Inhoudstype: Verhaal

  • Vergunningskwestie

    Vergunningskwestie

    Zutphensche Courant, 21 juli 1905

    Ingezonden. Buiten verantwoordelijkheid der Redactie

    M. de Redacteur. Er leefden voor een paar jaren geleden in deze gemeente 3 broers met name Vultink, waarvan er thans nog slechts één leeft doch ernstig ziek is. Allen waren „vergunninghouders, allen gevoelden dat hun hooge leeftijd het noodzakelijk maakten om maatregelen te nemen die het verloren gaan der in hunne perceelen gevestigde „vergunning” konden voorkomen en zoo togen dan in April 1904 de belanghebbende kinderen met een op zegel geschreven verzoekschrift naar Burgem. en Weth. om „vergunning” ten hunne name.

    Gunstig werd hierop beschikt voor zoover het J. Kothuis en J. Vultink betrof, aan J.B. Kamps echter werd te kennen gegeven dat, waar bij Kon. Besluit van 20 April 1901 No. 17, het maximum aantal vergunningen was verlaagd tot 22 er geen termen waren waarom aan Kamps vergunning kon worden verleend.

    Dat in deze gemeente gefluisterd wordt dat de „Pompkwestie” oorzaak is van deze ongunstige beschikking ten opzichte van Kamps, is voor ons geen motief, want wij gevoelen dat het College van Burg. en Weth. te hoog moet staan voor wraakzucht.

    Daar verschijnt Staatsblad No. 214 van 1905 en daarin lezen wij, dat bij Kon. besluit is vernietigd het besluit van B. en W. van Aalten, waarbij aan J. Kothuis „vergunning” werd verleend.

    Nu lezen wij op het gemeentelijk aanplakbord dat door B. Vultink, een der 3 broers, schoonvader van J. Kothuis, voornoemd, vergunning is aangevraagd bij B. en W. van Aalten, voor den verkoop van sterken drank in het klein en dat zij, die tegen het verleenen daarvan bezwaren hebben, die bezwaren kunnen indienen.

    Natuurlijk wordt dat niet gedaan, omdat wij aan onze neringdoenden geen hinderpaal in den weg willen leggen om hun brood te verdienen. Burg, en Weth. kunnen als zijnde er geen bezwaren tegen ingebracht de verlangde vergunning verleenen.

    Wij vragen aan U, M. de Redacteur, of Burg. en Weth. van Aalten die verlangde vergunning mogen verleenen. Waar toch aan Kamps, voornoemd, de vergunning werd geweigerd op grond dat door het verleenen daarvan, in strijd zou worden gehandeld met genoemd Kon. besluit van 20 April 1904 No. 17, mag daar aan B. Vultink thans, nu het wettelijk maximum nog te hoog is, vergunning worden verleend?

    Beleefd verzoeken wij U om ons eenige inlichtingen, zoo mogelijk aan de voet van dit schrijven te willen verstrekken, mocht dit onverhoopt door U niet gedaan kunnen worden, plaatst dan dit schrijven in Uw veel gelezen blad, misschien wil dan een der zake kundigen ons dan wel van advies dienen.

    Bij voorbaat onzen dank M. de R., wij verblijven

    Hoogachtend, UWE LEZERS.

    Aalten, 19 Juli 1905.

  • Grensarbeiders Aalten-Bocholt rond 1900

    Grensarbeiders Aalten-Bocholt rond 1900

    Ongeveer twaalf kilometer ten zuiden van Aalten ligt de Duitse stad Bocholt. Aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw groeide Bocholt uit tot een belangrijk centrum van de textielindustrie. Deze bloeiende industriestad trok veel arbeidskrachten uit de grensstreek aan. Honderden grensarbeiders uit Aalten, Bredevoort en omliggende buurtschappen vonden er emplooi, vooral in de vele textielfabrieken en in de bouw.

    In 1904 schreef prof. dr. H. Blink: „Uit Aalten gaan elke dag wel 150 arbeiders naar Bocholt; ruwe, grote wagens, bij regen met witte huiven overdekt en door twee paarden getrokken, brengen elke morgen de arbeiders naar Bocholt en voeren hen ’s avonds terug.”

    Dankzij het bevolkingsregister van Aalten, waarin rond 1900 regelmatig ook de werkgever werd genoteerd, weten we van veel arbeiders dat zij in Bocholt werkten en bij welk bedrijf.1

    Grensarbeiders Aalten-Bocholt - Graafschapbode, 04-12-1897
    De Graafschapbode, 4 december 1897

    Wie werkten er in Bocholt?

    In onderstaand overzicht vindt u de namen van veel grensarbeiders uit de gemeente Aalten die rond 1900 in Bocholt werkzaam waren, met vermelding van hun beroep en werkgever. Wellicht zitten er voorouders van u tussen? Let op: dit overzicht is niet volledig.

    AchternaamVoornaamGeboortedatumBeroepFirmaWoonadresWoonplaats
    AlbersBernadus Augustinus23-03-1877FabrieksarbeiderGebr. WeylBodendijk 37Aalten
    AlbersHermanus06-02-1866WeverVagedesDamstr. 9Aalten
    AlbersJan Willem25-09-1871WeverVagedesDamstr. 9Aalten
    ArentsenMartinus Johannes02-01-1883SpinnerSchwartzOrmelstr. 24Aalten
    BeckersHendrik August20-10-1892Metselaar (knecht)HeusinkveldKoppelstr. 14Bredevoort
    BeckersJohan Joseph August19-10-1889Timmerman (knecht)HulskampKoppelstr. 14Bredevoort
    BeeksHermanus Hendrikus02-05-1873WeverGebr. DriessenPolstr. 9Aalten
    Beest, teWillem17-02-1887BlekerSchwartzMisterstr. 3Bredevoort
    BeijerinkGerhard Johannes27-07-1851BlauwververFrentropBocholtsestr. 50Heurne
    BenninkHendrikus Antonius19-07-1890WeverVon VelsenLichtenvoordsestr. 7Aalten
    BettingHermanus Bernardus14-06-1871WeverFrentropStationsstr. ?Aalten
    BijenHendrikus Johannes25-12-1886TuinmanValléePlein Zuid 3Aalten
    BlekkinkHendrikus22-08-1891RouwerFrentropGasthuisstr. 5Bredevoort
    BlekkinkJan Hendrik30-10-1892WeverFrentropKoppelstr. 3Bredevoort
    BlekkinkTonia Johanna21-06-1891SpinnerMalieKoppelstr. 3Bredevoort
    BleuminkHendrik Jan11-02-1889WeverCosman CohenMisterstr. 3Bredevoort
    BoesveldGerhard04-06-1884WeverCosman CohenDijkstr. 1Aalten
    BoschkerHendrikus Bernardus28-10-1887MetselaarBisschopKoppelstr. 12Bredevoort
    BoschkerTheodorus Hendrikus27-03-1889WeverGebr. BraunschweigKoppelstr. 12Bredevoort
    BretveldHendrik10-08-1849LandbouwerBrauerei TangerdingGrevinkweg 9Dale
    BrinkmanPieter Johannes14-02-1881SpinnerVon VelsenLichtenvoordsestr. ?Aalten
    BrökerArnoldus Wilhelmus01-09-1890SpinnerSchwartzSteile Dalweg 5Aalten
    BrökerGerharda Maria14-01-1894SpoelerSchwartzSteile Dalweg 5Aalten
    BrökerJoseph28-10-1862Spinner / Krasser / AanlapperDriessen / SchwartzSteile Dalweg 5Aalten
    BrusseGerhard02-04-1890WeverMalieMisterstr. 5Bredevoort
    BuitinkJohannes Hermanus02-04-1883SpinnerSchwartzHogestr. 35Aalten
    BultenBernard17-09-1884StokerGebr. BraunschweigStaringstr. 15Aalten
    DanielsAntonius31-10-1887Metselaar?onbekendBredevoort
    DuenkHendrik Jan23-09-1858OppermanBiermanDamstr. 24Aalten
    EbbersJohannes Bernadus03-05-1874FabrieksarbeiderGebr. FelixBodendijk 1Aalten
    EbbersJohannes Wilhelmus13-02-1875WeverHorsmann & Co.Kerkstr. 7Bredevoort
    EbbeskampHendrik12-12-1845SpinnerGebr. DriessenOrmelstr. 24Aalten
    ElferinkDerk Jan10-08-1884OppermanBeltinkBredevoortsestr. ?Aalten
    FiringJohannes Arnoldus27-03-1879Schildersknecht?Landstr.Bredevoort
    FlemingBerend Jan08-01-1866GrondarbeiderBaron van DiepenbroekKoppelstr. 3Bredevoort
    FrenkenJohannes Franciscus31-01-1890WeverGebr. Braunschweig’t Zand ?Bredevoort
    FrenkenJohannes Hendrikus08-06-1863WeverFrentropAmbthuiswal 24Bredevoort
    FrenkenJohannes Hendrikus02-03-1888WeverGebr. Braunschweig’t Zand ?Bredevoort
    GillesenJacob22-06-1846WeverA. & L. KettelerKiefteweg 10Heurne
    GillesenMaria06-07-1872WeverA. & L. KettelerKiefteweg 10Heurne
    GriessJohanna Maria Aleida01-01-1890SpinnerGebr. DriessenLandstr. 26Aalten
    GrijsenAntonie30-05-1835Fabrieksarbeider?Berkenhovestr. 5Aalten
    GrijsenHendrika27-09-1878FabrieksarbeiderSchwartzBerkenhovestr. 5Aalten
    Harkel, tenHendrik Jan30-04-1852HoutbewerkerGebr. FelixOrmelstr. 26Aalten
    Have, tenAleida Hendrika19-10-1890SpinnerGebr. DriessenHozenstr. 22Bredevoort
    Have, tenGesina Johanna10-02-1888SpinnerGebr. DriessenHozenstr. 22Bredevoort
    HaverkateJohannes03-02-1867Spoelmeester SpinnerijSchwartzDijkstr. 27Aalten
    HeijnenHendrik Jan04-08-1882Timmerman (knecht)?Varsseveldsestr. ?Aalten
    HeinenHendrik Willem31-03-1891SchildersknechtTen BroekeVarsseveldsestr. 39Aalten
    HilbelinkBerend Willem06-02-1844KnechtBrauerei TangerdingLankhofstr. 17Aalten
    HilbelinkJan Willem30-11-1885WeverFrentropBredevoortsestr. Aalten
    HoebenJohannes Chrisostumus27-06-1882PolderwerkerWittag (?)Prinsenstr.Aalten
    HornHendrik Willem12-05-1876Voerknecht?Landbouwstraat 3a
    Horst, terDerk Jan18-10-1873OppermanValléeBredevoortsestr. 48Aalten
    HubersWillemina Geertruida25-09-1865SpinnerSchwartzRK GasthuisAalten
    HuitinkJan Willem15-02-1886Metselaar (knecht)?Varsseveldsestr. ?Aalten
    JansenHendrik Jan10-03-1866WeverGebr. BraunschweigLoohuisweg 28Haart
    JanssenGerrit Hendrik10-07-1889VerverGebr. BraunschweigHozenstr. 7Bredevoort
    JanssenGrada Willemina23-02-1892SpinnerGebr. DriessenHozenstr. 7Bredevoort
    JanssenWillemina01-10-1894SpinnerGebr. DriessenHozenstr. 7Bredevoort
    KempersCornelis17-07-1878WitweverMortens (?)Haartsestr. 21Aalten
    KempersGerrit Willem20-09-1873OppermanBeltinkHaartsestr. 21Aalten
    KempersJohan06-10-1871WeverA. FisserWillemstr. 13Aalten
    KempersWilhelm10-07-1875WeverTangerdingOrmelstr. 30Aalten
    KempinkJan Berend11-04-1877SpinnerSchwartzAmbthuiswal 24Bredevoort
    Kerkhof, van deCatharina Elisabeth26-08-1894SpinnerSchwartzRK GasthuisAalten
    Klein EssinkBarend Johan18-08-1875MetselaarBiermanHaartsestr. Aalten
    KleinhesselinkJohan Cornelis10-04-1877OppermanBisschopLankhofstr. 1Aalten
    KoelmanHendrikus Wilhelmus04-01-1890Schildersknecht?Dijkstr. 44Aalten
    KoelmanJohanna Elisabeth02-10-1884SpinnerSchwartzOrmelstr. 15Aalten
    KolwagenEverdina Johanna08-12-1874WeverSchwartzHogestr. 70Aalten
    LammersLammert Lambertus19-07-1863SpinnerGebr. DriessenKoopmanstr. 12Aalten
    LangwerdenEimbert Bernard21-05-1859KrasserGebr. DriessenTrompstr. 9Aalten
    LankheetJohanna24-08-1892SpinnerSchwartzZuiderlaan?Aalten
    LieversHendrikus15-09-1893SpinnerGebr. DriessenOrmelstr. 13Aalten
    LieversJohanna Geertruida11-11-1891SpinnerVon VelsenOrmelstr. 13Aalten
    LieversWillemina07-04-1894SpinnerVon VelsenParallelweg 14aAalten
    Lindert, teGerrit27-03-1878MetselaarBeltinkMarkt 16Aalten
    MagisGerrit Willem22-07-1884Opperman?Oosterkerkstr. 12Aalten
    MeijerHeinrich29-08-1878Wever / VerverGrote (?)Dijkstr. 1Aalten
    MeijermanDerk Willem13-10-1883TuinmanBeckmannVarsseveldsestr. 11Aalten
    MengerinkEngbert09-12-1879SpinnerSchwartzHogestr. 35Aalten
    MengerinkGerrit Hendrik05-06-1889FabrieksarbeiderSchwartzLankhofstr. 21Aalten
    MengerinkWillem13-06-1875MetselaarA. VerleeLankhofstr.Aalten
    NavisDerk Jan04-12-1840WeverBeckmannHogestr. 63Aalten
    NavisGerrit Hendrik23-12-1890SpinnerGebr. DriessenLankhofstr. ?Aalten
    NeerhofHendrik Jan11-03-1884Weverde GrootOrmelstr. 6Aalten
    NeerhofHerman05-04-1879WeverGrote (?)Boomkampstr. ?Aalten
    NijenkampGerrit Jan18-02-1877HoutbewerkerGebr. FelixBodendijk 72Aalten
    NijmanJohanna Geertruida22-07-1884SpinnerRothe ErdeonbekendAalten
    OberinkChristiaan06-05-1892SpinnerSchwartzHogestr. 6Aalten
    OberinkHendrikus Jan Willem29-04-1891SpinnerGebr. DriessenHogestr. 64Aalten
    ObrinkJan Hendrik29-01-1883MetselaarHeusinkveldHogestr. 64Aalten
    ObrinkJohan Antoon15-04-1880Timmerman (knecht)W. PoelPrinsenstr. 18Aalten
    OmmeringHendrik Jan27-11-1888Metselaar?Dijkstr. 21Aalten
    OonkHendrik27-04-1871?Danner & Doormeijer (?)Hozenstr. 4Bredevoort
    PeetersWilhelmus Johannes Theodorus30-06-1893AfzetterGebr. WeylLandstr. ?Bredevoort
    PeulersBernardus Johannes07-02-1862SpinnerSchwartzWillemstr. 13Aalten
    PiekGerrit Willem12-06-1884MetselaarValléeLichtenvoordsestr. 15Aalten
    PiekHendrik Jan20-05-1873SmeerderSchwartzLoohuisweg 28Haart
    PrinsAdolf30-10-1871SpinnerSchwartz / Von VelsenVarsseveldsestr. 20Aalten
    PrinsJan Steven Schaars27-02-1887TuinmanknechtA. RemmerBoomkampstr. 24Aalten
    PrinsenGerrit Hendrik Willem22-07-1881BierbrouwersknechtBrauerei TangerdingLoohuisweg 1Haart
    Rietstap, teGerhard01-06-1886Metselaar (knecht)?Ambthuiswal 14Bredevoort
    Rietstap, teJohannes Hendrikus13-04-1892Metselaar (knecht)?Ambthuiswal 14Bredevoort
    SchaapveldHendrikus Johannes Arnoldus19-06-1887?Temmink FietsenhandelDijkstr. 27Aalten
    SchenkBernard Gerhardus06-04-1885FabrieksarbeiderBuggelink (?)Molenkampsdijk 11Aalten
    SchepersAntonij01-12-1866OppermanValléeOrmelstr. 16Aalten
    SchepersGrada Wilhelmina16-01-1891SpinnerVon VelsenOrmelstr. 16Aalten
    SchepersJan27-08-1874FabrieksarbeiderWwe. B. MessingOrmelstr. 9Aalten
    SchepersJohanna12-01-1893SpinnerVon VelsenOrmelstr. 16Aalten
    ScholtenBernardus29-11-1877MetselaarDuysBoomkampstr. 20Aalten
    SchoppersTonij06-05-1877TuinmanWoolsLichtenvoordsestr. ?Aalten
    SikkingHendrikus04-06-1890WeverWietholtKerkstr. 11Bredevoort
    Sligte, teHendrik20-03-1861WeverGebr. DriessenDijkstraat 32Aalten
    StevensEngelbertus05-01-1873Metselaar (knecht)Vallée’t Zand 3Bredevoort
    StevensHendrikus Wilhelmus21-04-1899Metselaar (knecht)Vallée’t Zand 3Bredevoort
    StraksGerhard Abraham14-03-1884SchilderBiermanOrmelstr. 18Aalten
    StraksGerrit Jan03-03-1880SchilderGraatmannOrmelstr. 18Aalten
    StronksArent Jan06-12-1873Voerman / vrachtrijderGebr. WolfDinxperlosestr. 77Aalten
    StronksGerrit Jan26-11-1867Landbouwer (knecht)Brauerei TangerdingPrinsenstr. 28Aalten
    TammelHerman22-09-1870KrasserBeckmannSteile Dalweg 8?Aalten
    TemmingBernardus Hendrikus03-02-1892SpinnerGebr. WeylKerkstr. 2Bredevoort
    ToebesAnton Johann13-04-1881FabrieksarbeiderHulskampStationsstr. ?Aalten
    UbbinkBernardus Johannes01-07-1862Timmerman?Officierstr. 2Bredevoort
    UbbinkGradus Bernadus28-03-1872Timmerman (knecht)KokVischmarkt 3Bredevoort
    UbbinkGradus Johannes06-09-1881WeverGebr. BraunschweigGasthuisstr. 3Bredevoort
    UbbinkJohannes Josephus25-08-1886WeverGebr. BraunschweigGasthuisstr. 3Bredevoort
    UebbingAugust Johan06-12-1893WeverLieprijgh (?)Misterstr. 21Bredevoort
    UffinkHendrikus Johannes11-10-1877WeverFrentropSteile Dalweg 8?Aalten
    VeenhuisGerrit Jan16-11-1863WeverFrentropLandstr. /Stationsstr. ?Aalten
    VeldkampHendrikus Antonius04-03-1880WeverGebr. BraunschweigLandstr. 18Bredevoort
    VerstegeWilhelmus22-01-1864VeldarbeiderBaron van BarloKoppelstr. 29Bredevoort
    Vries, deBernardus Hendrikus03-02-1883SpinnerVon VelsenLandstr. 20Bredevoort
    Vries, deHenrich Joseph01-12-1892WeverFrentropLandstr. 20Bredevoort
    Vries, deJohannes Bernardus Josephus29-12-1881Spinner?Ambthuiswal 16Bredevoort
    Waal, van derJohannes24-12-1886SpinnerSchwartzDijkstr. 5?Aalten
    WalvoortJohannes14-06-1881SpinnerBeckmannOrmelstr. 24Aalten
    WansingWilhelm06-09-1879SpinnerSchwartzPatrimoniumstr. 9Aalten
    WeeninkJohan Gerhard16-05-1877TimmermanKnufmanLoohuisweg 3Haart
    WeikampCatharina Johanna30-10-1876WeverFrentropDamstr. 22Aalten
    WeikampGerhardus Hendrikus21-06-1880FabrieksarbeiderRothe ErdeIndustriestr. 3Aalten
    WensingBernard Gerhard13-01-1889SpinnerSchwartzStationsstr. ?Aalten
    WensingHendrika Elisabeth Maria28-06-1891SpinnerRothe ErdeStationsstr. ?Aalten
    WensingJohanna Gesina Maria11-04-1894SpinnerSchwartzStationsstr. ?Aalten
    WensinkFranciscus19-02-1879Wever?Hozenstr. 16Bredevoort
    WensinkJohannes24-05-1874WeverFrentropVischmarkt 11Bredevoort
    WensinkJohannes11-03-1874Wever?Hozenstr. 26Bredevoort
    WentinkHendrik Jan22-05-1893SpinnerSchwartzBoomkampstr. ?Aalten
    WeversHendrikus30-06-1862WeverGebr. DriessenDijkstraat 34Aalten
    WichersJohannes Theodorus Josephus25-12-1887WeverCosman CohenLandstr. 24Bredevoort
    WiggemansGeerart01-12-1883VoermanOsbergen (?)Varsseveldsestr.Aalten
    WiltinkJohanna Elisabeth29-10-1887KrasserGebr. WeylBocholtsestr. 50Heurne
    WiltinkJohanna Willemina13-08-1889SpinnerRothe ErdeDamstr. 26Aalten
    WolferinkHerman Bernard01-12-1884SpinnerSchwartzStationsstr. 29?Aalten
    WubbelsBernadus Engelbartus13-09-1881Fabrieksarbeider?Gasthuisstr. 7Bredevoort
    WubbelsBernardus Gerhardus09-11-1890WeverGebr. Braunschweig’t Zand 19Bredevoort
    WubbelsJohannes Hendrikus Bernardus07-07-1889WeverGebr. Braunschweig’t Zand 19Bredevoort
    ZeevalkHarmen30-10-1870Metselaar (knecht)BeltinkLankhofstr. 2-4Aalten

