijdens de krijgshandelingen rond Bredevoort. In 1672 stond de westelijke vleugel van het rechthoekige kloostercomplex nog overeind.

    Met de inbeslagname van het kloostergebied kreeg het landschap een tweede historische laag: de aanleg van houtplantages. Gelre verpachtte de gronden voor de productie van eikenhout. Rond 1700 ging men aan de slag met de nodige ontwatering. Rechte watergangen voerden het water snel af naar de Schaarbeek, en dezelfde beek — ooit deel van de buitengracht — werd kaarsrecht doorgetrokken naar Bredevoort om daar de grachten van water te voorzien. De waterlopen bij de Eremus in Aquis verzandden, en op het voormalige kloosterterrein legde men zogenoemde rabatten aan, smalle ophogingen waarop men de jonge eiken plantte.

    Door enkele zeer strenge winters mislukten de eerste aanplantingen. Gelre besloot daarop het kloostergebied te verkopen. De nieuwe eigenaren zetten de houtteelt voort volgens hetzelfde systeem van rabatten en afwateringen. Het huidige Kloosterbos, 25 hectare groot, bewaart nog altijd de sporen van de laatmiddeleeuwse waterhuishouding die ooit door de kloosterlingen van Schaer werd aangelegd.

    Archieven

    Verpondingskohier 1647

    t’Clooster te Schaer en sijn becirck?, Geestl.
    2 Huisen, met etlicke koolhoven, 3 sch.
    Boulant 27 mdr., 3de gerve 225 – 0 -.
    Inslagh en hoeijmate van 4 daghen meijens, slechten waterigen gront.

    Afbeeldingen

  • Villa Anna

    Villa Anna

    Overzicht

    Aan de Polstraat in Aalten staat de markante Villa Anna, een forse vrijstaande woning uit 1913, gebouwd naar ontwerp van de Aaltense architect Jan Brill. De villa diende oorspronkelijk als hervormde pastorie.

    Hoewel de detaillering van de vensters in latere jaren zijn aangepast en deels vernieuwd, is de woning in hoofdvorm goed bewaard gebleven. Mede door de markante hoekligging, de opvallende hoofdvorm met veelhoekige erker en de laag ommuurde tuin met twee fraaie oude beuken is het pand zeer karakteristiek te noemen en is het zeer beeldbepalend in dit gedeelte van de Polstraat.

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten C568/1 > D645

    Gerrit Schotman (Aalten, 15-12-1847), postdirecteur
    Barendina Gerharda Freriks (Aalten, 29-02-1848)

    Volgende bewoners:

    Aalten D645

    Frederik Cornelis van de Plassche (Aardenburg, 17-02-1870), predikant
    Helena Wilhelmina Alida van Iterson (Meteren, 19-07-1868)

    Bevolkingsregister 1920-1930

    Frederik Cornelis van de Plassche (Aardenburg, 17-02-1870), predikant
    Helena Wilhelmina Alida van Iterson (Meteren, 19-07-1868)

    Volgende bewoners:

    Henry Jacobus Drost (Wemeldinge, 13-06-1902), predikant
    Catharina Adriana Lamberta Felix (Utrecht, 10-10-1906)

    Adresboek 1934

    Aalten D645 > Polstraat 3

    H.J. Drost

    1953-1959

    In deze periode werd de pastorie bewoond door het gezin van ds. D. Groeneboer.

    Adresboek 1967

    Polstraat 3

    Ds. M. v. d. Heiden

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1945I-6512de Hervormde Gemeente van Aalten1.960 m² pastorie, tuin
    1963I-8825de Hervormde Gemeente van Aalten1.933 m² pastorie, tuin

    Afbeeldingen

    Aanbesteding villa Schotman, architect J. Brill - Aaltensche Courant, 22-02-1913
    Aaltensche Courant, 22 februari 1913
  • Villa Welgelegen

    Villa Welgelegen

    Overzicht

    Ooit het woonhuis van de Aaltense notabele Adriaan Pieter Slicher van Bath. Het pand is een goed en gaaf voorbeeld van een villa in een stijl die invloeden vertoont van het neoclassicisme. De villa heeft esthetische kwaliteiten zoals goede verhoudingen, een vrij gave hoofdvorm en een bijzondere detaillering in vormgeving.

    Menig Aaltenaar heeft dit pand van binnen gezien, maar bewaart er geen prettige herinneringen aan. Hier was namelijk ook jarenlang de woning en praktijk van tandarts Brandsma gevestigd.

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Aalten 268

    Adriaan Pieter Slicher (Middelburg, 07-06-1838)
    Johanna Geertruida van Hopbergen (Leeuwarden, 18-05-1849)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Aalten 299

    Adriaan Pieter Slicher (Middelburg, 07-06-1838)
    Johanna Geertruida van Hopbergen (Leeuwarden, 18-05-1849)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Aalten 291

    Adriaan Pieter Slicher (Middelburg, 07-06-1838)
    Johanna Geertruida van Hopbergen (Leeuwarden, 18-05-1849)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Aalten 326 > 385

    Adriaan Pieter Slicher (Middelburg, 07-06-1838)
    Johanna Geertruida van Hopbergen (Leeuwarden, 18-05-1849)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    B385 > C406

    Adriaan Pieter Slicher (Middelburg, 07-06-1838)
    Johanna Geertruida van Hopbergen (Leeuwarden, 18-05-1849)

    Adresboek 1934

    C406 > Bredevoortsestraatweg 55

    “Onbewoond”

    Adresboek 1967

    Bredevoortsestraatweg 55

    J.A. Brandsma, tandarts
    Mej. J.J. Veening

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Afbeeldingen

  • De Postiljon

    De Postiljon

    Overzicht

    Het pand aan de Kerkstraat 1, daterend uit 1876, heeft een rijke geschiedenis als postkantoor, modezaak en tegenwoordig een keukenzaak. Dit prominente gebouw op de hoek van de Markt en de Peperstraat was ooit het eerste postkantoor van Aalten.

    In de loop der jaren heeft het verschillende functies gehad, waarbij de naam ‘De Postiljon’ steeds verbonden bleef aan het pand.

    Het eerste postkantoor van Aalten

    In het pand Kerkstraat 1 was het eerste postkantoor van Aalten gevestigd. Hier kon men terecht voor alle zaken die te maken hadden met Post, Telegraaf en Telefoon (PTT). Voor mensen zonder eigen telefoon beschikte het postkantoor over een ‘openbare spreekcel’. In 1915 waren er in Aalten slechts 27 telefoonaansluitingen, en Bredevoort telde er vier. Het waren vooral fabrikanten, middenstanders en huisartsen die een telefoontoestel hadden. Kammenfabriek Ten Dam & Manschot had de allereerste aansluiting in Aalten en kreeg dus telefoonnummer 1.

    In 1922 verhuisde het postkantoor van de Kerkstraat naar de Haartsestraat, en later weer naar de Peperstraat. Tegenwoordig heeft Aalten geen eigen postkantoor meer en moet je voor postzaken naar de Primera.

    Pension en modezaak

    Hoewel het postkantoor verdween, bleef de naam van het gebouw verbonden met zijn geschiedenis. Na de verhuizing opende mevrouw Lammers-van Lochem ‘Magazijn De Post’ in het pand. Hier verkocht ze onder andere naaibenodigdheden en lingerie. Ook verhuurde ze kamers in het pand; het was tevens een pension.

    In 1974 vestigde zich er ‘Postiljon Mode’ van Martin en Ann de Kruyf. De Postiljon was het adres voor jurken, blouses en overhemden. Men kon hier terecht voor kwaliteit en persoonlijke aandacht. Na 50 jaar in het modevak stopten Martin en Ann de Kruyf met hun zaak in het najaar van 2017.

    Nieuwe bestemming

    Na enkele jaren leegstand kreeg het historische pand in 2024 een nieuwe bestemming. Een keukenzaak opende haar deuren in het hart van Aalten, waarmee een nieuw hoofdstuk werd toegevoegd aan de geschiedenis van dit beeldbepalende gebouw.

    Bewoners

    1813

    Aalten 1

    Weduwe G.W. Arendsen, huis, schuur en tuin

    Wessel Mierdink (Aalten, 06-02-1780), horlogiem.
    Christiaan Benjamin Lesturgeon (Aalten, 16-03-1791), silversmit

    1 weduwe
    1 man
    1 vrouw
    1 kostgang.
    1 meid
    1 kind

    Bevolkingsregister 1823-1838

    Aalten 1

    Josina Aleida Stumph (Aalten, 30-07-1747), wed. van Gerrit Willem Arentzen

    Volgende bewoners:

    Jacobus Johannes Klijnpennink (Nijmegen, 22-05-1794), Med. Dr. en Vroedm.
    Sara van Raab van Canstein (Oosterboer, 18-08-1794)

    Bevolkingsregister 1838-1850

    Aalten 12

    Jacobus Johannes Klijnpennink (Nijmegen, 22-05-1794), med. doctor en vroedmeester
    Sara van Raab van Canstein (Oosterboer, 18-08-1794)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Aalten 12

    Jacobus Johannes Klijnpennink (Nijmegen, 22-05-1794), med. doctor
    Sara van Raab van Canstein (Oosterboer, 18-08-1794)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Aalten 12

    Jacobus Johannes Klijnpennink (Nijmegen, 22-05-1794), med. docter
    (1) Sara van Raab van Cansteijn (Oosterboer, 18-08-1794)
    (2) Maria Christina Knappert (Schiedam, 05-12-1832)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Aalten 12

