De Christelijke Lagere Land- en Tuinbouwschool in Aalten werd op 5 september 1962 geopend. De school was ontworpen door de Aaltense architect Wim Hebly. Het was destijds het paradepaardje van het Ministerie van Landbouw. De school werd vanuit Den Haag met buitenlandse gasten bezocht.
In 1989 fuseerde de landbouwschool met de huishoudschool tot de Christelijke Scholengemeenschap Langenhave, welke in 1993 op zijn beurt is opgegaan in het Christelijk College Schaersvoorde.
Het gebouw is eind jaren negentig afgebroken om plaats te maken voor woningbouw.
De Huishoudschool aan de Oranjelaan in Aalten was decennialang een opleidingsschool voor meisjes in huishoudelijke taken. Het gebouw werd in 1956 gerealiseerd en in de zomer van 1958 officieel in gebruik genomen.
De huishoudschool in Aalten bestond al sinds 1928, maar kreeg in 1958 een nieuw onderkomen aan de Oranjelaan 7. Het oude gebouw aan de Haartsestraat, waar de school eerder was gevestigd, kwam hierdoor vrij en werd vervolgens tijdelijk gebruikt door de Hogere Burgerschool (HBS).
Onderwijs en schoolleven
De school stond officieel bekend als de Christelijke Landbouwhuishoudschool en werd in de volksmond ook wel de Oranjeschool genoemd.
De nieuwbouw bood aanzienlijk meer licht en ruimte dan de voorganger. Grote ramen met houten roeden zorgden voor veel lichtinval in de lokalen. Er waren praktijkruimtes ingericht voor koken, wassen en strijken, voorzien van moderne apparatuur voor die tijd, waaronder zowel elektrische als gasfornuizen.
Leerlingen kregen onderwijs in uiteenlopende huishoudelijke taken, zoals koken, wassen en strijken. Ook werden anatomielessen gegeven, onder meer door dokter Knol. Er lag veel nadruk op netheid en discipline. Bij juffrouw Jonker stond een zogenoemd “strafbankje” voor haar kamer. Als ze haar deur opendeed moest je uitleggen waarom je daar zat.
In de loop der jaren veranderde het onderwijsaanbod en waren er opleidingen voor INAS (Inrichtingsassistente), KVJV (Kinder en Jeugd Verzorging), LEAO (Lager Economisch en Administratief Onderwijs), MDGO (Middelbaar Dienstverlenings- en Gezondheidszorg Onderwijs) en AW (Algemene Vorming).
Architectuur
Het schoolgebouw uit 1956 werd gekenmerkt door de hoge ramen en de functionele inrichting die aansloot bij het praktijkgerichte karakter van het onderwijs. De lichte uitstraling van de lokalen was typerend voor de bouwstijl van die tijd.
Fusies en opvolging
In de loop van de tijd veranderde de huishoudschool mee met de ontwikkelingen in het onderwijs. In 1989 fuseerde de school met de Landbouwschool tot de Christelijke Scholengemeenschap Langenhave. Deze ging in 1993 samen met de andere Aaltense middelbare scholen op in het Christelijk College Schaersvoorde.
Herbestemming
Na het verdwijnen van de onderwijsfunctie kreeg het gebouw een nieuwe bestemming. In de eenentwintigste eeuw werd het complex verbouwd tot een wooncomplex met acht appartementen. In het hoofdgebouw zijn vijf woningen gesitueerd; in de beide aanbouwen links en rechts werden drie gelijkvloerse woningen gerealiseerd. Daarbij bleven de karakteristieke gevels met de hoge ramen grotendeels behouden.
De Christelijk Gereformeerde Kerk aan de Berkenhovenstraat in Aalten is een bakstenen zaalkerkje, gebouwd in 1924 naar ontwerp van de Bredevoortse architect B.H. Kolenbrander. Het gebouw verving een kleiner kerkje uit 1897, dat dichter aan de straat stond.
Hoewel de kerk bescheiden van omvang is en wat terugligt op het perceel, valt zij op door haar verfijnde details, zoals de sierlijk vormgegeven bovenlichten, de uitgemetselde hoekpenanten en de boogfries in de voorgevel. Samen met de naastgelegen voormalige pastoriewoning vormt het kerkje een karakteristiek ensemble in de straat. Ondanks latere aanpassingen – een moderne aanbouw en het verdwijnen van het oorspronkelijke catechisatielokaal – heeft het gebouw zijn authentieke uitstraling grotendeels behouden.
Geschiedenis
De Christelijk Gereformeerde Gemeente in Aalten werd geïnstitueerd op 26 augustus 1897 als voortzetting van de “Christelijke Gereformeerde Gemeente”. Aanvankelijk werden de diensten bij gemeenteleden thuis gehouden, maar al snel verrees een eenvoudig kerkje op de Kattenberg, met plaats voor circa 90 personen.
In 1900 kreeg de kerk haar eerste orgel, een gebruikt huisorgel dat in Doesburg werd gekocht voor 225 gulden. In 1924 volgde de bouw van de huidige kerk aan de Berkenhovenstraat.
Oorlogsjaren
Op 30 januari 1944 hielden Duitse SS’ers een razzia in Aalten. Twee kerken werden daarbij binnengevallen: de Westerkerk en de Christelijk Gereformeerde Kerk. De bezetters waren erop uit jonge mannen en onderduikers op te pakken die zich onttrokken aan de arbeidsinzet of niet terugkeerden van verlof.
De rooms-katholieke Helenakerk in Aalten werd gebouwd in 1951 op de fundamenten van haar verwoeste voorganger uit 1895. De huidige kerk staat aan de zuidzijde van het centrum, langs de Boven-Slinge. Sinds 2022 is het gebouw niet langer in gebruik voor de eredienst en in particuliere handen.
Sinds 1859 stond de RK kerk van Aalten aan het begin van de Dijkstraat, tussen de huidige huisnummers 2 en 4. Op 10 mei 1893 werd deze kerk door brand verwoest. De naastgelegen school, waaraan een loods werd gebouwd, werd ingericht voor kerk, en men moest omzien naar middelen om een nieuwe kerk te bouwen.
Bouw RK kerk op huidige locatie (1895–1950)
Men koos nu voor een ruimer terrein aan de overzijde van de Dijkstraat, dat werd aangekocht van de heer H. Driessen en de Hervormde Diaconie. Architect Alfred Tepe ontwierp de nieuwe kerk. Aannemers H.W. Koelman en P. Lelivelt realiseerden de bouw voor f 34.675.