    Bedrijven in Bocholt

    Hieronder volgt een overzicht van bedrijven in Bocholt waar Aaltense arbeiders rond 1900 werkzaam waren. Ook deze lijst is niet compleet:

    Franz Beckmann & Cie.

    Katoenspinnerij

    Opgericht in 1895, groeide deze firma uit tot een van de grootste spinnerijen van de stad. Het bedrijf werd in 1967 overgenomen door de firma Flender. Het oorspronkelijke fabrieksgebouw is gerenoveerd en in oude glorie hersteld.

    🔗 industriewerk.eu

    Gebr. Braunschweig

    Katoenweverij

    Opgericht in 1873 aan de Kaiser-Wilhelm-Straße. In 1897 kwamen er aan de Frankenstraße een ververij en een afdeling voor weefselafwerking bij. In 1921 werd de firma uit het handelsregister geschrapt.

    🔗 bocholt.de

    Gebr. Driessen

    Katoenspinnerij

    De eerste grote industriële onderneming in Bocholt, opgericht in 1857. Na een brand in 1888 werd de fabriek vervangen door een groter nieuw gebouw. In 1978 stopte het bedrijf. De 34 meter hoge schoorsteen bleef behouden en staat nu midden in het winkelcentrum Arkaden.

    🔗 industriewerk.eu

    A. & L. Ketteler

    Katoenweverij

    Geen nadere informatie bekend.

    Wwe. B. Messing

    Poetswolfabriek

    Rond 1900 was in Bocholt de firma Wwe. B. Messing actief als producent van poetswol. De fabriek stond in het huidige Weber Quartier, achter het Kinodrom aan de rivier de Aa.

    🔗 digital.slub-dresden.de

    Albin Tangerding & Comp.

    Bontweverij

    Opgericht in 1864. Geen nadere informatie bekend.

    Brauerei Tangerding

    Stoombierbrouwerij

    De Hirsch-Brauerei van Franz Tangerding in Bocholt-Stenern, produceerde verschillende soorten bier, frisdrank en vruchtenlimonade. De ruïne van het oorspronkelijke brouwhuis uit 1896 is nog aanwezig op het voormalige brouwerijterrein.

    🔗 marius-lange-geschichte.de & tus-stenern.de

    Gebr. Weyl

    Stoomweverij

    “Bij de ingang van de huidige Karolingerstraße stond de fabriek van Cosman Cohen en verder naar het zuiden de fabrieken van Gebr. Weyl en Braunschweig.”

    🔗 st-josef-bocholt.de

    J. Beckmann

    Weverij

    In 1859 startte Josef Philipp Beckmann met zijn zonen een stoomweverij aan de Kreuzstraße. In 1891 splitste het bedrijf zich op in J. Beckmann Nachfolger en Heinrich Beckmann Söhne. Beide bedrijven kwamen later weer samen in IBENA.

    🔗 ibena.de

    Cosman Cohen & Comp.

    Weverij

    Opgericht in 1862 aan de Kaiser-Wilhelm-Straße. In 1897 brandde de fabriek af. Aan de Industriestraße 7 werd een nieuwe fabriek gebouwd. In 1929 werd de weverij verkocht aan het naburige bedrijf H. Beckmann Söhne en is nu eigendom van IBENA.

    🔗 ibena.de

    Gebr. Felix

    Stoomhoutzaagmolen

    Geen nadere informatie bekend.

    Frentrop & Co.

    Stoomweverij

    Geen nadere informatie bekend.

    Rothe Erde

    Katoenspinnerij

    In 1898 liet de Aktiengesellschaft Baumwollspinnerei Rothe Erde een fabriek bouwen tussen de Werther Straße en de Aa. De spinnerij met de aangrenzende weverij was een van de grootste bedrijven in de stad.

    🔗 industriewerk.eu

    Ludwig Schwartz

    Textielfabriek

    Vanaf 1857 liet Ludwig Schwartz op zijn landgoed Haus Woord meerdere stoomweverijen en -spinnerijen bouwen. Na zijn dood werd het bedrijf voortgezet door zijn weduwe Theodora Schwartz en later door hun zonen. De firma beëindigde haar activiteiten in 1971. De huidige Schwartzstraße in Bocholt herinnert aan deze textielonderneming.

    🔗 wikipedia.org

    Vagedes

    Weverij

    De firma Vagedes was gevestigd in het stadsdeel Biemenhorst. In 1990 stond het bedrijf op het punt van liquidatie. Twee voormalige medewerkers richtten toen Setex-Textil op en zetten de activiteiten van Vagedes voort.

    🔗 wikipedia.org

    August Vallée

    Bouwbedrijf

    Geen nadere informatie bekend.

    🔗 presse-service.de

    Von Velsen & Cie.

    Katoenspinnerij

    In 1889 richtte Max Hugo von Velsen, voormalig directeur van de spinnerij van Ludwig Schwartz, zijn eigen katoenspinnerij op. De fabriek, tussen het Westend en de rivier de Aa, omvatte een spinnerij, twijnderij en afwerkafdeling. In 1934 sloot het bedrijf.

    🔗 explore.gnd.network & bocholt.de

    Locaties van de fabrieken

    Hieronder ziet u een kaartje met de (vermoedelijke) locaties van de genoemde fabrieken in Bocholt.

    Wetenswaardigheden

    • De Aaltense forensen staken zes dagen per week de grens over, veelal te voet, per fiets of met paard en wagen. In 1910 kwam er verlichting met de aanleg van een tramlijn tussen Aalten en Bocholt, wat de reistijd aanzienlijk verkortte. De werkdagen waren lang: 12 tot 14 uur was geen uitzondering.
    • De Aaltense grensarbeiders ontvingen hun loon in Duitse Marken. Dit geld werd in de lokale Aaltense economie in omloop gebracht. Rond 1900 was Duits geld daardoor het dagelijks betaalmiddel in Aalten. In 1914 werd dit echter formeel verboden.
    • Wie meer wil weten over de geschiedenis van de textielindustrie in Bocholt kan terecht bij het LWL-Museum Textilwerk. Hier wordt het rijke textielverleden van de stad tot leven gebracht, met onder andere originele machines en diverse exposities.
  • Schuttersfeest 1904

    Schuttersfeest 1904

    Aaltensche Courant, 24 september 1904

    AI was het wat laat in den tijd, er zou toch dit jaar weer een Schuttersfeest gehouden worden, wat sinds 1900 niet het geval was geweest. In 1901, 1902 en 1903 was het de wielerclub „Houd Moed”, die óf alleen óf in samenwerking met „Floralia” nog eens een feestje organiseerde. Doch daar de wielerclub, naar wij hoorden, ontbonden is, was van dien kant geen feestelijkheid te verwachten.

    Het was daarom van eenige werklieden een goede gedachte om te trachten een Schuttersfeest te organiseeren en door de flinke medewerking van de burgerij, die daarvoor milde bijdragen schonk, en door de aanmelding vaneen groot aantal liefhebbers van schieten was dat mogelijk. Het getal schutters was dan ook meer dan het dubbele van het laatst gehouden schuttersfeest.

    De optocht, die Woensdagmorgen door het dorp trok, had dan ook veel bekijk en mocht best gezien worden. Met een goed muziekkorps voorop ging het in goede orde door de verschillende straten en werd voor de huizen van den Burgemeester, den Pastoor en enkele particulieren het vaandel geslagen. Op het feestterrein stonden de masten reeds klaar, met den vogel en den fladder in top, waar de schutters hun geoefendheid op konden toonen.