    Maria Christina Knappert (Schiedam, 05-12-1832)

    Volgende bewoners:

    Abraham van Eerden (Aalten, 17-02-1812)
    Johanna Willemina Lindenhovius (Aalten, 13-12-1819)

    Volgende bewoners:

    Gerrit Schotman (Aalten, 15-12-1847), dir. telegraafkantoor
    trouwt op 28-02-1873 in Aalten met
    Barendina Gerharda Freriks (Aalten, 29-02-1848)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Aalten 12

    Gerrit Schotman (Aalten, 15-12-1847), directeur v.h. post- en telegraafkantoor
    Barendina Gerharda Freriks (Aalten, 29-02-1848)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Aalten 13

    Gerrit Schotman (Aalten, 15-12-1847), postdirecteur
    Barendina Gerharda Freriks (Aalten, 29-02-1848)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Aalten 15 > C528

    Gerrit Schotman (Aalten, 15-12-1847), postdirecteur
    Barendina Gerharda Freriks (Aalten, 29-02-1848)

    Volgende bewoners:

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten C528 > D596

    Lambertus Meijer (Zwolle, 01-02-1880), dir. post- en tel.kantoor
    Johanna Catharina Gosuina Nolen (Rotterdam, 05-07-1881)

    Volgende bewoners:

    Bevolkingsregister 1930-1940

    Aalten D596

    Gerrit Jan Lammers (Aalten, 13-10-1878), manufacturier
    Engelina Klein Nibbelink (Lichtenvoorde, 24-11-1876)

    Adresboek 1934

    Aalten D596 > Kerkstraat 1

    G.J. Lamrners

    Adresboek 1967

    Kerkstraat 1

    Mevr. A.C. Lammers-van Lochem

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-1169Evert van Eerden420 m² huis & erf

    Afbeeldingen

  • Dinxperlosestraatweg 112 / Kruisdijk 18

    Dinxperlosestraatweg 112 / Kruisdijk 18

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1910-1920

    IJzerlo 60/1 > 64

    Hendrik Prinzen (IJzerlo, 16-01-1896), kleermaker
    Elise Schepers (Spork/D, 22-02-1897)

    Adresboek 1934

    IJzerlo 64 > 112

    H.J. Kämink

    Adresboek 1967

    IJzerlo 112 > Dinxperlosestraatweg 112

    H.J. Kämink

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Afbeeldingen

  • Grevinkweg 1

    Grevinkweg 1

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Dale 2 > 2

    Arnoldus Stronks (Dale, 01-04-1851)
    Johanna Gesina Elferink (Barlo, 18-04-1850)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Dale 2 > 2

    Arnoldus Stronks (Dale, 01-04-1851)
    Johanna Gesina Elferink (Barlo, 18-04-1850)

    Dale 2

    Roelof Heinen (Aalten, 09-01-1896)
    Dina Johanna Hendrika Lammers (Lintelo, 06-06-1900)

    Adresboek 1934

    Dale 2 > Grevinkweg 1

    R. Heinen

    Adresboek 1967

    Grevinkweg 1

    H. te Ronde

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
  • Logement Stad Munster

    Logement Stad Munster

    Overzicht

    Logement Stad Munster was ooit een belangrijk rustpunt voor reizigers en postkoetsen. Het stond in de Peperstraat, tussen het voormalige postkantoor en de Postiljon, tegenover Stegers. Na de gemeentelijke herindeling van 1816 werd het korte tijd ook als Rechthuis gebruikt. In 1873 werd het pand door een brand volledig verwoest en het is daarna nooit herbouwd.

    Pleisterplaats voor de diligence

    In vroeger eeuwen, toen de postwagen of diligence het officiële vervoermiddel was, fungeerde ‘Logement Stad Munster’, ook wel bekend als ‘Hotel Wamelink’, als pleisterplaats voor de diligence en als rustpunt voor vermoeide reizigers. Wie een verre reis moest maken en het zich kon veroorloven, stapte in bij Hotel Wamelink, waarna de reis hortend en stotend werd voortgezet naar de eindbestemming. Wie minder te besteden had, trok de ‘steffels’ (laarzen) aan en ondernam de reis te voet. Een wandeling naar Arnhem of Zutphen was geen zeldzaamheid. Men had de tijd. Logement Stad Munster verwelkomde reizigers van allerlei pluimage, zoals een fabrikant uit Armentiers in Frankrijk, een koopman uit Stadlohn en een commies te voet uit Oosterwijk. Drie Engelse fabrieksarbeiders uit Manchester, Asthon en Oldham, verbleven er twee maanden.

    In 1823 stond Johanna Maria Martha Mensinck op dit adres geregistreerd als logementhoudster. Zij was de weduwe van Gerrit Jan Wamelink, die in 1822 overleed. Johanna overleed in 1854. Hun zoon Lambertus Hermanus Wamelink zette het logement voort. Hij was in 1852, op 39-jarige leeftijd, getrouwd met Johanna Catharina Heming. Nadat zij in 1854 overleed, hertrouwde hij in 1856 met Wilhelmina Louisa Hendrina Meijrink.

    Brand

    Op 2 april 1873 barstte er een hevig onweer los boven Aalten. De arbeiders op het land vluchtten schuren en tuinhuisjes in. De donder rolde af en aan, en de bliksem was niet van de lucht. Plotseling klonk er een knal en kort daarna hoorde iedereen, boven het geruis van de regen uit, het luiden van de brandklok in de kerktoren. Een blikseminslag had het pand naast het logement getroffen, dat bewoond werd door de heer Van Eerden en rijksontvanger Boudewijn.

    Toen de brandwachten arriveerden, stonden beide panden al in lichterlaaie. Tegen dit geweld konden de brandspuiten weinig beginnen. Het oude logement, de trots van de Wamelinks, die er begin 18e eeuw al woonden, brandde tot de grond toe af, evenals het naastgelegen huis op de hoek van de Kerkstraat. Het logement werd niet herbouwd, en sindsdien is de plek een open doorgang gebleven tussen de Peperstraat en het Hoge Blik.

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1823-1838

    Aalten 256

    Johanna Maria Martha Mensinck (Winterswijk, 16-08-1788), logementhoudster

    Zij was de weduwe van Gerrit Jan Wamelink.

    Bevolkingsregister 1838-1850

    Aalten 271

    Johanna Maria Martha Mensinck (Winterswijk, 16-08-1788), logementhoudster

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Aalten 271

    Johanna Maria Martha Mensinck (Winterswijk, 16-08-1788), logementhoudster

    Volgende bewoners, zoon en echtgenote:

    Lambertus Hermanus Wamelink (Aalten, 18-02-1813)
    (1) Johanna Catharina Heming (Vreden/D, 02-07-1822)
    (2) Wilhelmina Louisa Hendrina Meijerink (Aalten, 06-11-1823)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Aalten 271

    Wilhelmina Louisa Hendrina Meijerink (Aalten, 06-11-1823), logementhoudster

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Aalten 348

    Wilhelmina Louisa Hendrina Meijerink (Aalten, 06-11-1823), logementhoudster

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-1152wed. Gerrit Jan Wamelink490 m² huis, schuur
    1858I-2011
    I-2012
    wed. Gerrit Jan Wamelink
    erven Lambertus Hermanus Wamelink
    490 m² huis, erf
    260 m² schuur, stalling
    1863I-2011
    I-2012
    Wilhelmina Louisa Hendrina Meijerink,
    logementhoudster
    490 m² huis, erf
    260 m² schuur, stalling

    Afbeeldingen

  • Café Stegers

    Café Stegers

    Overzicht

    Café-Restaurant Stegers, gelegen op de hoek van de Markt en de Peperstraat in Aalten, heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 18e eeuw. Het pand begon als herberg en jeneverstokerij en is in de loop der tijd een slijterij en uiteindelijk een bekend café-restaurant geworden.

    Stegers is niet alleen een populaire ontmoetingsplek, maar ook een belangrijk onderdeel van het lokale erfgoed. Het pand is een Rijksmonument.

    De familie Becking

    In 1717 bevond zich op deze locatie een brouwerij met voortuin van Lemmert te Kavestede. Bekend is dat op deze plek eertijds de herberg van Schaars was gevestigd. Rond 1800 krijgen we meer zekerheid over de bewoners. Omstreeks die tijd woonde de in Varsseveld geboren Lourens Becking in Aalten. Het pand werd in 1799, blijkens een inscriptie op een gevelsteen, door Lourens Becking en Willemina Geertruid Schaars verbouwd tot woonhuis, branderij en landbouwschuur.

    In 1804 liet Becking, jeneverstoker van beroep, een nieuw huis bouwen aan de Markt. Boven in zijn nieuwe huis liet hij een gevelsteen inmetselen met een cryptische rebus die als volgt vertaald kan worden: “Het naaihuis van Tabitha”. Volgens pater Reinders heeft de rebus echter een andere betekenis: “Tabitha begeert verkwikt te worden door de verdiensten, die Christus op Kalvarië heeft verworven”.

    Rond 1828 nam zoon Hendrik Jan de jeneverstokerij over. In 1864 stopte hij met het stoken en ging verder als slijter. Waarschijnlijk combineerde hij deze activiteit met een tapperij. Er had een verbouwing plaats en het gedeelte van het pand in de Peperstraat werd verhuurd aan bakker Lourens Prins.