De kerktoren kreeg vier geledingen: onderin de entree, daarboven een groot spitsboogvenster met polifora, een uurwerk en spitsboogfriezen. De toren werd bekroond met een naaldspits. Rechts naast de kerktoren werd een kleinere traptoren aangebracht. Het schip werd opgezet als pseudobasiliek met rondboogvensters en glas-in-loodramen in de zijgevels. De klokken, geleverd door Gebr. Edelbraak uit Gescher, kostten f 1061,25.
De plechtige inwijding van de kerk vond plaats op 9 september 1895, verricht door Mgr. van de Wetering, aartsbisschop van Utrecht. De feestrede werd uitgesproken door de weleerwaarde heer Antoon Driessen. In 1920 verrees tevens een nieuwe pastorie; tot dan toe gebruikte men de oude, die bij de brand gespaard was gebleven.
Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog sloegen twee bommen in nabij de kerk, waarbij de kerk, op de toren na, werd verwoest.
Herbouw RK kerk (1952–heden)
In 1950 besloot men de zwaar beschadigde kerk te slopen en op de oude fundering een nieuwe, grotere kerk te bouwen. Architect Jan van Dongen uit Apeldoorn ontwierp het nieuwe gebouw, waarbij de bestaande toren werd ingepast. Aannemer was de firma Kemp uit Silvolde, de bouwkosten bedroegen f 290.000,-. Ook Aaltense bouwvakkers werkten mee aan de voltooiing. De inzegening vond plaats op 3 februari 1952 door Mgr. Huurneman.
Door teruglopend kerkbezoek werd de RK Helenakerk uiteindelijk aan de eredienst onttrokken. De laatste eucharistieviering vond plaats op 12 juni 2022. De parochie HH Paulus en Ludger Oost Achterhoek verkocht de kerk en de naastgelegen pastorie. Voor eucharistievieringen kunnen parochianen sindsdien terecht in Groenlo of Lichtenvoorde. Voor gebedsvieringen is men welkom in de Oude Helenakerk op de Markt, eigendom van de protestantse gemeente Aalten.
In de tuin van de RK Helenakerk stond een beeld van de heilige Helena. In 2002 werd dit beeld verplaatst naar de tuin van de Oude Helenakerk, aan de kant van de Landstraat, hemelsbreed ongeveer 250 meter noordwaarts.
De Zuiderkerk in Aalten is een voormalige gereformeerde kerk, tegenwoordig in gebruik bij de Protestantse Gemeente Aalten. Het moderne, rechthoekige gebouw met een plat dak en een vrijstaande klokkentoren werd in 1965 in gebruik genomen.
Al vóór de Tweede Wereldoorlog besloot de Gereformeerde Kerk in Aalten een bouwfonds te vormen voor een derde kerkgebouw. Na de oorlog werden de plannen uitgewerkt. Twee plaatselijke architecten dienden ontwerpen in, waarvan uiteindelijk het plan van architect W. van der Zee werd gekozen.
De bouw van de nieuwe kerk zou ongeveer vijf ton gaan kosten. De gereformeerde Stichting Steun Kerkbouw (SSK) gaf een renteloze lening van ƒ 193.800 én een lening van ƒ 150.000 tegen 2%. De rijkssubsidie bedroeg bijna ƒ 178.000. De aanbesteding vond plaats op 21 december 1962.
De eerste steen werd gelegd door het oudste gemeentelid, W. Kemink uit IJzerlo. De kale bouw kostte ruim ƒ 400.000, terwijl de inrichting – waaronder verwarming, banken, kansel, orgel, stoelen, meubilair, tuin en parkeerterrein – nog eens bijna ƒ 300.000 bedroeg. Op 12 januari 1965 droeg de bouwcommissie de kerk officieel over aan de kerkenraad.
Ontwerp en interieur
De Zuiderkerk is een strak rechthoekig gebouw in de sobere stijl van de jaren zestig. Smalle ramen direct onder de dakrand zorgen rondom voor daglicht. Aan één zijde bevinden zich hoge, langwerpige vensters met daarvóór rijen lampen in strengen van vijf.
Kunstwerken
Naast de kansel werd een graffito van Harrie Dercksen aangebracht, met de voorstelling van de visvangst bij Tiberias na Jezus’ opstanding.
Op de achterwand van de kerkzaal kwam een schildering, uitgevoerd door gemeenteleden naar een ontwerp van Jan Haen, waarin heilsfeiten symbolisch zijn weergegeven.
Aan de buitenzijde van de orgeluitbouw werd eveneens in 1965 een muurschildering aangebracht, opnieuw naar ontwerp van Jan Haen, met het thema Mozes bij de brandende braamstruik.
Orgel
In 1962 kreeg de firma Ahrend & Brunzema opdracht tot de bouw van een nieuw orgel, met Cor Edskes als adviseur. Vanwege de ongunstige akoestiek van het gebouw moest het oorspronkelijke ontwerp tijdens de bouw ingrijpend worden aangepast. Het instrument werd op 27 januari 1968 opgeleverd. Tot dat moment werden de kerkdiensten muzikaal begeleid door trompettist C. Meijer.
Huidige status
De Zuiderkerk wordt nog steeds gebruikt door de Protestantse Gemeente Aalten, naast de Oude Helenakerk. Er vinden wekelijks kerkdiensten plaats.
Hoewel de kerk geen officiële monumentenstatus heeft, wordt zij in erfgoedonderzoeken wel genoemd als een voorbeeld van goed bewaard gebleven naoorlogse kerkbouw in de Achterhoek.
De Oosterkerk is een voormalige Gereformeerde Kerk in Aalten. Het verving in 1913 de eerste ‘Afgescheiden Kerk’ uit 1844 en werd in de loop der jaren meerdere keren uitgebreid. Het gebouw bevat een bijzonder gedenkraam uit 1946, geschonken als dank voor de hulp die Aalten tijdens de Tweede Wereldoorlog bood. Tegenwoordig heeft het gebouw een nieuwe bestemming als woonzorglocatie.