    De vogel was zeer zwaar gemaakt en daardoor duurde het verbazend lang, voordat bekend werd, wie als koning van het Schuttersfeest moest worden gehuldigd, Ten laatste werd de vogel toch bij de verschillende gedeelten afgeschoten en werd de eerste prijs voor de romp toegekend aan A. H. Huinink, die daardoor koning werd. De 2e prijs voor het afschieten der rechtervleugel verkreeg D. Dibbets. De 3e prijs voor den linkervleugel viel bij loting ten deel aan J.H. Papenborg, terwijl de 4e prijs voor den kop aan J. Walvoort en de 5e prijs voor de staart aan G.J. Wensink werd toegekend.

    Bij het fladderschieten bleken de knapste schutters te zijn: H.J. Degenaar, die dele, G.W. van Eerden, die de 2e, H.A. Hoopman, die de 3e, G.J. Brunink, die de 4e, en Chr. Bijen, die de 5e prijs bekwam. Bij het ringrijden te paard werden de prijzen gewonnen als volgt: H. Bouhuis dele, W. H. Veldkamp de 2e, J. Heersink de 3e, J.B. Bouhuis de 4e, en A. J. Mateman de 5e prijs.

    Tegen 6 uur, toen de wedstrijden waren afgeloopen, trok men weer in optocht door het dorp naar het feestgebouw van den heer P. Lelivelt bij het station, waar de prijzen met een toepasselijk woord door den voorzitter der feestcommissie, de heer de Wit, aan de winners werden uitgereikt, en waar men nog lang in opgewekte stemming bij elkaar bleef. Daar het feest goed is geslaagd en alles in de beste orde afliep, mag het bestuur van het Schuttersfeest met trots op haar arbeid terugzien, aan welken arbeid altijd veel moeite en opofferingen verbonden zijn. Zij heeft velen een prettige dag bezorgd en dit is voor haar al een mooie belooning.

  • Plannen voor een stoomtramlijn

    Plannen voor een stoomtramlijn

    Aaltensche Courant, 29 september 1900

    Vrijdagavond waren er in de Sociëteit een 40tal belangstellenden opgekomen om nog iets naders van de tram te vernemen, terwijl de meesten ook schenen gekomen te zijn om door het nemen van aandeelen aan de totstandkoming mede te werken.

    Op een vraag van een der aanwezigen of de Pruisische regeering ook subsidie zou geven voor het gedeelte op Duitsch grondgebied, meende men ontkennend te moeten antwoorden. Ook kwam nog ter sprake de wenschelijkheid van aansluiting aan het station te Bocholt, doch men meende dat de Bocholters dit zelf wel zouden zien gedaan te krijgen wanneer de lijn er maar eerst was. Een ander betwijfelde dit, omdat men thans veel kosten aan de Aa besteedt en er niet opgerekend wordt, zoodat er dan later weer veel kosten uit zouden voortvloeien.

    Deze en nog enkele andere punten werden besproken naar aanleiding van het voorgelezen rapport, waarvan wij hier enkele aanhalingen weergeven:

    Op 19 Februari j.l. werd een richtingskaart met beschrijving aan Zijne Excellentie den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid gezonden en werd in een daarbij gevoegd adres eene ondersteuning aangevraagd van een derde der aanlegkosten incl. rollend materieel. De plannen, begrooting, beschrijving enz. van het gedeelte stoomtram Nederl.-Pruis. grenzen–Bocholt werden door den heer Regierungsbaumeister G. Küchler opgemaakt en zijn deze stukken aan den heer Regierungsrath-Präsident te Munster toegezonden en mochten wij reeds het bericht ontvangen, dat die stukken aan den heer Landrath te Borken en aan den heer Burgemeester van Bocholt ter beoordeeling enz. waren ingezonden. De „landespolizeiliche Vorprüfung” der plannen heeft door de betrokken besturen op Maandag 27 Augustus j.l. plaats gehad.

    De keuze der richting van de lijn Lichtenvoorde–Ned. Pruiss. grenzen gaf tot eenige moeilijkheden aanleiding. In de eerste plaats hebben wij het van belang geacht Bredevoort in het plan op te nemen; om daaraan te kunnen voldoen was aankoop van een huis in de kom van het dorp noodig. Alvorens de lijn door Bredevoort uit te bakenen hebben wij ons verzekerd van het bezit van een gedeelte van het huis.

    In de tweede plaats om of dóór Aalten. Nadat verschillende waterpassingen bij en in Aalten waren gedaan, kwamen wij tot de overtuiging, dat met het oog op de sterke hellingen die later bij de exploitatie van den stoomtramweg vele zwarigheden zouden opleveren, de richting oostelijk van Aalten de voorkeur moest verdienen, boven die door de kom der gemeente. Van de zijde van het Gemeentebestuur van Aalten en particulieren was veel oppositie tegen die richting. Na besprekingen met eene Commissie uit den Raad werd nogmaals onderzocht op welke wijze aan de bezwaren kon worden tegemoet gekomen.

    Het gevolg daarvan was dat twee nieuwe richtingen aan het oordeel van den Raad werden onderworpen. Deze richtingen konden evenmin de goedkeuring van dien Raad verkrijgen; deze bleef bij zijn verlangen dat de stoomtramweg zoo mogelijk door de Kerkstraat moest worden aangelegd. Nadat wij de verlangde richting door de Kerkstraat opnieuw hebben laten opnemen en hoewel ons wederom gebleken is dat de gevolgen niet zullen uitblijven van duurder exploitatie bij deze richting, hebben wij gemeend, met het oog op het welslagen der onderneming, bij den wensch van het Gemeentebestuur van Aalten ons te moeten neerleggen.

    Door een en ander zal de richting Lichtenvoorde–Bocholt de navolgende zijn: De lijn vangt aan bij den tweesprong gevormd door den grindweg Lichtenvoorde–Groenlo en den grindweg Lichtenvoorde–Aalten, zoodat aansluiting wordt verkregen, zoowel in de richting van Lichtenvoorde station N.W.S. als in de richting Zeddam. Vanaf bovengenoemden tweesprong volgt de tramlijn den rechterberm van den grindweg naar Aalten tot aan de herberg „de Domme Aanleg”, van daar den rechterberm van den grindweg naar Bredevoort tot ongeveer 100 Meter voor de hoeve „het Nieuwe Bouwhuis”, waar zij den weg kruisende dezen verlaat en op eigen baan in nagenoeg oostelijke richting verder gaat. Vervolgens zuidelijk afbuigende wordt de Kloosterdijk gekruist en komt de tramweg weder op den linkerberm op ongeveer 300 Meter voor de kom van Bredevoort. De lijn loopt door Bredevoort en verlaat de plaats over den Zuidelijken berm van den grindweg naar Aalten. Daarna over de Markt door de Kerkstraat, om vervolgens de oostzijde van den Bocholterweg te volgen. Nabij de grens wordt de weg gekruist en wordt op Duitsch grondgebied de westzijde van den weg tot Bocholt gevolgd.

    Zoowel op Nederlandsch als op Duitsch grondgebied wordt een douanestation gevestigd. Aan het westelijk einde van het dorp Lichtenvoorde zal een loods voor locomotieven en rijtuigen worden gebouwd, met werkplaats en woning (tevens kantoor), voorts station en goederenloods benevens woning voor den stationschef; nabij Zeddam is een hulploods voor locomotieven en rijtuigen ontworpen. Te Aalten en Bocholt worden eveneens loodsen voor locomotieven en rijtuigen gebouwd. Behalve op bovengenoemde plaatsen zijn wisselplaatsen ontworpen nabij Harreveld, in den Heelweg, Varsseveld, Westendorp, en Etten. Verder te Bredevoort en aan de Nederl. Pruiss. grenzen. In Lichtenvoorde, Varsseveld, Zeddam, Aalten en Bocholt zullen eenvoudige inrichtingen worden gemaakt ten behoeve der watervoorziening van de locomotieven en verder haltegebouwen enz. waar deze later zullen blijken noodig te zijn.

    Langs de ontworpen tramlijnen zal een telefoonleiding worden aangelegd, (waarvan echter voorloopig door het publiek geen gebruik mag worden gemaakt).

    Voorgesteld wordt aan te schaffen: 8 locomotieven, 10 personenrijtuigen en 45 goederenwagens. Met de Geldersche Stoomtram-Maatschappij te Doetinchem zijn onderhandelingen geopend over het medegebruik van het gedeelte Stoomtramweg dier Maatschappij en van de Gendringsche tramwegmaatschappij onder Terborg, terwijl eveneens met het Waterschap van den „Ouden IJssel” en met de beheerders van den weg Terborg–Etten onderhandelingen worden gevoerd over de voorwaarden voor het passeeren van de stoomtram over den Ouden IJsselbrug.

    Wij hebben ons in verbinding gesteld met de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij te Amsterdam over de kruising van den G.-O. Lokaalspoorweg bij Aalten en bij Terborg en over het leggen van rails op het stationsemplacement te Lichtenvoorde.

    De aanlegkosten voor de lijn Lichtenvoorde–Zeddam zijn begroot op ƒ 453.000,– waarvan worden afgetrokken rentelooze voorschotten van rijk en provincie tot een bedrag van ƒ 196,300,– zoodat een aandeelenkapitaal moet gevonden worden in ronde cijfers van ƒ 260,000. Die voor de lijn Lichtenvoorde–Bocholt zijn begroot op ƒ 360.000,–. Men verwacht dat rijk en provincie een renteloos voorschot zullen verlenen van samen ƒ 104.000,–, zoodat ook voor deze lijn een kapitaal in ronde cijfers van ƒ 260.000,– moet gevonden worden. Gedurende de eerste twintig jaren is over het maatschappelijk kapitaal van ƒ 520.000,– door de reeds toegezegde en door de nog aan te vragen rentegarantie ad ƒ 16.900,– een rente verzekerd van 3¼ % ’s jaars.

    Reeds van zeer vroegere tijden hebben tusschen de gemeenten Lichtenvoorde, Aalten en Bocholt veel handelsbetrekkingen bestaan en dat deze nog niet zijn verdwenen, doch voortbestaan, blijkt uit de aanzienlijke ontvangsten (± M. 80000) van het Duitsche grenskantoor. Op dit oogenblik gaan een groot aantal arbeiders uit Bredevoort en Aalten hetzij te voet, per fiets of per wagen naar de fabrieken te Bocholt. Deze arbeiders zullen ongetwijfeld van de tram gebruik maken, wanneer er werktreinen loopen, omdat zij dan niet voor dag en dauw op weg behoeven te gaan, en ’s avonds bij tijds weder tehuis kunnen zijn. Op een dagelijksch vervoer van minstens 200 arbeiders naar Bocholt kan met gerustheid gerekend worden, benevens op een belangrijk vervoer van levensmiddelen naar Pruisen. De stad Bocholt is eene zeer bloeiende fabrieksplaats met een steeds aangroeiende bevolking. Een belangrijk verkeer tusschen Aalten en Bocholt is te verwachten.

    De ontworpen stoomtramlijnen kunnen, wat ligging enz. betreft, ongeveer gelijk gesteld worden met den Gendringschen Tramweg. Volgens het verslag van den Directeur der Geldersche Stoomtram-Maatschappij (exploitant van den stoomtramweg Terborg–Gendringen) bedroegen de ontvangsten van genoemden tramweg over het boekjaar 1899/00 per dagkilometer: reizigers ƒ 2,76, goederen ƒ 3,49, te zamen ƒ 6,25.

    Ofschoon wij geene reden kunnen vinden om voor de ontworpen lijnen een mindere opbrengst te verwachten, willen wij voorzichtigheidshalve de opbrengst per dagkilometer van Terborg–Gendringen à ƒ 6,25, met 25 % verminderen, alzoo ƒ 4,69, als maatstaf voor de nieuwe lijnen aannemen, makende voor 49,2 kilometer x ƒ 4,69 x 365 dagen (rond) ƒ 84.300,– de exploitatiekosten, ruim genomen, zullen bedragen ƒ 50.200,– en afschrijving 1 % van aanleg ƒ 8.100,–, samen ƒ 58.300,–, zoodat een batig saldo blijft van ƒ 26.000,– d.i. 5 % van het aandeelenkapitaal.

    Uit het vorenstaande moge dus blijken, dat wanneer al de uitkomst in de eerste jaren niet zoo gunstig mocht zijn als uit de vrij nauwkeurige berekeningen is af te leiden, de onderneming voor de aandeelhouders eene vrij soliede geldbelegging zal blijken te zijn, en voor de streek een aangenaam en vlug verkeersmiddel, welk voorzeker een krachtige stoot zal geven aan de ontwikkeling van het buurt- en vreemdelingenverkeer en handel en nijverheid zal doen toenemen.
    De naam zal zijn: Geldersch-Westfaalsche Stoomtram weg-Maatschappij.

    Na eenig gepraat onder elkaar worden enkele op de verschillende tafeltjes gelegde lijsten ter hand genomen en ingevuld, doch het verzoek wordt gedaan om de lijst, waar de leden van het comité op geteekend hebben, te mogen zien en daarop worden nu door een aantal personen hunne handteekening met het te nemen aantal aandeelen geplaatst. De lijst wordt op verzoek voorgelezen en toen bleek, dat voor een bedrag van ƒ 24.500 was geteekend.

    Toen de leden van het comité op de vraag van den heer W.H. Lammers, verklaarden niet voornemens te zijn om met de lijsten bij de ingezetenen rond te gaan, teneinde nog meer aandeelen te plaatsen, meende deze dat er dan van de zaak niet veel terecht zou komen. Hij en een paar andere heeren verklaarden zich echter bereid lijsten mede te nemen om te beproeven het getal der geplaatste aandeelen nog te vergrooten, waarna de vergadering wordt gesloten.

    N.B. De foto’s op deze pagina zijn toegevoegd ter illustratie en horen niet bij het oorspronkelijke artikel.

  • Aalten krijgt elektriciteit

    Aalten krijgt elektriciteit

    Aaltensche Courant, 18 februari 1899

    Allerlei ware en onware geruchten omtrent het oprichten van een electrische fabriek in de gemeente Aalten doen de rondte; reden waarom het goed kan zijn het volgende onder de aandacht van het publiek te brengen. De Maatschappij „De Laval” te Amsterdam heeft inderdaad het plan, om eene installatie voor licht- en kracht-overbrenging in de gemeente Aalten op te richten.

    In de vorige week zond zij reeds hare ingenieurs tot voorloopige besprekingen en onderzoekingen, tot welk doel die heeren ook een langdurig onderhoud hadden met onzen edelachtbaren heer Burgemeester.

    Of nu die installatie voor de gemeente Aalten van belang is? Dat electrische verlichting niet alleen mooi en gemakkelijk is, maar ook het brandgevaar grootelijks vermindert, is genoeg bekend.