    Na het overlijden van Hendrik Jan in 1889, zonder mannelijke opvolgers, nam zijn dochter Johanna Geertruida Klazina de slijterij over. Met haar overlijden in 1894 kwam er een einde aan 90 jaar stokerij en slijterij van de familie Becking in Aalten. De erfgenamen verkochten het pand in de Peperstraat aan koopman Salomon Goedhart. Het pand aan de Markt werd verhuurd aan timmerman H.B. Lelieveld.

    Tante Mina

    In 1922 werd het pand aan de Markt eigendom van ‘Tante’ Mina Heersink-Geerdes, geboren in de Brinkheurne bij Winterswijk. Zij opende hier een café en breidde haar activiteiten later uit met een pension en restaurant. Later werd ze bijgestaan door haar dochter Leis, die getrouwd was met Gert Prins. Hij drijft later een rookwarenwinkel opzij van het pand, en in de jaren twintig was er in de achterkeuken zelfs een fietsenmakerij gevestigd. Het café van tante Mina stond bekend om de grote potkachel in het midden van het lokaal. In 1952 raakte de voorgevel van het monumentale pand zwaar beschadigd toen de eeuwenoude lindeboom voor het etablissement omwaaide tijdens een hevige storm.

    De familie Stegers

    Begin jaren zestig van de vorige eeuw waren Riek en Jan Stegers uit Groenlo op zoek naar een horecagelegenheid. Riek had al ervaring in de horeca. Jan was verzekeringsagent, maar werkte in zijn vrije tijd ook in de horeca. Het pand aan de Markt in Aalten stond te koop en in april 1961 nam de familie Stegers de grote stap. Omdat ze niet de benodigde papieren hadden voor een rookwarenwinkel, sloten ze deze en openden in oktober van dat jaar een snackbar in de voormalige winkel. Sinds 1990 wordt Café-Restaurant Stegers geleid door Bertus en Jolanda Lammers, samen met Raymund en Sophia Stegers.

    Nieuw hoofdstuk

    Begin 2025 werd aangekondigd dat Café-Restaurant Stegers en De Geste worden overgenomen door Zila en Kayra Ertunç, van het naastgelegen Krul Bar & Restaurant. Zij verklaarden trouw te blijven aan de oorspronkelijke naam en het concept. Met respect voor het levenswerk van de families Stegers en Lammers willen zij de sfeer en traditie van deze historische horecagelegenheid in Aalten voortzetten.

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1823-1850

    Aalten 257

    Laurens Becking (Varsseveld, 28-04-1773), geneverbrander
    Willemina Gertruid Schaars (Aalten, 07-08-1773)

    Volgende bewoners, zoon en echtgenote:

    Hendrick Jan Becking (Aalten, 20-05-1804), geneverbrander
    Gesina Sophia Gussinklo (Aalten, 16-04-1806)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Aalten 279

    Hendrick Jan Becking (Aalten, 20-05-1804), geneverbrander
    Gesina Sophia Gussinklo (Aalten, 16-04-1806)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Aalten 279

    Hendrik Jan Becking (Aalten, 20-05-1804), geneverbrander
    Gesina Sophia Gussinklo (Aalten, 16-04-1806)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Aalten 356

    Hendrik Jan Becking (Aalten, 20-05-1804), slijter
    Gesina Sophia Gussinklo (Aalten, 16-04-1806)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Aalten 399

    Hendrik Jan Becking (Aalten, 20-05-1804), slijter

    Volgende bewoners, dochter:

    Johanna Geertruida Klazina Becking (Aalten, 21-01-1837), slijter

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Aalten 393

    Johanna Geertruida Klazina Becking (Aalten, 21-01-1837), slijtster

    Volgende bewoners:

    Hendrikus Bernadus Lelivelt (Aalten, 18-02-1866), timmerman
    Johanna Berendina Reijers (Gendringen, 13-12-1872)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Aalten 465 > 519

    Hendrikus Bernadus Lelivelt (Aalten, 18-02-1866), tapper
    Johanna Berendina Reijers (Gendringen, 13-12-1872)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten C519

    Hendrikus Bernadus Lelivelt (Aalten, 18-02-1866), tapper
    Johanna Berendina Reijers (Gendringen, 13-12-1872)

    Volgende bewoner:

    Aalten D572

    Mina Aleida Heersink-Geerdes (Brinkheurne, 02-10-1878), caféhoudster

    Adresboek 1934

    Aalten D572 > Markt 2

    Wed. J.W.A. Heersink

    Adresboek 1967

    Markt 2

    J.F.J. Stegers

    Hotel Stegers

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-1153Lourens Becking580 m² huis, schuur & erf
    1844I-1153Hendrik Jan Becking, jeneverbrander580 m² huis, erf, jeneverbranderij
    1895I-4652Hendrik Jan Becking, jeneverbrander390 m² huis & erf
    1909I-4652Hendrikus Bernadus Lelivelt, aannemer390 m² huis & erf
    1922I-4652Mina Aleida Geerdes,
    landbouwster & winkelierster
    390 m² huis & erf
    1937I-6928Mina Aleida Geerdes,
    landbouwster & winkelierster
    387 m² huis & erf

    Afbeeldingen

  • Oerkroeg Schiller

    Oerkroeg Schiller

    Overzicht

    In het hart van Aalten bevindt zich Oerkroeg Schiller, een begrip in de regio. Bezoekers komen er voor de originele sfeer, een goed glas speciaalbier, een maaltijd met groenten uit eigen tuin of het filmtheater, maar vooral voor de muziek: Schiller heeft een stevige reputatie als poppodium opgebouwd.

    De oorsprong van het café ligt in de 17e eeuw, toen Hendrik Westerveld, brouwer van beroep, een herberg met brouwerij begon onder de naam ‘Café Brouwerij De Halve Maan’. Daarmee behoort het pand tot de oudste horecagelegenheden van Aalten en omgeving.

    Halverwege de 19e eeuw kwam het café in handen van Gerrit Jan Prins. Hij leerde het horecavak in het beroemde Hotel Café Schiller in Amsterdam. Na zijn leertijd kreeg hij toestemming van de eigenaar om de naam ‘Schiller’ ook in Aalten te voeren. Terug in zijn geboortedorp richtte Prins in Aalten een herensociëteit op. De originele ledenlijst hangt nog altijd zichtbaar in het eetlokaal van het café.

    Monumentale waarde

    Het pand van Oerkroeg Schiller kent meerdere bouwfasen. De oudste delen dateren vermoedelijk uit het einde van de 16e eeuw, mogelijk met een oudere kern. In de loop van de 20e eeuw volgden verschillende uitbreidingen. Vanwege de karakteristieke uitstraling en de prominente ligging is het gebouw door de gemeente Aalten aangewezen als gemeentelijk monument.

    Ontwikkeling tot muziekcafé

    Vanaf 1977 heeft Theo de Gier het café omgevormd tot muziekcafé. Daarmee kreeg Oerkroeg Schiller haar huidige karakter: een warm, bruin café met poppodium. Bekende artiesten en bands als Herman Brood, De Staat, Donnerwetter en Go Back To The Zoo stonden hier op het podium.

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1823-1838

    Aalten 228

    Hendrik Westerveld (03-03-1755), brouwer
    ⚭ (1) Keppel, 25-04-1790 Berendjen Smeitink (Keppel, 07-09-1760)
    ⚭ (2) Aalten, 13-08-1803 Willemina Geertruid Evers (Aalten, 19-01-1766), wed. Jan Hendrik Hiebink

    Volgende bewoners, dochter uit Hendriks 1e huwelijk en schoonzoon:

    Jan Prins (Aalten, 06-07-1786), landbouwer
    Harmina Westerveld (Aalten, 05-02-1791)

    Bevolkingsregister 1838-1850

    Aalten 209

    Jan Prins (Aalten, 06-07-1786), bierbrouwer
    Harmina Westerveld (Aalten, 05-02-1791)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Aalten 209

    Jan Prins (Aalten, 06-07-1786), bierbrouwer

    Volgende bewoners, zoon en schoondochter:

    Gerhard Prins (Aalten, 05-11-1827), bierbrouwer
    Harmina Johanna Westerveld (Aalten, 12-02-1838)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Aalten 209

    Gerhard Prins (Aalten, 05-11-1827), bierbrouwer
    Harmina Johanna Westerveld (Aalten, 12-02-1838)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Aalten 281

    Gerhard Prins (Aalten, 05-11-1827), bierbrouwer
    Harmina Johanna Westerveld (Aalten, 12-02-1838)

    Volgende (hoofd)bewoner, zuster:

    Anna Geertruid Prins (Aalten, 02-10-1819)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Aalten 321

    Anna Geertruid Prins (Aalten, 02-10-1819)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Aalten 313

    Anna Geertruid Prins (Aalten, 02-10-1819)

    Volgende bewoners:

    Gerrit Jan Prins (Aalten, 02-08-1868), tapper, z.v. Louwrens Prins en Everdina Johanna Voltman
    Harmina Johanna Prins (Aalten, 15-10-1861), d.v. Gerhard Prins en Harmina Johanna Westerveld

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Aalten 362 > 455

    Gerrit Jan Prins (Aalten, 02-08-1868), caféhouder
    Harmina Johanna Prins (Aalten, 15-10-1861)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten B455 > C510

    Gerrit Jan Prins (Aalten, 02-08-1868), caféhouder

    Bevolkingsregister 1920-1930

    Aalten C510

    Gerrit Jan Prins (Aalten, 02-08-1868)