In 1834 scheidde een groep gelovigen zich af van de Nederlands Hervormde Kerk en stichtte de Gereformeerde Kerk. Ook in Aalten ontstond een afgescheiden gemeente. Aanvankelijk kwamen de gereformeerden samen in particuliere woningen. In 1844 bouwden zij hun eigen kerk, de Afgescheiden Kerk, op de plek waar nu de Oosterkerk staat. De eerste predikant was ds. Breukelaar.
Bouw en architectuur
Nadat de eerste Oosterkerk te klein was geworden, verrees in 1913 de huidige kerk, naar ontwerp van architect Ane Nauta uit Holwerd. De aannemer was D.J. te Mebel. De bouwkosten, inclusief de afbraak van de oude kerk, bedroegen circa 30.000 gulden. De kerk werd ook wel Kerk A genoemd, terwijl de Westerkerk bekendstond als Kerk B.
In 1931 volgde een uitbreiding omdat het aantal zitplaatsen nog steeds te klein bleek. Nauta liet zich in zijn ontwerp inspireren door de neorenaissance, met invloeden van Hendrik Petrus Berlage.
De kerk heeft een T-plattegrond. De voorgevel met tuitgevel kreeg een entree met een eigen tuitgevel en een raamwerk erboven. Er zijn diverse rondboogvensters en in het midden een trifora met gebrandschilderd glas. Aan beide zijden van de voorgevel staan torens, waarvan de linker de grootste is; beide zijn bekroond met een naaldspits. In alle gevels zijn glas-in-loodramen toegepast.
Gedenkraam
In 1946 kreeg de Oosterkerk een acht meter hoog gedenkraam, geschonken door een comité uit de Gereformeerde Kerk van Kralingen, namens de kerken en Joodse gemeenschap van Rotterdam. Het raam was een blijk van dank aan de bevolking van Aalten voor de opvang en hulp aan onderduikers, Joodse medeburgers, hongerlijders én de vele Rotterdamse kinderen die hier tijdens de oorlog werden opgevangen.
Herbestemming
Op zondag 27 juni 2021 vond de laatste kerkdienst in de Oosterkerk plaats. Het gebouw kreeg daarna een nieuwe bestemming als Oosterkerkhuis, met twintig studio’s voor bewoners met dementie. In de koopovereenkomst is vastgelegd dat het bijzondere gedenkraam en het orgel behouden zullen blijven.
In 1827 bepaalde Koning Willem I bij wet, dat vanaf 1829 begraafplaatsen buiten de bebouwde kom moesten worden ingericht. In Aalten werd hiervoor een terrein aangewezen aan de Varsseveldsestraatweg, destijds bekend als Melkersweg.
Later werd de begraafplaats naar het westen uitgebreid. Het oudste deel wordt gekenmerkt door tamelijk lege grasvelden met verspreid geplaatste oude grafmonumenten en een baarhuisje. Het westelijke deel heeft een meer gestructureerde, orthogonale aanleg.
Begin 20e eeuw raakte de Oude Begraafplaats steeds meer omsloten door de oprukkende bebouwing van het dorp. Dit leidde tot de behoefte aan een nieuwe begraafplaats. In 1923 werd begraafplaats Berkenhove aan de Romienendiek in gebruik genomen.
Hoewel de Oude Begraafplaats inmiddels de functie van stiltepark heeft gekregen, wordt deze nog steeds sporadisch gebruikt voor het bijzetten van overledenen in bestaande graven.
Er is een kaart beschikbaar met een overzicht van alle graven en begravenen uit circa 1921, klik op onderstaande miniatuur voor een grote, leesbare versie (pdf):
Oude Algemene Begraafplaats Aalten, 1921
Gedenkzuil
In het kader van 70 jaar bevrijding werd in 2015 op de Oude Begraafplaats een gedenkzuil geplaatst ter herdenking aan alle Aaltense soldaten die in mei 1940 op en rond de Grebbeberg hebben gevochten. Zeven Aaltense militairen verloren daarbij het leven. Hun namen en foto’s zijn op de gedenkzuil vereeuwigd.
R.K. begraafplaats
Toen de begraafplaats aan de Varsseveldsestraatweg werd aangelegd, stond de Aaltense katholieke gemeenschap erop dat er voor hen een apart vak werd aangewezen en ingewijd. De gemeente kocht hiervoor een stuk grond aan de overkant van de straat, op de hoek met de Molenstraat.
Deze kleine katholieke begraafplaats raakte echter al na dertig jaar vol. In 1868 werd een nieuwe R.K. begraafplaats aan de Piet Heinstraat in gebruik genomen. Het voormalige katholieke begraafplaatsje aan de Varsseveldsestraatweg kreeg later de functie van plantsoen. De graven van ten minste 50 Aaltense katholieken zijn echter nooit geruimd.
In 2015 is het terrein op initiatief van buurtbewoners heringericht, zodat de historische betekenis van deze plek beter tot zijn recht komt. Op de locatie is een informatiepaneel geplaatst dat de geschiedenis van de begraafplaats belicht.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-1409 I-1436
de Gemeente van Aalten
4.430 m² (protestants) kerkhof 720 m² (RK) kerkhof
Eind jaren 60 van de 19e eeuw raakte de kleine rooms-katholieke begraafplaats op de hoek van de Varsseveldsestraatweg en de Molenstraat vol. Hierdoor ontstond de behoefte aan een nieuwe begraafplaats voor de katholieke gemeenschap in Aalten.
In 1868 schonk Anton Driessen, textielfabrikant te Aalten, een stuk grond aan de huidige Piet Heinstraat aan de kerk om in te richten als begraafplaats. Naast de grond schonk hij ook een ijzeren Calvariekruis en een ijzeren poort, die er tegenwoordig nog steeds staan. Anton bepaalde bovendien dat zijn familie aaneengesloten naast het kruis zou worden begraven. Het baarhuisje op de begraafplaats dateert uit 1888.
Ruimtegebrek en sluiting
Een eeuw later raakte ook deze begraafplaats vol, en ruimte om uit te breiden was er niet. Vanaf 1960 werden katholieke overledenen daarom begraven op het nieuwe rooms-katholieke gedeelte van begraafplaats Berkenhove.
Begin jaren 70 werd de begraafplaats aan de Piet Heinstraat officieel gesloten. Het terrein werd voor een symbolisch bedrag van één gulden overgedragen aan de gemeente Aalten.
