Deze woning in neorenaissancestijl is vermoedelijk rond 1902 gebouwd (tijdens de verbouwing van 2000 stuitte men op raamgewichten in de schuiframen met een verzendsticker naar NS-station Aalten met daarop dit jaartal). Het eerste deel van de serre is waarschijnlijk in de jaren 20 gerealiseerd.
Eén van de eerste bewoners (vanaf 1909) was gemeenteopzichter Jan Brill en zijn gezin. Daarna is het bewoond geweest door de familie Te Sligte. Meneer Te Sligte was directeur van ‘de Landbouw‘.
Na zijn pensionering/emeritaat kwam vervolgens ds. Schouten in het huis wonen. Hij gaf het huis de naam ‘Beth San’, wat in het Hebreeuws Huis van Rust, Huis van Vrede betekent. Omdat hij zich heeft ingezet voor de ouderenzorg in Aalten, werd later het verzorgingshuis aan de Ludgerstraat ook Beth San genoemd. Sindsdien heet het huis aan de Ormelstraat ‘Klein Beth San’.
Omstreeks 1955 begon mevrouw (toen mejuffrouw) Te Paske een pension in het huis. Halverwege de jaren 60 vond een grote verbouwing plaats. Diverse aanpassingen werden gedaan, waaronder de uitbreiding van de serre, de badkamer boven (nu berghok) en de aanleg van centrale verwarming. Het toilet aan het einde van de hal werd onder de trap geplaatst.
Mevrouw Te Paske had vooral langdurige kostgangers in haar pension, onder wie veel docenten en leraren van het voortgezet onderwijs in Aalten. Maar in de zomer verbleven er ook vakantiegasten. Haar langste pensiongast was Nico Berkelaar. De kleurrijke leraar Frans bewoonde de twee kamers aan de voorkant, samen met zijn papegaai Lorre, die perfect in het Frans kon tellen. Hij woonde er meer dan 25 jaar.
In 1995 verkocht mevrouw Te Paske de woning aan de Hervormde Kerk en werd het door de stichting STOOG in gebruik genomen als woning voor crisisopvang. In 1999 vertrok de stichting STOOG naar Doetinchem en in januari 2000 werd de woning bij openbare inschrijving verkocht. Het huis wordt tegenwoordig weer particulier bewoond.
Hoe komt een huis aan zijn naam? Houthandelaar Jan Berend te Paske woonde eerst in een statig huis op de hoek Plein Zuid / Industriestraat (waar nu het kantoor van de OWM Achterhoek staat). Hij liet deze nieuwe woning bouwen… aan de overkant van de toenmalige Dijkstraat. De oorspronkelijke woning werd kantoor.
De combinatie van bovenstaande huisnaam, huidig adres en onderstaande adres-/bewonersgeschiedenis is een aanname. Correcties en aanvullingen voor dit adres zijn welkom!
Bewoners
Bevolkingsregister 1900-1910
Lintelo 91 > 83
Hermanus Weevers (Aalten, 10-06-1870) Hendrika Willemina Bruggink (De Heurne, 20-07-1868)
Volgende bewoners:
Gerrit Jan Tieltjes (IJzerlo, 12-06-1875) Janna Hendrika Sturris (Dale, 19-02-1876)
Bevolkingsregister 1910-1920
Lintelo 83 > 86
Gerrit Jan Tieltjes (IJzerlo, 12-06-1875) Janna Hendrika Sturris (Dale, 19-02-1876)
Dit was de plek waar Gerrit Peters, één van de eerste hoorndraaiers in Aalten, in 1866 zijn hoornwerkplaats vestigde. Dat pand besloeg de hele lengte van de Köstersbulte, van het woongedeelte aan de Markt tot aan de Landstraat. Hij maakte lange pijpenstelen en onderdelen voor Duitse pijpen. In Duitsland werden porseleinen pijpenkoppen aan de stelen bevestigd en de pijpen verhandeld.
Tegenwoordig maakt het deel uit van het gemeentehuis van Aalten.
Het pand op nevenstaande foto werd in 1929, in opdracht van Hendrikus J.F. Kothuis, borstelmaker en later herbergier, vervangen door een dubbel woon- en winkelhuis, waarin een dames- en een herenkapsalon werden gevestigd, gerund door hem en zijn zusters Josephina (“Fine”) en Johanna.
In 1934 kreeg het pand de adressen Landstraat 4 en 6. Nummer 6 werd later 4a, toen het naastgelegen pand nummer 6 kreeg.
In 1947 werd het perceel in tweeën gesplitst. De twee percelen grenzen aan de achterzijde aan de Kerkstraat. Het officiële adres van nummer 4a is volgens het kadaster Kerkstraat 16.
Sinds 1929 zaten in dit pand, naast de kapsalon(s) van Kothuis, een cafetaria (Kareltje Peter), een kaashandelaar (Piet de Kaasboer), poelier Alex Boom, schoenmaker Wiegerinck, een telefoonwinkel, een computerwinkel en anno 2025 een kledingreparatieservice.
Bewoners
1813
Aalten 24
Johannes Hermanus Antonius Wamelink (Aalten, 07-07-1780), winkelier
104 m² woonhuis, erf, cafetaria 98 m² winkel, erf, woonhuis
Afbeeldingen
Wiegerinck lederwaren, schoenreparatie en sleutelserviceDameskapsalon (l), Heerenkapsalon (r), 1955Fragment kadastrale kaart, 1937 (perceel I-6938)Aaltensche Courant, 2 juni 1906Aaltensche Courant, 29 juli 1914Aaltensche Courant, 31 mei 1929Aaltensche Courant, 18 oktober 1929‘Salon de Coiffure’, VVV-gids jaren 1930Aaltensche Courant, 29 juli 1949Poelier Alex Boom, Landstraat 4
In 1904 werd op dit adres een bijzonder Jugendstil-pand gebouwd, met torentje, in opdracht van slager Jacob Spier. Het ontwerp kwam van architect J.J. Post uit Winterswijk.