    Volgende (hoofd)bewoner, zoon:

    Louwrens Prins (Aalten, 22-07-1895), caféhouder

    Adresboek 1934

    Aalten C510 > Prinsenstraat 4

    L. Prins

    Adresboek 1967

    Prinsenstraat 4

    Café Prins

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-1110Jan Prins, brouwer270 m² huis & erf
    1859I-2014Gerhard Prins, bierbrouwer270 m² huis & erf
    1897I-4778Hermina Johanna Prins1.236 m² huis & erf
    1900I-4912Hermina Johanna Prins1.606 m² huis, schuur & erf
    1934I-5302Gerrit Jan Prins,
    koffiehuishouder & bierbottelaar
    1.600 m² huis, garage & erf
    (dj. 1944: verkoop)
    1944I-5302Berendina Gesina Grevink, caféhoudster1.600 m² huis, garage & erf
    1965I-9177vof “G.J. Prins” te Aalten1.400 m² slijterij, bottelarij,
    huis, café, erf, magazijn

    Afbeeldingen

  • Nijverheidsschool

    Nijverheidsschool

    Overzicht

    De School voor Nijverheidsonderwijs aan de Haartsestraat in Aalten werd in 1928 geopend als de eerste Nederlandse landbouwhuishoudschool met de toevoeging ‘christelijk’ in de naam. Het gebouw stond op de plek waar nu de Hema is gevestigd. De school begon met twee leerjaren en ontwikkelde zich snel.

    Voordat de school werd gebouwd stond hier een woning/bakkerij.

    Onderwijs en schoolleven

    Het was destijds gebruikelijk dat meisjes naar de huishoudschool gingen. Zij werden voorbereid op hun toekomst als huisvrouw. Iedere leerling droeg een voorgeschreven uniform: een lichtgroene katoenen jurk met korte mouw, witte manchetten en kraag, aangevuld met een witte schort en kookmuts.

    Het lesprogramma omvatte voortgezet lager onderwijs, huishoudelijk werk, koken, naaien en verstellen, wassen en strijken, kinderverzorging, natuur- en scheikunde. Ook werd telefoonles gegeven, waarbij leerlingen werd geleerd hoe ze iemand per telefoon konden bereiken buiten de regio. Dat ging in die tijd via een telefoniste op het postkantoor.

    Praktijklessen namen een belangrijke plaats in. Er werd gekookt op elektrische fornuizen, gasfornuizen of een kolenfornuis. De tafels moesten netjes gedekt worden voordat de door de leerlingen bereide maaltijden werden opgediend en gegeten. Voor netheid en smaak werden cijfers gegeven.

    De was moest keurig volgens een bepaalde methode opgehangen worden. Het strijken gebeurde met kleine ijzeren strijkbouten die verhit werden op het fornuis of de kachel. Ook waren er een paar elektrische strijkijzers. In de schooltuin werden groenten en fruit verbouwd, die later door de leerlingen werden geoogst en verwerkt.

    Er was ook ruimte voor ontspanning: Toen een nieuwe schooldirectrice haar intrede deed, werd een welkomstfeest georganiseerd in het toenmalige Feestgebouw. Alle leerlingen verschenen als echtpaar in Achterhoekse kledij, compleet met knipmuts of pet. Verschillende meisjes hadden liedjes en sketches ingestudeerd.

    Ook vormden de meisjes bij een bepaalde gelegenheid een orkest, waarbij de muziekinstrumenten bestonden uit huishoudelijke voorwerpen zoals stoffer en blik, bezems, pannen en pannendeksels. Op het podium van de Sociëteit brachten ze, getooid in boerendracht, hun boerendansen ten tonele die ze tijdens de gymlessen hadden ingestudeerd.

    Oorlogsjaren

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest het onderwijzend personeel improviseren. Leerlingen brachten ingrediënten van huis mee voor de kooklessen — zoals aardappels, melk of een geslachte kip, vaak afkomstig van boerenbedrijven waar deze nog aanwezig waren. Oude kledingstukken werden tijdens de naailessen op trapnaaimachines vermaakt tot nieuwe. Leerlingen brachten vuil ondergoed van huis mee om te wassen in een teil, met een wasbord en borstel.

    In september 1944 werd de school door de Duitsers gevorderd en kwamen de lessen stil te liggen. Het gebouw bood geen bescherming bij luchtalarm, waardoor onderwijs te gevaarlijk werd.

    Na de oorlog en verhuizing

    Na de bevrijding werden de leerlingen in staat gesteld alsnog hun diploma te behalen. Van het Amerikaanse Rode Kruis had iedere leerling een schooltas, een etuitje met naaibenodigdheden en een schaar gekregen.

    In de jaren na de oorlog breidde het onderwijsaanbod zich verder uit. Er werden veel cursussen georganiseerd voor plattelands- en andere vrouwen, en er kwamen middelbare beroepsopleidingen bij.

    Omdat het schoolgebouw aan de Haartsestraat te klein werd, verhuisde de huishoudschool in 1956 naar een nieuw pand aan de Oranjelaan. Aansluitend werd het oude gebouw tot 1960 gebruikt door de net opgerichte HBS. Daarna deed het tot 1977 dienst als dependance van de Technische School. In 1982 verrees op deze locatie een filiaal van de HEMA.

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1823-1838

    Aalten 245

    Garrit Vaags (Aalten, 02-03-1780), bakker
    Reintjen Ligterink (Aalten, 06-08-1779)

    Hij was een achterneef van kuiper Peterus Gerhardus Vaags, in ’t Heuksken.

    Bevolkingsregister 1838-1850

    Aalten 266

    Reintjen Ligterink (Aalten, 06-08-1779)

    Volgende (hoofd)bewoner, zoon:

    Lodewijk Vaags (Aalten, 07-05-1824)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Aalten 266

    Lodewijk Vaags (Aalten, 07-05-1824), bakker
    Anna Christina Vaags (Aalten, 24-07-1823)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Aalten 266

    Lodewijk Vaags (Aalten, 07-05-1824), bakker
    Anna Christina Vaags (Aalten, 24-07-1823)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Aalten 342

    Lodewijk Vaags (Aalten, 07-05-1824), bakker
    Anna Christina Vaags (Aalten, 24-07-1823)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Aalten 387

    Lodewijk Vaags (Aalten, 07-05-1824), bakker
    Anna Christina Vaags (Aalten, 24-07-1823)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Aalten 381

    Anna Christina Vaags (Aalten, 24-07-1823)

    Volgende (hoofd)bewoner, zoon:

    Gerrit Vaags (Aalten, 14-10-1858), bakker

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Aalten 451 > 529

    Gerrit Vaags (Aalten, 14-10-1858), bakker

    Adresboek 1934

    Aalten D604 > Haartschestraat 8

    Nijverheidsschool

    Adresboek 1950

    Haartsestraat 8

    Nijverheidsschool

    Adresboek 1967

    Haartsestraat 8

    Chr. Techn. School

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-1140Gerrit Vaags, bakker240 m² huis & erf
    1861I-2591Lodewijk Vaags, bakker240 m² huis & erf
    1882I-3729Anna Christina Vaags
    Mr. Leonard Roelvink, burgemeester
    400 m² huis, schuur & erf
    1888I-4248Gerrit Vaags e.c., bakker695 m² huis, schuren & tuin
    1922I-5843Gemeente Aalten1.840 m² school, ged. huis
    & erf
    1925I-6101Gemeente Aalten1.739 m² school & erf
    1946I-6101Gemeente Aalten1.739 m² school & erf

    Afbeeldingen

  • J. van Eijck & Co.

    J. van Eijck & Co.

    Overzicht

    De firma J. van Eijck & Co. is een voormalige weverij in Bredevoort, gelegen aan de Misterstraat, net voorbij de Munsterbrug en aan de Slingebeek (rechts op bovenstaande foto). Deze weverij speelde een belangrijke rol in de textielindustrie van Bredevoort.

    Het bedrijf werd rond 1867 opgericht door Josephus Godefridus Henricus van Eijck, geboren in Helmond en van oorsprong afkomstig uit een familie uit Sint-Niklaas, België. In Bredevoort werd hij kortweg ‘Sjef’ genoemd. J. van Eijck & Co. was de tweede textielfabriek in Bredevoort. Bij de eerste fabriek, van H. van Eijck & Zoon, werd intussen gestaakt. Hoewel de staking eind januari was beëindigd, werd het 25-jarig jubileum van die fabriek slechts sober gevierd door de werknemers.

    Na het overlijden van Josephus G.H. van Eijck in 1898 nam zijn vrouw, Hendrika Maria Kavelaar, de leiding van het bedrijf over. Zij benoemde de broers Henricus en Johannes Müter tot directeuren. Johannes Müter liet de monumentale Villa Maria bouwen, gelegen naast de fabriek (ook op bovenstaande foto te zien). Na de dood van Hendrika Maria Kavelaars zetten de broers het bedrijf voort. Ondertussen was een deel van het oude familiebedrijf in handen gekomen van A. Ubbink uit Bredevoort.

    Vermoedelijk heeft Sjef van Eijck geprobeerd dit deel van het familiebezit terug te verwerven en is daar anno 1893 in geslaagd, zoals blijkt uit akten met betrekking tot de familie Ubbink. Na het overlijden van Sjef in 1898 werd de firma ‘J. van Eijck & Co.’ op contractbasis voortgezet door zijn weduwe, H.M. Kavelaars, samen met vennoot J.H.J. Müter, voor een periode van tien jaar.