Bijzondere graven
Op de begraafplaats rusten diverse prominente katholieke Oud-Aaltenaren, waaronder verschillende leden van de textielfamilie Driessen. Deze familie is onlosmakelijk verbonden met de textielgeschiedenis van Aalten en was van grote invloed op de emancipatie van het rooms-katholieke volksdeel in de gemeente.
Ook bevindt zich hier het graf van pastoor Van Rooijen, die op 23 januari 1945 omkwam bij een bombardement op de Dijkstraat. Daarnaast zijn er graven van de zusters van het voormalige klooster Sint Elisabeth aan de Dijkstraat. Zij verzorgden het lager onderwijs aan de Sint Jozefschool en verpleegden zieken van alle geloven.
De Tijd, 22 januari 1884De Maasbode, 7 februari 1908Aaltensche Courant, 24 juli 1925Aaltensche Courant, 31 mei 1929De Amstelbode, 13 mei 1931De Maasbode, 16 mei 1931
De Graafschapbode, 29 augustus 1932Aaltensche Courant, 5 mei 1933Ons Noorden, 8 mei 1952
Station Aalten (afkorting: ATN) is een spoorwegstation van het type GOLS groot, aan de spoorlijn Arnhem-Winterswijk. De bouw begon in 1884 in opdracht van de Geldersch-Overijsselsche Lokaalspoorwegmaatschappij (GOLS) en werd geopend op 15 juli 1885.
Dit type station had een rechthoekige plattegrond, met een puntgevel aan de straat- en perronzijde. Op de begane grond was een plaatskaartenbureau, goederenbergplaats, vestibule met loket en wachtkamer. Op de bovenverdieping was een woning voor de stationschef.
In 1919 werd station Aalten verbouwd; de linkervleugel werd verdubbeld, tegen het rechterdeel werd een lage vleugel geplaatst en het middendeel kreeg een extra verdieping. Sindsdien bleef het gebouw ongewijzigd.
Na 2006 kwam het gebouw in particuliere handen; het werd door NS middels een veiling bij openbare inschrijving verkocht. Het stationsgebouw is aangewezen als gemeentelijk monument en staat momenteel (augustus 2021) te koop.
Foto’s
Tekening GOLSM station Aalten, 1884Ca. 1900-191019381947196919741977197819892023Het emplacement in oostelijke richting, 1976 (foto: W. Vos)Het emplacement in westelijke richting, 1976 (foto: W. Vos)
Tramstation Aalten heeft dienst gedaan van 1910 tot 1953. Het stond aan de Tramstraat, ongeveer op de plek waar tegenwoordig de brandweerkazerne staat.
In 1910 vond de opening plaats van de tramlijn, Lichtenvoorde – Bredevoort – Aalten – Bocholt.
In 1934 had het Tramstation als adres Polstraat 5. In 1937 werden de rails vanaf Bocholt naar de grens opgebroken, het gedeelte Station Aalten – grens in 1942. Tot 1953 wist het goederenvervoer per tram zich te handhaven, daarna werden de tramlijnen definitief opgebroken.
Het pand aan de Haartsestraat 10 in Aalten kent een veelzijdige geschiedenis. Het werd in 1860 gebouwd als woonhuis, fungeerde korte tijd als middelbare school en was van 1922 tot 1986 in gebruik als postkantoor. Daarna kreeg het gebouw andere functies, waaronder kantoorruimte voor diverse bedrijven.
Van woonhuis tot school
Het pand aan de Haartsestraat, destijds Gasthuisstraat geheten, werd oorspronkelijk gebouwd als woonhuis. In de loop der jaren woonden hier onder meer notaris Roelvink, notaris Maitland, arts Maurits Jagerink en burgemeester W.C. Tack, die er woonde tot zijn dood in 1915. Nadat het enige tijd werd verhuurd, kreeg het pand een nieuwe bestemming. Van 1916 tot 1918 diende het tijdelijk als onderkomen voor de Christelijke MULO, totdat deze school verhuisde naar een nieuw gebouw aan de Piet Heinstraat.
Postkantoor
In 1922 werd het pand verbouwd tot postkantoor, en werd het vorige kantoor aan de hoek Kerkstraat-Peperstraat verlaten. Het ontwerp voor de verbouwing en uitbreiding, waaronder een lage aanbouw aan de linkerzijde, was van architect J.M. Luthmann. Vanaf dat moment werd het pand ruim zestig jaar gebruikt als postkantoor.
Nieuwe functies
Na de ingebruikname van het nieuwe postkantoor aan de Peperstraat in 1986 verloor het pand zijn oorspronkelijke functie. Het bood daarna onderdak aan verschillende bedrijven, waaronder makelaardij Houwer en uitzendbureau Randstad. In 2007 werd de oostelijke aanbouw gesloopt en vervangen door nieuwbouw met kantoren en appartementen.
Huidige situatie
Tegenwoordig wordt het voormalige postkantoor als kantoorruimte verhuurd aan verschillende bedrijven.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1861
I-2592
Jan Hendrik Heijink e.c., koetsier
250 m² huis & erf
1868
I-2592
Garrit Prinsen, landbouwer
250 m² huis & erf
1886
I-4047
Willem Paschen, fabriekant
3.553 m² huis & tuin
1888
I-4247
Gemeente Aalten
3.530 m² huis & tuin
1915
I-5685
Gemeente Aalten
3.155 m² huis & tuin
1917
I-5723
Gemeente Aalten
3.260 m² huis, stal & tuin
1922
I-5847
Gemeente Aalten
1.750 m² ged. huis, ged. schuur & tuin
1924
I-5952
Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie
1.540 m² postkantoor & tuin, telefoongebouw
1965
I-9173
Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie
1.493 m² postkantoor, telefoongebouw, tuin, rijwielstalling, berging
De Haartsestraat in Aalten (vroeger Gasthuisstraat geheten), met in het midden het oude postkantoorDe Graafschapbode, 23 december 1930Het oude postkantoor in AaltenInterieur van het oude postkantoor in Aalten.Interieur van het oude postkantoor in Aalten.Het Aaltense postbode-korps, 16 augustus 1956:
Achterste rij v.l.n.r.: J. Smits; D.J. Tolkamp; H. Wagterveld; B. Elferink; J. Brethouwer; B. Jansen; G. Beking; W. Hoitink; W. Veldkamp en J. Wassink.