Rond 1910 vestigde Abraham van Gelder hier zijn slagerij. Abraham trouwde in 1907 met Reintjen de Jong uit Apeldoorn. Zijn winkel was in elk geval vanaf 1920 gevestigd in de Landstraat.
Samen met zijn broer Levie, die een slagerij had aan de Dijkstraat, leverde hij koosjer vlees aan de Joodse bevolking van Aalten. Ook de andere Joodse slagers, die zelf niet koosjer slachtten, betrokken het koosjere vlees van de gebroeders Van Gelder.
Tijdens de Duitse bezetting in de jaren ’40 van de vorige eeuw moesten de Joodse winkels sluiten. Abraham en Reintjen verhuisden toen aanvankelijk naar de Stationsstraat 24. Van daaruit vertrokken ze naar een onderduikadres in de Oosterkerkstraat.
Op 22 augustus 1944 werden ze verraden en gearresteerd. Met de laatste deportatietrein die Nederland verliet op 3 september 1944, werden ze naar Auschwitz gebracht, waar ze op 6 september 1944 werden vermoord.
Uit een foto in ons archief blijkt dat de dubieuze organisatie Nederlandsche Unie rond 1940-1941 in het pand kantoor hield.
Het gebouw werd vermoedelijk rond de jaren 60 van de vorige eeuw afgebroken en vervangen door nieuwbouw. Dat pand is rond 2007 ook alweer gesloopt om plaats te maken voor het nieuwbouwcomplex Hof van Leerink.
Tot 2020 was dit het adres van speelgoedwinkel Intertoys.
Moritz Cohen (Neustadtgödens, 07-07-1890), manufacturier Dina Japhet (Breitenbach, 13-05-1890)
Adresboek 1967
Landstraat 8
D.W. te Hennepe
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1256
wed. Berend Meijerink
300 m² huis & erf
1846
I-1256
Jan Hendrik Elsinkhorst, koperslager
300 m² huis & erf
1851
I-1256
Hendrikus Brethouwer, winkelier
300 m² huis & erf
1863
I-1256
Johannes Pieter Smits, winkelier / koopman
300 m² huis & erf
1895
I-1256
Derk Johan Wansink, koopman
300 m² huis & erf
1905
I-5112
Peter Johan Helders, huisschilder
296 m² huis & erf
1905
I-5112
Jacob Spier, slager
296 m² huis & erf
1908
I-5112
Gerrit Antonius Wieland, slager
296 m² huis & erf
1918
I-5112
Abraham van Gelder, slager
296 m² huis & erf
1938
I-6937
Coöp. Boerenleenbank, Aalten
290 m² huis & erf
1941
I-6937
Johannes Hendrikus van Lochem, electriciën
290 m² huis & erf
1951
I-6937
Derk Willem te Hennepe, meubelmaker
290 m² huis & erf
1987
I-8921
vof S.H.J. Geling, Aalten
262 m² winkel, woonhuis, erf
Afbeeldingen
Fragment kadastrale kaart, 1896 (perceel I-1256)Landstraat 6, het pand van Intertoys, kort voor de sloop (foto: Dirk Plug)Landstraat 8, Aalten, ca. 1910 (beeld gegenereerd met AI op basis van oude foto)Graafschapbode, 11 mei 1904Aaltensche Courant, 23 maart 1910Aaltensche Courant, 3 augustus 1937Aaltensche Courant, 6 augustus 1937Aaltensche Courant, 19 oktober 1937De Graafschapper, 8 december 1939Zutphense Courant, 11 september 1951Nieuwe Winterswijksche Courant, 29 mei 1974
Hendrik Jan Degenaar (Aalten, 29-01-1801), bakker (1) Anna Geertruid ten Bengevoort (Winterswijk, 27-03-1796) (2) Hendrika Johanna Meijlink (Borculo, 26-10-1806)
De Prinsenstraat is een straat in het oude centrum van Bredevoort. Ze begint als zijstraat van de Landstraat en loopt dan noordelijk door tot aan ’t Zand.
Volgens de overlevering dankt de straat haar naam aan Maurits van Oranje die met zijn leger via deze straat oprukte naar kasteel Bredevoort tijdens het Beleg van Bredevoort (1597). Vroeger liep deze walstraat parallel met de stadsmuur. De huizen zijn tegen of op de funderingen van de oude stadsmuur gebouwd. Aan deze stadsmuur stonden vanaf de knik aan de Kerkstraat tot aan het einde van de Prinsenstraat, gebouw Sint Bernardus, zeven waltorens op rij. Tussen de tweede en derde waltoren bevond zich toen de Aalterpoort.
Na de sloop van de stadsmuur in de 17e eeuw werd aan de westkant een aarden stadswal aangelegd, met achter de Prinsenstraat het bastion Vreesniet. Het terreplein daarvan is nog aanwezig en staat tegenwoordig ook wel bekend als “stadsweide”. Nadat de stadsmuur gesloopt was, ontstond er een open verbinding met het kasteelterrein. Na het dempen van de kasteelgrachten ontstond daar dan ’t Zand dat tot in de 20e eeuw ook daadwerkelijk zand was.
In de 20e eeuw was de Prinsenstraat een florerende winkelstraat. De meeste winkels hebben de moderne tijd niet doorstaan. Enkele woningen zijn aangewezen als gemeentelijk monument.