    Na een periode van leegstand werd het gebouw in 1956 in gebruik genomen door het bedrijf Aparta, dat er een snoepfabriek vestigde. Later huisvestte het gebouw onder meer een dozenfabrikant, een Coca-Colafabriek, een groothandel in hangsloten en de bontweverij/tuftingfabriek van Jos Rusink. In 1993 werd het complex door brand verwoest, waarmee een markant gebouw uit het stadsbeeld verdween.

    Adresgeschiedenis

    Adresboek 1967

    Bredevoort 168 > Winterswijkschestraat 2

    Fabriek

    Adresboek 1967

    Misterstraat 2

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1868A-867Jean Leander van Eijck1.645 m² stoomfabriek,
    weverij en erf
    1898A-1142de Firma J. van Eijck4.215 m² stoomfabriek en erf
    1910A-1142Johannes Henricus Josephus Müter,
    fabrikant
    4.215 m² huis, stoomfabriek,
    tuin en erf
    1935A-1591N.V. J. van Eijck en Co.’s Bontweverijen5.210 m² 2 huizen, fabriek, erf
    1957A-1798N.V. “Delicatessen Industrie Aparta”6.390 m² textielfab., huis en tuin
    1974A-1798N.V. “Nederlandse Apparatenfabriek
    Rivièra”
    6.390 m² huis, tuin, textielfabriek

    Afbeeldingen

  • Markt 12

    Markt 12

    Overzicht

    Markt 12 in Aalten is een historisch pand met wortels die teruggaan tot de zeventiende eeuw. Het huis kent een bijzonder verhaal: tijdens de Tweede Wereldoorlog bood het onderdak aan onderduikers, terwijl de bezetter het tegelijkertijd in gebruik had. Tegenwoordig maakt Markt 12 deel uit van het Nationaal Onderduikmuseum.

    Op de locatie van de huidige adressen Markt 12–18 stonden vermoedelijk al in de zeventiende eeuw twee dorpsboerderijen: vakwerkhuizen met een sterk agrarisch karakter. De panden werden van elkaar gescheiden door een smalle doorgang, een zogenaamde osendrop. Een bredere steeg aan de linkerzijde leidde naar een achtererf waaraan een vakwerkschuur stond.

    Aan de achterzijde strekten zich twee diepe, onbebouwde percelen uit richting de Prinsenstraat, vermoedelijk in gebruik als tuinen of landbouwgrond. In de achttiende en negentiende eeuw werden de oorspronkelijke vakwerkhuizen aan de Markt vervangen door bakstenen huizen. Het huidige pand Markt 12 is ontstaan na nieuwbouw omstreeks 1843. Het gebouw is een Rijksmonument.

    Tweede Wereldoorlog

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het huis bewoond door de familie Kempink, een gezin met twee jonge kinderen. Aan het begin van de oorlog werd de voorkamer gebruikt door het Rode Kruis. Later werd deze ruimte gevorderd door de nazi’s en ingericht als Ortskommandantur. Tegelijkertijd zaten er op de zolder acht onderduikers verborgen. Deze onderduikplek is nog steeds aanwezig.

    De gewelfde kelder onder het huis werd bij luchtalarm gebruikt als schuilkelder voor de buurt. Soms zochten wel twintig mensen daar bescherming tegen bombardementen.

    Aan het eind van de oorlog moest de familie Kempink het huis halsoverkop verlaten op last van de Duitsers. In het zwaar getroffen Sauerland waren veel woningen verwoest; Duitse moeders en kinderen werden elders ondergebracht – onder andere in Markt 12 in Aalten. Na de oorlog keerde de familie terug en bleef nog jarenlang in het pand wonen.

    Museum

    Na 1970 onderging het complex enkele belangrijke stedenbouwkundige veranderingen. Het werd in fasen gerestaureerd en opgenomen in museum ’t Frerikshuus, de voorloper van het huidige Nationaal Onderduikmuseum.

    In 2004 werd achter Markt 12 een nieuw museumgebouw gerealiseerd, en het achterliggende terrein ingericht als parkeerplaats. De nieuwbouw en de drie historische panden Markt 12–16 werden met elkaar verbonden door een glazen overkapping, waarin de hoofdentree en een entreehal werden opgenomen.

    In 2024 maakte het Nationaal Onderduikmuseum bekend dat het opnieuw uitbreidingsplannen heeft. Voor dit doel is het naastgelegen pand Markt 18 aangekocht.

    Bewoners

    Bevolkingsregister 1823-1838

    Aalten 265

    Wolter Hunink (Aalten, 13-12-1779), landbouwer
    Johanna Willemina Vreede (Aalten, 11-06-1799)

    Bevolkingsregister 1838-1850

    Aalten 244

    Wolter Hunink (Aalten, 13-12-1779), landbouwer
    Johanna Willemina Vreede (Aalten, 11-06-1799)

    Volgende bewoners:

    Johannes Gerhardus Becking (Aalten, 20-02-1807), winkelier
    trouwt op 01-09-1843 in Aalten met
    Catharina Maria ten Bokkel (Aalten, 16-10-1812)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    Aalten 244

    Johannes Gerhardus Becking (Aalten, 20-02-1807), winkelier
    Catharina Maria ten Bokkel (Aalten, 16-10-1812)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Aalten 244

    Johannes Gerhardus Becking (Aalten, 20-02-1807), winkelier en tapper
    Catharina Maria ten Bokkel (Aalten, 16-10-1812)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Aalten 321

    Johannes Gerhardus Becking (Aalten, 20-02-1807), winkelier
    Catharina Maria ten Bokkel (Aalten, 16-10-1812)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Aalten 364

    Johannes Gerhardus Becking (Aalten, 20-02-1807), winkelier
    Catharina Maria ten Bokkel (Aalten, 16-10-1812)

    Volgende bewoners, zoon en schoondochter:

    Johannes Catharinus Becking (Aalten, 17-07-1848), winkelier
    trouwt op 19-05-1881 in Aalten met
    Anna Wilhelmina Theodora Becking (Varsseveld, 08-09-1855)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Aalten 360

    Johannes Catharinus Becking (Aalten, 17-07-1848), winkelier
    Anna Wilhelmina Theodora Becking (Varsseveld, 08-09-1855)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Aalten 428 > 499

    Johannes Catharinus Becking (Aalten, 17-07-1848), winkelier
    Anna Wilhelmina Theodora Becking (Varsseveld, 08-09-1855)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten B499

    Johannes Catharinus Becking (Aalten, 17-07-1848), winkelier
    Anna Wilhelmina Theodora Becking (Varsseveld, 08-09-1855)

    Volgende (hoofd)bewoner:

    Aalten B499 > C553

    Hendrica Wilhelmina Vultink (Silvolde, 06-09-1861), wed. Bernard Bölte

    Adresboek 1934

    Aalten C553 > Markt 12

    Wed. B. Bölte

    Adresboek 1967

    Markt 12

    G.C. Kempink
    Mevr. G.C. Keizer-Winterink
    J.B. Vaags

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-1080Wolter Huinink430 m² huis, schuur & erf
    1881I-1694Johan Gerhard Becking, winkelier290 m² huis & erf

    Afbeeldingen

  • Kalverslachterij Aalten

    Kalverslachterij Aalten

    Overzicht

    Aan de Industriestraat, direct bij het station van Aalten, stond bijna een eeuw lang een slachterij. De oorsprong ligt in het begin van de 20e eeuw, toen de gemeente ruimten begon te verhuren voor de slacht. Vanaf 1903 kreeg het slachten een meer industrieel karakter. In 1916 verrees hier een exportslachthuis van koopman B.J. Rathmer, ontworpen door gemeentearchitect Jan Brill. In 1922 kocht de gemeente het complex en werd het officieel het Gemeenteslachthuis.

    In 1964 namen Bram Kropveld en André van Schipstal de slachterij van de gemeente over en sprak men van KSA (Kropveld Schipstal Aalten). Vroeger slachtte men er ook varkens. Door aangescherpte regelgeving richtte het bedrijf zich voortaan uitsluitend op kalveren. Later heette het bedrijf dan ook Kalver Slachterij Aalten.

    In 1976 nam KSA een nieuwe kantoorruimte in gebruik op de plaats waar voorheen een woning stond. De eerste steen werd gelegd door het personeel van KSA. In de loop der jaren werd de productie aanzienlijk vergroot. Er kwamen koelruimtes bij voor de opslag. Rond 1990 is de expeditie geheel vernieuwd. Vanaf dat moment konden er twee vrachtwagens tegelijk laden en was de aan- en afvoer grotendeels aan het oog onttrokken.

    Overnames

    In 1988 kwam de slachterij in handen van de Coöperatieve Centrale Veevoederfabriek. In het jaar 1992 werd het bedrijf verkocht aan de Van Drie Group en specialiseerde men zich in het slachten van Friander of rosé-kalveren. KSA groeide in de jaren negentig uit tot een modern bedrijf met circa 65 medewerkers, met op het hoogtepunt zelfs meer dan honderd werknemers.

    In april 1996 kwam de slachterij in Aalten in het wereldnieuws. Er werden 64.000 Britse kalveren gedood in opdracht van de Nederlandse regering vanwege BSE, ook wel ‘gekke koeienziekte’ genoemd.

    In 2001 waren er plannen voor de realisatie van een etage bovenop de slachterij om in Aalten ook uitbenen en verdere verwerking mogelijk te maken. Maar vergunningstrajecten strandden en de MKZ-crisis met bijbehorende vervoersverboden legde het bedrijf wekenlang stil, waardoor men van de plannen afzag.