Middelste rij v.l.n.r.: J. te Brake; H. Hilbelink; F. Woltsink; G. Meinen; W. Wansink; W. Aalbers; J.J. Hilbelink; J. te Slaa; H. Meinen en J. Gerritsen.
Zittend: Mevrouw D. Hilbelink; H. te Beest; H. Boelens; G. te Selle; directeur Hondelink; D. Hakstege; E. Hendriksen en W. Buesink.Makelaardij Houwer, 1988
Van Katwijk’s Papier en Cartonverwerkende Industrieën N.V., kortweg ‘Spinkat’, in de volksmond ook wel ‘Van Katwijk’ genoemd, was een spinhulzenfabriek aan de Damstraat in Aalten. De fabriek, gevestigd in de voormalige kammenfabriek van Ten Dam & Manschot, werd op zaterdag 22 november 1947 officieel geopend.
De Aaltensche Courant publiceerde op 24 januari 1947 een interview met de directeur:
Er is hard gewerkt de laatste maanden in de oude kammenfabriek aan de Damstraat. En er wordt nóg hard gewerkt om de fabriek bedrijfsklaar te maken en zoo spoedig mogelijk met de productie te kunnen beginnen.
De fabriek
Dezer dagen hadden wij het genoegen om onder leiding van den directeur, den heer Van Katwijk, een rondgang te maken door de fabriek om de aangebrachte veranderingen te bezichtigen. Het inwendige van de fabriek is geheel gemoderniseerd en aangepast aan de specifieke eischen, welke het bedrijf stelt. In de groote, ruime shed-bouw was men bezig met het opstellen van de machines, terwijl ook aan het ketelhuis en de magazijnen druk gewerkt werd. Ook aan de hygiënische eischen wordt in deze fabriek groote zorg besteed. Een flink waschlokaal met stroomend water en W.C.’s is reeds gereed gekomen, terwijl gezorgd is voor een behoorlijk schaftlokaal, waarin tevens een keuken gebouwd wordt. Een complete smederij is reeds in bedrijf, en daarachter ligt de machinekamer, waar een zware Dieselmotor voor de benoodigde stroom zal gaan zorgen.
De fabricage
In het modern ingerichte kantoor hadden we nog gelegenheid om eens even rustig met den heer Van Katwijk te praten over zijn bedrijf. De hulzenfabriek van Van Katwijk’s Papier- en Cartonverwerkende Industrieën N.V. is een van de weinige fabrieken, die zich zal gaan bezig houden met de vervaardiging van papieren hulzen. “Onze fabriek”, zoo vertelde de heer Van Katwijk, “is opgezet met het doel een all-round papieren hulzenbedrijf te hebben, dat volledig aan de wenschen en behoeften van alle spinnerijen, weverijen, kammerijen, ververijen en bleekerijen, sigaren-, pharmaceutische papierverwerkende industrieën zal kunnen voldoen.
Als we straks in vol bedrijf zullen gaan werken, zullen we de geheele Nederlandsche industrie in haar behoefte aan papieren hulzen kunnen voorzien. In heel veel industrieën werden papieren hulzen gebruikt, welke voornamelijk uit het buitenland betrokken worden. Dit zal over eenigen tijd niet meer noodig zijn, daar wij dan de hulzen zullen kunnen leveren, die onze industrie noodig heeft. Dit is van belang voor onze deviezenpositie.”
In de fabriek hadden wij al enkele hulzen bekeken, en daarom informeerden wij naar de verschillende soorten, welke gefabriceerd worden. “De katoen-, kunstzijde, wol-, jute-, linnen- en kunstvezel-spinnerijen stellen alle hun bijzondere eischen aan de spinhulzen, waar de garens op gewonden worden”, deelde de heer Van Katwijk mede. Zoo zullen door ons een 700 verschillende soorten gefabriceerd worden. Sommige worden maar één keer gebruikt, andere zijn bestemd voor meermalig gebruik. Ook zullen wij ons gaan toeleggen op de vervaardiging van alle technische rond-cartonnages. Het zou voor ons voordeeliger zijn om direct voor de export te gaan werken, daar de prijzen in het buitenland erg aantrekkelijk zijn. Wij hebben echter het standpunt ingenomen dat onze eigen industrie de voorrang moet hebben, ook al met het oog op de textielpositie in ons land.”
Voldoende werkkrachten
“Hoe staat het met de werkkrachten”, informeerden we. “Dat zal ons weinig moeilijkheden geven”, vertelde de heer Van Katwijk. “We hebben veel aanvragen binnen gekregen om op onze fabriek te kunnen gaan werken. De kernploeg hebben we zelf meegenomen, en daar de machines in serie afgeleverd worden, kunnen er telkens arbeiders aangenomen worden, om opgeleid te worden. Zoo langzamerhand komt dan de geheele fabriek in bedrijf. We hebben zelfs plannen om in continue te gaan werken, daar de behoefte aan onze artikelen zeer groot is”, besloot de heer Van Katwijk zijn mededeelingen.
Zoo zal binnenkort deze eerste nieuwe industrie in Aalten haar poorten openen en het bedrijf in werking stellen. Een bedrijf, dat naar het zich laat aanzien groote toekomstmogelijkheden in zich bergt. Dank zij de groote voortvarendheid van Aalten’s gemeentebestuur heeft Aalten een industrie gekregen, welke straks aan verscheidene handen werk zal verschaffen.
Naar ons bij informatie medegedeeld werd is men ook optimistisch gestemd ten aanzien van de vroegere beschuitfabriek. Ook deze fabriek zal binnenkort een bestemming krijgen, waarbij men de voorkeur geeft aan een lichte metaalindustrie.
In 1956 nam Van Katwijk de Hummelose fabriek van eiersorteermachines ‘Libra’ over. Dit werd de onderneming ‘Staalkat’. De firma Van Katwijk kwam in 1967 in handen van de Engelse onderneming TPT. Door het afwijkende karakter van de Staalkat zag de directie van TPT uit naar een andere partner voor dit nevenbedrijf. In 1972 nam Thyssen-Bornemisza de Staalkat over. Het bedrijf had in 1970 al een eigen onderkomen gevonden in de leeggekomen textielfabriek van HDZ aan de Hofstraat. Staalkat zou later verhuizen naar de Ambachtstraat op het industrieterrein. Tegenwoordig is het onderdeel van de Sanovo Technology Group.