    „Ja, maar de kosten! De electrische verlichting zal de gemeente geld kosten!”

    De heer Rittershaussen, ingenieur der „De Laval”-Maatschappij, verklaarde aan ondergeteekende, dat zijne Maatschappij de gemeente electrisch verlichten zal voor denzelfden prijs die nu de petroleum-verlichting kost. Dus betere verlichting zonder meerdere kosten.

    „Maar, voor particulieren zal dat nieuwe licht te duur zijn!”

    Gloeilamp-reclame van Philips
    Gloeilamp-reclame van Philips

    De ingenieur verzekerde, dat men voor ƒ 12.– per jaar, dat is dus voor even drie centen per dag naar hartelust een lamp kan laten branden van voldoende lichtsterkte; desgewenscht brengt de Maatschappij ook een lamp aan in het slaapvertrek, die in afwisseling met de lamp in het woonvertrek, zonder prijsverhooging kan gebruikt worden. Bij dergelijke inrichting blijven de kosten van een Meter bespaard.

    „Maar die zaak zal hier niet kunnen bestaan!”

    De heer Rittershaussen antwoordt, zoo zij geen tegenwerking ondervindt zal zijne Maatschappij binnen een half jaar de installatie gereed hebben, en is er zeker van, dat zij binnen twee jaar te Aalten en Breedevoort genoegzaam lampen zal geplaatst hebben, om met goed gevolg hare zaak te kunnen drijven. Te voren aanvragen wie aansluiting wenscht, acht hij geheel overbodig. Doch, van nog meer belang voor onze gemeente is het, dat de Maatschappij „De Laval” bij de electrische verlichting ook gelegenheid geeft aan ieder, die zulks wenscht, kracht te huren om machines in beweging te brengen.

    Op die wijze zal de klein-industrie, die door de concurrentie met de stoomfabrieken in onze gemeente evenals elders langzaam te gronde gaat, op nieuw krachtig kunnen opbloeien. Hout-, pijp- en knoopendraaiers, molenaars en meelfabrikanten, tabakskervers, houtzagers, boekdrukkers, schoenmakers, waschinrichtingen, in een woord allen, die drijfkracht voor hun bedrijf noodig hebben, kunnen door de electrische installatie in staat gesteld worden, om zonder groote bezwaren de concurrentie het hoofd te bieden.

    Bovengenoemde ingenieur verklaarde dat zijne Maatschappij ook genegen is de zoo lang gewenschte tramverbinding Lievelde–Bocholt tot stand te brengen door den aanleg en exploitatie van een electrische tram. Dat het de Maatschappij bij hare aanvrage om concessie’s niet te doen is om geld te slaan uit zulke concessie’s, maar om werkelijk de plannen uit te voeren, blijkt wel hieruit, dat zij reeds ruim 1500 Laval-Turbines met circa 33,000 eff. paardekracht in werking heeft.

    Uit een en ander is duidelijk van welk belang eene electrische installatie voor licht- en kracht-overbrenging voor onze gemeente is.

    Onder beleefde dankbetuiging voor de plaatsing heb ik de eer te zijn van U, Mijnheer de Redacteur,

    de dw. dienaar
    B.S. MULDER, Pastoor.
    Breedevoort, 15 Febr. 1899.

    Aaltensche Courant, 9 september 1899

    Ingezonden – Eene bijdrage en toelichting omtrent de electrische verlichting van Aalten en Breedevoort.

    Buiten verantwoordelijkheid der redactie.

    Het is nu reeds eenige maanden geleden, dat door de Maatschappij „de Laval” te Amsterdam het plan gemaakt werd om onze gemeente te voorzien van electrisch licht en electrische krachtoverbrenging om de inwoners in de gelegenheid te stellen hunne huizen mooi, goedkoop en gemakkelijk te verlichten, maar bovenal ook om hunne industrie te vergrooten of te vergemakkelijken door middel van electriciteit. Hierdoor toch worden veel arbeidskrachten gespaard en kan men veel goedkooper werken dan wel door middel van stoommachines of motoren, welke betrekkelijk duur zijn en veel arbeid medebrengen.

    Onze geachte Gemeenteraad heeft eenige zittingen gewijd aan het wel- of niet-verleenen van verlof tot oprichting van deze voor onze gemeente zoo nuttige instelling. Evenwel is er tot nu toe nog niets beslist en m.i. staan de zaken slechter dan voor een paar maanden, want uitstel wordt zoo gemakkelijk afstel, en zoo zouden we ons zelven schade berokkenen. De hoofdzaak van dezen stilstand is echter dat eenige Raadsleden in de dwaling verkeeren dat electrisch licht gevaarlijk zoude zijn, zelfs het Raadslid de heer Th. Driessen is van dit gevoelen, ofschoon zijne fabriek door electriciteit verlicht wordt.

    Het tegendeel is evenwel waar, het volgende diene ten bewijze:

    1°. Electrisch licht kan aangebracht worden door middel van kabels, welke geisoleerd zijn, d.i. door kabels, welke zoodanig omwonden of bedekt zijn, dat ze niet het minste gevaar opleveren bij contacten met menschen of dieren. Derhalve bestaat van deze zijde geen gevaar om kabels aan te leggen van Breedevoort naar Aalten en vice versa of om in Aalten en Breedevoort geleidingen langs de huizen te maken.

    2°. Bij het verbinden van de te verlichten gebouwen met den hoofdkabel neemt men de grootste voorzorg in acht doordat men op de plaats waar de stroom het huis binnen komt een stukje looden draad of wel ander week metaal aanbrengt, waardoor de stroom het huis binnen gaat. Wordt nu de stroom te sterk, dan smelt het tusschengevoegde weeke metaal en alle gevaar (hetwelk trouwens niet groot en gevaarlijk is) is geweken. Door middel van een ander stukje week metaal kan men gemakkelijk den in tusschentijd getemperden stroom in contact brengen met de lampen.

    3°. Electrisch licht is feitelijk alléén een stroom welke door zeer dun draad gaat, welk draad zich bevindt in eene luchtledige glazen bol of peer. Mocht dus deze bol of peer breken, dan komt dat dunne draadje direct in verbinding met de lucht, het verkoolt in een minimum van tijd, waardoor de stroom afgebroken wordt en geen gevaar meer voorhanden is.

    Ik meen hierdoor genoegzaam bewezen te hebben dat electrisch licht niet het minste gevaar oplevert, doch wel een zeer groot voordeel medebrengt; want de wel eens zeer hooge prijzen der petroleum blijven zonder invloed op onze gemeente en daarenboven kan men voor den zeer lagen prijs van ƒ 12 het geheele jaar mooi licht hebben, en zeer gemakkelijk gaat alles te werk, nl. door eenvoudig een hefboom om te halen, en alles is klaar.

    Het grootste voordeel bestaat echter hierin, dat men door middel van electrische kracht allerhande machineriën kan drijven, om niet te gewagen van een tram. Het kan dienen tot het in beweging brengen van weefgetouwen, draaimachines, molens, etc. etc., zooals in Duitschland reeds veel geschiedt. Alléén door middel van electriciteit kan men goedkoop en mooi vernikkelen en vergulden en verschillende apparaten als groote microscopen etc. verlichten door middel van koolstaven.

    Bewijzen genoeg dat electrisch licht en krachtoverbrenging voor onze gemeente niet alleen voordeelig, doch zeer gewenscht is. Overal in Duitschland heeft men electrische trams, welke zelfs langs kabels loopen, welke niet geisoleerd zijn, als bijv. in Duisburg, Oberhausen en omgeving en van Krefeld naar Dusseldorf etc., verder heeft men daar ook overal electrisch licht en electrische werkkrachten.

    Ik hoop en verwacht dat de heer Driessen, alsmede de geheele Raad, tot andere gevoelens is gekomen en na de eerstvolgende raadsvergadering een toestemmend antwoord aan de Maatschappij „de Laval” gezonden worde, opdat uitstel hier geen weigering worde. Mocht evenwel de Raad niet overtuigd zijn of deze bewijzen niet gelooven, dan hoop ik dat ze een kijkje gaan nemen in de opgegeven Duitsche plaatsen.

    Breedevoort, 4 Sept. 1899.
    a QUERCU.

    Arnhemsche Courant, 19 februari 1900

    Aalten, 17 Febr. – Aan de firma Hofstede Crull, te Borne, is door den Raad van Aalten concessie verleend voor het aanbrengen van electrische verlichting al daar.

    Electriciteit - Nieuwe Aaltensche Courant - 29 juni 1923
    ‘Het komende licht’ – De Nieuwe Aaltensche Courant, 29 juni 1923 (klik om te vergroten)
  • Kroningsfeest Wilhelmina 1898

    Kroningsfeest Wilhelmina 1898

    Aalten en Bredevoort

    Op 6 september 1898 kreeg Nederland een nieuwe vorstin: koningin Wilhelmina. Op 31 augustus 1898 was Wilhelmina achttien jaar geworden en daarmee kreeg ze ook de bevoegdheid om de regering op zich te nemen. De inhuldiging vond een week na haar achttiende verjaardag plaats in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Deze feestelijke gebeurtenis werd in het hele land uitbundig gevierd. Ook in Aalten en Bredevoort werd het kroningsfeest gevierd.

    Ter gelegenheid van het 40-jarig regeringsjubileum van de Koningin, blikte de Aaltense Courant in 1938 terug op het kroningsfeest voor Wilhelmina:

    Nu de voorbije feestdagen ter gelegenheid van het 40-jarig regeeringsjubileum van H. M. de Koningin nog versch in het geheugen liggen, is het misschien niet onaardig – en de ouderen onder onze lezers en vooral zij, die deze feesten meer van nabij meemaakten, zullen het zeker ten zeerste op prijs stellen – wanneer wij eens het een en ander mededeelen over de Kroningsfeesten, welke hier te Aalten zoowel als elders met eenzelfde geestdrift gevierd werden als dit nu met het 40-jarig regeeringsjubileum het geval was. Kortheidshalve moeten wij ons hierbij in hoofdzaak beperken tot de gemeente Aalten. Ons courantenarchief bewijst ons hier uitstekende diensten.

    Wij schrijven Woensdagavond 5 Januari 1898: vergadering van het comité voor de viering van het Kroningsfeest in de Sociëteit op het Blik. Ons nummer van den 8en Januari 1898 geeft daarvan het volgende verslag:

    Programma Kroningsfeest Wilhelmina - Aaltensche Courant, 20-08-1898
    Aaltensche Courant, 20 augustus 1898

    „Onder voorzitterschap van den heer A.P. Slicher van Bath vergadert de commissie voor de viering van het Kroningsfeest. Ook de verschillende buurtschappen waren hierbij vertegenwoordigd doch van één deel der gemeente n.l. Bredevoort waren geen afgevaardigden in de commissie gekozen, omdat men verwachtte, dat aldaar wel een afzonderlijk feest gevierd zal worden. Al spoedig bleek, dat er verdeeldheid was en een warm debat over enkele punten bleef dan ook niet achterwege. Uiteindelijk werd besloten dat, als de muziek zich wil laten vinden, er op 31 Augustus en 1 September feest gevierd zal worden. Van het gemeentebestuur zal een bijdrage gevraagd worden ten behoeve van een kinderfeest voor alle in de gemeente bestaande scholen en voor een uitdeeling aan behoeftigen en ouden van dagen.”

    Het door de commissie aan den raad dezer gemeente gerichte adres om een subsidie voor de te houden feesten, als in haar vergadering van 5 Januari, vond in den Raad een gunstig onthaal, al kon men het in de zitting van 12 Februari niet eens worden over de grootte van het toe te kennen bedrag, waarna deze zaak werd aangehouden tot een volgende vergadering. Hier bleek meer overeenstemming te bestaan. Ons nummer van 12 Maart 1898 bericht hierover:

    „In de hedenochtend gehouden raadsvergadering werd met eenparige stemmen besloten aan het Kroningscomité een subsidie te verleenen van f 300.– met de bedoeling, dat daarvan f 150.– zal worden bestemd voor de schoolkinderen en f 150.– om daarmede ook den armen dezer gemeente een vroolijken dag te bezorgen”.

    Het Comité was meer dan tevreden met dit bedrag. Een dergelijke som beteekende in die dagen heel wat en de heer Slicher van Bath was dan ook wel de tolk van heel de bevolking, wanneer hij in de daaropvolgende vergadering van het comité den raad den diepgevoelden dank overbracht voor deze toekenning. Het is ons niet bekend of door middel van lijsten ook bijdragen werden gevraagd van de ingezetenen ter bestrijding van de kosten der te houden feestelijkheden. Wij konden hierover geen enkele mededeeling vinden.

    Wat de verdere werkzaamheden van het comité betreft, hierover kunnen wij geen nadere mededeelingen doen, daar ons deze niet bekend zijn. Wel kunnen wij constateeren, dat het in den opzet der feestelijkheden naar ieders wensch geslaagd is en Aalten toendertijd feest gevierd heeft, waarop het nog lange jaren met voldoening kon terugzien. Men oordeele slechts over het volgende programma:

    Zie afbeelding rechts (klik om te vergroten).

    Verslag der feestelijkheden

    Tenslotte laten wij hier volgen het verslag der feestelijkheden zooals dat voorkomt in ons nummer van 3 September 1898:

    Kroningsfeest Wilhelmina - Aaltensche Courant, 10-09-1898
    Aaltensche Courant, 10 september 1898

    „Nadat ten 7 ure alle klokken gedurende een half uur waren geluid, werd te half negen een muziekuitvoering op de Markt gegeven en werd vervolgens in de verschillende Kerkgebouwen Gods zegen afgesmeekt voor het welzijn van de jeugdige Vorstin en hare door Nederland zoo hoog gewaardeerde Moeder. De aanspraak van den Burgemeester, welke voor een groot gedeelte onverstaanbaar was, werd gevolgd door een uitvoering van de voor deze gelegenheid opgerichte zangvereeniging onder leiding van den heer Veldkamp. De gezongen liederen klonken flink over het plein en de woorden waren wel geschikt om de geestdrift op te wekken.”

    Van 12—3 uur vond de tentoonstelling „Floralia” in de Sociëteit plaats, welke honderden bezoekers trok. Prijswinnaars waren: Eerste prijzen: Dirk Wiggers, J. Hoogenkamp, D.J. Heinen en J.W. te Hennepe; tweede prijzen: Derk Mijnen, Toon Schepers, E.J. Vreeman en J. Oberink; derde prijzen: Jan te Sla, H. Winkelhorst, G.J. Hoitink en Bern. te Brake; vierde prijzen: vrouw Wechgelaer-Doornink, Mina te Loo, Hendrik Koelman en Chr. Hoens. Onder de 105 inzenders werden 72 prijzen verloot. Als eene verrassing werd aan Derk Mijnen en Derk Peters ieder een zilveren remontoir-horloge uitgereikt, omdat zij gedurende de laatste elf jaren de meeste eerste prijzen hadden behaald.