    Sluiting

    Om kosten te besparen besloot de Van Drie Group in 2012 om haar activiteiten te concentreren. Dit pakte nadelig uit voor KSA, want hier kon men alleen kalveren slachten; voor de verwerking moesten ze naar zusterbedrijven worden vervoerd en dat was kostbaar. Het gevolg was dat KSA op 31 december 2012 haar deuren sloot.

    Na een aantal jaren werden de gebouwen gesloopt en het terrein werd, samen met dat van de voormalige houthandel Te Paske, verkocht aan de gemeente. Deze verkocht het op haar beurt weer aan de firma Beele Engineering. Beele ontwikkelde hier zijn R&D-campus “Sealing Valley”. Daarmee kreeg het voormalige slachterijterrein een nieuwe, industriële bestemming in de maakindustrie.

    Adresgeschiedenis

    Adresboek 1934

    Aalten A36 > Industriestraat 5

    Slachthuis

    Adresboek 1967

    Industriestraat 5

    Gemeente Slachthuis

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1918I-4164Bernard Johan Rathmer, koopman4.100 m² exportslagerij, stalling,
    politiebarak en grasland
    1925I-6098Gemeente Aalten4.070 m² slachthuisplts.,
    loods, barak en erf
    1963I-8955Gemeente Aalten3.954 m² abattoir, huis, schuur,
    loods, barak, erf, werkplaats
    1978K-1043Kropveld-Schipveld Aalten B.V.3.320 m² slachthuis, schuur, erf
    1987K-1683Kropveld-Schipveld Aalten B.V.4.441 m² slachthuis, erf

    Afbeeldingen

  • Fa. Gebroeders Muller

    Fa. Gebroeders Muller

    Overzicht

    Burchard Diederik Gerhard Muller (1802–1873) was eigenaar van twee manufacturen-, ijzer- en galanteriewinkels. Ook dreef hij een graanhandel en had hij een kruidenierszaak. Hij was getrouwd met Elisabeth Manschot en zij woonden aan de Lichtenvoordsestraatweg in Aalten.

    In 1870 startte hij een stoomblekerij op het Geurken aan de Haartseweg. Twee jaar later werd het bedrijf uitgebreid met een ververij en een drukkerij. Enkele jaren daarna breidde de firma Muller verder uit met een stoomweverij.

    Het benodigde water onttrok men aan de nabijgelegen beek. Drie broers van deze familie hebben nog geprobeerd de watermolen op de Pol te kopen, nadat deze op 1 mei 1853 was afgebrand. De watermolen met stuw werd echter door de gemeente aangekocht en rond de eeuwwisseling gesloopt.

    Na het overlijden van Burchard Diederik Gerhard Muller in 1873 zetten zijn kinderen het familiebedrijf voort.

    Brand

    Op 6 mei 1902 brandde de fabriek van Muller af en werd niet meer herbouwd of voortgezet.

    Aalten, 6 Mei – Hedenmiddag omstreeks 4 uur ontstond er brand in de fabriek van de hh. Gebrs. Muller op ongeveer 10 minuten buiten de kom van ’t dorp gelegen. Van de verschillende gebouwen zijn geheel in de asch gelegd: de drukkerij, stoomdrogerij en het magazijn met vele goederen. De oorzaak is onbekend. Het oude gedeelte is afgebrand. De gebouwen voor de weverij zijn behouden gebleven.

    Zutphensche Courant, 8 mei 1902

    Dinsdagmiddag tegen 4 uur werden we plotseling opgeschrikt door het luiden der brandklok. Het was spoedig een buitengewone drukte op de straat en de brandspuiten trokken achter elkaar in de richting van den Haartschen grintweg, want al spoedig wist men dat de brand woedde in de fabriek van de heer Muller, aan dien grintweg gelegen.

    Het hooge gebouw, waar de weverij, drukkerij en drogerij was, is geheel door het vuur vernield en de machines zijn natuurlijk onbruikbaar geworden, terwijl ook het magazijn met vele goederen een prooi der vlammen werd. De weverij heeft niet geleden, terwijl de machinekamer, door het flink optreden der brandweer, die daar ook voldoende water had, eveneens kon behouden blijven. Dat er overigens veel waterschade is aangericht, spreekt van zelf.

    Nieuwe Winterswijksche Courant, 10 mei 1902

    Tegenwoordig staat er een dubbele woning met bouwjaar 1938.

    Bewoners

    Adresboek 1934

    Haart 1 > Haartschestraat 82

    J.B. Roters

    Haart 1a > Haartschestraat 82a

    J.H.Th. te Beest

    Haart 2 > Haartschestraat 84

    H.J. Testerink

    Adresboek 1967

    Haartsestraat 82

    A.A. Lammers

    Haartsestraat 84

    H.J.G. Lensink

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving

    Afbeeldingen

  • H. van Eijck & Zoon

    H. van Eijck & Zoon

    Overzicht

    De firma H. van Eijck & Zoon werd in 1834 opgericht door Henricus van Eijck (Helmond, 02-04-1780 – Sint-Niklaas (B), 08-04-1846). Het was de eerste textielfabriek in Bredevoort. Aanvankelijk kreeg Van Eijck geen toestemming van de Nederlandse Handel Maatschappij, maar door persoonlijk ingrijpen van koning Willem I kwam die toestemming alsnog.

    Henricus kwam uit Sint-Niklaas (België) met zijn familie, omdat daar de textielindustrie stagneerde in verband met de Belgische Opstand die in 1830 was uitgebroken. Doordat die toestand zich bleef voortslepen zagen veel Belgische fabrikanten de oplossing door zich te vestigen in noord-Nederland.

    De Bredevoorters waren dankzij de huisnijverheid niet onbekend met weven, desalniettemin liet Van Eijck meesterknechten uit België overkomen. De eersten vertrokken al spoedig naar Doetinchem, Peter Lavinus van den Broek, bleef met vrouw en kinderen tot zijn dood in Bredevoort wonen.

    Ontwikkeling

    De fabriek stond aan de Misterstraat, ter hoogte van de Bekendijk. H. van Eijck & Zoon was een weverij voor met name katoen. Bij de aanvang werd gewerkt met een stoommachine van 4 pk en een ketel. Het hoogtepunt werd bereikt in 1839 toen hier 225 wevers werkten. Het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog veroorzaakte een dip in de activiteiten, omdat de import van Amerikaans katoen praktisch stil kwam te liggen. In 1865 kwam er echter een opleving en twee jaar later werd er een stoommachine aangeschaft. In 1878 kwam het bedrijf stil te liggen, doordat de vrouw van Jean Leander van Eijck overleed.

    Mogelijk is er een ruzie over de erfenis ontstaan, want nog datzelfde jaar werd er een nieuwe fabriek geopend. De helft van het oorspronkelijke familiebedrijf werd aangekocht door Josephus Godefridus Henricus (‘Sjef’) van Eijck en met zijn vennoot J.H.J. Müter uit Amsterdam voortgezet onder de firmanaam J. van Eijck & Co.

    Stakingen

    In januari 1903 brak een staking uit, nadat bekendgemaakt werd dat werknemers niet langer meer op de vloer mochten spugen richtte men een afdeling van de vakbond Unitas op. In Aalten bleken de fabrieksarbeiders van de pijpen- en kammenfabriek solidair te zijn en stortten 30 gulden in de stakingskas. Eind januari was de staking voorbij.

    In september 1903 waren er wederom grimmige stakingen rondom de uitbetaling van salaris in Nederlands geld, waar de werknemers gewoonlijk in Duits geld uitbetaald kregen. Vanaf 1 oktober legden de arbeiders het werk neer. Voorzitters van de vakbond Unitas waren onder anderen predikant Johan Henri Ledeboer, pastoor Joannes Mulder en W.W.M. Moll. Het bedrijf negeerde de staking en wierf nieuwe arbeiders. De politie moest ingrijpen om de stakers en de ‘vreemde werknemers’ te scheiden. Burgemeester W.C. Tack liet de politie ingrijpen toen tijdens het Volksfeest van Bredevoort een spotlied ten gehore werd gebracht.

    Eind december werden 109 ruiten van de fabriek ingegooid. Op 15 januari 1904 moesten dertien mensen zich in Groenlo voor de kantonrechter verantwoorden voor het zingen. Een week later nog een viertal. De boete bedroeg 5 gulden of twee dagen hechtenis. Twee personen werden vrijgesproken. Na een jaar staken had de helft van de stakers intussen een andere baan gekregen, de rest ontving ondersteuning uit de stakingskas. Het is onbekend of de stakers ooit zijn teruggekeerd. Na 17 maanden was de staking in elk geval voorbij. Na de staking werkten er nog maar 10 mannen en 10 jongens.

    Sluiting

    In 1905 werkten er bij H. van Eijck & Zoon 29 mannen, 6 jongens en 5 meisjes. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verving Van Eijck de 8 pk machine voor een 45 pk machine, later nog vergroot tot 60 pk. Begin 1924 sloot de fabriek. Dutch Button Works kocht het complex, en maakte er een knopenfabriek van.