Video-opnamen
In het jaar 1991 maakte FilmAalten video-opnamen in het oude fabriekspand van Sonoco aan de Damstraat, voordat men verhuisde naar de Vierde Broekdijk op het industrieterrein. De bedrijvigheid en het productieproces werden uitvoerig in beeld gebrachten veel werknemers kwamen aan het woord. Sonoco Aalten werd in 2009 gesloten.
‘Stoomweverij Herman Driessen & Zoon’ was een textielfabriek in Aalten, gevestigd aan de Hofstraat. Het familiebedrijf was actief van 1893 tot 1969 en werd na sluiting herontwikkeld tot kantoorruimte, gezondheidscentrum en appartementen.
In 1893 begon Herman Driessen, nadat hij uit het familiebedrijf ‘Gebr. Driessen’ was gestapt, samen met zijn zoon Joseph een eigen stoomweverij met 34 weefgetouwen aan de Hofstraat op ‘het Blik’: ‘NV Stoomweverij Herman Driessen & Zoon’ (vaak afgekort als HDZ). Naast de fabriek liet Herman ook zijn nieuwe woonhuis bouwen: villa ‘Beukenhof‘.
Na Hermans overlijden nam zijn zoon Joseph Driessen (1870-1938) het bedrijf over, gevolgd door diens zoon Clemens Driessen (1900-1964).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog had Clemens de leiding over het bedrijf. In die periode verrichtte hij ook illegale activiteiten. Zo stelde hij in zijn fabriek blauwe keperstof ter beschikking, zodat de ondergrondse verzetsgroepen bij de bevrijding in uniform gekleed konden gaan.
In 1964 overleed Clemens Driessen en nam zijn broer Herman de leiding over het bedrijf over, bijgestaan door de twee zonen van Clemens: Joop en Clemens Driessen.
Producten
HDZ produceerde tricotage zoals ondergoed, turnkleding en sweaters en huishoudtextiel als tafellakens, servetten, hand-, bad-, glas- en theedoeken, lakens en slopen, voorzien van sierranden of ingeweven namen van bedrijven als de Holland-Amerika Lijn en de Nedlloyd.
Na 1945 verschoof de focus naar hotellinnen, sport- en turnkleding en gebreide en geweven babykleding. De grote rookpluim uit de schoorsteen van de fabriek en het geluid van de stoomfluit waren onderdeel van het dagelijks leven in Aalten.
Sluiting en herbestemming
Na de Tweede Wereldoorlog liep de textielindustrie, die zo lang bepalend was voor de economische bedrijvigheid in de oostelijke Achterhoek, sterk terug door toenemende buitenlandse concurrentie en de opkomst van massaproductie.
In december 1969 besloot directeur Joop Driessen over te gaan tot vrijwillige liquidatie. Op dat moment werkten er nog zo’n 180 mensen in het bedrijf.
Van 1970 tot 1980 vond Staalkat, fabrikant van eiersorteermachines, onderdak in de leegstaande fabriek. Hierna werd er een bedrijfsverzamelgebouw in gehuisvest. In 1996 kwam het pand leeg te staan. Jarenlange leegstand leidde tot verval, tot het pand in 2002 door brandstichting grotendeels werd verwoest.
Ondanks grote schade bleef er gelukkig voldoende bewaard om te kunnen restaureren. Op 16 december 2009 onthulde wethouder Wim ten Voorde samen met de heer Joop Driessen en de heer Egbert Rots van Rots Bouw het bord van het project Hofstraat. De voormalige textielfabriek werd gerestaureerd en herontwikkeld tot kantoorruimten en een gezondheidscentrum. Ook werden er appartementen op het terrein gerealiseerd.
De ‘Stoomweverij Gebr. Driessen’ was een textielfabriek in Aalten, gevestigd aan de Dijkstraat, waar tegenwoordig de woonwijk Driessenshof is. Het bedrijf werd opgericht in 1826 en verhuisde in 1981 naar het Aaltense industrieterrein.
Omstreeks 1817 richtten de broers Anton en Joseph Driessen, afkomstig uit een invloedrijke textielfamilie, in Bocholt de firma Gebrüder Driessen op. Ze handelden voornamelijk in bombazijn, een weefsel van linnen en katoen, dat ze naar Nederland exporteerden. Deze lucratieve handel kwam in gevaar door de verhoging van de invoerheffing in Nederland op buitenlands weefsel.
Om de hoge tarieven te omzeilen vroegen ze de Nederlandse koning om toestemming voor het openen van een vestiging in Aalten. De vergunning werd verleend en in 1826 vertrok Anton naar Aalten, terwijl zijn broer de firma in Bocholt voortzette.
Thuiswevers en eerste spinnerij
Anton zette in Aalten een handspinnerij op voor zijn vele thuiswerkers, voornamelijk bombazijnwevers, die het aangeleverde garen verwerkten. Volgens een gemeentelijk verslag uit 1827 werkten toen al 218 wevers voor hem in en rond Aalten.
In hetzelfde jaar verplaatste Anton de katoenspinnerij naar een pand aan de Landstraat, dat hij had aangekocht van Manus Scholten. Deze locatie werd omgebouwd tot spinnerij met machines op zowel de begane grond als de verdieping. Ondanks bezwaren van buren wegens geluidsoverlast en brandgevaar, gaf het gemeentebestuur toestemming. Ook de gouverneur van Gelderland verwierp het protest.
Groeifase en mechanisatie
In de daaropvolgende jaren groeide de spinnerij uit tot een moderne stoomweverij. Anton richtte ook een blekerij op in Dale en liet aan de Dijkstraat een groot woonhuis met bijgebouwen neerzetten. De bombazijnhandel van Anton groeide in de loop der jaren uit tot een door stoom aangedreven spinnerij die hij later uitbreidde met mechanische weefgetouwen.
In 1918 verkocht Anton’s kleinzoon Theodoor het bedrijf aan Twentse investeerders die de fabriek voortzetten als ‘Voorheen Gebr. Driessen’.
In 1925 breidde de fabriek uit met een confectie-afdeling, van zes naar wel 110 meisjes in dienst. En in de crisisjaren (rond 1933) moderniseerde men grondig: het aantal weefgetouwen steeg van 34 naar 200.