    Een even gunstig oordeel als over de verlichting in den tuin der Sociëteit, wordt door bijna allen geveld over den optocht en roemt men als om strijd de fraai versierde wagens en fietsen en de keurige costumes van de twee herauten en de knapen en meisjes. ’t Was in een woord prachtig en het is dan ook wel zeker dat het veler verwachting heeft overtroffen. De optocht werd besloten door de kinderen van de openbare dorps- en buurtscholen, die in de feesttent onthaald werden en zich om beurt konden vermaken in de op het terrein aanwezige draaimolen.

    De tweede dag was meer gewijd aan de verschillende wedstrijden, als in het schieten, vliegerwedstrijd en ringrijden. Ten getale van 228 trokken de schutters, waaronder velen te paard, voorafgegaan door herauten, muziek en feestcommissie ’s morgens door het dorp en werd voor de huizen van den burgemeester en van den heer Slicher van Bath halt gehouden en door den banierdrager „het vaandel geslagen”.

    In den schietwedstrijd werden overwinnaars: 1e prijs (regulateur) A.J.G. Beernink, 2e (flobert-karabijn) G.W. van Eerden, 3e (horloge) W. Meerdink, 4e (petroleumstel) J. Probst, 5e (porceleinen servies) H. Hoopman, 6e (twee kistjes sigaren, H.J. Degenaar. Vreemdelingenprijs (wandelstok) H. Weenink uit Bocholt. Door den heer Slicher van Bath waren voor de beide eerste prijswinnaars ieder een medaille beschikbaar gesteld, welke gedurende 3 jaren door het opnieuw winnen van een prijs moeten worden verdedigd. Van de ringrijderij, waaraan door 20 personen werd deelgenomen, was de uitslag: 1e prijs bij loting (12 gulden) J. Berendsen, 2e (een trens) H. Berendsen), 3e (singeldeken) B. Westerveld, 4e (wekker) M. Bongers, 5e (horloge) H. Bouhuis. In den vliegerwedstrijd behaalde W. Huinink 3 prijzen, n.l. voor de schoonste vlieger een horlogeketting, voor de grootste een portemonnaie, en voor het hoogste de 1ste prijs een horloge; de 2e prijs kreeg E. Fles en de 3e Chr. Mengerink.

    De feestvreugde is in Aalten, zoover wij weten, door geen enkelen wanklank gestoord. Op beide feestterreinen is alles in goede orde afgeloopen. Van alle huizen, op een enkele uitzondering na, wapperde de driekleur, doch van versiering der woningen en straten was niet veel te bespeuren. Ook de versiering van het gemeentehuis had weinig te beteekenen, en de verlichting liet veel te wenschen over.

    Kroningsfeest Bredevoort

    Wat de feestelijkheden in Bredevoort betreft, ook hier was voor een uitgebreid programma gezorgd. Deze vonden plaats op 6 en 7 September.

    6 September: ’s morgens 6 uur: reveille; 7–7½ uur: klokgelui; 7½–8 uur: muziek op den toren; 8½ uur; planting van den Wilhelminaboom; 9 uur: optocht; 10 uur: schietwedstrijd; 12–12½ uur; muziek op het Zand; 2–6 uur: verschillende volksspelen, wo. wedloop van drievoeters enz. enz.; 7 uur verlichting van het Zand; 8½ uur: fakkeloptocht.

    7 September: ’s middags 2 uur: schoolfeest.

    Uit het verslag der feestelijkheden nemen we o.a. het volgende over:

    „’s Morgens te 9 uur werd op het Zand de optocht georganiseerd die er, met zijn ruiters en schoolkinderen en banieren zeer kleurig en schoon uitzag. Eerst werden de eere-leden, de hh. B.S. Mulder, pastoor, en A.J. Wartena, predikant, afgehaald, waarna de stoet zich naar het Marktplein begaf ter planting van den Wilhelminaboom (geschonken door den heer Bulten te Aalten). Na een kort woord van den voorzitter der feestcommissie, den heer Stöcker, zetten de eere-leden pastoor Mulder en Ds. Wartena de beteekenis van den te planten Wilhelminaboom uiteen, waarna tot planting werd overgegaan. Een „Leve de Koningin” besloot deze plechtigheid.

    Des middags vonden de schietwedstrijden plaats. Winnaars werden: 1e prijs: J. Piek H.J.zn.; 2e prijs J. Piek J.Dzn.; 3e prijs: J. Thomson; 4e prijs: H. den Hartogh en 5e prijs: H. Veldkamp Azn. Bekroningen van eerepoorten: Poort Landstraat–Prinsenstraat bij den heer J. B. Voltman 1e prijs; Landstraat–Markt bij den heer B.G. Lammers 2e prijs; bij den heer Van Heerde, Hosse, 3e prijs; bij de pastorie, Zand, 4e prijs, en bij den heer ten Barge, Ganzenmarkt, 5e prijs.”

  • Landloper uit Bredevoort voor straf naar Veenhuizen

    Landloper uit Bredevoort voor straf naar Veenhuizen

    Bernardus Hendrikus Bloemers werd op 12 maart 1845 geboren in Bredevoort, huisnummer 7a, in de omgeving van de Misterstraat en Bekendijk. Hij was een zoon van Johannes Arnoldus Hendrikus Bloemers en Theodora Sessink. Het gezin woonde korte tijd aan de Ambthuiswal, maar vertrok in december 1847 naar Terborg.

    Bernards leven ging niet over rozen. In 1896 werd hij opgepakt wegens landloperij en als straf opgenomen in de Rijkswerkinrichting Veenhuizen I in Drenthe.

    Zwervend bestaan

    Uit het bevolkingsregister blijkt dat Bernard bepaald geen honkvast leven leidde. Vanaf zijn zestiende verbleef hij op tal van plekken, in zijn jongere jaren afgewisseld met tijdelijke terugkeer naar het ouderlijk huis in Terborg:

    • 1861–1862: ‘Esheren in Pruissen’ (Esserden bij Rees?)
    • 1862–1864: Vethuizen, gemeente Bergh, als knecht op een boerderij
    • 1867: Tegelen, Limburg
    • 1867–1868: Beek bij Sterkrade in Pruissen (tegenwoordig Duisburg-Beeck)
    • 1869: opnieuw naar Sterkrade
    • 1870: werkzaam als ijzervormer in de buurt van Ulft, daarna vertrok hij naar Isselburg
    • 1872: Luik, België.

    Rond 1873 trouwde Bernard, vermoedelijk in Dinslaken, met Johanna Francina Kok, geboren op 21 januari 1848 in Oer bij Ulft. In 1877 werd hij als “Bernardus Hendrikus Blummer” vermeld in het bevolkingsregister van Oosterhout bij Tilburg, waar hij met zijn gezin woonde, met als beroep zandvormer. Enkele jaren later woonden ze in Nijmegen, aan de Steenstraat.

    Het echtpaar kreeg voor zover bekend vier zonen:

    1. Johannes Hermanus (Dinslaken, 1874 – 1876)
    2. Johannes Arnoldus (Dinslaken, 1875)
    3. Johannes Hermanus (Oosterhout, 1877 – Rotterdam, 1962)
    4. Bernardus (Nijmegen, 1880 – Rotterdam, 1949).

    In december 1883 vertrekt het gezin naar Breda, en slechts een maand later alweer naar ’s-Hertogenbosch. In het bevolkingsregister staat achter Bernards naam een moeilijk leesbare aantekening, mogelijk: “berecht van 9 oktober 1884 van Utrecht”. Later duikt het gezin op in Rotterdam, waar het zich definitief lijkt te vestigen. Johanna overlijdt daar in 1909.

    Opvallend is dat Bernard in 1895 opnieuw in Nijmegen opduikt — zonder zijn gezin, afkomstig uit Zwolle. Waarom hij zijn gezin verliet, blijft gissen. Vermoedelijk speelde armoede een belangrijke rol. De frequente verhuizingen wijzen mogelijk op een onzeker bestaan, waarbij men steeds zocht naar betere vooruitzichten — of juist vluchtte voor schulden en problemen.

    Hoe dan ook, Bernards leven ging niet over rozen, en dat hij aan lager wal was geraakt wordt snel daarna bevestigd.

    Opname in Veenhuizen

    Op 22 juni 1896 werd Bernard opgenomen in Rijkswerkinrichting Veenhuizen I wegens landloperij. Bij binnenkomst werd een signalementskaart opgemaakt, voorzien van foto’s, vingerafdrukken en een nauwkeurige beschrijving van zijn uiterlijk.

    Ook wordt vermeld dat hij op dat moment geen vaste woon- of verblijfplaats had (als laatste woonplaats stond Nijmegen genoteerd). Zijn beroep was ‘ijzervormer’, hij had geen identiteitspapieren en was ongehuwd (!). Hij was veroordeeld wegens landloperij in ‘s-Hertogenbosch. Hij was toen al tweemaal eerder veroordeeld voor hetzelfde feit.

    De signalementskaart bevat een gedetailleerde omschrijving van zijn uiterlijke kenmerken, waaronder zijn lengte (1 meter 51,9). Zijn neus was breed, vooruitstekend, ‘van onder veel bloeddoorschijnend’ en met een litteken op de rechtervleugel.

    Wat er daarna met Bernard is gebeurd, blijft onbekend. We weten niet of hij Veenhuizen ooit heeft verlaten, noch waar en wanneer hij is overleden.

    Verblijf in de Rijkswerkinrichting in Veenhuizen

    Rijkswerkinrichting Veenhuizen 1 (het Eerste Gesticht) was een gesloten strafinrichting voor mannen die waren veroordeeld wegens bedelarij of landloperij. In dit grootschalige complex stonden tucht en arbeid centraal.

    Het doel van de inrichting was niet alleen vergelding, maar ook het effectief “landlooperij en bedelarij tegengaan” door de samenleving te zuiveren van personen die als overlastgevend werden beschouwd en hen via dwangarbeid discipline bij te brengen.

    Het dagelijks leven was strikt en sober onder een militair regime. Overtredingen van de interne regels werden bestraft met een verblijf in de strafcel of een beperking van het rantsoen. De bewoners, aangeduid als verpleegden, droegen verplichte gestichtskleding, sliepen in grote gemeenschappelijke zalen en werden zes dagen per week tewerkgesteld. De arbeid bestond uit zware landontginning op de heide of binnenarbeid in werkplaatsen, zoals het vlechten van matten en het herstellen van postzakken.

  • Afschaffing publieke vermakelijkheden

    Afschaffing publieke vermakelijkheden

    Op 9 april 1896 behandelde de Aaltense gemeenteraad een verzoek van het christelijke werkliedenverbond Patrimonium tot “afschaffing der publieke vermakelijkheden (kermis, dansen in herbergen op marktdagen als anderszins), waardoor zedelijkheid en godsdienstzin zullen worden bevorderd”. Een verhitte discussie tussen vóór- en tegenstanders volgde. De raadsvergadering werd voorgezeten door burgemeester Tack.

    De Graafschapbode deed verslag:

    Alvorens deze zaak te behandelen, wordt een adres voorgelezen van een aantal neringdoenden dezer gemeente, die – vernomen hebbende dat bovenstaand adres zou worden behandeld – te kennen geven, dat hunne belangen worden bedreigd. De afschaffing dier vermakeljjkheden zullen vele bewoners van andere plaatsen weerhouden in onze gemeente te komen, waarvan groote schade voor hen het gevolg zal zijn. Zij verzoeken derhalve den Raad afwijzend op het adres te beschikken.

    De Voorz. verklaart zich ten gunste van het laatste adres. De afschaffing zou voor de neringdoenden zeer nadeelig werken. Hij weet dat de gemeente Aalten vredelievend is en eene der eerste plaatsen waar goede orde en tucht heerscht en eene gunstige uitzondering maakt in vergelijking met tal van andere plaatsen. Het lid Lammers is ook van dat gevoelen. De maatregel zou niet baten. Het kwaad zou slechts verplaatst worden naar gesloten bijeenkomsten. Hij ziet in het dansen geen zedeloosheid.

    Toen de Verloren Zoon, in de gelijkenis van Jezus, in de ouderlijke woning terugkeerde, hoorde men gerij en gezang, en „gerij” is dansen. Als Jezus tegen dansen was zou Hij dit niet in de gelijkenis toepassen; ook met andere voorbeelden uit de Heilige Schrift toonde hij aan, dat in het dansen zelf geen zonde is. De boog kan niet altijd gespannen zijn, dan wordt de pees slap. Zo ook met de jongelui. Wanneer hun alle genoegens wordt ontzegd zoeken ze het elders. Ook heeft hij nooit gehoord dat op zoo’n avond buitengewone zedeloosheid in de gemeente geschiedde.

    De Voorz. heeft eens nagegaan hoe het steeds stond met de processen-verbaal bij dergelijke gelegenheden opgemaakt en kan verzekeren dat het aantal zeer gering is. Het lid W. te Gussinklo heeft met verwondering gehoord, dat de Voorz. Aalten eene der eerste plaatsen noemt die gunstig bekend staan, maar wijst op de f 25000 accijns, welke in één jaar voor jenever wordt betaald. Een massa inwoners heeft aan aan den gemeenen jenever haar ongeluk te danken. De Raad kan het gebruik van den jenever niet geheel den kop indrukken, maar spr. zou doen wat hij kon om het kwaad te bestrijden.

    Op de processen-verbaal kon men niet rekenen. Hij kan voorbeelden aanhalen, waarbij dronkenschap de hoofdrol speelde zonder van processen-verbaal te hooren. Hiermede wilde hij de politie niet beschuldigen maar zou een verscherpt toezicht noodig achten. Hij noemt de aanhaling uit de Heilige Schrift door het lid Lammers een dwaallicht. Gods woord leent zich niet om het kwaad te vergoeielijken.

    Het lid Pennings zegt dat men veel kan doen om het misbruik te bestrijden, door het sluitingsuur der herbergen en kroegen te vervroegen. Het lid Lammers protesteert tegen de uitdrukking van het lid W. te Gussinklo, als zou zijne aanhaling een dwaallicht zijn. Hij kon evengoed het gezegde van het lid te Gusslinko een dwaallicht noemen. Het lid W. te Gussinklo meende duidelijk gesproken te hebben. Hij wenscht Gods Woord niet te bezigen om het kwaad te verschoonen, maar brengt hulde aan Patrimonium voor haar genomen besluit.