    J. van Eijck & Co. heeft nog bestaan tot in de Tweede Wereldoorlog.

    Afbeeldingen

  • Kammenfabriek Ten Dam & Manschot

    Kammenfabriek Ten Dam & Manschot

    Overzicht

    De firma Ten Dam & Manschot was de eerste en enige fabriek in Nederland die kammen maakte: witte, zwarte, naturel gekleurde sierkammen, Mexicaanse kammen, luizenkammen en snorrenkammen. De boveneinden of holle gedeelten van horens, hoofdzakelijk buffelhoorn, vormden de grondstof voor het vervaardigen van de kammen. Deze horens werden ingevoerd uit onder andere Brazilië, India en het toen nog Siam geheten Thailand.

    Oprichters waren Abraham (Bram) ten Dam en zijn zwager Barend Johannes (Bernard) Manschot. Ten Dam was daarvoor werkzaam geweest bij een hoornverwerkende industrie, ook in Aalten, geleid door B.G. Vaags. Daar werden voornamelijk Duitse pijpen gemaakt, waarvoor de massieve punten van Indische runderhoorns als grondstof dienden.

    Naarmate dit soort pijpen geleidelijk aan verdrongen werd door houten pijpen en er bovendien in bepaalde kringen al sigaren werden gerookt, zochten Ten Dam en Manschot (de heer Vaags was inmiddels overleden) naar een andere activiteit. Ten Dam geloofde dat er goede kansen lagen voor een haarkammenfabriek in Nederland.

    D’n Kamstoom

    In 1868 begon Ten Dam met een werkplaats in zijn huis aan de Kerkstraat. Al snel bleek deze werkplaats ontoereikend. In 1871 richtten Ten Dam en zijn zwager Manschot een nieuwe fabriek op aan de Damstraat in Aalten, uitgerust met een stoommachine, waardoor de productie kon worden opgeschaald.

    De zaken werden meteen flink aangepakt. Er werd een Duitse werkmeester aangesteld, machines werden aangeschaft en weldra was er sprake van grootschalige productie van een artikel dat vrijwel ieder mens dagelijks gebruikte. In de beginjaren werkten er ook veel Duitse meisjes en mannen.

    Onder de bekwame ‘kaufmannische’ leiding van Ten Dam en de hoogstaande technische leiding van Manschot ontwikkelde de fabriek zich tot een grootbedrijf, waar talloze arbeiders hun brood verdienden. Er waren jaren waarin wel tweehonderd mensen werkten in het bedrijf. Het bedrijf werd in de volksmond d’n Kamstoom genoemd.

    De gezinnen Ten Dam en Manschot woonden tegenover elkaar aan de Bredevoortsestraatweg, Bram in het huis waar nu Fysiotherapie van Panhuis is gevestigd en Bernard in de witte villa er tegenover. De zoon (en opvolger) van Bram, Herman, heeft rond 1900 de woning aan de Bredevoortsestraatweg 52 laten bouwen.

    Wereldspeler

    Er werden in hoofdzaak (althans tot aan de Eerste Wereldoorlog) Braziliaanse buffelhoorns verwerkt. Die kwamen met de trein in Bocholt aan en werden dan met paard en wagen afgehaald. Zo ging het ook met de vervaardigde producten. Die werden met paard en wagen naar het station in Bocholt vervoerd om daarna per trein verder te worden vervoerd. Later werd aanvoer en afvoer gemakkelijker doordat de spoorlijn Winterswijk–Zutphen en Winterswijk–Zevenaar in gebruik werden genomen.

    Naar alle delen van de wereld werden de kammen verzonden: Ned. Indië, Centraal Azië, Rusland, Scandinavië, Noord- en Zuid-Amerika. Ook maakte men veel (heel fijne) stofkammen (ook wel luizenkammen genoemd), die vooral aftrek vonden in Polen.

    Stof en krul

    Een kam onderging dertien behandelingen van hoorn tot eindproduct. Na elke behandeling vond een kwaliteitscontrole plaats, want kwaliteit stond voorop. Niet voor niets had de Aaltense Kammenfabriek zich een plaats op de wereldmarkt veroverd!

    Het afval van het hoorn, het zogenaamde ‘stof en krul’, werd gebruikt als meststof voor het aardappelland. De krul werd zelfs geëxporteerd naar België als mest voor de druiventeelt. Het afvalwater van de sliepraderen stroomde via een buis en vervolgens door een goot dwars over de Stegge naar de tuin van de familie Manschot aan de overkant van de straat. Nergens stonden de groente en het fruit er zo goed bij. Op den duur kreeg de grond echter te veel stikstof, zodat men moest stoppen met deze vorm van bemesting.

    Arbeidsomstandigheden

    De werktijden waren van ’s morgens zes uur tot twaalf uur en ’s middags van half twee tot half zeven. ’s Morgens om acht uur werd er door de vrouwen van de arbeiders pannenkoek gebracht, die staande achter de werkbanken werd opgegeten.

    De verwerking van hoorn bracht, behalve veel lawaai, ook veel stof en stank met zich mee. De horens lagen soms weken te wachten op verwerking en vooral in de zomer was de geur die daarmee gepaard ging niet aangenaam. Toch deden de fabrikanten er alles aan om de ongezonde atmosfeer te verbeteren. Zo werd de fabriek in 1904 zelfs een week gesloten om een stofafzuigsysteem te installeren.

    Hoge lonen

    Er werd in hoofdzaak op stukloon gewerkt, behalve de machinist-stoker en de smid, die beiden een vast loon hadden. De branders verdienden het meeste. De 13-jarige meisjes die na schooltijd in de jaren omstreeks 1900 begonnen, hadden een beginloon van 2 Mark (ca. ƒ 1,30) per week. De jongens kregen 3 Mark. Als ze wat ouder waren, kregen ze ook stukloon en konden ze 6 á 7 Mark per week verdienen. Later werd dit zelfs 10 Mark. Dit was een hoog loon, dat heel wat hoger lag dan de lonen in de textiel. De lonen werden tot vlak voor de Eerste Wereldoorlog in Marken en Grosschen uitbetaald.

    Sociale regelingen

    In vergelijking met andere bedrijven waren de fabrikanten hun tijd ver vooruit. Voor eventuele ziektekosten werd iedere week 6 cent van het loon ingehouden; in geval van ziekte kreeg de arbeider dan f 3,- per week uitgekeerd. Voor ernstige en langdurige zieken uit het bedrijf werd er door de families Ten Dam en Manschot voor deze mensen gekookt en de zieken werden trouw bezocht.

    Bij geboorte kreeg de kraamvrouw, in de periode dat ze het bed moest houden, driemaal een goede maaltijd. De eerste bestond altijd uit de traditionele wijnsoep, waarin ook echte wijn verwerkt was. De andere bestonden o.a. uit soep, kalfsvlees, groenten en aardappelen.

    De arbeiders konden van hun loon ook iets laten staan, dus al een spaarregeling. Aan het eind van het jaar kregen ze dit bedrag plus rente weer uitbetaald. Wilden ze graag een eigen huisje bouwen of kopen, dan konden ze op steun van de fabrikanten rekenen.

    Er is zelfs een paar maal een winstuitkering geweest! Vermoedelijk tijdens of vlak na de Eerste Wereldoorlog. De gehuwden kregen f 200,- en de ongehuwden wat minder.

    Nieuwe grondstof

    Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kwam de invoer van buitenlandse horens volledig tot stilstand. Bovendien werden ervaren arbeiders van hun posten weggeroepen vanwege de mobilisatie. Deze waren niet zo spoedig te vervangen.

    De brandstoftekorten konden door de betrekkelijk grote houtrijkdom van Aalten nog ondervangen worden. De fabrikanten kochten de nog aanwezige hoornvoorraden in Europa op, waardoor ze voorlopig nog konden blijven produceren. Toch moest er op korte termijn een alternatieve grondstof worden gevonden, om de productie van lange kammen te kunnen blijven voortzetten.

    Vóór de Eerste Wereldoorlog was in Duitsland galalith (melksteen) uitgevonden, een materiaal gemaakt van caseïne, een bestanddeel van koemelk. Gedurende de oorlog moest de productie hiervan in Duitsland worden gestaakt omdat melk nodig was voor andere doeleinden. De fabriek van Ten Dam ging daarom zelf experimenteren en ontwikkelde een materiaal dat qua sterkte en elasticiteit niet onderdeed voor het origineel. Dit product werd geregistreerd onder de naam ‘Lactiet’ (melkivoor) en de kammenproductie was hiermee weer verzekerd.

    Sluiting

    De Eerste Wereldoorlog had een zware impact op het bedrijf. Desondanks deden de fabrikanten hun uiterste best om hun arbeiders aan het werk te houden. Echter, de exportmogelijkheden werden ongunstiger en er ontstond sterke concurrentie van fabrieken in Tsjecho-Slowakije. De personeelssterkte daalde tot slechts een derde van wat het ooit was, maar het bedrijf had tenminste kunnen doorwerken.

    In 1932 werd besloten om het bedrijf te sluiten, waarmee voorgoed een eind kwam aan een unieke Aaltense industrie. De inventaris werd verkocht en de bedrijfsruimte werd verhuurd aan Elsinghorst Fornuizenfabriek te Bocholt.

    In 1945 werden ook de gebouwen verkocht aan de NV van Katwijks Papier- en Cartonverwerkende Industrieën, kortweg ‘Spinkat’, fabrikant van spinhulzen voor de textielindustrie. Spinkat werd later TPT en nog later Sonoco. Nadat Sonoco naar het industrieterrein was verhuisd (Vierde Broekdijk 2), verrezen er op dit voormalige bedrijfsterrein woningen en appartementen (Damstraat en Manschotplein).