In 1960 werd het bedrijf overgenomen door Wisselink’s Textielfabrieken, onderdeel van Textiel Groep Twenthe. Zij maakten onder meer technisch textiel, tent- en vlaggendoek.
Van fabriek naar woonwijk
Omdat het bedrijf veel geluids- en trillingsoverlast veroorzaakte, verhuisde de fabriek in 1981 naar een nieuw pand op bedrijventerrein ’t Broek. Zusterbedrijf Koala Tricotagefabriek verhuisde naar de Industriestraat.
Na de verhuizing werd het fabriekspand aan de Dijkstraat gesloopt om plaats te maken voor 120 woningen, de tegenwoordige woonwijk Driessenshof. Voordat de sloop begon, organiseerde de Vereniging tot Verbetering van de Volkshuisvesting (later opgegaan in De Woonplaats) in de lege fabriek een groots feest voor de Aaltense bevolking:
De Openbare Lagere School aan de Herenstraat in Aalten werd opgericht in 1884. De nieuwe school verving daarmee de aloude dorpsschool aan de Landstraat. Hoofden der school waren door de tijd heen de heren Stegeman, Veenstra, Bennink, de Lange, van Rugge, Brunt, Siebrands, van Zeijl en Leferink.
In de jaren zestig werden er ook drie avonden per week lessen gegeven van de Handelsavondschool.
In oktober 1974 moest de school tijdelijk haar deuren sluiten vanwege een vlooienplaag. De oorzaak was een nestje katten dat onder de school verbleef.
Sluiting
In 1976 werd een nieuwe openbare basisschool in Aalten in gebruik genomen aan de Wehmerstraat. Deze kreeg later de naam ‘Openbare Basisschool De Slinger‘.
Bij het afscheid van de oude school zong de schooljeugd in een lawaaioptocht op de melodie van ‘Yellow Submarine’ de volgende regels: “waar we heen gaan naar de nieuwe school, aan de Wehmerstraat, waar die prachtig staat. Negentig jaar is onze school aan de Herenstraat in een vervallen staat enz.“
In 1977 werd de oude school aan de Herenstraat afgebroken en ontstond op deze plek een ruime parkeerplaats, tegenwoordig ’t Hoge Blik genaamd.
De molen van Ter Haar was een achtkante houten beltmolen aan de Koningsweg in Aalten. De molen werd in 1849 gebouwd ter vervanging van een oudere standerdmolen. Na brand, herbouw en stormschade raakte de molen buiten gebruik. In 1967 werd het laatste restant gesloopt.
De molen ontleende zijn naam aan de gebroeders G.H. en H. ter Haar en stond aan de Koningsweg in Aalten. Men noemde het ook wel ‘de Oude Molen’.
Al in 1402 stond op deze plek een molen, die op een zeker moment verdween. In 1849 werd de standerdmolen ter plaatse vervangen door een achtkante houten beltmolen. Deze molen werd gebouwd door E. Roerdink, F.H. Lindehovius en J.W. Velthuis. “Op hoop van zegen” beitelde men in een steen boven de ingang.
In 1919 werd de molen door brand verwoest. In 1921 werd hij herbouwd met gebruik van een achtkante bovenbouw afkomstig uit Dedemsvaart. De molenas was afkomstig van een molen in Vierakker die eveneens door brand was getroffen.
Tijdens een zware storm in 1929 raakte de molen ernstig beschadigd. De wieken gingen verloren en de molen was sindsdien buiten gebruik. In een krantenbericht uit 1930 pleitte de heer Van Eerden voor herstel: het was de enige nog draaiende molen in Aalten. Eigenaar op dat moment was B. Klein Lebbink uit Almen.
Tot februari 1966 woonden de gebroeders Ter Haar nog bij de molen. Het zwaar vervallen houten achtkant werd uiteindelijk in juni 1967 omgetrokken en de restanten verbrand.
Een adresboek uit 1961 vermeldde nog een molen aan de Koningsweg; in de editie van 1967 werd echter gesproken van een ‘molenwrak’.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-57
Engelbert Roerdink e.c., landbouwer te Winterswijk
Eeuwenlang stond er een watermolen in de Slingebeek bij de havezate De Ahof, ongeveer ter hoogte van de huidige stenen bank van Aaltens Belang. Begin 20e eeuw werd de bouwvallige molen afgebroken. De molen had aan beide zijden van de beek raderen: op de zuidoever stond de oliemolen (met een rad van 4,42 m Ø) en op de noordoever bevond zich de runmolen (met een rad van 4,66 m Ø), met daarboven de graanmolen.
De watermolen werd waarschijnlijk kort na 1500 gebouwd, mogelijk door een overgang van molenrechten van de Grevinkhof in Dale naar De Ahof, dat later ook in handen kwam van de familie Grevink. De eerste vermeldingen van de molen dateren uit 1502, onder andere over de inkomsten voor de rentmeester.
In 1562 wordt de molen omschreven als een ruïne, maar blijft in latere jaren toch herhaaldelijk opduiken in de archieven. B.D. Rots schrijft in zijn boek ‘Aalten en Bredevoort in vervlogen tijden’ dat de watermolen omstreeks 1700 eigendom was van de Oranjes, die hem verpachtten aan een molenaar. Op 9 februari 1707 kwam De Ahof, met “den Erfpagt van de Aaltense Watermole”, in handen van de familie Arentsen/Arentzen.
In 1739 deden de eigenaren Bernardus Arentzen en Gerrit Jan Heusinkveld hun beklag over de concurrentie door de vele rosmolens rondom Aalten, terwijl zij toch telkens kosten moesten maken om de watermolen in goede staat te houden. In 1758 wordt vermeld dat het stadsbestuur van Bredevoort bij wateroverlast het recht had om de schutten bij De Ahof op te trekken en mee te nemen naar hun stad.
Rond 1830 had de graanmolen twee schepraderen en drie koppels maalstenen, terwijl de oliemolen één scheprad en drie stampers had. Bij watergebrek konden de molens ook door paarden worden aangedreven. Hoewel de molen drie onderslagraderen had, kon voor de graanmolen bij laagwater vanaf 1840 een klein bovenslagrad met aparte waterloop worden ingezet.
Rond 1900 verdween de molen definitief; alleen het rad van de graanmolen was toen nog aanwezig. Op foto’s uit die tijd is te zien dat het hele complex in verval was geraakt. Bij werkzaamheden aan de Slinge in 1969 werden ongeveer 200 heipalen verwijderd. Slechts een muurrestant herinnert tegenwoordig nog aan de watermolen.