    Het lid v. Eerden vindt in het adres wel waar hij vóór, maar ook veel waar hij tegen is. Wat aangaat het vroeger sluiten der herbergen kan hij zich zelf goed mede vereenigen. De Voorz. geeft den raad de verzekering, dat hij het gewone sluitingsuur op kermis, Mei- en St. Nicolaasmarkten zal toepassen. Het lid v. Eerden brengt in ’t midden, dat bij zeer tegen het dansen is op christelijke feestdagen, zooals dit bij Weenink op den jongsten 2e Paaschdag geschiedde. Daarvoor moest geen toestemming gegeven worden.

    Het lid ten Dam is het hiermede niet eens. Op den 2e Paaschdag ziet hij er geen kwaad in als er muziek gemaakt wordt. Dit geschiedt door het geheele land. Door afschaffing der vermakelijkheden treft men het doel niet. Het is hier te doen om de dronkaards te treffen, maar men verkort de rechten tevens van anderen. Men moest de zaak aan den Burgemeester overlaten. De jongelui worden van alles teruggehouden en komen later in vele moeilijkheden om staande te blijven. Er zijn andere machten die daarvoor moeten waken, namelijk: de ouders, de geestelijken en de onderwijzers.

    Het lid W. te Gussinklo spijt het, dat het lid ten Dam het adres niet verdedigt. Hij weet wel dat deze maatregelen het kwaad niet geheel zullen doen ophouden, maar de Raad mag den tegenwoordigen toestand niet bestendigen.

    Hierna gaat men tot stemmen over. Met 6 tegen 5 stemmen wordt het voorstel verworpen. Vóór waren de leden W. te Gussinklo, S. Gussinklo, Pennings, Bulsink en Luiten.

    Dit was zeker niet de enige keer dat dit onderwerp ter sprake kwam. Twee jaar later bijvoorbeeld, vonden de voorbereidingen plaats van het kroningsfeest ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Wilhelmina. In een vergadering van het organiserende comité waren “wereldsche vermakelijkheden” opnieuw onderwerp van discussie. Echter ook hier werd “de danspret met groote meerderheid van stemmen op het programma gehandhaafd”.

    Dansen of niet - Zutphensche Courant, 22-01-1898
    Zutphensche Courant, 22 januari 1898
  • Kanon Bredevoort ontploft, twee kinderen gedood

    Kanon Bredevoort ontploft, twee kinderen gedood

    AALTEN 24 Juli 1890. Een vreeselijk ongeluk had heden avond, omstreeks 6½ uur, in het naburig Bredevoort plaats. Zijne Doorluchtige Hoogheid de Bisschop van Utrecht, was heden aldaar, om het Heilig Sacrament des Vormsels toe te dienen aan parochianen van Aalten, Bredevoort, Winterswijk en Vragender.

    De stad was bij die gelegenheid versierd met vlaggen en groen, terwijl de kerk, zoowel binnen als buiten, getooid was met bloemen en schilden, waarop toepasselijke spreuken, en aan weerskanten van het altaar waren het Pauselijk en het Bisschoppelijk wapen aangebracht.

    Een oud kanon, destijds opgegraven bij het slechten der wallen, en afkomstig, naar men wil, uit den tijd der fransche revolutie, dat steeds bij feestelijke gelegenheden gebruikt wordt, deed ook heden weer trouw dienst. Reeds was Z. D. H. tien minuten vertrokken, toen nog als een laatste eerbewijs het oude kanon zou worden afgeschoten, zooals geschiedde.

    Helaas! het oude stuk, waarvan de wanden circa 15 cent. dikte hadden, sprong in verscheidene stukken; een der stukken nam twee knaapjes op van ongeveer 10 jaren, slingerde ze 20 meter ver door de lucht, met ’t treurig gevolg, dat van een het hoofdje van den romp werd gescheiden, terwijl het andere zoodanig werd gewond, dat ’t eenige minuten daarna overleed.

    Steller dezes begaf zich onmiddellijk naar het terrein des onheils en zag, dat het stuk van het kanon, waarmede de arme kinderen waren weggeslingerd, de sporen droeg van het onheil. Bloed, stukjes vleesch en hersenen waren er aan vastgekleefd.

    Rave, de lader van het oude stuk, een onlangs uit Indië teruggekeerd militair, kreeg belangrijke wonden aan het hoofd, die echter gelukkig niet levensgevaarlijk moeten zijn. De verongelukte kinderen zijn: het een van de echtelieden J.L. Heyink en het andere van de echtelieden A. Klompenhouwer. De ouders zijn radeloos, hun toestand te beschrijven is onmogelijk. Arme ouders.

  • Indianenverhalen

    Indianenverhalen

    In de loop van de 19e eeuw emigreerden ruim 1500 Aaltenaren naar de Verenigde Staten. Velen van hen vestigden zich in Sheboygan County in de staat Wisconsin. Sommigen trokken later verder westwaarts, naar staten als Iowa, Minnesota, Nebraska en Wyoming. Deze gebieden werden al eeuwenlang bewoond door inheemse volken, toen nog “Indianen” genoemd. Dat leidde soms tot spanningen, zoals blijkt uit een verhaal van de familie Somsen, waarvan de stamouders uit Aalten afkomstig waren.

    Immigranten en inheemse bewoners leefden geregeld dicht bij elkaar en dreven ook handel. Inheemse bewoners ruilden bont tegen dekens, tabak of andere goederen. Soms waren er ook conflicten tussen de oorspronkelijke en de nieuwe bewoners, vooral om land, vee of andere bezittingen. In die context speelt het volgende familieverhaal uit de nazaten van een Aaltens emigrantengezin.

    Het betwiste paard van Henry Somsen

    Henry John Somsen (1852-1936)
    Henry John Somsen (1852-1936)

    Hendrik Jan Somsen en Johanna Berendina Rensink, van het Japikshuis in IJzerlo, emigreerden in 1851 met hun vier kinderen naar Amerika en vestigden zich in Sheboygan. Daar werd in 1852 hun vijfde kind geboren: Henry John.

    Rond 1890 woonde Henry met zijn gezin op een boerderij, ongeveer tien mijl ten noorden van Cokeville in de staat Wyoming. In die periode vond er een voorval plaats met een groep inheemse bewoners. Zijn dochter Olive Somsen beschreef dit later in een biografie over haar vader:

    Op een dag waren Henry en zijn vrouw van huis, terwijl hun drie oudste kinderen – Henry van twaalf, Olive van tien en Frank van acht – op het huis moesten passen.

    Een groep Indianen hield in de buurt van het huis halt. Eén van hen kwam naar het huis en verklaarde dat een bepaald paard in de wei van hém was, en toen ze weer vertrokken wilde hij het paard meenemen. De kinderen wisten dat hun vader het dier enkele dagen eerder had gekocht van een Indiaanse handelaar en ze waren vastbesloten het paard niet te laten meenemen.

    Frank, de jongste, klom op het paard en reed ermee naar de rivier, waar hij zich verschool tussen de wilgenbosjes. Zijn zusje Olive verborg zich in de kelder, terwijl de oudste zoon, Henry, een ander paard besteeg en naar Cokeville stormde, waar zijn ouders waren; ongeveer tien mijl zuidwaarts.

    De hoofdgroep van de Indianen nam de weg naar Cokeville, terwijl een tweetal langs de rivier op zoek ging naar Frank met het paard. Ze vonden hem en dwongen hem, terwijl ze pijl en boog in de aanslag hielden, voor hen uit te rijden.

    Oudste zoon Henry arriveerde na een snelle rit in Cokeville en waarschuwde zijn vader. Kort daarna reden zij met een aantal gewapende mannen terug naar de boerderij. Onderweg kwamen ze de groep Indianen tegen, met voorop Frank op het paard.

    Ze maanden de Indianen om te stoppen en luisterden naar hun verhaal. Mogelijk had de Indiaan, die het paard aan Somsen had verkocht, het gestolen van de Indiaan die er nu aanspraak op maakte. Hoe dan ook, zij arresteerden de hele groep en namen hen mee naar Cokeville. De volgende dag kwam hun zaak voor de rechter. Die besliste dat Somsen zijn paard behield en de Indiaan kreeg een ander paard toegewezen.

    Kent u ook een verhaal van een Aaltense emigrantenfamilie? Laat het ons weten!

  • De Kerkelijke toestand te Aalten

    De Kerkelijke toestand te Aalten

    De Graafschapbode, 19 maart 1887

    Zoo nu en dan deelen de couranten enkele brokstukken mede over uittreden van Gangel met zijn kerkeraad, van schorsing, afzetting, ’t gesloten houden der kerkdeuren, oproer, soldaten, huzaren enz. enz. en met dat alles blijft de zaak den slakkengang gaan. Wanneer zal hierin verandering komen? De een zegt, ’t blijft zoo, een ander, de kerk kan nog wel 6 weken gesloten blijven, een derde spreekt van transigeeren, maar met dat al: men vordert niet. Wat is hier aan te doen?

    Een duidelijke uiteenzetting der zaken, een krachtig handelen, ja zich in ’t bezit stellen van de kerk. Alles goed en wel, maar wijs ons den weg, om daartoe te geraken. Welnu, wij willen trachten u door dit schrijven daartoe op ’t spoor te leiden, en den weg aanwijzen dien de gemeente heeft in te slaan.

    De heer Gangel, gewezen predikant van de Ned. Herv. Gemeente te Aalten, heeft zich met zijn kerkeraad afgescheiden, m.a.w. het Synodale juk, zooals ZEd. dat gelieft te noemen, afgeschud. Vóóraf heeft een deel der kerkeraad nl. 3 personen, welke tevens als kerkvoogden fungeerden, bedankt als lid van den kerkeraad, doch de betrekking van kerkvoogd aan zich gehouden, totdat het klassikaal bestuur, doende wat des kerkeraads is, genoemde heeren in hun lidmaatschap als leden der Ned. Herv. Kerk te Aalten geschorst, en later afgezet heeft.

    Nu spreekt het van zelf, dat, wanneer iemand afgezet is als lid v. d. kerk, er geen sprake meer kan zijn van het beheer over de kerk enz. te mogen noch te kunnen behouden. Immers kerkvoogden zijn geen eigenaars van de kerk en deszelfs goederen, slechts door de notabelen gekozen als beheerders; zie: Algem. Regl., op het beheer der kerkelijke goederen en fondsen van de Hervormde gemeenten in Nederland en het toezicht daar op: 1 Oct. 1870.

    Deze kerkvoogden verhinderen thans de bediening aan wettige predikanten, die voor de gemeente moeten optreden, onthouden daardoor de gaven aan de armen en verhinderen feitelijk, de gaven te innen ter instandhouding van den Openb. godsdienst.

    Reeds twee Zondagen is de gemeente voor de gesloten kerkdeur gekomen, en tweemaal zijn wettige predikanten verhinderd hun dienstwerk te verrichten. Wij bewonderen in dezen de kalmte der gemeente, doch staan er niet voor in, dat zulks langer zoo zal blijven. De partijen komen met den dag scherper en vijandiger tegen elkander over te staan, ’t verwekt twist tusschen leden van hetzelfde huisgezin, en van verbroedering is geen sprake meer.

    Wie zijn daar van de oorzaak? Niemand anders dan deze kerkvoogden en de doleerende kerkeraad met hun aanvoerder, Gangel.

    Maar heeft de gemeente dan geen rechten? Wel zeker. Bij de leden van de gemeente berust het recht, en wel op de volgende wijze: De wettige stemgerechtigde leden stemmen de notabelen, notabelen stemmen kerkvoogden en deze nemen het beheer op zich. Waar nu de kerkvoogden uit eigen beweging hebben bedankt of ontslagen zijn of uit hun ambt zijn ontzet, moet onverwijld worden overgegaan tot het stemmen van nieuwe kerkvoogden.

    In het geval te Aalten, zal de gemeente de lijst der notabelen eerst moeten aanvullen of geheel vernieuwen en deze nieuwe notabelen benoemen h. h. kerkvoogden. Deze nieuwe kerkvoogden nemen het beheer over van het oude, en de zaken zijn in ’t reine. Bij verzet tegen deze wettige orde kan men zich wenden tot het klassikaal bestuur en verder tot het provinciaal best.

    Baat dit alles niet, zooals ’t te Aalten schijnt het geval te zijn, en houden de afgezette kerkvoogden de deuren van het gemeentegoed gesloten, dan treden eenvoudig de leden als rechthebbenden op, en maken zich meester van de kerk. Wij willen hiermede niet zeggen, de kerk met geweld te veroveren want van verovering is geen sprake, als men rechtmatig eigenaar is, maar men roepe dan de rechterlijke (burgerlijke) macht in. Een kerk mag op de gewone Godsdienstdagen niet voor ’t volk gesloten blijven zoolang er kerkgangers en wettige predikanten zijn om optegaan. Zie verder hierover de kerk Regl. 1870 1 October.

  • De Aaltense Lindeboom in Delfshaven

    De Aaltense Lindeboom in Delfshaven

    Havenstraat 172, Rotterdam-Delfshaven

    Aan de Havenstraat in Rotterdam-Delfshaven staat een huis uit 1886 met boven in de gevel het wapen van Aalten, de Lindeboom (klik hier voor Google Streetview).

    Het is ons vooralsnog onbekend wat de relatie is tussen de opdrachtgever, Fred(e)rik van Aalten (Woudenberg, 1820 – Rotterdam, 1904), en de gemeente Aalten. De naam doet uiteraard vermoeden dat er een historische relatie bestaat, al gaat deze wellicht wel heel ver terug. Mogelijk heeft Frederik deze band tot uitdrukking willen brengen, zonder zelf te weten hoe de relatie precies in elkaar stak. Meer informatie is welkom!

  • Gevecht in de gevangenis

    Gevecht in de gevangenis

    Op 27 februari 1880 werd een man, die zijn gevangenisstraf in Bocholt had uitgezeten, door een gendarme naar de Nederlandse grens bij Aalten gebracht. Dankzij de goede samenwerking tussen de Nederlandse en Pruisische grenspolitie werd hij bij de grensovergang netjes ontvangen door rijksveldwachter Schaars Prins uit Aalten, om aan de Nederlandse justitie te worden overgedragen, die ook nog een appeltje met hem te schillen had.

    Het vervoer naar Aalten gebeurde per rijtuig. Aldaar aangekomen, werd de man naar het huis van arrest gebracht. Alles verliep rustig en ordelijk, totdat een persoon die, zoals later bleek, het rijtuig op een draf had gevolgd, de gevangenis binnentrad.

    Toen hem werd gevraagd wat hij daar kwam doen, ontstond er plotseling een gevecht op leven en dood tussen de gevangene en zijn vriend aan de ene kant, en Schaars Prins, gemeenteveldwachter Heersink en de toevallig aanwezige gemeentebode Gerhard Rots aan de andere kant.