    Oprichting / sluiting

    Oprichting1871
    Sluiting1932

    Afbeeldingen

  • Stiemenshuus

    Stiemenshuus

    Overzicht

    Op de splitsing van de Bredevoortsestraatweg en Haartsestraat, waar vroeger bloemenmagazijn ‘Flora’ stond en tegenwoordig ‘Effen Anders bloembinderij’ gevestigd is, bevond zich ooit het ‘Stiemenshuus’. Blijkens een haardplaat dateerde het Stiemenshuus uit het jaar 1687.

    Het huis werd niet altijd Stiemenshuus genoemd. Oorspronkelijk stond het bekend als het Manschotshuus, later als Penningshuus en daarna als Stiemenshuus.

    De eerste bekende bewoners waren de familie Manschot, smeden en landbouwers van vader op zoon. De laatste Manschot die in het huis woonde was smid Hendrikus Manschot. De in Utrecht geboren vrederechter Joseph Gerard van der Schaaf woonde erbij in. Na het overlijden van Hendrikus Manschot bleef zijn weduwe, Anna Maria Martens, in het huis wonen tot ook zij in 1834 overleed.

    Na haar dood verkochten de erfgenamen het huis aan Christiaan Apollos Penning (1794-1873) uit Zutphen. Penning was in 1817 getrouwd met de Aaltense Johanna Berendina van Herwaarden, dochter van koperslager Jacobus van Herwaarden uit de Peperstraat. Penning werd benoemd tot Rijksontvanger der belastingen in Aalten en hij en zijn vrouw vestigden zich in het Manschotshuis.

    Na het overlijden van Christiaan Apollos Penning in 1873, en vijf jaar later van zijn vrouw, kreeg het huis, dat inmiddels bekendstond als het Penningshuus, nieuwe bewoners: Hendrik Stiemens (1842-1929) en zijn vrouw Christina Penning (1837-1920), de jongste dochter van Christiaan Apollos Penning. Onder hun bewoning kreeg het huis de naam Stiemenshuus.

    Puttegang

    Achter het huis liep een gängeske, dat bekend stond als de ‘Puttegang’, waar ook het Smidshuisje en de Oorman als kleine kamertjes waren aangebouwd. In de Oorman gaf juffrouw Penning pianoles.

    Verkoop en sloop

    Kort voor zijn dood verkocht Hendrik Stiemens het huis, maar hij bleef er wonen tot zijn overlijden in 1929. In 1954 kocht Johan Wikkerink het vervallen Stiemenshuus en liet het afbreken om er zijn bloemenwinkel ‘Flora’ en woonhuis te bouwen. De nieuwe winkel opende in november 1955.

    Tijdens de bouwwerkzaamheden werd een mooie Romeinse pot opgegraven, die nog steeds in het bezit is van de familie Wikkerink. De magnoliaboom die in de voortuin van het oude Stiemenshuus stond, werd verplaatst naar het plein voor de Magnoliaschool.

    Archieven

    Liberale Gifte 1748

    Bewoners

    Eerst bekende bewoners:

    Herman Manschot, weduwnaar van Enneken Brussen
    trouwt op 24-06-1666 in Aalten met
    Jenneken Navis, d.v. Jan Navis in Lintelo

    Volgende bewoners:

    Hendrik Manschot (Aalten, ged. 27-05-1667)
    trouwt op 22-04-1694 in Aalten met
    Jenneken te Lindert (Aalten, ca. 1670)

    Volgende bewoners:

    Hendrik Manschot (Aalten, ged. 14-08-1698)
    trouwt op 16-03-1727 in Aalten met
    Aaltje Welpshof (Aalten, ged. 04-02-1703)

    Volgende bewoners:

    Hendrikus Manschot (Aalten, ged. 15-12-1743)
    trouwt op 11-10-1772 in Aalten met
    Anna Maria Martens (Aalten, ged. 10-02-1754)

    Bevolkingsregister 1823

    Aalten 243

    Anna Maria Martens (Aalten, ged. 10-02-1754), weduwe van Hendrikus Manschot

    Volgende bewoners:

    Christiaan Apollos Penning (Zutphen, 14-02-1794), ontvanger
    Johanna Berendina van Herwaarden (Aalten, 27-11-1794)

    Bevolkingsregister 1850-1860

    “Bredevoortsche Straat”

    Aalten 262

    Christiaan Apollos Penning (Zutphen, 14-02-1794), rijks- en gem.ontvanger
    Johanna Berendina van Herwaarden (Aalten, 27-11-1794)

    Bevolkingsregister 1860-1870

    Aalten 262

    Christiaan Apollos Penning (Zutphen, 14-02-1794), rijks- en gem.ontvanger
    Johanna Berendina van Herwaarden (Aalten, 27-11-1794)

    Bevolkingsregister 1870-1880

    Aalten 339

    Christiaan Apollos Penning (Zutphen, 14-02-1794), gemeenteontvanger
    Johanna Berendina van Herwaarden (Aalten, 27-11-1794)

    Volgende bewoners:

    Hendrik Stiemens (Brummen, 26-08-1842)
    Christina Apollonia Johanna Dorothea Penning (Aalten, 11-01-1837)

    Bevolkingsregister 1880-1890

    Aalten 384

    Hendrik Stiemens (Brummen, 26-08-1842), kantoorbediende
    Christina Apollonia Johanna Dorothea Penning (Aalten, 11-01-1837)

    Bevolkingsregister 1890-1900

    Aalten 378

    Hendrik Stiemens (Brummen, 26-08-1842), zaakwaarnemer
    Christina Apollonia Johanna Dorothea Penning (Aalten, 11-01-1837)

    Bevolkingsregister 1900-1910

    Aalten 446 > 458

    Hendrik Stiemens (Brummen, 26-08-1842), boekhouder
    Christina Apollonia Johanna Dorothea Penning (Aalten, 11-01-1837)

    Bevolkingsregister 1910-1920

    Aalten B458

    Hendrik Stiemens (Brummen, 26-08-1842)
    Christina Apollonia Johanna Dorothea Penning (Aalten, 11-01-1837)

    Volgende bewoners:

    Aalten B458 > C512

    Gerard Herman Filet (Amsterdam, 08-12-1842)
    Berendina Neerhof (Aalten, 21-08-1855)

    Bevolkingsregister 1920-1930

    Aalten C512

    Gerard Herman Filet (Amsterdam, 08-12-1842)
    Berendina Neerhof (Aalten, 21-08-1855)

    Volgende bewoners:

    Gerrit Jan Wevers (Aalten, 09-02-1879)
    Regina Winkelmann (25-02-1886)

    Adresboek 1934

    Aalten C512 > Haartschestraat 1

    G.J. Wevers

    Adresboek 1967

    Haartsestraat 1

    J.Th. Wikkerink

    Eigenaren

    Overzicht is niet volledig.

    JaarPerceelEigenaarOmschrijving
    1832I-1101wed. Hendrik Manschot, landbouwer290 m² huis & erf
    1837I-3017Christiaan Apollos Penning, ontvanger290 m² huis & erf
    1871I-3017Derk Willem Koskamp, landbouwer252 m² huis, erf
    1922I-3017Hendrik Stiemens, zaakwaarnemer252 m² huis, erf
    1930I-3017Gerrit Jan Wevers252 m² huis, erf
    1957I-8061Johannes Theodorus Wikkerink, bloemist233 m² winkelhuis, erf

    Afbeeldingen

  • Oude Begraafplaats Bredevoort

    Oude Begraafplaats Bredevoort

    Overzicht

    De Oude Begraafplaats aan de Prins Mauritsstraat in Bredevoort werd rond 1830 aangelegd, gelijktijdig met de naastgelegen Joodse Begraafplaats. Het terrein kwam beschikbaar na de ontmanteling van de vestingwerken aan de oostzijde van het stadje.

    De begraafplaats wordt gekenmerkt door een plattegrond met ongelijke zijden, omringd door beukenhagen en hoge bomen. Het oudste gedeelte bevindt zich direct langs de Prins Mauritsstraat. In 1925 werd de meest zuidelijke strook aan de begraafplaats toegevoegd. Tegelijkertijd werd een nieuwe toegangspoort geplaatst, en enkele jaren later werd een baarhuis gebouwd.

    De begraafplaats is een gemeentelijk monument.

    Bekijk de graven op Findagrave.

  • Begraafplaats Kloosterhof

    Begraafplaats Kloosterhof

    Overzicht

    De Begraafplaats Kloosterhof aan de Kloosterdijk in Bredevoort werd aangelegd in 1862-1863 en diende oorspronkelijk als rooms-katholieke begraafplaats.

    Het oudste, centraal gelegen deel heeft een symmetrische indeling met een karakteristieke toegangspoort, een baarhuis dat tevens dienst doet als werkplaats, en rijen graven die zijn gericht op een Calvariekruis aan de achterzijde van het terrein.

    In de jaren 80 van de vorige eeuw werd de begraafplaats uitgebreid met een algemeen gedeelte. In 1989 verrees tevens een mortuarium, waar overledenen kunnen worden opgebaard, families afscheid kunnen nemen en gelegenheid is voor condoleren.

    In 2024 kondigde de gemeente Aalten aan dat een deel van de begraafplaats zal worden ingericht als natuurlijke begraafplaats. Deze ontwikkeling sluit aan bij moderne wensen en behoeften rondom begraven.

    De begraafplaats is een gemeentelijk monument.

    Bekijk de graven op Findagrave.