Eigenaren
Overzicht is niet volledig.
Jaar
Perceel
Eigenaar
Omschrijving
1832
I-182 I-228
Roelof Arentzen, assessor
470 m² molen & erf 920 m² molen & erf
1851
I-182 I-228
Engelbarta Hendrica Arendsen en Gezina Arendsen, wed. J.W. te Gussinklo
470 m² molen & erf 920 m² molen & erf
1854
I-1918 I-1968
Engelbarta Hendrica Arendsen en Gezina Arendsen, wed. J.W. te Gussinklo
470 m² graanmolen & erf 178 m² molen & erf
Locatie van de watermolen, met rechtsboven de Ahof. Alle rode gebouwen op dit kaartje zijn volgens de kadastergegevens uit 1832 eigendom van Roelof Arentzen, assessor te Aalten. De rode lijnen zijn de toenmalige perceelsgrenzen. Deze geven ook duidelijk de loop van de toenmalige gracht om de Ahof weer.
Krantenberichten
Zutphensche Courant, 11 november 1876Graafschapbode, 2 mei 1885
Graafschapbode, 16 november 1889Graafschapbode, 20 juni 1894
Graafschapbode, 5 september 1894Nieuwe Winterswijksche Courant, 31 oktober 1969
Fragment kadastrale kaart, 1883 (het noorden is rechts)Restanten watermolen, 1906Restanten watermolen, gevonden rond 1970Restanten watermolen worden opgeruimd
Op de hoek van de Landstraat en de Markt stond tot de jaren vijftig van de vorige eeuw logement en café De Landman van de familie Floresteijn. Het pand is helaas gesloopt voordat de Markt en omgeving in 1966 tot beschermd dorpsgezicht werd verklaard.
Op deze plek werd later een houten VVV-kantoortje gebouwd. Midden jaren ’70 verrees hier de aanbouw van het gemeentehuis, dat inmiddels ook weer vervangen is door nieuwbouw.
Het Elisabethklooster in Aalten was van oorsprong het woonhuis van textielfabrikant Johann Heinrich Joseph (Heinrich) Driessen (Bocholt, 10-07-1794 – Aalten, 04-07-1879). Op 29 juni 1837 legde zijn oudste zoon Theodoor de eerste steen.
Heinrich werd ook wel “Den veursten Driessen” genoemd (zijn neef Anton woonde ook in de toenmalige Landstraat, in villa Beekhuize, iets meer zuidelijk van het centrum. Hij werd daarom “d’n achtersten Dreessen” genoemd).
Bij de woning waren ook bedrijfsruimten gevestigd die voornamelijk dienden als opslagplaats van garens en geweven stoffen. Deze stoffen werden met een wagen, veelal getrokken door een os, naar de blekerij in Dale vervoerd. De voerman droeg de toepasselijke bijnaam ‘Ossen Willem’.
Na het overlijden van Heinrich kwam het huis in bezit van de rooms-katholieke kerk, waarna het als klooster van de nonnen in gebruik werd genomen. In een rijtuig, door vier paarden getrokken, werden op 30 mei 1882 zes zusters van het station Lichtenvoorde-Groenlo naar Aalten gebracht. Het klooster werd vernoemd naar Heinrich’s vrouw Elisabeth. In de volksmond werd dit ook wel het St. Elisabethgesticht genoemd.
Onderwijs en ziekenverpleging
Gedurende tachtig jaar hebben de zusters hier onderwijs gegeven aan de katholieke schooljeugd van Aalten. Tevens was er de ‘naai- en breischool’ van de zusters gevestigd. Niet iedereen bewaarde prettige herinneringen aan de nonnen. De naai- en breischool, later Modevakschool, stond hoog aangeschreven. Mede daarom werd hier niet alleen gebreid door katholieken, maar door alle gezindten.
Op 23 december 1962 vertrokken de laatste zusters naar een klooster in Bennebroek. Later fungeerde het klooster nog als onderkomen voor gastarbeiders.
Op 20 december 1980 brak een binnenbrandje uit in het totaal dichtgespijkerde klooster. Werd ooit ‘de eerste steen gelegd’, kort na de brand werd de laatste steen weggehaald. Het pand maakte plaats voor het Parochiecentrum. Dit is inmiddels ook al weer verdwenen en vervangen door een appartementengebouw dat de naam ‘Kloosterhof’ kreeg.
AALTEN, 29 Mei – Morgen 30 dezer, zal het 50 jaar geleden zijn, dat de zusters Francissanessen van St. Lucia, Rotterdam (thans Moederhuis Bennebroek) naar Aalten kwamen. Dit feit wordt plechtig herdacht. Na de H. Mis wordt er van 10 uur af, een groote algemeene receptie- gehouden. De zusters werden op 30 Mei 1882 te Lichtenvoorde opgewacht door pastoor P. Bosman en de heer Eduard Driessen. De intocht werd gehouden in rijtuigen bespannen met twee paarden. De familie J. H. J. Driessen stelde huis en hof voer de zusters disponibel. Dadelijk werd hier een bewaar- en naaischool opgericht. Op 1 Augustus 1884 werd begonnen niet lager onderwijs voor meisjes en in Juli 1886 ook voor jongens. Nu telt de school 258 leerlingen, en de bewaarschool 68. In de modevakschool, die in 1928 nieuw gebouwd werd, wordt ’s zomers en ’s winters resp. aan 30 en 60 meisjes onderwijs gegeven. Een der zusters, nl. zuster Hubertina is sedert 30 Juni 1884 hier in Aalten.
Arnhemsche Courant, 03-01-1882St. Elisabethklooster Dijkstraat, AaltenSt. Elisabethgesticht, AaltenVoordeur St. Elisabethklooster, AaltenEntree achterzijde St. Elisabethklooster en St. Jozefschool, ca.1975RK begraafplaats Piet Heinstraat, Aalten – Zusters St. Elisabethklooster (1)RK begraafplaats Piet Heinstraat, Aalten – Zusters St. Elisabethklooster (2)
Beheer toestemming
Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring en analyse van bezoekgegevens. Ga je hiermee akkoord? Zonder toestemming werken sommige onderdelen van de site mogelijk minder goed.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.