    Nadat een paar knuppels op de lichamen van de aanvallende boeven waren stukgeslagen, deelde Rots enkele slagen uit met een soort koekenpan, die daardoor buiten fatsoen geraakte. Bij dit gevecht liepen de veldwachters slechts enkele schrammen en blauwe plekken op, maar de flinke Rots werd zelfs gebeten in zijn neus, hand en in zeker achterdeel van zijn lichaam.

    Schaars Prins, die een paar jaar eerder was gedecoreerd door de Duitse keizer, vanwege een ontmoeting met boeven in Aalten, die, uit de gevangenis te Bocholt ontsnapt, door dien snorrebaard gesnapt werden, hield zich nu ook stevig staande, maar zou toch zonder Rots met zijn eigen sabel neergesabeld zijn.

    Uiteindelijk liep alles goed af – de brutale bevrijdingspoging mislukte en de vrienden werden achter slot en grendel gezet. Ze werden naar Zutphen vervoerd om daar hun zaak te laten behandelen en ongetwijfeld hun verdiende loon te ontvangen.

  • Rechtspraak in Aalten (1810-1877)

    Rechtspraak in Aalten (1810-1877)

    Tijdens de Franse overheersing van ons land (1795-1813) vond er een belangrijke verandering plaats in de bestaande rechtsorde. Nadat Nederland in 1810 door Napoleon Bonaparte bij Frankrijk werd ingelijfd, werd ook hier de Franse wetgeving ingevoerd.

    Vredegerecht

    Bij Keizerlijk Decreet van 9 juli 1810 werd Nederland verdeeld in departementen, arrondissementen, kantons en gemeenten. In elke hoofdplaats van een kanton werd een vredegerecht gevestigd, ook in Aalten. Het kanton Aalten bestond uit de gemeenten Aalten en Dinxperlo.

    De taak van de vrederechter was het vredevol oplossen van een conflict voordat het voor de ‘echte’ rechter werd gebracht om zo een hoop kosten te besparen. Daarnaast had de vrederechter ook de bevoegdheid om kleine, goedkope zaken te behandelen. Andere bevoegdheden van de vrederechter lagen vooral in het personen- en familierecht.

    Kantongerecht

    In 1838 werd de rechtsorde opnieuw gereorganiseerd en werd de vrederechter vervangen door de kantonrechter. De vredegerechten Aalten en Winterswijk werden toen samengevoegd tot het kantongerecht Aalten. Dit gerecht bestreek het vierde kanton van het derde arrondissement (Zutphen) van het Gelderse gerechtshof en was op basis van de Wet van 1 juli 1830 geklasseerd als kantongerecht der vijfde klasse.

    Het Aaltense kantongerecht hield zitting in het gemeentehuis aan de Markt. In 1861 werd in de Prinsenstraat een kantonaal huis van bewaring gebouwd, met zes cellen en een cipierswoning.

    Het kantongerecht Aalten werd in 1877 opgeheven. De gemeenten Aalten en Winterswijk behoorden vanaf dat moment tot het kanton Groenlo. De gemeente Dinxperlo ging over naar het kanton Terborg.

    Archief

    Het archief van het voormalige kantongerecht Aalten is in 1968 samen met het oudste deel van het Groenlose archief naar het Rijksarchief in Gelderland overgebracht. In 1961 heeft de overdracht plaatsgevonden van het archief van het Openbaar Ministerie, dat zich nog in het gemeentehuis van Aalten bevond.

    Rechters en griffiers van het vrede- en kantongerecht te Aalten 1811-1877 (nog incompleet)

    Aanvullingen zijn welkom!

    Ambts-periodeVrederechterBijzonderheden
    ?Jan Izak Huinink (1739-1822)
    ?Abraham Casper Salomon ten Bokkel (1761-1831)advocaat, notaris, landschrijver, vrederechter, tijdelijk burgemeester van Aalten en plaatsvervangend drost
    ??
    Ambts-periodeKantonrechterBijzonderheden
    1838-1855Joseph Gerard van der Schaaff (1798-1877)voorheen vrederechter te Aalten, eervol ontslagen
    1855-1877Frederik Willem Jacob Immink (1822-1893)voorheen griffier van het kantongerecht van Aalten, daarna kantonrechter te Groenlo
    Ambts-periodeGriffierBijzonderheden
    1811Campegius Lambertus Vitringa (1786-1864)voorheen advocaat te Arnhem, daarna griffier te Harderwijk
    Jan Willem te Gussinklo (1787-1829)
    1838-1839Jan Derk Schepers (1800-1848)voorheen griffier van het vredegerecht te Aalten, daarna gemeenteontvanger te Dinxperlo
    1839-1843Jillis van Beuil (1803-1843)voorheen brievengaarder te Aalten, overleden in functie
    1843-1852Bernard Andries Roelvink (1818-1882)voorheen substituut-officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te Zutphen, daarna notaris te Aalten
    1852-1855Frederik Willem Jacob Immink (1822-1893)voorheen advocaat te Borculo, daarna kantonrechter te Aalten
    1855-1877Cornelis Philippus Jacobus Penning (1817-1888)vroegere functie niet bekend, in 1877 op wachtgeld gesteld in verband met opheffing van het kantongerecht te Aalten
  • Kroningsfeest Bredevoort

    Kroningsfeest Bredevoort

    Zutphense Courant, 16 mei 1874

    Bredevoort, 12 Mei. ’t Kroningsfeest heeft hier gisteren volgens programma plaats gehad. Reeds in den vroegen morgen kondigden ’t kanongebulder en ’t luiden van alle klokken aan, dat Bredevoort feest zou vieren. En inderdaad, nog nimmer te voren had ons stadje een zoo feestelijk voorkomen als gisteren. Immers geene straat – ’t zij hoofd – of meer afgelegene, of zij was keurig met groen versierd en telde hare eerebogen, waarvan sommige van zeer gepaste opschriften voorzien waren. Tal van banieren wapperden, zoowel van den torentrans als van de huizen der inwoners. Bekroond door allerschoonst lenteweder, bracht het feest eene ontelbare volksmenigte op de been, onder welke massa echter eene niet gestoorde, vroolijke opgewektheid en zeldzame eenstemmigheid bleven heerschen.

    Bij den wedstrijd in het schieten waren 8 prijzen uitgeloofd. Zij werden behaald: de 1ste prijs door H. Frenken te Bredevoort, de 2de door Wechelaar te Varsseveld, de 3de door Ormel te Haart, de 4de door Schaapveld te Bredevoort, de 5de door Dammers te Bredevoort, de 6de door Voltman te Eibergen, de 7de door Brethouwer te Barlo, en de 8ste door Heijink te Bredevoort.

    De feestrede, gehouden door den heer D.B. Moll, hoofdonderwijzer te Bredevoort, werd beantwoord door den burgemeester mr. L. Roelvink, die op gepaste wijze den Spreker dank zeide voor de vervulling zijner niet gemakkelijke taak. De volksspelen, bestaande in mastklimmen, koekhappen en zakloopen, gaven eene aangename afwisseling. De vroolijke opgewektheid der jeugd deed menigen aanschouwer goed, vooral ook, omdat hunne liederen begeleid werden door hoornmuziek. De verlichting van „’t Zand” was prachtig en ’t vuurwerk voldeed wel. Lang – zeer lang zal dit feest in herinnering blijven bij de ingezetenen van Bredevoort.

  • Landbouwtentoonstelling ontaardt in hevig tumult

    Landbouwtentoonstelling ontaardt in hevig tumult

    Zutphensche Courant, 12 oktober 1873

    Aalten, 8 Oct. Mocht men reeds genoeg in de gelegenheid geweest zijn om te kunnen weten dat de dag van gisteren een feestdag zou worden, het vroegtijdig wapperen onzer geliefde driekleur meldde het ons nog bovendien. Door de afdeeling Winterswijk der Geldersche maatschappij van Landbouw werd hier namelijk eene tentoonstelling gehouden van paarden, vee, landbouw-producten enz. die ten 11 ure met eene rede van den heer president Veeren uit Winterswijk werd geopend. Aan de regelingscommissie in ’t algemeen en aan den heer Slicher in ’t bijzonder komt alle hulde toe wegens de flinke organisatie, waardoor het program stipt kon worden gevolgd en uitgevoerd.

    Toen ten 1 uur de bekrooning in de beste orde was afgeloopen nam de matinée musicale een aanvang, die evenwel wegens een snel opgekomen regen aanbrengende onweersbui niet dat genot kon opleveren ’t welk men zich er van had voorgesteld. Ten 3 uur begaven de leden der maatschappij zich ten huize van den heer Oosthout (Hotel de Roskam, OA), waar een smakelijk diner hen wachtte. De grondtoon was er vroolijk, terwijl menige dronk, aan verschillenden rang en stand werd gewijd.

    De uitvoering van het concert, dat op 7 uur was bepaald, werd helaas! gestoord door een onaangenaam incident. Tegen het programma in, wilden enkelen om spoediger hun danslust te kunnen voldoen, dat het vuurwerk, ’t welk het bal vooraf ging, 2 uur vroeger zou worden afgestoken. Een nog al ernstig conflict was hiervan met een hevig tumult ’t gevolg. Ofschoon dit later, alles weer als vergeten werd beschouwd, bracht zulks toch, vooral in ’t eerst, een zekeren schok in de feestviering te weeg.

    Ten 9 uur werd volgens programma het door den heer Ruijsch van Utrecht geleverd vuurwerk afgestoken, dat, blijkbaar uit de daverende bravo’s ten zeerste voldeed. Men ging vervolgens over tot het uiterst druk bezocht en zeer levendige bal, dat onder de vroolijkste stemming tot laat in den nacht voortduurde. Daarmede was het feest ten einde, dat naar wij hopen en vertrouwen, bij allen eene aangename en blijvende herinnering zal achterlaten.

    Onze buren van Oud Winterswijk hebben een reconstructie gemaakt van het hele gebeuren: lees het hier.

  • Pioniers in Wisconsin – Huinink

    Pioniers in Wisconsin – Huinink

    Aaltense emigranten naar de VS

    In de 19e eeuw emigreerden duizenden Achterhoekers naar de Verenigde Staten, op zoek naar land, vrijheid en nieuwe kansen. Onder hen bevond zich de familie Huinink uit Dale.

    Derk Willem Huinink werd geboren op op 9 maart 1827 op boerderij de (Oude) Maas in de Aaltense buurtschap Dale. Hij was een zoon van Jan Berend Huinink en Berendina Heesen. Zijn vader werkte aanvankelijk als onderwijzer, maar stapte later over op het boerenbedrijf. Het echtpaar kreeg vijf zonen en twee dochters. Moeder Berendina overleed op 1 augustus 1848.

    Derk Willem bezocht de basisschool en hielp mee op het ouderlijk erf. Op zijn zeventiende leerde hij het weversvak, dat hij tien jaar lang combineerde met werk op de boerderij.

    Op 28 mei 1858 trouwde hij in Aalten met Catharina Jentink, dochter van Hendrik Jan Jentink en Dora Hendrika Lammers. Ook zij werd in Dale geboren, op 20 november 1834. Zij was een van tien kinderen, vier zonen en zes dochters, van wie er zes met hun ouders emigreerden naar de Nieuwe Wereld. Het gezin Jentink vestigde zich in Lima, Wisconsin.

    Derk Willems zuster, Janna Willemina Huinink, trouwde op dezelfde dag met Jan Berend Schepers.

    Emigratie naar Amerika

    In de zomer van 1869 vertrokken Derk Willem, zijn vader, echtgenote en kinderen via Liverpool met het stoomschip Nestorian naar Noord-Amerika. Na elf dagen arriveerden ze in Québec en reisden door naar Sheboygan County. Op 25 juli bereikten zij Amsterdam (Sheboygan County). In het voorjaar van 1870 kocht Huinink daar 72 acres (29 hectare) grond in sectie 19 voor $2.000. Later voegde hij daar nog 5 acres (2 hectare) aan toe.

    Gezinsleven en werk

    Derk Willem en zijn vrouw bouwden met hard werken een goed lopend boerenbedrijf op. Ze kregen negen kinderen:

    • Jan Berend (Aalten, 20 mei 1859), zakenman in Cedar Grove
    • Dora Hendrika (Aalten, 22 juni 1861), gehuwd met boer John Lohuis
    • Hendrik Jan (Aalten, 15 oktober 1863), kaasmaker in Cedar Grove
    • Christiaan (Aalten, 22 april 1866), dierenarts
    • Berendina Gesiena (Aalten, 22 april 1868), gehuwd met boer Harry Scott
    • John William (Cedar Grove, 3 juni 1871), eerste kind geboren in Amerika
    • Garret John (Cedar Grove, 25 mei 1875)
    • Catherina Wilhelmina (Cedar Grove, 6 december 1876)
    • Derk William Jr. (Holland, 30 juli 1880)

    Gemeenschap en overlijden

    De familie Huinink (in Amerika ook gespeld als Huenink) was lid van de Presbyteriaanse Kerk. Derk Willem speelde daarin een actieve rol en was ruim negentien jaar ouderling. Zowel hij als zijn zonen stemden politiek gezien op de Republikeinse Partij, wat destijds gebruikelijk was onder protestantse immigranten in het Midwesten.

    Derk Willem Huinink overleed in 1911 in Cedar Grove en Catharine vier jaar later. Ze liggen beiden begraven op Presbyterian Cemetery in Holland, Sheboygan.

  • Het stoomschip ‘Nestorian’ (1869)

    Het stoomschip ‘Nestorian’ (1869)

    Aaltense emigranten naar de VS

    In de zomer van 1869 begon voor meer dan honderd Aaltenaren een levensveranderend avontuur. Aan boord van het stoomschip Nestorian, met als bestemming Québec, bevonden zich honderden emigranten, waaronder families uit Aalten en omstreken. Voor hen was dit het begin van een nieuw leven in Amerika, ver weg van de landbouwcrisis en de beperkte toekomstmogelijkheden in de Achterhoek.

    De Nestorian was een ijzeren stoomschip van de Allan Line (officieel de Montreal Ocean Steamship Company), gebouwd in 1866 in Glasgow. Het schip was ongeveer 97 meter lang en 12 meter breed. Voor extra veiligheid had het schip drie masten met zeilen, voor het geval de stoommachine uitviel. Er was plaats voor 115 passagiers in de eerste klasse en 600 in de derde klasse (het tussendek).

    De keuze voor de Allan Line en Québec

    Stoomschip Nestorian (1867)
    Stoomschip Nestorian (1867)

    Rond 1869 adverteerde de Allan Line intensief in Nederlandse regionale kranten. Lokale tussenpersonen, zoals in Arnhem, fungeerden als sub-agenten voor het hoofdagentschap in Antwerpen. De rederij overtuigde Achterhoekers met twee sterke argumenten:

    • De kortste zeeroute
      Door naar Québec te varen in plaats van New York, waren emigranten minder lang op de open oceaan. Zodra het schip de Straits of Belle Isle bereikte, voer men de rest van de weg op de beschutte Saint Lawrence-rivier.
    • De goedkoopste optie
      Tussen 1860 en 1890 was Liverpool een populaire vertrekhaven voor Europese emigranten vanwege de lagere tarieven. Armere emigranten waren bereid om de ongemakken van het overschepen via Engeland te tolereren om te besparen op het trans-Atlantische ticket. Een ticket voor de overtocht (tussendek/steerage) kostte rond 1869 ongeveer 60 tot 80 gulden.

    De reis en de route

    Inclusief de reis vanuit de Achterhoek en de overstap in Engeland was een emigrant zo’n 2,5 tot 3 weken onderweg. Hier is hoe hun reis er ongeveer uit moet hebben gezien:

    Naar Antwerpen

    Achterhoekse landverhuizers reisden eerst met paard en wagen naar een geschikte opstapplaats, zoals Zevenaar of Arnhem. Vanaf 1855 was het mogelijk om van daaruit naar Antwerpen te reizen. In Antwerpen werden de emigranten opgevangen door de agent van de Allan Line.

    De oversteek naar Engeland

    In Antwerpen stapten ze over op een boot naar Hull (Engeland), een overtocht van 12-24 uur. Vanaf Hull namen ze de trein naar Liverpool (4-6 uur). Liverpool was in die tijd het hart van de emigrantenstroom naar Amerika, met kantoren van rederijen, agenten en emigrantenhuizen waar reizigers konden wachten op hun vertrek.

    Verblijf in Liverpool

    Vertegenwoordigers van de Allan Line haalden hen bij aankomst in Liverpool op en brachten hen naar logeerhuizen, vaak eigendom van de rederij. Emigranten brachten daar één tot tien dagen door, wachtend op hun schip naar de VS of Canada.

    Vertrek uit Liverpool

    De Nestorian vertrok vanuit de Prince’s Landing Stage in Liverpool. De oversteek van Liverpool naar Quebec duurde gemiddeld 10 tot 12 dagen.

    Verblijf aan boord van de Nestorian

    Hoewel de Nestorian bekendstond als een solide en snel stoomschip, was luxe er ver te zoeken. De meeste emigranten uit de Achterhoek reisden in het tussendek (steerage), waar families in grote, bedompte ruimtes sliepen in houten kooien met strooien matrassen.

    De ticketprijs was inclusief de wettelijk verplichte rantsoenen (soep, aardappelen, brood en zout vlees). Passagiers moesten hun eigen tinnen bord, beker en bestek meebrengen.

    De dagen werden gevuld met kaartspelen, zingen, bidden en praten over de toekomst in Amerika. Er was een scheepsarts aan boord, maar de middelen waren beperkt. Zeeziekte was universeel, en infectieziekten verspreidden zich snel in de slecht geventileerde slaapzalen. Bij uitbraken werden zieken geïsoleerd.

    Aankomst en doorreis naar Wisconsin

    Op 19 juli 1869 bereikte de Nestorian de haven van Québec. Op de passagierslijst prijkten bekende Aaltense namen zoals Eppink, Huinink, Jentink, Neerhof en Wassink. De reis was echter nog niet ten einde.

    Vanaf Quebec reisden de emigranten per Grand Trunk Railway westwaarts naar Sarnia (Ontario). Daar stapten zij over op een stoomboot die hen over de Grote Meren (Lake Huron en Lake Michigan) vervoerden. Deze reis duurde 1 tot 2 dagen, afhankelijk van het weer en de aansluitingen.

    Uiteindelijk zetten zij voet aan wal in de haven van Sheboygan, Wisconsin. De meeste Aaltense emigranten vestigden zich in deze regio. In latere jaren trokken sommige van deze families verder westwaarts naar de vruchtbare gronden van onder andere Iowa en Minnesota.

  • Emigratie van Aalten naar Amerika

    Emigratie van Aalten naar Amerika

    In de loop van de 19e eeuw verlieten duizenden mensen de Achterhoek om een nieuw bestaan op te bouwen in de Verenigde Staten. Ook vanuit Aalten vertrokken veel inwoners. Wat begon met een religieus gemotiveerde uittocht groeide uit tot een bredere emigratiebeweging, die ook in de 20e eeuw aanhield. Op zoek naar vrijheid, land en nieuwe kansen vonden Aaltenaren een nieuw thuis aan de andere kant van de oceaan.

    De emigratiegolf begon rond 1844, in eerste instantie vanuit religieuze motieven. Veel van de eerste emigranten behoorden tot de afgescheidenen: protestanten die zich losmaakten van de Nederlandse Hervormde Kerk en zich in eigen gemeenten organiseerden. In Nederland werden zij vaak vervolgd of sociaal buitengesloten, wat velen ertoe aanzette hun heil elders te zoeken.

    Economische zorgen en gebrek aan ruimte

    Naast religieuze vervolging speelde ook de economische situatie een belangrijke rol. In de tweede helft van de 19e eeuw werd de situatie op het platteland in de Achterhoek steeds moeilijker. Mislukte oogsten, werkloosheid en armoede dwongen veel gezinnen tot drastische keuzes.

    Ook demografische druk speelde een rol. Het platteland raakte steeds voller. De meeste woeste gronden waren inmiddels ontgonnen, en de beschikbare landbouwgrond was schaars geworden. Voor veel boerenzonen was er daardoor geen perspectief op een eigen boerderij. In Amerika, waar grond goedkoop of zelfs gratis beschikbaar kwam via bijvoorbeeld de Homestead Act (1862), lonkte een zelfstandig bestaan.

    Alleen al uit de Achterhoek emigreerden in vijftig jaar tijd zes- tot zevenduizend mensen—bijna een derde van de plattelandsbevolking.

    Van Aalten naar Wisconsin – en verder

    Een aanzienlijk deel van de Aaltense emigranten vestigde zich in Sheboygan County in de staat Wisconsin. Deze regio trok veel Nederlanders vanwege de vruchtbare grond, werkgelegenheid in de landbouw en de aanwezigheid van bestaande geloofsgemeenschappen.

    In en rond plaatsen als Cedar Grove, Oostburg en Sheboygan ontstonden hechte gemeenschappen van Nederlandstalige migranten. Sommige Aaltenaren trokken na verloop van tijd verder westwaarts, naar staten als Iowa, Minnesota en Nebraska, op zoek naar goedkope landbouwgrond en meer economische kansen.

    Naast het Middenwesten vestigden Aaltense emigranten zich ook in de staten New York, New Jersey en Michigan. In steden als Paterson en Grand Rapids ontstonden bloeiende Nederlandse wijken, vaak met een sterk religieus karakter. Emigranten richtten er eigen kerken, scholen en sociale instellingen op.

    Niet alle emigranten bereikten hun bestemming. Een tragisch voorbeeld is de ramp met het stoomschip Phoenix in 1847 op het Meer van Michigan, waarbij naar schatting 250 tot 300 Nederlandse landverhuizers omkwamen – onder wie ook enkele tientallen emigranten uit Aalten.

    Een blijvende band

    Vandaag de dag zijn de sporen van deze emigratie nog steeds zichtbaar. Achternamen uit Aalten komen nog steeds voor in gemeenschappen in Wisconsin en elders in de VS. In genealogisch en historisch onderzoek vormen deze emigratiebewegingen een belangrijke schakel tussen de Achterhoek en de Verenigde Staten.

    Lijst met landverhuizers uit Aalten

    Er is een lijst met ruim 1.600 landverhuizers uit Aalten en Bredevoort die naar de Verenigde Staten zijn geëmigreerd:

    Meer informatie

    Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u ook terecht bij het Euroregionaal Historisch Documentatiecentrum (EHDC) aan de Prinsenstraat 27 in Aalten.

  • Aaltenaren die vochten in Amerikaanse Burgeroorlog

    Aaltenaren die vochten in Amerikaanse Burgeroorlog

    In de 19e eeuw emigreerden honderden Aaltenaren naar de Verenigde Staten, op zoek naar land, werk en een beter bestaan. Van een aantal van hen is bekend dat zij deelnamen aan de Amerikaanse Burgeroorlog. Voor zover bekend dienden zij allemaal in de legers van de Noordelijke staten (de Unie).

    De Amerikaanse Burgeroorlog (1861–1865) was een gewapend conflict in de Verenigde Staten tussen de Noordelijke staten (de Unie) en de Zuidelijke staten (de Confederatie). In vele staten vonden bloedige veldslagen en veldtochten plaats. De oorlog begon met een aanval van de Confederatie op Fort Sumter in South Carolina, op 12 april 1861. In juni 1865 gaven de laatste Zuidelijke legers zich over en kwam de Unie als overwinnaar uit de strijd.

    Oud-Aaltense strijders

    De volgende lijst is vermoedelijk nog niet compleet:

    • Jan Derk Ansink (Barlo, 30-04-1840 – 02-07-1868)
      ‘John Ansink’ meldde zich op 06-08-1862 aan bij het 108th New York Volunteer Infantry Regiment, company E, in Rochester, Monroe County, NY. Hij raakte wounded in action op 03-07-1863 tijdens de Slag bij Gettysburg. In mei of juni 1864 werd hij overgeplaatst naar company A van het 21st Regiment of the Veteran Reserve Corps. Na de Burgeroorlog werd hij op 07-06-1865 ontslagen in Trenton, NJ.
    • Gerrit Hendrik Duenk (IJzerlo, 19-07-1825 – Milwaukee, WI, 14-08-1883)
      ‘Gerritt H Duenk’ diende van 20-08-1862 tot 10-06-1865 in het 24th Wisconsin Infantry Regiment, company I. Hij zwaaide af op order van de War Department. In 1883 kwam hij in aanmerking voor opname in een National Home for Disabled Volunteer Soldiers. Hij leed aan reuma. Hij woonde destijds met zijn vrouw Clara en drie kinderen onder de 16 jaar in Milwaukee, WI, waar hij als arbeider werkte. Op 31-05-1883 werd hij opgenomen in het tehuis. Op 14-08-1883 werd hij dood aangetroffen; hij was verdronken in de Milwaukee rivier. Een dag later is hij begraven.
    • Gerrit Jan Duenk (IJzerlo, 23-09-1845 – Milwaukee, WI, 19-04-1897)
      ‘Garrett Dunck’ diende van 15-08-1862 tot 10-06-1865 in het 24th Wisconsin Infantry Regiment, company E. Hij raakte gewond op 02-06-1864 in Georgia, in de omgeving van Dallas, New Hope Church en Allatoona Hills. Na de Burgeroorlog werd hij op 10-06-1865 ontslagen.
    • Hendrik Huibert van Eest (Velp, 12-09-1837 – Springfield, IL, 26-03-1865)
      Hij meldde zich op 28-02-1865 in Overisel, MI als soldaat. Hij werd opgenomen in het 24th Michigan Infantry Regiment, company K op 01-03-1865. Overleed op 26-03-1865 in Camp Butler, Springfield, IL.
    • Gradus Heinen (Aalten, 19-10-1827 – Holland, WI, 24-10-1908)
      ‘Grades Heinen’ meldde zich op 21-08-1862 aan bij het 27th Wisconsin Volunteer Infantry Regiment, company F. Dit regiment vertrok op 16-03-1863 vanuit Milwaukee, WI, naar Columbus, KY. Gradus raakte gewond bij Jenkins’ Ferry, AR. Dit gebeurde tijdens één van de bloedigste veldslagen van de Burgeroorlog, uitgevochten op 29/30-04-1864 bij de gezwollen Saline River, na dagen van hevige regenval. Na de Burgeroorlog werd hij op 29-08-1865 ontslagen.
    • Antonij ter Maat (Dale, 07-02-1836 – Columbus, KY, 04-06-1863)
      Hij meldde zich, tegelijk met zijn broer Jan Hendrik, op 21-08-1862 aan bij het 27th Wisconsin Volunteer Infantry Regiment, company F. Hij werd ziek en overleed.
    • Jan Hendrik ter Maat (Dale, 25-03-1841 – Memphis, TN, 03-10-1863)
      Hij meldde zich, tegelijk met zijn broer Antonij, op 21-08-1862 aan bij het 27th Wisconsin Volunteer Infantry Regiment, company F. Hij werd ziek en overleed.
    • Gerrit Jan te Slaa (Lintelo, 20-10-1831 – Missouri, 30-08-1863)
      Hij meldde zich op 21-08-1862 aan bij het 27th Wisconsin Volunteer Infantry Regiment, company F. Hij werd ziek en overleed op een hospital boat die lag afgemeerd in de Mississippi bij Helena, Arkansas.
    • Bernadus Vervelde (Aalten, 16-02-1816 – Sherman, NY, 08-04-1891)
      ‘Benardus Felton’ meldde zich op 22-08-1862 in Westfield, NY als soldaat. Op 24-09-1862 werd hij ingedeeld bij het 154th New York Infantry Regiment, company E. Op 02-05-1863 werd hij in Virginia krijgsgevangen genomen tijdens de Slag om Chancellorsville. Op 14-05-1863 liet men hem voorwaardelijk vrij in City Point, VA. Op 21-05-1864 werd hij wegens invaliditeit ontslagen. Zijn zoon Derk Jan (in de VS ‘Garrett J Felton’ genoemd) vocht ook in de Burgeroorlog.
    • Derk Jan Vervelde (Haart, 16-02-1843 – Ripley, NY, 05-09-1903)
      ‘Garrett J. Felton’ meldde zich op 31-07-1862 in Westfield, NY als soldaat. Op 15-08-1862 werd hij ingedeeld bij het 112th New York Volunteer Infantry Regiment, company E. Op 30-07-1864 raakte hij gewond tijdens het Beleg van Petersburg. Op 06-07-1865 werd hij uit dienst ontslagen in Lovell Hospital, Portsmouth Grove, RI. Zijn vader, ‘Benardus Felton’, vocht ook in de Burgeroorlog.
    • Arnoldus Johannes Zweerink (Aalten, 09-01-1834 – Petersburg, VA, 31-03-1865)
      Hij meldde zich op 21-10-1864 aan bij het 6th Wisconsin Infantry Regiment, compagnie I, als soldaat. Compagnie I bestond uit mannen uit de counties Brown en Vernon in Wisconsin. Het 6e Regiment van Wisconsin maakte tijdens de oorlog deel uit van de beroemde Iron Brigade. “Noldus” Zweerink sneuvelde tijdens de Slag bij White Oak Road.

    Heeft u meer informatie over (bovengenoemde of andere) Aaltense emigranten die in de Amerikaanse Burgeroorlog hebben gevochten? Reageer dan hieronder of stuur ons een bericht!